Climate Strike in Brussel op 6 maart met Greta Thunberg.
Foto: Karina Brys
Opinie - Jo Deferme

Klimaatspijbelaars en gele hesjes op straat: Essay over ecologische politiek en sociale rechtvaardigheid

Al een jaar berichten onze media over spijbelende 'klimaatjongeren'. De jeugd trekt opnieuw de straat op. Jongeren beseffen dat zij de klimaatcrisis gaan voelen. Ze begrijpen niet dat volwassenen geen daadkrachtige aanpak vinden. "How dare you", fulmineerde het fenomeen Greta Thunberg voor de VN.

woensdag 11 maart 2020 10:17
Spread the love

Bij de verkiezingen scoorde de groene partij minder goed dan verwacht. Ondanks de ecologische urgentie, lijken velen te denken dat ze andere katjes te geselen hebben. Zal ik een job vinden die mijn rekeningen betaalt? Wat met mijn pensioen? Zal ik mijn kinderen kunnen laten studeren?

De ‘gele hesjes’ protesteren verontwaardigd. Nadat een neoliberaal geïnspireerde politiek de kleine man al bovenmatig in de buidel zou hebben getast, vrezen zij van het klimaatbeleid nog meer facturen. In dit essay wil ik het verband tussen milieupolitiek en sociaal beleid bekijken.

Eerst bespreek ik het pleidooi van economieprofessor Kate Raworth, voor een economie die minder eigengereid is. En sterker maatschappelijk ingebed. Begrensd door een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens. Verder zullen we zien hoe de sociale en ecologische problematieken op elkaar inspelen.

Ik beperk me tot onze westerse maatschappijen … al zijn de risico’s elders wellicht veel groter. Kan de klimaatcrisis sociale problemen verergeren? Of kunnen we die ecologische uitdagingen zo onder handen nemen dat ook sociale issues worden aangepakt? Daarover komen onze Belgische Denktank Minerva en de Canadese journaliste Naomi Klein aan het woord.

Daar hebben we TINA weer … diva op retour?

In de vorige Vlaamse regering wilde minister Homans afgerekend worden op het halveren van de kinderarmoede. In werkelijkheid blijkt die armoede in het voorbije decennium fors gestegen, volgens Decenniumdoelen zowat verdubbeld. De huidige Vlaamse regering besliste dan maar geen expliciete doelstellingen meer op te nemen.

Neoliberaal geïnspireerde denkbeelden beïnvloeden sinds de jaren 1980 onze economie en samenleving. De Franse socioloog Pierre Bourdieu noemde dat gedachtegoed een “programma voor de vernietiging van collectieve structuren die de pure marktlogica kunnen tegenwerken”. Deze politiek waardeert vooral het bedrijfsleven. Niet-winstgerichte activiteiten worden stiefmoederlijk behandeld. Verregaande individualisering is troef. Armoede wordt je eigen schuld.

Een beroepsgroep zoals welzijnswerkers wordt dan weggezet als ‘subsidieslurpers’. Vooral wat geldgewin oplevert, wordt maatschappelijk gewaardeerd. Maar is de bijdrage aan de samenleving van een profvoetballer echt groter, veelvouden groter, dan die van een verpleegkundige, leerkracht of maatschappelijk werker?

Sociaal beleid wordt afgebouwd, wegens te duur. Vaak staat zo’n politiek op gespannen voet met de sociale werkelijkheid. Enige fiscale rechtvaardigheid van vermogenden of multinationals verwachten, wordt als ‘weinig realistisch’ weggewuifd. Blijven besparen op de laagste, al ontoereikende inkomens heet wel realistisch. De filosoof Jürgen Habermas beschreef hoe onze sociale leefwerelden door het vrijemarktdenken ‘gekoloniseerd’ worden.

Sociale welvaart moet er komen via ‘trickle down economics’. Leg bedrijven in de watten. Zij maken dan meer winst, en creëren zo extra banen en welvaart. Politici dwepen met slogans als ‘jobs jobs jobs’. Joseph Stiglitz, ‘Nobelprijswinnaar economie’, verwerpt dat veronderstelde ‘doordruppelen van welvaart’ als ‘absolutely wrong’. Wat hier bijvoorbeeld meespeelt, is de tendens dat bedrijven hun winst gaandeweg minder in nieuwe arbeidsplaatsen hebben geïnvesteerd, dan aan hun aandeelhouders uitgekeerd.

Het overheidsbeleid helpt niet altijd. Door een ‘ongedekte’ lastenverlaging voor bedrijven heeft onze vorige regering diepe putten in de staatskas geslagen. Op de arbeidsmarkt stimuleert men tijdelijke en deeltijdse contracten. Enkele jaren geleden bleek dat van alle nieuwe banen in ons land, zowat twee derde naar ‘sukkelstatuten’ neigde. De Britse economieprofessor Guy Standing ziet een ‘precariaat’ groeien. Hoewel werkend in ‘jobs jobs jobs’, toch worstelen deze ‘precariërs’ met hun rekeningen. Bovendien blijkt jobonzekerheid met meer gezondheidsklachten samen te hangen. In vele westerse landen krimpt de middenklasse. Dat beschrijft onder meer econoom Branko Milanovic.

De ‘grote regressie’: stijgende armoede als schuld van de vluchtelingen?

Vervolgens proberen populisten simpele zielen wijs te maken dat sociale problemen de schuld zijn van groepen die het nog moeilijker hebben. U kent ze wel, die migranten, onze jobs afpakken, en tegelijk te lui om te werken? In de voorbije jaren werden vooral de vluchtelingen kop van jut. In werkelijkheid kost de opvang van die mensen ons land 0,9% van de sociale zekerheid. In de kinderbijslag, waarover onlangs zoveel te doen was, zou dat 0,1% zijn.

‘Victim blaming’, een cynische en oneerlijke houding. Denk ook aan de frustraties van de Belgische vrachtwagenchauffeur over oneerlijke concurrentie. Maar als schuldige wordt dan vaak de individuele Oost-Europese trucker aangewezen. Terwijl die ook maar probeert, in nog moeilijker omstandigheden, zijn brood te verdienen. Dat er een structureel economisch model aan de basis van zulke misbruiken ligt, willen sommigen niet geweten hebben. Individuen elkaar laten beschuldigen, is immers zoveel makkelijker dan structurele uitbuiting aanpakken.

Neoliberaal beleid duwt mensen aan de onderkant van de samenleving nog verder de dieperik in. Vervolgens onttrekt het rechts populisme die werkelijkheid aan de aandacht, door de slachtoffers van zo’n beleid elkaar te doen beschuldigen. Die giftige combinatie van ‘marktisme’ en rechts populisme is wel benoemd als de ‘grote regressie’.

Neoliberale maatregelen worden niet enkel bepleit, maar als de enige mogelijke weg voorgesteld. “There is no alternative”, oftewel TINA. Dat verhaal is grotendeels ‘hegemonisch’ geworden. Maar klopt het wel dat alle maatschappelijke domeinen als een markt georganiseerd kunnen worden?

TINA is a bitch. Gelukkig dook onlangs haar vermiste zus op, de sexy TIARA: “There is a real alternative” …

Kapitalisme in een donut?

In haar boek De donuteconomie presenteert de Engelse econome Kate Raworth een ander model. Het charmante van haar benadering ligt in de eenvoud ervan. Hier geen grote revoluties. Zij lijkt te stellen ‘stop met de neoliberale eenzijdigheid, en je komt al een eind’. Daartoe gebruikt zij het beeld van de economie binnen de donut. Volgens Raworth kent de donut allereerst een binnencirkel, of sociale ondergrens. Zij ziet het als de taak van de economie om burgers een zekere mate van welzijn en bestaanszekerheid te bieden.

De buitenste cirkel van de donut staat voor de ecologische bovengrens. De draagkracht van onze aarde moet gerespecteerd worden. Momenteel worden beide zijden van de donut gebruuskeerd. Een focus op de belangen van een kleine elite herinnert meer aan plutocratie dan democratie. Wanneer bovendien de planeet overbelast wordt, noemde de Britse schrijver George Monbiot dat een ‘pollutocratie’.

Onlangs bleek dat van de Vlaamse regeringsleden, de meeste kilometers worden gereden door minister van Milieu Zuhal Demir … die overigens bij haar aanstelling laconiek had aangekondigd dat Vlaanderen de klimaatdoelen ‘wellicht niet zou halen’.

Sociale en ecologische lessen uit de donuteconomie

Wat kunnen we uit het boek van Kate Raworth onthouden? Allereerst vindt zij het mensbeeld van de homo economicus een verkeerd vertrekpunt. Dat gedachtegoed ziet elke burger als sterk individu dat rationeel denkend zijn eigenbelang nastreeft. Klopt het dat mensen in hun eigen bubbel leven? Omstandigheden en medemensen kunnen op een leven inspelen. Raworth pleit voor een veelzijdiger mensbeeld, dat ze kleurrijk beschrijft als de homo socialis, altruisticus, reciprocans, ….

De Canadese journaliste Naomi Klein waarschuwt haar lezers voor de ideologische stelling dat, ietwat lapidair gezegd, ‘ieder individu de klimaatcrisis op zijn eentje moet oplossen’. Terwijl deze uitdaging een structurele, maatschappij-brede aanpak zou vragen.

In een globaliserende wereld neemt de interdependentie of onderlinge afhankelijkheid toe. Zo beïnvloedt de gezondheid van onze planeet het welzijn van burgers. Raworth vindt dat we de samenleving beter als een ‘systeem’ zien. Maatschappelijke activiteiten zijn onderling verweven.

Ecologisch gezien, kan een systeembenadering leren hoe duurzame consumptie van een voldoende inkomen afhangt. En dus van stabiele jobs.

Interessant is Raworths bespreking van de fameuze ‘tragiek van de meent’. Dat idee komt van bioloog Garrett Hardin. Economisch ondernemen via gemeenschapsbezit zou tot falen gedoemd zijn. Als je een weide collectief aan een groep veehouders ter beschikking stelt, zal elke boer zelf zoveel mogelijk koeien willen. Met overbegrazing als gevolg.

Allicht bevat ‘the tragedy of the commons’ een kern van waarheid. Toch heeft het marktdenken er een karikatuur van gemaakt. Vóór het moderne kapitalisme waren de ‘gemene gronden’ een normale en gangbare praktijk. Ook recent blijkt vaak hoe een aanpak van ‘commons’ wel kan werken. Bijvoorbeeld in de ICT. In de deeleconomie en de oplevende coöperaties. In de ecologische sfeer bloeien vele coöperatieve ondernemingen, die streven naar lokale productie en tewerkstelling.

Het neoliberaal geïnspireerde beleid heeft op vele manieren de ongelijkheid versterkt, zeker in westerse maatschappijen. Maatschappelijke ongelijkheid zou tot menselijke daadkracht leiden. Dat idee is al zo dikwijls aangevochten. Recent verschenen er interessante studies over stijgende ongelijkheid, van ronkende namen als Thomas Piketty, Anthony Atkinson en Branko Milanovic.

Raworth vermeldt het boek The Spirit Level. Daarin zeggen Wilkinson en Pickett dat sociale ongelijkheid samenhangt met vele sociale problemen, zoals maatschappelijk vertrouwen, tienerzwangerschappen, gezondheidskwesties, criminaliteit en geweld.

Bovendien zien de auteurs een impact van ongelijkheid op ecologisch vlak. In meer gelijke maatschappijen zouden burgers minder egoïstisch denken en bestaat er meer ‘publieke ethiek’ of burgerzin. Wat dan weer bevorderlijk voor een effectief klimaatbeleid kan zijn?

Mythes van marktisme?

Het lijkt een mythe dat enkel de markt tot efficiëntie en innovatie leidt … en overheidsbeleid tot starheid en stagnatie. Raworth vermeldt onderzoek van economieprofessor Mariana Mazzucato. Zij beschrijft hoe belangrijke economische innovaties niet door de privé-, maar door de publieke sector zijn gelanceerd. Denk bijvoorbeeld aan het internet. En het waren overheidsbeslissingen die investeringen in hernieuwbare energie hebben gestimuleerd.

Op ecologisch vlak mag ondertussen gebleken zijn dat de bedrijfswereld met haar winstlogica alléén het probleem niet zal oplossen. Autofabrikanten wisten al langer hoe ze hun dieselwagens minder vervuilend konden maken, maar sjoemelden liever met tests. Pas na een dieselgate en veel politieke druk pasten ze zich aan.

‘Planned obsolescence’ heet de lichtelijk perverse gewoonte om bijvoorbeeld huishoudtoestellen doelbewust zo te ontwerpen dat ze gepland stuk gaan. Met hogere kosten en meer afval als gevolg.

Verder kan je je vragen stellen bij de moraal, en soms de effectiviteit, van maatregelen zoals de fameuze emissiehandel. Conclusie: we zijn een politieke cultuur beïnvloed door ‘marktisme’ zo gewend geraakt, dat velen die niet meer als een eigengereide ideologie herkennen. Nochtans heeft dat beleid vele sociale en ecologische problemen gecreëerd of verergerd.

Klimaatbeleid uit een liberale mentaliteit tillen?

De ecologische en sociale kwesties bepalen de twee zijden van de donut, maar ze werken ook op elkaar in … De vraag is hoe precies, en of we dat beleidsmatig kunnen bijsturen. Vaak denkt het klimaatbeleid in de richting van ‘financiële prikkels’. Raak de burgers in hun portemonnee en ze gaan hun gedrag veranderen. Zo’n aanpak kan op zijn minst herinneren aan een (neo)liberale inspiratie … 

Een voorbeeld. Je hoort dat het aantal vliegreizen beperkt moet worden. Laat ons aannemen dat dat klopt. Dan rijst de vraag hoe je die last kan verdelen. Stel dat je gewoon alle vliegreizen duurder zou maken. Of zo’n beleid ecologisch zou werken, is maar de vraag. En wat met de sociale gevolgen?

Sommigen van ons vliegen talloze keren per jaar. Vaak naar korte vergaderingen, die misschien via videoconferencing kunnen gebeuren? Rijkere burgers en bedrijven zouden een extra financiële last allicht makkelijk aankunnen. Ziet u ze even mopperen, de schouders ophalen, de  factuur betalen en vervolgens hun gedrag naar eigen goeddunken voortzetten? Maar wat is dan het ecologisch effect?

De middenklasse kan dat doorgaans bolwerken, maar gaat het wel voelen in de portemonnee en mogelijk morren: ‘Het Zijn weeral dezelfden die mogen afdokken’. Zal de ‘gewone werkmens’ de tol betalen. Hoort u de poetsvrouw of de vuilnisman al foeteren ‘dat de dikke nekken om de andere week naar koffiekletskes blijven vliegen … maar onze éne reis per jaar wordt afgepakt’? Eerlijk, wie kan ze ongelijk geven? En dit gaat niet eens over een basisbehoefte.

Bovenstaand verhaal herinnert aan een neoliberale aanpak. Pamper vermogenden en grote bedrijven, en laat de kleine man overdreven de kosten dragen. Zou dat ons sociaal en ecologisch vooruithelpen?

Onderzoekers van de Minerva denktank beschrijven in de studie Klimaat en sociale rechtvaardigheid een soortgelijk mechanisme, in onze elektriciteitsfactuur. Eén op vijf Belgen worstelt met zijn energierekening. Vele kosten van het Vlaamse energie(armoede)beleid worden niet betaald uit de begroting. Wel via de distributienetbeheerders en de elektriciteitsfactuur, van vooral laagspanningsklanten, lees u en ik, en de kmo’s. Zowel ecologisch als sociaal gezien, lijkt het goed om onze economie en ons klimaatbeleid uit een neoliberaal geïnspireerde mentaliteit te tillen.

Ecologisch beleid als springplank naar een andere economie?

Deze kwestie fascineert ook de auteurs van het boek Klimaat en sociale rechtvaardigheid. De zojuist beschreven fiscale en prijsgerichte aanpak van het klimaatbeleid zou te sterk voortbouwen op een politieke cultuur van individualisme en marktdenken. Hogere prijzen kunnen door velen niet betaald worden. Zij gaan dat beleid als ‘duurzaamheidsluxe’ aanvoelen?

Volgens een studie van de KU Leuven speelde in het Vlaamse zonnepanelenbeleid het fameuze Mattheüseffect. De middenklasse wordt sterker bevoordeeld dan sociaal kwetsbaren. Omdat die laatsten zo’n investering zelfs met enige steun niet kunnen bekostigen. Gefortuneerden kunnen misschien zelf wat meer betalen. Pas als je met zulke maatregelen ook lagere inkomensgroepen meekrijgt, boek je brede ecologische en sociale vooruitgang.

Er bestaan al mooie initiatieven die onze voedselvoorziening meer lokaal aanpakken. Zo creëer je plaatselijke jobs en belast je het milieu minder. Een openbaar vervoer dat uitgebreid in plaats van afgebouwd wordt, gunt minder kapitaalkrachtigen hun mobiliteit en is beter voor de planeet.

Of denk aan ons huisvestingsbeleid. De traditionele focus op individuele eigendom heeft zijn sociale beloftes maar deels ingelost. Versnipperde en lintbebouwing zorgt voor meer asfalt en verkeer, en bemoeilijkt de isolatie. Een meer collectieve of ‘verdichte’ benadering, zoals sociale woningbouw of cohousing, kan misschien helpen om wonen en isolatie betaalbaar te maken.

Het (internationale) middenveld mag best wat sterker. Zowel het Internationaal als het Europees Vakverbond willen een rol op klimaatvlak spelen.

Groene New Deal

Geïnspireerd door sociale bewegingen en politici bepleit de Canadese journaliste Naomi Klein een Green New Deal. Verwijzend naar de New Deal van de jaren 1930. Ook toen werd, kort samengevat, een liberaal beleid vervangen door een politiek die meer aandacht schonk aan sociale rechtvaardigheid, een grotere rol voor de overheid … Hoewel die aanpak evenmin zonder problemen bleek, heeft hij toch veel ten goede veranderd.

Klein ziet een cultureel-historisch verband tussen neoliberalisme en klimaatcrisis. Die laatste kregen we op ons bord vanaf de jaren 1970-1980. Toen ook het marktisme invloedrijker werd. De schrijfster ervaart de ecologische crisis als een collectief probleem, dat gezamenlijke actie en politieke regulering vraagt. Maar die benadering ging men destijds juist de rug toekeren.

Daarom moeten we volgens Klein economische, sociale en ecologische inzichten verzoenen tot een gemeenschappelijk verhaal over onze samenleving. Zo kan het klimaatbeleid uit de neoliberale mentaliteit gelicht worden. Meer nog, dan kan de huidige ecologische crisis een hefboom vormen om het eenzijdige marktdenken achter ons te laten.

Klein ziet een ‘beweging voor klimaatrechtvaardigheid’ groeien. “Een kans om in één klap meerdere in elkaar grijpende crisissen op te lossen”. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om nieuwe banen te scheppen, duurzame en stabiele jobs.

Een date met TIARA?

Ook het boek Klimaat en sociale rechtvaardigheid omschrijft een Groene New Deal voor sociale rechtvaardigheid als het ‘ontbrekend verhaal’ van de klimaattransitie. In 1944-’45 kregen we via het Sociaal Pact onze sociale zekerheid. Daarop voortbouwend, bepleiten deze onderzoekers een Sociaal-Ecologisch Pact en een ‘ecologische welvaartsstaat’.

Socioloog Ulrich Beck hoopte dat de urgentie van de klimaatcrisis ons een ‘dwingend collectief of kosmopolitisch geweten’ zou schoppen. Met andere woorden, om deze uitdagingen de baas te kunnen, zullen we wel moeten samenwerken? TINA loopt de laatste tijd behoorlijk wat blauwtjes … Wordt TIARA onze nieuwe diva?

Misschien kunnen we komen tot een economie die onze aarde minder uitput? Tot een beleid dat ons allen, naar vermogen, ecologische en sociale problemen laat aanpakken? Zou het niet goed zijn om iets te doen aan de verzuchtingen van zowel de gele hesjes als de klimaatjongeren?

 

Literatuur

Anthony B. Atkinson, Ongelijkheid. Wat kunnen we eraan doen?, Kalmthout, Pelckmans Polis, 2015

Ulrich Beck, De metamorfose van de wereld, Utrecht, Klement, 2018 (2016)

Sacha Dierckx (red.), Klimaat en sociale rechtvaardigheid, Gompel Svacina, 2019

Heinrich Geiselberger (red.), De grote regressie. Vijftien grote denkers over de geest van de tijd, Amsterdam / Antwerpen, Atlas Contact, 2017

Naomi Klein, No time. Verander nu voor het klimaat alles verandert, Breda, De Geus, 2014

Naomi Klein, Brand! Een vurig pleidooi voor een nieuwe groene politiek, Amsterdam, De Geus, 2019

Mariana Mazzucato, De ondernemende staat. Waarom de markt niet zonder overheid kan, Nieuw Amsterdam, 2015

Branko Milanovic, Wereldwijde ongelijkheid. Welvaart in de 21ste eeuw, Houten, Spectrum, 2017

Thomas Piketty, Kapitaal in de 21ste eeuw, Amsterdam, De Bezige Bij, 2014

Kate Raworth, Donuteconomie. In zeven stappen naar een economie voor de 21ste eeuw, Nieuw Amsterdam, 2017

Guy Standing, The precariat. The new dangerous class, London, Bloomsbury, 2011

Richard Wilkinson, Kate Pickett, The spirit level. Why equality is better for everyone, London, Penguin, 2010

 

Over de auteur

Jo Deferme is doctor in de geschiedenis en licentiaat Germaanse. Zijn specialisatie betreft de geschiedenis en actualiteit van ons sociaal beleid. Hij gaf les en deed onderzoek aan o.a. de KU Leuven, HUB, Erasmushogeschool en Drew University.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!