Fridays for Future op 29 november in Madrid. Foto: John Englart, Flickr / CC BY-SA 2.0 (More information about the rights of this work, see below article)
Vinnie De Craim

COP25 Madrid: Wat heeft het opgeleverd?

2019 was een ongezien warm jaar. Niet alleen op de barometer, maar ook op straat. 16 van de 17 warmste jaren, sinds het begin van de metingen in 1880, vonden plaats in de 21ste eeuw. Bosbranden, hittegolven en overstromingen braken alle records. In reactie op de politieke impasse mobiliseerden jongeren over de hele wereld zich in klimaatmarsen en klimaatstakingen. COP25, de klimaatconferentie van Madrid, is dan ook een symbolische top. Het waren de langste klimaatonderhandelingen ooit, maar wat heeft het opgeleverd?

maandag 16 december 2019 19:06

Laatste kans voor Parijs

De Belgische contributie aan de klimaattop werd reeds vroeg overschaduwd door een aantal onfortuinlijke evenementen. Tussen de vele ongenoegens over de besparingsplannen van de Vlaamse regering door, werd het klimaatplan van de bevoegde minister Zuhal Demir met hoongelach onthaald. Eerder kwam Demir in opspraak nadat ze aankondigde te ‘planepoolen’ naar Madrid. Een uitspraak die ons land, samen met de vroegere uitlatingen van Joke Schauvliege, het ‘fossiel van de dag’ opleverde. Deze prijs werd georganiseerd door een aantal ngo’s die elke dag de prijs uitreikten aan landen met een slecht klimaatbeleid. Ons land mocht daarmee op het podium staan met Slovenië en Australië.

Het klimaatplan, dat de vooropgestelde norm van 35% emissiereductie niet haalt, staat dan ook in schril contrast met de ambitieuze plannen van de Brusselse en Waalse regeringen, die een veel hogere emissieverlaging nastreven. Daarnaast zijn ook de 2,7 miljard euro belastingvoordeel aan bedrijven die werken met fossiele brandstoffen, en het afvoeren van de betonstop, doornen in het oog van een ambitieus klimaatbeleid.

Het volledige klimaatplan omvat 350 maatregelen, waaronder loftige zaken zoals gratis lenen voor renovaties van woningen. Toch zal de beperkte ambitie geld kosten. Vlaanderen, dat zich zo opwerpt als vervuiler, zal zich verplicht zien emissierechten te kopen. Dat datzelfde klimaatplan ook rekent op ‘technologische evoluties en innovaties om de komende tien jaar de kloof dicht te rijden’ toont zonder meer dat het hier niet om ambitieus maatwerk gaat. Jammer genoeg is Vlaanderen geen losstaande casus in dit verhaal.

Vrijdagavond, voor de start van de conferentie, arriveerde Greta Thurnberg om samen met een half miljoen mensen door de straten van Madrid te marcheren. “We achieved nothing”, chanteerden ze. De meeste landen kampen met een tekort aan ambitie, waardoor carbonneutraliteit een verre droom is. In 2019 zwakte de emissiegroei af, maar tegenover 2018 is er nog steeds een stijging van 0,6 percent. Dit terwijl het Akkoord van Parijs (afgesloten op de COP21) stelt dat de aarde niet met 2 graden mag opwarmen, en 1,5 graden als extra streefdoel aanhoudt.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zegt dat de globale uitstoot tegen 2030 gehalveerd moet worden om ook maar 1 kans op 2 te hebben om de temperatuurstijging onder de 1,5 graden te houden. Er is dus een zekere urgentie om het Akkoord van Parijs zo snel mogelijk in praktische wetten te vertalen. De vorige klimaatconferentie, COP24 in Katowice, slaagde er niet in een aantal hete hangijzers (waaronder het beruchte Artikel 6) onderhandeld te krijgen betreffende de financiering.

De olifant(en) in de kamer

Nog nooit was er zo’n grote kloof tussen de ambities van verschillende landen en de staat van de afgesloten akkoorden. Er werd geen consensus gevonden over artikel 6, dat handelt over een wereldwijde carbonmarkt. Enkel door controle te verwerven over de geldstroom van de economie kunnen er, binnen het bestaande systeem, stappen gezet worden naar neutraliteit van emissies. De ‘geen consensus zonder compromis’-mentaliteit zorgde er echter voor dat de diplomaten van verschillende landen elkaar voortdurend in de haren vlogen. Een kleine groep van landen, waaronder China, Saudi-Arabië, Australië en Brazilië, zette voortdurend de voet op de rem.

De carbonmarkt wil voorzien in een wereldwijde markt waar gehandeld kan worden in emissierechten. Door deze rechten aan te kopen, koop je ook het recht om uit te stoten. Grote vervuilers kunnen zo rechten afkopen van schonere landen, waardoor kleine vervuilers dit nieuw kapitaal kunnen inzetten in de strijd tegen klimaatverandering. Dat is de theorie. In de praktijk betreft de carbonmarkt eerder een zwak alternatief op een bredere koolstoftaks.

De zwakte van markten bevindt zich in hun complexiteit. China wenste bijvoorbeeld dat oude emissierechten, daterend van het Kyoto-protocol van 1997, nog steeds kunnen meetellen in het huidige systeem. Het oude Clean Development Mechanism (CDM) van het Kyoto-protocol wordt namelijk vervangen door het Sustainable Development Mechanism (SDM).

Omdat deze onderling radicaal verschillen in hun interpretatie van markten, is het moeilijk om continuïteit tussen beide systemen te verzekeren. Dat carbonmarkten de aandacht trekken is enigszins begrijpelijk: banken zien er een investering in. Hierdoor wordt een klein aspect van Parijs uit proportie geblazen. De echte hete hangijzers, het volledig afbouwen van fossiele brandstoffen en de economische transitie die dit inhoudt, worden zo weggeschoven. Uiteindelijk zijn het de grote vervuilers die de mogelijkheid krijgen meer te vervuilen indien een afgezwakte carbonmarkt-regeling de onderhandelingsmeet haalt.

Een ander punt is de zogeheten ‘dubbele telling’. Een regel van de carbonmarkt stelt dat landen die carbonkrediet verkopen deze ook opnieuw moeten verrekenen in hun eigen uitstoot. Dit verhindert dat krediet twee keer wordt verrekend. Het eerdere systeem dat hierrond bestaat, het Warsaw International Mechanism (WIM), werd dan ook opnieuw onderhandeld.

Door te streven naar het meetellen van oude certificaten, en het dubbel tellen van krediet, hopen een aantal landen dat het aanbod in certificaten vergroot, zodat de prijzen van dit krediet daalt. Zo kunnen landen goedkoop vervuilen en toch nog in orde zijn met de doelstellingen. Dat China, met ‘s werelds grootste uitstoot, zich een dergelijke strategie aanmeet, plaatst grote vraagtekens bij de slaagkansen van Parijs.

Doorheen de conferentie, werd artikel 6 dan ook keer op keer uitgesteld. Bij elke nieuwe versie van de wettekst, bleven de pijnpunten op tafel liggen. Daarboven is het, voor het goed rapporteren van emissies, essentieel dat er transparantie komt in de uitstoot van elk land. Omdat geen consensus gevonden werd, wordt het onderwerp opnieuw besproken op de COP26 in Glasgow.

Een ander probleem zijn tijdsperiodes. De klimaatbeloften starten in 2020, maar verschillende naties werken voorlopig nog met verschillende tijdsperiodes, gaande van 5 tot 15 jaar. Een doel van de top is om een gemeenschappelijke tijdspanne te ontwikkelen als basis voor een internationaal afgestemd klimaatbeleid. Dat hierover ook geen consensus werd gevonden, toont aan hoe klein de eigenlijk ambities zijn.

Kortere tijdspannes lijken interessanter om snel vooruitgang te boeken, maar omdat dit geen prioriteit bleek te zijn voor de deelnemers, werd de discussie doorgeschoven naar juni volgend jaar. EU, Canada en Australië willen pas een akkoord tegen 2023. Amerika en Saoedi-Arabië willen een akkoord hierover volledig uitstellen.

Alhoewel Amerika zich, onder Trump, terugtrekt uit Parijs, was het wel vertegenwoordigd op de top. Hun grootste contributie was echter het tegenhouden van een wet die een compensatiemechanisme opzet voor klimaatschade. Amerika vertegenwoordigt 1/3e van de wereldwijde uitstoot, geeft aan dat het geen ambities heeft in de strijd tegen klimaatverandering, maar wil wel nog steeds aan de onderhandelingstafel zitten. Want alhoewel Amerika vanaf 2020 niet meer gebonden zal zijn door Parijs, blijft het wel deel uitmaken van het Klimaatverdrag. Dit verhoogt de kans op misbruik van de regelgeving. Veiligheidsnetten en compensatiemechanismen zijn essentieel in de strijd voor duurzaamheid.

In het kader van een carbonmarkt zouden lage emissie-ontwikkelaars gemakkelijk projecten kunnen financieren die inheemse gemeenschappen verstoren. Dammen op waterkracht, zoals de Alto Maipo die wordt gebouwd in Chili, verstoren de gemeenschappen die in de buurt wonen. Het ontneemt hun toegang tot water en andere basisrechten zodat goedkoop carbonkrediet kan verkocht worden.

Dat de aangenomen wet stelt dat ‘elk land individueel verantwoordelijk is voor zijn ‘capacity-building’ toont dan ook de ‘ieder voor zich’-mentaliteit die deze top heeft gedomineerd. Alle vermeldingen naar mensenrechten, vergoedingen of duurzaamheid werden geschrapt of afgezwakt. Toekomstige revisies zijn mogelijk, maar de deadline is vastgelegd op 2028. Voor de onderhandelaars was dit kennelijk geen prioriteit.

Europese top, wereldwijde val

De grootste verrassing kwam niet uit Madrid, maar uit Brussel. Op 11 en 12 december ging de EU-top door. Kersvers commisievoorzitter Ursula von der Leyen stelde de Europese ‘Green New Deal’ voor. Met daarin ambitieuze plannen voor een CO2-neutrale Europese economie tegen 2050: een nieuw actieplan voor een circulaire economie, verhoging van het aantal renovaties, een focus op biodiversiteit, 100 miljard euro voor kwetsbare regio’s van de Europese investeringsbank, 35 procent van al het R&D-budget voor groene energie, etc. … De EU toont zich dan ook een zeer ambitieuze speler in het geopolitieke spel van de laatste weken. Enkel Polen verzette zich tegen het plan. Premier Morawiecki zei dat ‘Polen het doel op zijn eigen tempo zal behalen’.

Het is natuurlijk koffiedik kijken tot er ook effectief iets gebeurt, maar op de COP25 werd er alleszins veel minder bereikt. Doordat Amerika, Australië en Brazilië onderhandelingen tegengingen is het klimaatakkoord van Parijs volledig onhaalbaar geworden. Ook China en Indië weigeren hun klimaatambities te verhogen zonder garantie op financiën, waardoor de ambities een kleinste gemene deler bereiken.

Op 12 december sprak Greta Thurnberg de conferentie een laatste keer toe: ”De COP zou moeten gaan over holistische oplossingen. Maar in plaats daarvan is het veranderd in een mogelijkheid om loopholes te onderhandelen en ambities niet te verhogen.” Diezelfde dag, werden meer dan 200 activisten hardhandig buitengezet door security, nadat er geprotesteerd werd in de zaal. De wereld heeft meer vragen dan het politieke establishment kan beantwoorden.

De klimaattop lijkt steeds meer op een prestigeproject. Een soort van Olympische Spelen, dat een geest van samenwerking uitdraagt, maar vooral draait om competitie tussen landen. Daardoor worden essentiële maatregelen steeds meer op de lange termijn afgeschoven, terwijl de kern van het vervuilende systeem nergens aangepakt wordt.

In de plaats daarvan, komen een reeks onderhandelingen die vooral gericht zijn op het vinden van mogelijke opties voor het aankopen van goedkoop carbonkrediet. De prioriteit wordt gelegd bij goedkope opties op korte termijn, niet bij duurzame, ingrijpende verandering op lange termijn. De rijke landen schuiven zo hun verantwoordelijkheid af, terwijl de arme landen zelf niet de mogelijkheid hebben om adequaat op de bal te spelen. Uiteindelijk, blijft er zo niemand over om effectief iets te doen.

Tussen de wetteksten en scherpe onderhandelingen door lijkt de COP25 dan ook gefaald in zijn enige essentie: stappen zetten in het redden van de planeet. Er is steeds meer vraag achter een sterk en ambitieus klimaatbeleid, maar het ontbreekt aan politieke wil. Het lijkt dat de klimaatproblematiek, met zijn internationaal en allesomvattend karakter, te veel is voor de huidige internationale politiek gevestigd op de natiestaat. Het verschil tussen wat er gedaan moet worden en wat er gedaan wordt, is zelden zo groot geweest. Tot op de COP26 in Glasgow?

 

Foto: John Englart, Flickr / CC BY-SA 2.0 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!