Coronavirus.
Bron: Pixabay
Opinie -

Coronavirus plaatst samenleving voor de spiegel

De oproepen tot individuele verantwoordelijkheid en “sociale afstand” om het coronavirus te bestrijden houden ook een gevaar in, zegt Pablo Santoro, hoogleraar sociologie aan de Complutense-universiteit in Madrid.

dinsdag 17 maart 2020 13:16
Spread the love

 

In 2011 heeft een groep deskundigen op vraag van de Europese Commissie een rapport geschreven over de aanpak van de noodsituatie als gevolg van het H1N1-virus, een van de grieppandemieën die het huidige coronavirus voorafgingen. De aanpak had veel kritiek gekregen, overdreven maatregelen hadden onnodige sociale paniek veroorzaakt, zei men toen.

Een van de conclusies van het rapport was dat er te weinig specifiek advies uit de sociale wetenschappen was gekomen. Terwijl onmiddellijk epidemiologen, virologen en experts in infectieziekten waren ingezet, was dat niet gebeurd met andere disciplines – communicatie, sociologie, economie, politieke filosofie, ethiek – die hadden kunnen helpen om beter op die crisis te reageren.

Bij de huidige coronaviruspandemie, een nog veel zwaardere wereldwijde noodsituatie, houden de internationale autoriteiten wel rekening met de hulp die andere vormen van kennis dan de strikt biomedische kunnen bieden. Maar misschien kunnen ook wij er allemaal iets uit leren, zodat we beter zien wat ons te wachten staat. We kunnen zeker iets leren van de sociologie en de verwante sociale en menswetenschappen.

Telewerken en e-learning

Het eerste wat de sociologie kan doen, is sommige aspecten van het sociale leven zichtbaar maken die soms onopgemerkt blijven, maar die het coronavirus pijnlijk duidelijk maakt:

  • de sociale centraliteit van het onzichtbare zorgwerk en hoe dat ongelijk verdeeld is naar geslacht, leeftijd, etniciteit en andere sociale categorieën;
  • het effect van sociale ongelijkheid en verschillen in klasse en kapitaal (economisch kapitaal, maar ook sociaal, educatief kapitaal, enzovoort), die zeer uiteenlopende gevolgen zullen hebben, niet alleen voor de gezondheid maar ook voor hoe men omgaat met maatregelen zoals de sluiting van scholen of de bevordering van telewerken en e-learning.

Geef ik een hand?

Andere sociologische perspectieven stellen ons in staat om ons te concentreren op meer specifieke vragen:

  • de microsociologie van begroetingen en andere dagelijkse interacties die we normaal als vanzelfsprekend beschouwen (en die, hoewel ze in sommige gevallen tot slimme oplossingen leiden, voor de meesten van ons een verontrustende zaak worden: geef ik een hand? geef ik een kus? hou ik een meter afstand?);
  • de nieuwe vormen van open wetenschappelijke samenwerking, die zo belangrijk is voor het onderzoek naar het virus en die, volgens de wetenschapssociologie, de manier waarop wetenschappelijke gemeenschappen zijn georganiseerd ingrijpend veranderen;
  • de beschrijvingen die de sociologie ons biedt van de nieuwe familievormen in geavanceerde samenlevingen, waarin steeds meer grootouders de rol op zich nemen van dagelijkse verzorgers van de kleinkinderen (en die tegenwoordig zoveel angst veroorzaken voor de mogelijkheid om ze per ongeluk te besmetten).

Risicomaatschappij

Enkele meer complexe sociologische theorieën reiken ons ideeën aan waarmee we de historische specificiteit van wat nu meemaken beter kunnen begrijpen, waardoor het coronavirus zo mogelijk nog urgenter wordt.

Concepten als de “risicomaatschappij” van Ulrich Beck wijzen op de ambivalentie van onze technologisch-wetenschappelijke samenlevingen. Technologische innovatie is zowel een bron van bedreigingen, bijvoorbeeld bij de snelle verspreiding van geruchten en nepnieuws over het virus via sociale netwerken, als een instrument om die op te lossen, aangezien digitale netwerken ook het belangrijkste middel zijn voor autoriteiten om de bevolking te informeren.

Statistieken

Anthony Giddens wijst op de rol van expertsystemen (statistieken, berekeningen, wetenschappelijke bronnen, data …) in de reflectieve moderniteit. Zonder die systemen zouden we niet eens op de hoogte zijn van de omvang van de pandemie. Maar ze werpen ook tal van ethische en politieke dilemma’s op.

De actor-netwerktheorie beschouwt niet-menselijke actoren zoals Covid-19 als volwaardige agenten van sociale verandering. Een bedenking die ook op de klimaatnoodsituatie van toepassing is, de andere planetaire kwestie die nu ten onrechte naar de achtergrond lijkt te verdwijnen: de ecofeministische, posthumanistische en multispecies-benaderingen bieden ons een wereldbeeld van een totaliteit waarin in alle planetaire entiteiten samenwerken en waarin de klassieke dualismen zoals die tussen natuur en samenleving niet langer werkzaam zijn, als ze dat al ooit waren.

Nieuw gebruik van drones

Er zijn nog tal van andere sociologische kwesties die het coronavirus oproept, van de digitale transformatie van het productieve weefsel tot het racisme dat door mensen van Chinese afkomst wordt ervaren, van de sociologie van de technologie (met een nieuw gebruik van drones en nieuwe diagnostische technieken zoals die voor lichaamstemperatuurmeting, maar ook nieuwe vormen van controle en bewaking) tot de rol van culturele verbeelding (hoe kunnen we voorkomen dat we vijftien jaar lang een lawine aan films over epidemieën en zombies over ons heen krijgen?).

Het coronavirus blijkt ook een “totaal sociaal feit” te zijn, een concept dat bedacht is door de Franse socioloog en antropoloog Marcel Mauss voor fenomenen die alle sociale dimensies in zich verenigen.

Hoe samen overleven

Tot slot nog een burgerlijk – politiek, zo men wil – aspect van het sociologische perspectief. Als de sociale geschiedenis van epidemieën, en ook alle culturele studies over epidemiologie, immunologie en infectieziekten ons iets leren, dan is het dat hier een fundamentele kwestie in de sociologie op het spel staat: hoe (over)leven we samen? Wat verenigt ons en wat scheidt ons?

Een van de meest directe gevolgen bij elke uitbraak is de verscherping, zowel materieel als symbolisch, van de sociale verschillen, de vermenigvuldiging van de scheidslijnen tussen “ons” en “de anderen” (tussen gezond en ziek, tussen wie gezond is en wie “eerdere ziekten” had of tot “risicogroepen” behoort, tussen wie middelen en steun heeft en wie die niet heeft, tussen “wie van hier is” en “wie van buiten komt”, enzovoort). Deze verschillen schuiven in het sociale discours heel gemakkelijk op naar een onderscheid tussen “onschuldig” en “schuldig”, zoals alle historische voorbeelden aantonen, van de builenpest tot HIV/aids.

Sociale afstand

Ik begrijp de oproepen tot individuele verantwoordelijkheid en het belang van “sociale afstand” als een manier om de verspreiding van het virus te bestrijden. Maar ik maak me ook grote zorgen over hun potentieel om de banden die ons verenigen in vraag te stellen.

Misschien moeten tijdelijk nieuwe grenzen worden getrokken, nieuwe afstanden worden gecreëerd, als medische experts dat aanbevelen. Maar de belangrijkste les die we volgens mij uit een sociologie van het coronavirus kunnen trekken, is dat we ons ook zeer bewust moeten zijn van de enorme gevaren die daarachter schuilgaan.

 

Bron: The Conversation 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!