Open brief - JDC

Open brief: “Ik ben moegestreden en schaam me als sociaal werker”

Ik werk nu 8 jaar in de sociale sector en het is genoeg geweest. Ik wil weg want ik schaam mij, omdat ik ondanks mijn lange functietitels en hoge diploma's enkel valse beloften kan doen.

dinsdag 10 december 2019 13:52

Beste meneer Jambon,

Beste meneer Beke,

 

Ik werk nu 8 jaar in de sociale sector en het is genoeg geweest, gedaan, de stekker eruit, ik vertrek.

Want ik ben moe, doodmoe van al dat wakker liggen ‘s nachts van problemen waar ik geen vat op heb. Van mensen die ik vertel dat ze terug moeten naar ‘hun land’ en daar 250 euro voor krijgen. Ze zeggen me dat ze vermoord en vervolgd worden. Ik antwoord met een standaardzin: “Ik begrijp dat je bang bent, maar hier met je kinderen in de illegaliteit verdwijnen is ook geen leven, want je hebt nergens recht op.” Echt?!

Ik voel me een beetje misselijk worden … Dit is niet wat ik in gedachten had toen ik les kreeg over interculturele communicatie.

Ik verlaat nu de sociale sector want ik geraak mijn woede niet meer kwijt, ze brandt in mij en ik brand op.

Ik ben kwaad, niet op de zogenaamde profiteurs die u naarstig probeert te vinden en te bestraffen, omdat ze – in tegenstelling tot de kunstensector – een creatieve oplossing hebben gevonden om het systeem te omzeilen dat hun steeds dieper in de armoede duwt.

Neen, ik ben kwaad op ministers en staatssecretarissen, parlementairen en politici die net de zwaksten in onze samenleving met de vinger wijzen, terwijl zij zelf recht menen te hebben op ontslagvergoedingen, lastenvermindering en het cumuleren van zitpenningen. 

Ik heb keelpijn, van al dat zwijgen, want ik schreeuw in stilte dat het niet eerlijk is. Net als werkloosheid en armoede is mijn burn-out geen individueel probleem. Het is een epidemie, een systeemfout. 

Ik wil uit dit werkveld weg want ik schaam mij, omdat ik ondanks mijn lange functietitels en hoge diploma’s enkel valse beloften kan doen. “Ik zet u alvast op de wachtlijst voor een sociale woning en een persoonlijk assistentiebudget voor een rolstoel. Is binnen een jaar of 10 ok voor u? Uw kinderen kunnen misschien binnen 2 jaar in een instelling of op de zorgboerderij terecht, voor die drugbegeleiding of dringende time-out.”

Ik heb koppijn. En ik ben eerlijk gezegd stomverbaasd dat er mij nooit iemand de huid heeft vol gescholden of in elkaar heeft geslagen toen ik zo’n volslagen absurde boodschap bracht. 

Ik voel me machteloos, want het geld is op. De regering moet keuzes maken en er wordt overal bespaard.

Ik schrik van uw keuzes die de armen nog armer maken. 

Volgens mij is het geld op omdat u ervoor kiest om multinationals hun belastingvoordeel te laten behouden, de Panama-papers niet te vervolgen, geen openheid over lobbywerk te creëren of eerlijke belastingen vragen aan voetballers. Kan iemand me alsjeblieft uitleggen waarom we dat niet kunnen maken?

Nu moet ik kotsen want de rijksten worden vrijgesteld van solidariteit. Hoewel we op school leerden: “De bedoeling van onze welvaartsstaat is het beperken van ongelijkheid. Dit kan dankzij een eerlijke bijdrage aan de belastingen en de sociale zekerheid.” 

Ik stop ermee omdat ik niet kan winnen, van de harde besparingen en de concurrentie die hierdoor gecreëerd wordt, tussen verschillende welzijnsorganisaties. Zij beginnen te vechten voor de kruimels die van de subsidietafel vallen. We winnen niets wanneer we elk kortdurend project moeten verdedigen met zoveel papierwerk, dat er nauwelijks tijd is om het project uit te voeren. 

Ik ga slapen, want ik ben moegestreden. Dit is niet wat ik in gedachten had toen ze me als kind vertelden dat ik alles kon worden.

Ik ben bang, doodsbang, omdat kritische journalistiek en middenveldorganisaties die gaan voor een warme, diverse samenleving monddood worden gemaakt. Ik lees met schrik het nieuwe Vlaamse regeerakkoord waarin armoede niet gezien wordt, migratie een probleem is en de Vlaamse identiteit naar voor worden geschoven.

Ik schrik wakker en ik ben in de war, want ik weet niet meer wie ik ben, in dit koude land vol meedogenloze besparingen. 

Hoewel ik geweldige collega’s heb, voel ik me alleen, want we zijn sterk onderbemand. Er is geen tijd om écht naar onze mensen te luisteren. Want door de vermindering van onze subsidies hebben we 30% van onze mensen moeten laten gaan en nog eens 30% – 50% van mijn collega’s heeft ooit een burn-out gehad. 

Ik sta op en verfris me een beetje. Dit is niet wat ik in gedachten had toen ik uitkeek naar mijn eerste job in de echte wereld.

Ik ben opstandig omdat ik wil schreeuwen en protesteren. Eigenlijk moeten we elke dag op straat komen. Maar wij welzijnswerkers en mensen in de zorg willen onze groepen niet in de steek laten. Daarom vechten we elke dag een onzichtbare strijd. Wij vragen geen riante lonen en bonussen voor elke vergadering. 

We vragen een leefbaar inkomen voor iedereen, een goede woning, gezondheidszorg, je weet wel die bla bla bla die in de grondwet staat omdat elk mens er recht op heeft, zonder smeken. 

Uit zelfbehoud kies ik nu voor Ctrl+ Alt + Delete. Ik vraag u om niet hetzelfde te doen met het welzijnswerk, de zorgsector, het onderwijs en de kunsten.

Ik droom nog steeds en stiekem hoop ik dat ons VuurWerk iets verandert. Maar dat vraagt veel politieke moed en warme menselijke keuzes.

 

Hoogachtend,

 

JDC

Bachelor in het Sociaal Werk. 

Master in de Sociale en Culturele Antropologie.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!