Opinie -

Saudi-Arabië gebruikt Speciaal Strafhof om kritische stemmen mond te snoeren

De autoriteiten in Saudi-Arabië gebruiken het Speciale Strafhof als een instrument om elke vorm van kritiek systematisch te onderdrukken, ondanks al hun mooie woorden over hervormingen. Dit brengt Amnesty International aan het licht in een nieuw rapport.

donderdag 6 februari 2020 16:15
Spread the love

In het rapport “Muzzling critical voices: Politicized trials before Saudi Arabia’s Specialized Criminal Courtbeschrijft Amnesty International de huiveringwekkende impact van de vervolgingen die het Speciale Strafhof (SCC – Specialized Criminal Court) heeft ingesteld tegen mensenrechtenverdedigers, schrijvers, economen, journalisten, geestelijken, hervormingsgezinden en politieke activisten, waaronder leden van de sjiitische moslimminderheid in Saudi-Arabië. Deze mensen hebben flagrant oneerlijke processen ondergaan en zware straffen gekregen, waaronder de doodstraf, op basis van vage wetten tegen terreur en cybermisdaden.

Het rapport is de neerslag van uitgebreid onderzoek van rechtbankdocumenten, officiële verklaringen en nationale wetgeving, naast interviews met activisten, advocaten en personen die nauw betrokken waren bij de zaken die in het rapport aan bod komen. Amnesty International schreef de Saudische autoriteiten aan op 12 december 2019 en kreeg een antwoord van de officiële Mensenrechtencommissie. Daarin vat de Mensenrechtencommissie de relevante wetten en procedures samen, maar gaat ze niet rechtstreeks in op de gevallen die in het rapport aan bod komen.

‘Speciale Strafhof’

“De regering van Saudi-Arabië gebruikt het Speciale Strafhof om een vals aura van rechtsgeldigheid te creëren rond het misbruik van antiterreurwetgeving om critici het zwijgen op te leggen. Bij elke stap in de procesgang voor het SCC worden mensenrechten geschonden: van het ontzeggen van een advocaat, tot geïsoleerde opsluiting en veroordelingen die uitsluitend gebaseerd zijn op ‘bekentenissen’ verkregen door foltering”, zegt Heba Morayef, regionaal directeur Midden-Oosten en Noord-Afrika van Amnesty International.

“Onze research ontkracht het nieuwe, glanzende, hervormingsgezinde imago dat Saudi-Arabië probeert te cultiveren en brengt aan het licht dat de regering een rechtbank als het SCC gebruikt voor de meedogenloze onderdrukking van al wie moedig genoeg is om kritiek te uiten, mensenrechten te verdedigen of op te roepen tot echte hervormingen.”

De regeringsretoriek over hervormingen, die aan kracht won na de benoeming van kroonprins Mohammed bin Salman, staat in schril contrast met de werkelijke toestand van de mensenrechten in het land. Tegelijk met het invoeren van een aantal positieve hervormingen op het vlak van vrouwenrechten, ontketenden de autoriteiten een intensieve jacht op een aantal vrouwen die jarenlang hebben gevochten voor deze hervormingen. Ook andere burgers die verandering voorstonden, werden vervolgd.

Vage aanklachten

Het Speciale Strafhof werd in oktober 2008 opgericht om personen te berechten die verdacht werden van met terrorisme gerelateerde misdrijven. Sinds 2011 wordt het hof systematisch gebruikt om personen te vervolgen op grond van vage aanklachten, waarbij vaak vreedzame politieke activiteiten gelijkgeschakeld worden met terreurmisdrijven. In de antiterreurwet, die heel brede en vage definities bevat van “terrorisme” en “terroristische misdaad”, staan bepalingen die vreedzame uitingen van opinies strafbaar stellen.

Het rapport van Amnesty International documenteert de gevallen van 95 personen, de meesten mannen, die tussen 2011 en 2019 voor het SCC werden gebracht, daar werden veroordeeld of van wie het proces nog bezig is. Vandaag lopen nog altijd processen tegen minstens elf personen die vastzitten omdat ze op een vreedzame manier hun mening uitten. 52 mensen zitten lange gevangenisstraffen uit van vijf tot dertig jaar.

Een aantal Saudische sjiieten, onder wie jonge mannen die terechtstonden voor “misdaden” die ze zouden hebben begaan toen ze nog geen 18 jaar oud waren, hangt een executie boven het hoofd na een oneerlijk proces voor het SCC. Minstens 28 Saudi’s uit de sjiitische minderheid zijn sinds 2016 geëxecuteerd. Velen van hen werden door het SCC ter dood veroordeeld, alleen op basis van ‘bekentenissen’ verkregen door foltering.

Vervolging deelname anti-regeringsprotesten

Amnesty International onderzocht grondig acht processen voor het SCC tegen 68 sjiitische beklaagden, van wie de meesten vervolgd werden wegens hun deelname aan anti-regeringsprotesten, en tegen 27 personen die vervolgd werden vanwege hun vreedzame meningsuiting en mensenrechtenactivisme. In elk van deze 95 gevallen kwam Amnesty tot de conclusie dat het proces oneerlijk was verlopen. Beklaagden werden veroordeeld, en in veel gevallen ter dood veroordeeld, op basis van vage aanklachten die vreedzame oppositie strafbaar stellen of met betrekking tot aanklachten van geweld.

De meest voorkomende aanklachten in de rechtszaken die Amnesty International analyseerde, zijn onder meer “ongehoorzaamheid aan de heerser”; “het in vraag stellen van de integriteit van functionarissen en het gerechtelijke systeem”; “het aanzetten tot wanorde door op te roepen tot demonstraties” en “het vormen van een niet toegelaten organisatie” – allemaal beschrijvingen van acties die vallen onder het recht op vrijheid van expressie, vergadering en vereniging.

Elke beklaagde in de SCC-processen die werden onderzocht door Amnesty International werd de toegang tot een advocaat ontzegd, vanaf de arrestatie en gedurende het hele verhoor. Beroep tegen SCC-vonnissen wordt behandeld achter gesloten deuren, zonder de aanwezigheid of deelname van beklaagden of hun advocaten.

Een van de meest opvallende tekortkomingen van het SCC in de processen die werden onderzocht door Amnesty International is het onvoorwaardelijke vertrouwen van de rechtbank in “bekentenissen” verkregen met behulp van foltering. Minstens twintig sjiitische mannen die terechtstonden voor het SCC kregen de doodstraf op basis van dergelijke “bekentenissen”. Van hen zijn er al 17 geëxecuteerd.

Vreedzame stemmen gemuilkorfd

Nagenoeg alle onafhankelijke stemmen in Saudi-Arabië, met inbegrip van de mensenrechtenverdedigers, schrijvers en religieuze leiders, zitten achter de tralies. Ze zijn veroordeeld tot lange celstraffen, uitgesproken door het SCC en andere rechtbanken sinds 2011, of staan momenteel terecht op beschuldiging van misdrijven in verband met hun vreedzame meningsuiting of activisme.

Onder degenen die vervolgd of veroordeeld zijn door het SCC zijn de stichtende leden van onafhankelijke mensenrechtenorganisaties die de autoriteiten in 2013 opdoekten.
Alle elf de stichtende leden van de ACPRA (Saudi Civil and Political Rights Association) bijvoorbeeld zijn de laatste jaren berecht en veroordeeld voor hun mensenrechtenwerk. Onder de andere veroordeelden zijn mensenrechtenverdedigers als Mohammad al-Otaibi, een stichtend lid van de Unie voor de Mensenrechten, die veroordeeld werd tot 14 jaar gevangenisstraf. De beschuldigingen tegen hem hielden verband met zijn inspanningen om een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie op te richten. Tegen hem worden momenteel nieuwe beschuldigingen geuit vanwege contacten met internationale organisaties en zijn poging om politiek asiel te vragen.

Anderen tegen wie het proces voor het SCC nog loopt, zijn onder meer Salman al-Awda, een hervormingsgezinde geestelijke, die in september 2017 gearresteerd werd. Hij riskeert de doodstraf, omdat hij op een vreedzame manier zijn recht op vrije meningsuiting en vereniging heeft uitgeoefend.

Amnesty International heeft de processen en veroordelingen van 27 dergelijke personen door het SCC gedocumenteerd. De mensenrechtenorganisatie beschouwt  22 van de 27 die nog onwettig opgesloten zitten als gewetensgevangenen en roept op tot hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating.

Repressie in Oostelijke Provincie

Sinds 2011 zijn meer dan honderd Saudische sjiitische moslims voor het SCC gebracht omdat ze vreedzame kritiek uitten op de regering in toespraken of op sociale media en deelnamen aan anti-regeringsprotesten. Ze stonden terecht op vage en diverse beschuldigingen, gaande van de organisatie van of steun aan protesten, tot vermeende betrokkenheid bij gewelddadige aanvallen en spionage voor Iran.

Op 2 januari 2016 deelden de autoriteiten mee dat Nimr al-Nimr, een sjiitische geestelijke die bekend stond om zijn kritische houding tegenover de regering,  geëxecuteerd was. De mededeling lokte nieuwe protesten uit in de Oostelijke Provincie. In juli 2017 werd Youssuf al-Muhsikhass, samen met drie andere sjiitische mannen, geëxecuteerd. Het doodvonnis tegen hem was uitgesproken na een oneerlijk proces. In april 2019 volgde nog de massa-executie van 37 mannen, de meesten sjiieten.

Het SCC heeft ook een aantal jonge mannen ter dood veroordeeld en terechtgesteld voor misdaden die ze pleegden toen ze jonger dan 18 waren, na “bekentenissen” die waren verkregen door foltering en dwang. Drie jongeren – Ali al-Nimr (17), Abdullah al-Zaher (16) en Dawood al-Marhoon (17) – werden afzonderlijk gearresteerd in 2012, wegens hun deelname aan anti-regeringsprotesten. Ze werden door het SCC na flagrant oneerlijke processen ter dood veroordeeld en riskeren geëxecuteerd te worden.

Dringend hervormingen nodig

Amnesty International roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle gewetensgevangenen en tot een fundamentele hervorming van het Speciale Strafhof, om te verzekeren dat dit hof eerlijke processen kan voeren en dat het beklaagden kan behoeden voor arbitraire detentie, foltering en andere mishandelingen. Er moeten ook onafhankelijke onderzoeken komen naar de aantijgingen van foltering en andere mishandelingen in gevangenschap. En alle slachtoffers van foltering en andere mensenrechtenschendingen door staatsfunctionarissen of zij die in hun naam optreden, moeten een volledige herstelvergoeding en compensatie krijgen.

“Indien het de koning en de kroonprins menens is met de hervormingen, moeten ze in een eerste stap onmiddellijk en onvoorwaardelijk alle gewetensgevangenen vrijlaten, garanderen dat hun veroordelingen en vonnissen worden vernietigd, en een officieel moratorium afkondigen op alle executies, met het oog op de afschaffing van de doodstraf”, zegt Heba Morayef.

In maart en september 2019 nam de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties een nooit eerder geziene, gezamenlijke verklaring over Saudi-Arabië aan. Daarin stonden een aantal ijkpunten vermeld voor dringende hervormingen op het vlak van de mensenrechten, maar aan geen enkele van die normen is voldaan. De leden van de Mensenrechtenraad moeten nu verzekeren dat er degelijke controle kan uitgeoefend worden door het opzetten van een mechanisme om de mensenrechtensituatie in Saudi-Arabië te monitoren en rapporteren.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!