Bron: Pixabay
Opinie -

Het hoofddoekenverbod en de juridische strijd: contra discriminatie, pro zelfbeschikkingsrecht van vrouwen

maandag 23 december 2019 13:04

In 2009 besluit BOEH!, na rijp beraad over de pro’s en contra’s, het hoofddoekverbod voor leerlingen in het Gemeenschapsonderwijs aan te vechten via gerechtelijke procedures. De argumenten pro zijn talrijk namelijk het ondraaglijke onrecht dat meisjes quasi van de ene dag op de andere wordt aangedaan op de weinige scholen die hen nog aanvaarden met hoofddoek. Ten tweede, de weigering van de directies tot elke ernstige dialoog met de leerlingen in kwestie en de grofheid van hun argumenten voor een verbod. Het hoofddoekenverbod werd geïmplementeerd om de leerlingen te ‘bevrijden’, meer nog om de diversiteit te verzekeren door deze weg te vagen.

Het heftige maatschappelijk debat, dat onder het mom van neutraliteit in feite racisme en islamofobie structureel verankert in het openbaar onderwijs, maakte juridische acties broodnodig. De maatschappelijke overtuiging dat men in naam van neutraliteit leerlingen, die gebruikers zijn van het onderwijs, niet mag verbieden hun religie en levensbeschouwing uit te oefenen is een mensenrecht waar niet aan getornd mag worden.Tenslotte loont het de moeite om deze gelegenheid aan te grijpen om een juridische strijd aan te binden voor én met een grote groep belanghebbenden binnen eenzelfde structuur, namelijk het gemeenschapsonderwijs.

Tegenargumenten zijn de onzekerheid van de uitkomst, de torenhoge kosten die zulke zaken met zich meebrengen en de enorme investering in een jarenlang engagement ten aanzien van die leerlingen en hun ouders die bereid zijn een uitputtende individuele strijd aan te gaan.

Sommigen verwijten ons dat we te veel vertrouwen hebben in het gerecht. In wezen is het voor BOEH! helemaal geen kwestie van (blind) vertrouwen in het gerecht. BOEH! wil vooral de strijd voeren op alle niveau’s en met alle middelen, ook gerechtelijke. We weten dat overwinningen in een rechtbank niet vanzelfsprekend zijn. Hoe sterk onze argumenten ook zijn, een brede stroming in de samenleving, tot op het niveau van regering, parlement en instanties zoals het GO! heeft diametraal tegenovergestelde argumenten, en macht.

Het draait allemaal rond enerzijds de principiële visie op wat neutraliteit van de overheid inhoudt en anderzijds de vraag welke concrete omstandigheden een hoofddoekverbod rechtvaardigen. Vooral in het publieke debat wordt er een zootje van gemaakt: racistische islamofobe vooroordelen die de hoofddoek gelijkstellen met fundamentalisme (en terrorisme) en vrouwenonderdrukking, rechtvaardigen zowel een herziening van het begrip neutraliteit (zoals oa het GO! stelt) als een de facto inperking van de mensenrechten voor een specifieke groep in de samenleving.

Ons doel achter gerechtelijke procedures is dubbel: enerzijds de directe belangenverdediging van het concrete individu dat onrecht wordt aangedaan, anderzijds de verdediging van de (universaliteit van) mensenrechten/vrouwenrechten. We willen aantonen dat een hoofddoekverbod diep ingrijpt in de rechten en vrijheden van meisjes: hun recht op godsdienstvrijheid, op vrije meningsuiting, op zelfbeschikking, op vrije schoolkeuze, op vrije studiekeuze, op vrije carrièrekeuze. Als we een gerechtelijke procedure winnen, trekken we daar ook de nodige maatschappelijke lessen uit. Structurele veranderingen zijn nodig opdat elkeen ten volle van haar rechten en vrijheden kan genieten, zonder verplicht te zijn telkens gerechtelijke stappen te ondernemen.

Tot nog toe hebben we een aantal moeizaam behaalde successen in Dendermonde op ons actief. We hebben de deur geopend voor leerlingen en hun ouders om het hoofddoekverbod juridisch aan te vechten, al blijft het telkens weer een uiterst moeizame en kostelijke onderneming. Het informeren van leerlingen en ouders over hun rechten en mogelijkheden om dit aan te kaarten is essentieel in een democratie. We hebben telkens het maatschappelijk debat kunnen aanzwengelen. We hebben de steun voor onze strijd kunnen verbreden.

Maar we staan tegenover een groeiende politieke en maatschappelijke weerstand van formaat. De raad van het GO! doet er alles aan om zo minimaal mogelijk gevolg te geven aan vonnissen. GO! interpreteert ze zo dat het algemeen verbod gehandhaafd blijft en gaat ertegen in beroep, gebruik makend van belastingsgelden. Tot nog toe hielden ministers zich op de vlakte en verschuilden ze zich achter de autonomie van het GO!. Vandaag wil de Vlaamse regering (N-VA, CD&V en Open Vld) een algemeen verbod van levensbeschouwelijke tekens in scholen invoeren.

De stemmen die opgaan voor een verbod zijn dus niet van de minste. Ze hebben een zware maatschappelijke impact. De gerechtelijke wereld staat daar niet los van. Rechters zijn ook maar mensen, met bepaalde overtuigingen, met blinde vlekken, met vooroordelen. Onvermijdelijk sijpelen die door in de rechtspraak zelf, hoe objectief en neutraal die ook verondersteld is te zijn. Zo waren bijvoorbeeld de rechters van Europees Hof ongeveer fiftyfifty verdeeld met betrekking tot een hoofddoekverbod op het werk.

De conclusie daaruit is uiteraard niet dat gerechtelijke stappen zinloos zijn. Integendeel. De uitspraken in de zaken die zijn aangespannen zijn baanbrekend, ondanks beperkingen die samenhangen met de rechtsgang in ons land. Zoals in het geval van de leerlinge in Leuven waar de rechter oordeelde dat een hoofddoekverbod ingaat tegen de godsdienstvrijheid en de vrije keuze. Prachtig. Maar de uitspraak geldt enkel en alleen voor de leerling die de zaak aanspande. Daar sta je dan in je eentje. Het verplicht ons als BOEH! bredere maatschappelijke acties te ondernemen voor structurele veranderingen.

In het bijzonder voor principes en waarden als mensenrechten en ethische kwesties, die toegepast moeten worden in concrete situaties en die sterk beïnvloed worden door morele en levensbeschouwelijke overtuigingen. De rechterlijke uitspraken waren tot op heden helend voor minderjarige meisjes wiens rechten ontnomen werden, het herstelde het vertrouwen in ons rechtssysteem en deels een samenleving waar islamofobie welig tiert. Maar we zijn ons eveneens bewust van de verrechtsing in onze samenleving en de onophoudelijke aanvallen ten aanzien van rechters die de verdediging van mensenrechten nauw opnemen.

We kunnen ons dus niet enkel en alleen verlaten op de uitspraken van rechters, die ook beïnvloed worden door het maatschappelijk debat, waarin bepaalde politici de uitdrukking “wereldvreemde rechters” niet schuwen als het over mensenrechten gaat. Welke visie op neutraliteit zal de ene of de andere rechter aanhangen bijvoorbeeld, wanneer in het maatschappelijk debat twee visies tegenover elkaar staan? En hoe “neutraal” is het oordeel van rechters wanneer ze uiteenlopende visies op neutraliteit hanteren? Bij diefstallen en moorden kunnen we ons nog een voorstelling maken van een neutraal oordeel. Alhoewel ook dat niet zo evident is: in zaken van verkrachting en femicide bijvoorbeeld stellen feministen vandaag pertinente vragen bij de “male bias” van rechters en dus bij de neutraliteit van hun uitspraken. Gerechtelijke uitspraken ten goede of ten kwade staan dus niet boven het maatschappelijk debat maar maken er deel van uit.

Bovendien is alleen het aanhoudend maatschappelijk debat, aangezwengeld door de gediscrimineerde groepen bij machte de onvermijdelijke scheeftrekkingen van een structureel seksistische en racistische samenleving aan te kaarten en verandering af te dwingen. Tegenwind van zij die de macht hebben, is altijd te verwachten. De confrontatie is ongelijk, de uitkomst is niet gegeven, de veroverde democratische rechten niet gegarandeerd.

Heel realistisch zien wij dan ook onder ogen dat de gerechtelijke successen die we tot nu boekten geen enkele garantie zijn voor de toekomst en dat er misschien een moment komt dat we een proces verliezen. Maar ook dat maakt deel uit van het maatschappelijk debat dat wij niet loslaten.

 

BOEH! Baas Over Eigen Hoofd!

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!