De Afspraak. Bron: VRT NU
Kif Kif,

‘De afspraak’: wanneer macht met macht spreekt

Nu de VRT in het oog van de besparingsstorm is terechtgekomen, wordt steeds sterker gedebatteerd over de vraag of de media te links zijn. Kif Kif nam de proef op de som. Onze conclusies liggen in de lijn van vorige onderzoeken, maar we gaan ook een stap verder. Te links of te rechts blijkt geen kwestie, maar we ontdekten wel een ander patroon: wie zich reeds in machtige en geprivilegieerde posities bevindt, komt overmatig aan bod. Kritische tegenstemmen daarentegen, krijgen zeer weinig ruimte.

woensdag 27 november 2019 13:37

Het idee dat onze media te links zijn, is niet nieuw. Wel nieuw in Vlaanderen is het feit dat specifieke programma’s geviseerd worden door rechtse politici. Zo liet een boegbeeld van de N-VA zich ontvallen dat ze best kunnen leven met het journaal ofTerzake, “maar De afspraak, dat is een probleem.” Enkele weken geleden besloten we daarom de proef op de som te nemen. Zijn onze media werkelijk zo links en is De afspraak daar inderdaad een duidelijk voorbeeld van? Om het antwoord op die vraag te achterhalen analyseerden we de gastenlijst van een volledig jaar (2018).

We bleken echter niet de enigen te zijn. Knack vatte een gelijkaardig plan op, analyseerde de gasten van 2019 en publiceerde haar bevindingen in een uitgebreid artikel. Nu ook ons onderzoek ten einde is, stellen we vast dat onze conclusies overeenstemmen. Maar in tegenstelling tot Knack gingen we na de analyse rond ‘links’ en ‘rechts’ nog een stap verder. Bij Kif Kif wilden we ook weten hoe het zat met diversiteit op vlak van gender en ‘kleur’. Daarenboven wilden we nagaan hoezeer het kritische middenveld aan bod mag komen in het programma. Het was immers onze hypothese dat er zich op dat vlak duidelijkere scheidslijnen zouden aftekenen.

Onze hypothese werd ook bevestigd. Maar laten we beginnen bij het begin.

Hoe links of hoe rechts zijn de gasten op De afspraak?

Wie wil nagaan hoe links of hoe rechts een programma als De afspraak is, ziet zich van meet af aan geconfronteerd met enkele methodologische vragen: analyseer je het discours of analyseer je de gasten? Hoe ga je bepalen wanneer een vraagstelling en/of het antwoord eerder rechts of links is? En hoe ga je de gasten precies opdelen?

Aangezien een algemeen aanvaarde definitie van rechts of links moeilijk te vinden is, wordt zoiets al gauw een eerder subjectieve oefening. Wie toch enige objectiviteit wil bewaren, is dus genoodzaakt om zich te beperken. Links en rechts zijn slechts duidelijk in het geval van politieke partijen. Die kunnen we zonder problemen op het spectrum plaatsen: Vlaams Belang en N-VA aan de rechterzijde, Open VLD en CD&V in het centrum, sp.a, Groen en PVDA aan de linkerzijde.

Daarom gingen we na welke politieke gasten in 2018 aan bod kwamen, zowel in De afspraak als De afspraak op vrijdag. We vonden zo’n 34% politici uit het centrum, en telkens 32% aan de linker- en rechterzijde. Wanneer we beide programma’s afzonderlijk bekijken, dan zien we dat De afspraak net iets meer politici uit het centrum aan het woord laat (35%), maar dat in De afspraak op vrijdag het percentage iets hoger ligt voor rechtse politici (37%).

Al bij al zien we dus dat elke groep van het spectrum ongeveer een derde van de aandacht krijgt, lichtjes overhellend naar centrumrechts.

Qua politieke gasten kunnen we op geen enkele manier stellen dat de beide versies van De afspraak in 2018 te links waren.

Wanneer we vervolgens verder opsplitsen per partij dan zien we ook daar een zeer zorgvuldige opdeling: de percentages leunen dicht aan bij de grootte van de partijen in het Vlaams Parlement. De verhoudingen van het Vlaams Parlement in 2018 werden nog steeds bepaald door de verkiezingen van 2014. N-VA haalde toen net geen 32% van de stemmen. Hun politici vormen dan ook bijna 30% van de politieke gasten. CD&V haalde zo’n 20% van de stemmen en leverde ongeveer 16% van de gasten. Zowel sp.a als Open VLD kwamen dan weer net iets meer aan bod dan hun kiespercentage, doordat ze elk 18% van de gasten vormen, maar respectievelijk 15% en 14% van de stemmen haalden. En Groen leverde 10% van de gasten, wat nauw overeenkomt met hun bijna 9% van de stemmen.

Al waren er ook enkele uitzonderingen: Vlaams Belang haalde zo’n 6% van de stemmen maar leverde slechts 3% van de gasten. En PVDA haalde 2,5% maar leverde slechts 0,7% van de gasten.

Kortom:

Qua politieke gasten kunnen we op geen enkele manier stellen dat de beide versies van De afspraak in 2018 te links waren. De politieke gasten vormen er in grote mate een afspiegeling van de machtsverhoudingen in het Vlaams parlement.

Ook wanneer we de top vijftien van de meest gevraagde andere gasten uit 2018 bekijken (dat wil zeggen, degenen die 4 of meer keer aan tafel zaten), dan kunnen we op geen enkele manier beweren dat het om een uitgesproken links clubje zou gaan: Rik Van Cauwelaert, Rik Torfs, Liesbeth Van Impe, Rudi Vranckx, Mia Doornaert, Dave Sinardet, Carl Devos, Geert Noels, Isabel Albers, Dirk Draulans, Tinneke Beeckman, Noël Slangen, Bert Bultinck, Kristien Hemmerechts, Bart Brinckman, Jan Segers.

Deze namenlijst komt trouwens sterk overeen met de lijst die Knack opstelde en met de lijst die Apache reeds een jaar geleden opstelde toen ze 200 afleveringen sinds maart 2017 onder de loep namen. De meest frequente gasten worden dus niet gevraagd omdat ze links of rechts zijn. Ze worden wel gevraagd omdat de redactie van De afspraak er blijkbaar voor kiest om vaak dezelfde mensen uit te nodigen.

Zodus, wie de gasten van De afspraak in alle eerlijkheid analyseert en op basis daarvan wil nagaan of het programma te links of te rechts is, komt tot de conclusie dat een gebrek aan politieke ‘diversiteit’ niet onmiddellijk het probleem vormt. Bij andere vormen van diversiteit ligt dat echter helemaal anders.

Hoe zit het met diversiteit op vlak van gender en ‘kleur’?

Wat genderdiversiteit betreft is de lijn behoorlijk consistent: zowel De afspraak als De afspraak op vrijdag hebben slechts 30% vrouwelijke gasten. Dat is dus 20% te weinig indien het programma een afspiegeling van de samenleving zou willen presenteren.

Wanneer we vervolgens nagaan hoe het zit met de diversiteit qua ‘kleur’, dan wordt het wat complexer. Bij Kif Kif hanteren we op dit vlak dikwijls het criterium ‘mensen met een familiale (migratie)achtergrond uit niet-westerse landen’. Met deze categorie proberen we zoveel mogelijk de mensen te vatten die in onze samenleving vaak racistisch behandeld worden. Dat gaat om zo’n 13% van de Vlaamse bevolking.

In De afspraak blijkt zo’n 10% van de gasten tot deze groep te behoren. Ten opzichte van het percentage in de Vlaamse samenleving is dat dus een mooi resultaat. Nog niet helemaal representatief, maar men is op de goede weg.

Jammer genoeg krijg je echter een heel ander beeld te zien wanneer je ook De afspraak op vrijdag erbij neemt. Want daar gaat het om slechts 2%. Dat wil zeggen: twee mensen in heel 2018.

‘Niet-westerse’ gasten worden niet uitgenodigd om hun mening te geven over het algemene reilen en zeilen in de samenleving.

Dat is van groot belang wanneer je bedenkt wat het format van De afspraak op vrijdag precies doet verschillen van De afspraak. Door de week is er immers meer ruimte voor artistieke verwezenlijkingen, lifestyle kwesties en zo nu en dan een debat rond maatschappelijke diversiteit. De afspraak op vrijdag daarentegen biedt, zoals de VRT het zelf omschrijft, “een terugblik op de politieke week en de andere actualiteit.” De gasten worden er dus gevraagd om hun licht te laten schijnen over de evoluties in de samenleving en een analyse te maken van het politiek spel.

‘Niet-westerse’ gasten mogen dus af en toe hun persoonlijk verhaal vertellen of heel af en toe mee debatteren wanneer zij het onderwerp zijn van maatschappelijk debat. Maar ze worden niet uitgenodigd om hun mening te geven over het algemene reilen en zeilen in de samenleving. De meer ‘intellectuele’ analyses over de hedendaagse politieke machtsverhoudingen worden bijna volledig overgelaten aan witte mensen.

In lijn daarmee is het ook opvallend dat in de top vijftien van de niet-politieke gasten geen enkele niet-witte persoon te bekennen is. Blijkbaar vinden de redacties het niet de moeite waard om ‘niet-westerse’ commentatoren meermaals uit te nodigen en een plaats te geven binnen de ‘opinie-elite’.

Dat alles sluit ook nauw aan bij de laatste vorm van diversiteit die we onderzochten: de beroepscategorie en sociale status van de verschillende gasten.

Wat is de professionele en sociale achtergrond van de gasten?

Dat er in De afspraak en De afspraak op vrijdag behoorlijk wat politici worden uitgenodigd om bepaalde beleidskeuzes en -voorstellen toe te lichten, hoeft natuurlijk niet te verwonderen. Ze vormen dan ook 22% van de gasten. Maar opvallend is dat één specifieke beroepsgroep nog meer aan bod komt. Een kwart van de gasten komt immers uit de journalistiek. Gemiddeld genomen is dus minstens één van de gasten in elke aflevering een journalist of redacteur. Met andere woorden: de stem die het luidst en duidelijkst weerklinkt, is de stem van de media zelf.

De volgende groep zijn de academici die 16% van de gasten vertegenwoordigen. Gezien het feit dat zij als experten rond een thema uitgenodigd worden, valt dat nogal mager uit ten opzichte van het aandeel politici en journalisten.

Op een heel jaar komt er bijvoorbeeld maar één persoon aan bod die als ervaringsdeskundige over armoede spreekt.

Daarnaast kunnen we nog verwijzen naar het feit dat 8% van de figuren die de revue passeren, in hoofdzaak gevraagd worden omdat ze dikwijls als ‘opiniemakers’ worden bestempeld. Dat zijn dan mensen als Mia Doornaert, Tinneke Beeckman, Luckas Vander Taelen of Yasmien Naciri. Interessant genoeg komt het merendeel van die ‘opiniemakers’ trouwens uit dezelfde reeds vermelde beroepsgroepen: journalisten, politici en academici.

Tot slot is het opvallend dat bijna 5% ondernemers en managers aan het woord komen en dat ongeveer 4% van de genodigden advocaat is.

Wie vervolgens bekijkt hoeveel mensen op één of andere manier verbonden zijn met het kritisch middenveld in Vlaanderen, bijvoorbeeld omdat ze een rol spelen in armoedeorganisaties, mensenrechtenactivisme, vakbonden, milieubescherming of de welzijnssector, dan blijkt het om slechts 3% te gaan. Op een heel jaar komt er bijvoorbeeld maar één persoon aan bod die als ervaringsdeskundige over armoede spreekt.

Kortom:

Het gros van de gasten in De afspraak en De afspraak op vrijdag zijn journalisten, politici, academici, ‘opiniemakers’, advocaten en hooggeplaatste figuren uit de zakenwereld. Allemaal mensen dus die zich, maatschappelijk gesproken, in geprivilegieerde posities bevinden. Samen maken ze 80% van de genodigden uit. Maar mensen die zich vanuit een machtsperspectief meer aan de marge van de samenleving bevinden, krijgen uitzonderlijk weinig ruimte.

Het is dan ook enigszins wrang wanneer een bekend journalist en ‘opiniemaker’ als Joël De Ceulaer op Twitter schrijft: “De media hebben de rol van het middenveld beetje overgenomen” Juister zou zijn: “De media kiezen ervoor om nauwelijks aandacht te schenken aan het middenveld en maken die daardoor monddood.”

Conclusie: macht spreekt met macht en kritische tegenstemmen worden gemeden

Uit de cijfers en analyses blijkt dus dat De afspraak en De afspraak op vrijdag hoofdzakelijk mensen met machtsposities laat debatteren met andere mensen met machtsposities over hun kijk op de samenleving. Bijna de helft van de tijd gaat het zelfs specifiek over een onderonsje van politici en journalisten. In sterk contrast daarmee is er nauwelijks aandacht voor de visie van het kritisch middenveld – dat in Vlaanderen nochtans een lange geschiedenis kent, goed uitgewerkt is en een brede groep mensen omvat.

Voeg daar nog eens toe dat vrouwen al te weinig aan bod komen en dat de bredere maatschappijanalyses van ‘niet-westerse’ burgers genegeerd worden en dan wordt een pijnlijk patroon duidelijk: groepen die maatschappelijk achtergesteld worden, worden ook in de media achtergesteld.

De groepen, organisaties en stemmen die de machtsverhoudingen op verschillende manieren aankaarten vanuit de concrete, dagelijkse realiteit, worden slechts minimaal gehoord.

Of de media te links of te rechts zijn, is dus geheel naast de kwestie. Zowel rechtse als linkse politici krijgen meer dan genoeg air time. Daar dan een breed uitgesponnen debat over voeren, zorgt er enkel voor dat men blind blijft voor het werkelijke knelpunt. De kwaliteit van de media wordt immers niet bepaald door de mate waarin ze een balans tussen linkse, rechtse en centrumstemmen bewaart. Wanneer we de media de vierde macht noemen is dat niet omdat ze één of ander ‘middenperspectief’ moet innemen. We noemen hen wel de vierde macht omdat we verwachten dat ze de andere drie machten het vuur aan de schenen zal leggen door diepgravende en kritische vragen te stellen.

De bovenstaande analyse maakt echter goed duidelijk dat duidingsprogramma’s als De afspraak en De afspraak op vrijdag op dat punt jammer genoeg falen. De groepen, organisaties en stemmen die de machtsverhoudingen op verschillende manieren aankaarten vanuit de concrete, dagelijkse realiteit, worden slechts minimaal gehoord. Het overwicht van de aandacht gaat naar mensen die zich in machtsposities bevinden of reeds verschillende platformen ter beschikking hebben om hun stem te laten weerklinken. Maar daarover hoor je politici dan weer niet klagen.

 

Dit artikel is een overname van Kif Kif.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!