Interview -

De realiteit van eenzaamheid

woensdag 20 november 2019 10:02

Vanochtend werd ik wakker met een pushbericht van VRT Nieuws over “Eenzaam”, een nieuwe Canvas-reeks die de komende vier weken wordt uitgezonden. Ik sprong – voor zover ik dat kan met mijn reumalijf – ontzettend optimistisch uit bed. Zijn we als samenleving klaar om de realiteit van langdurige eenzaamheid (en ziekte) onder ogen te zien? Gaat er eindelijk een relevante maatschappelijke discussie op gang komen, zoals maker Xavier Taveirne hoopt te bereiken? Want eenzaamheid maakt ziek en ziek maakt vaak nog eenzamer. Doe daar nog het gewicht van schuld en schaamte bij, en het is niet raar dat mensen massaal verkrampt zitten in hun pijn en verdriet.

Verbonden blijven in eenzame tijden

Een tijdje geleden kreeg ik de kans om schrijfster Selma Franssen te interviewen over ‘Vriendschap in tijden van eenzaamheid’. Voor mij is haar boek een betekenisvolle bruggenbouwer die alles wat bij vriendschap komt kijken bespreekbaar maakt. Als chronisch pijnpatiënt heb ik de voorbije jaren aan den lijve mogen ondervinden hoe kwetsbaarheid mensen afschrikt, ook die waarvan je dacht dat ze heel dicht bij je stonden.

Ik deel ons gesprek hier heel graag met jou:

Selma Franssen (c) Chen Vandeput

Selma Franssen (c) Chen Vandeput

Eenzaamheid en langdurige ziekte zijn vaak twee verkrampte handen op één buik. In jouw boek wordt uitgelegd hoe we tot 200 uur in elkaar moeten investeren vooraleer je van een (h)echte vriendschap kan spreken. Niet verbazingwekkend dat mensen die door ziekte begrensd zijn het nog moeilijker hebben om deze diepe vorm van verbinding te vinden. Hoe kijk jij naar de link tussen ziek en eenzaam zijn?

Er zijn zoveel raakvlakken tussen de twee. Mensen die dusdanig ziek zijn, mentaal of lichamelijk, dat ze moeite hebben om naar buiten te komen, worden in veel opzichten belemmerd in het aangaan van vriendschappen. Als je nieuwe vrienden wil maken, moet je vaak letterlijk buitenkomen. Je moet inderdaad dat aantal uren met iemand kunnen doorbrengen, en dat gaat gewoon niet altijd als je veel ziek bent. Je moet ook dingen hebben om met elkaar over te kunnen praten, en als je leven beheerst wordt door een lichamelijke ziekte, of wanneer je psychisch niet in orde bent, dan is het nog moeilijker om die connectie met iemand te leggen.

“Een vriend is een persoon voor wie we ons ideale zelf kunnen afstrippen om ons ware zelf te onthullen, kwetsbaar en onvolmaakt.”

Chronisch ziek zijn op zich hoeft niet te betekenen dat je automatisch ook eenzaam bent. Ik denk dat het samenhangt met het feit dat je dan niet altijd meer meedraait in bepaalde systemen die we superbelangrijk vinden, zoals werk en liefdesrelaties. We hechten er waarde aan en halen er ook conversatiemateriaal uit. Dus wanneer we in contact komen met mensen die daar niet of tijdelijk niet inzitten, dan vinden we het lastig om met die persoon te praten, of om die zijn ervaringen te waarderen. En dat terwijl ziekte je precies confronteert met van alles over jezelf, van alles over je lichaam, en dat is ook een waardevolle ervaring. Als je niet ziek bent, is het ook de moeite om daar naar te luisteren, want daar kun je zeker ook van alles uithalen.

Is het niet vaak zo dat mensen, door de ratrace waarin ze hollen, gewoon geen plaats meer hebben voor andermans miserie? Dat ze pijn en verdriet liever mijden omdat ze schrik hebben dat ze het niet op een goede manier kunnen omarmen?

Misschien is dat wel vooral omdat pijn en verdriet lastige onderwerpen zijn waarover we meestal moeilijk communiceren. Er blijven heel veel taboes omheen hangen. We worden in ons leven allemaal ooit geconfronteerd met ziekte, of dat nu bij onszelf is of bij iemand die heel dicht bij ons staat. Dus we moeten daar niet zo van wegkijken.

Omgaan met intense pijn voelt voor mij als balanceren op dun ijs. Wat kan ik vragen en wat niet? Maar ik denk dat het wel heel belangrijk is om dat proces aan te gaan, in plaats van elkaar daarin af te wijzen. We krijgen natuurlijk ook maar weinig houvast omdat we het amper te zien krijgen. Als je kijkt in onze literatuur, in onze films en series: hoeveel zijn er die echt de realiteit van een chronisch ziek of intens vereenzaamd iemand tonen? Zo weinig. Terwijl het net goed zou zijn om jezelf hier af en toe mee te confronteren, om het een keer bewust gezien te hebben. We stoppen het weg, dus als ziekte, verlies of pijn je overkomt, weten we niet hoe we ermee om moeten gaan.

Je stelt in je boek de vraag of mensen nog wel durven te verbinden met anderen die ‘less than perfect’ zijn. Kan jij de imperfecties van je vrienden koesteren?

Ik kan me nog herinneren dat ik een paar jaar geleden met een vriend op café zat, en plots begon hij te wenen en gooide hij op tafel dat hij zwaar depressief was. Ik weet dat ik toen heel erg schrok van de enormiteit van dat moment, maar tegelijkertijd besefte ik ook dat je op zo’n moment helemaal niets bijzonders hoeft te doen. Je moet er gewoon zijn en die persoon laten praten. Niet beginnen met advies te geven of het niet relativeren door te zeggen dat je ook wel eens depressief geweest bent. Er zit natuurlijk wel troost in herkenning, dus laten weten dat hij niet alleen is, en dat wat hij meemaakt niet vreemd is, kan best. Maar je moet niet meteen je eigen verhaal vertellen. Het is belangrijk te laten voelen dat je er bent en dat je nu niet plots gaat verdwijnen. Het doet al veel wanneer je bijvoorbeeld af en toe eens een berichtje stuurt, ook al krijg je geen antwoord omdat je vriend(in) op dat moment te diep zit. Die continuïteit is belangrijk, de geruststelling dat je niet zomaar zal verdwijnen omdat iemand plots allesbehalve het perfecte plaatje blijkt te zijn.

Waarom is het zo moeilijk om eenzaamheid te doorbreken?

Ik denk over het algemeen dat we eenzaamheid als heel zwaar ervaren. En dat is ergens ook wel logisch, want jij kan als individu niet op een-twee-drie een oplossing bedenken wanneer iemand zijn eenzaamheid bij je neerlegt en dat zorgt voor druk en stress. Het zou eigenlijk gewoon zo ver niet mogen komen, dat iemand zich dusdanig eenzaam voelt, dat het een gigantische last wordt die nog maar moeilijk te delen is met anderen. Eenzaamheid is en blijft een groot taboe, ook al lees je er tegenwoordig veel over. Het ontzettend trieste aan eenzaamheid is dat we liefst meteen onze handen er vanaf trekken. Als iemand durft te benoemen dat hij eenzaam is, zien we dat bijna als iets besmettelijks, terwijl eenzaamheid natuurlijk helemaal geen ziekte is, ook al wordt het wel zo gepresenteerd in de media onder de noemer ‘eenzaamheidsepidemie’.

“Ik ken echt mensen die overtuigd zijn dat ze geen dag alleen kunnen zijn. En dat is eigenlijk wel zonde, want uit dat alleen zijn kan je zoveel halen.”

Kunnen we eigenlijk nog eenzaam zijn?

Ik wil zeker eenzaamheid niet bagatelliseren, want er zijn inderdaad mensen die langdurig eenzaam zijn, en dat is verschrikkelijk. Het heeft ook een negatieve impact op je mentale en fysieke gezondheid, dus dat mogen we absoluut niet onderschatten. Daarnaast denk ik dat het ook goed is te beseffen dat iedereen zich in zijn leven periodes eenzaam gaat voelen én dat dat misschien niet eens zo erg is. Ik ken echt mensen die overtuigd zijn dat ze geen dag alleen kunnen zijn. En dat is eigenlijk wel zonde, want uit dat alleen zijn kan je zoveel halen. Het geeft je tijd om te reflecteren, om je hoofd eens leeg te maken. Er zijn weinig dingen die mij zo goed doen als een wandeling door het bos, zonder muziek op mijn oren, zonder iemand die tegen me praat, zonder dat ik erna nog ergens heen moet. Een moment dat ik enkel met mezelf deel en waarin ik me toch onderdeel kan voelen van een groter geheel. Af en toe alleen zijn maakt me trouwens ook een leuker mens in contact met anderen.

Het zijn rare tendensen die samenkomen: mensen die zodanig eenzaam zijn dat ze er ziek van worden versus mensen die zodanig overprikkeld zijn dat ze geld zouden geven om (tijdelijk) eenzaam te zijn.

Dat zegt iets over onze maatschappij: de mensen die er wél toe doen omdat ze goed presteren, zijn soms gigantisch overprikkeld en weten vaak niet meer wanneer of hoe ze even een pauze kunnen nemen. Als ze dan in de rij aan de kassa staan te wachten, zitten ze nog op hun telefoon te tokkelen, want oh nee, anders heb je een zinloos moment. En dan heb je de mensen die volledig buiten het systeem vallen, zich daardoor enorm eenzaam gaan voelen en maar moeilijk opnieuw connectie kunnen maken met anderen. Het is nochtans bewezen dat vriendschap gezond is. Uit onderzoek blijkt dat ouderen die nog veel vrienden hebben, vaak gezonder zijn en minder stress ervaren dan ouderen die minder vriendschap ervaren, ook al krijgen ze bijvoorbeeld wel vaak familie op bezoek. Vrienden hebben een positievere invloed dan familie omdat ze ons over het algemeen veel minder stress bezorgen. We kiezen ze tenslotte zelf.

Als je vriendschap hoger op de maatschappelijke ladder zou mogen zetten, wat zou jij dan veranderen aan het bestaande beleid?

Ik weet niet of er echt een statuut voor vriendschap moet komen, precies omdat vriendschappen een redelijke fluïde aard hebben. Het kan perfect dat je elkaar jaren uit het oog verliest om elkaar dan weer te vinden en de draad weer op te pikken. Dat reguleren zou vreemd zijn, maar er moet wel een manier komen om het belang van vriendschap te erkennen. Ik heb bijvoorbeeld geen contact meer met mijn vader, maar die heeft wel meer rechten naar mij toe dan mijn beste vriendin die ik elke dag spreek. Dat is heel bizar. We zouden moeten kunnen aangeven wie voor ons het allerbelangrijkste is.

Mantelzorg voor en door vrienden moet erkenning krijgen. Momenteel is er geen structuur voor, bestaan er geen faciliteiten voor deze vorm van mantelzorg, die naar mijn gevoel wel steeds meer gaat voorkomen in een samenleving waar huisje, tuintje, boompje, kindje niet meer de norm is. Tegelijkertijd voelt het een beetje gevaarlijk om hier regelgeving aan vast te hangen, want het mag geen excuus zijn van de overheid om zorgtaken nog meer op de schouders van burgers te schuiven. Maar ik vind wel dat als mensen zorg dragen voor zieke vrienden, dat het dan evenveel betekenis moet krijgen als wanneer ze dat doen voor familieleden. Er zijn steeds meer mensen die geen familie hebben. Wie gaat er zorgen voor de langdurige singles van nu wanneer ze ouder worden? Dat zijn hun vrienden!

Eigenlijk moet er in heel onze samenleving een verschuiving komen. Nu heerst prestatiedruk zodanig dat het vriendschap gewoon in de weg staat en op die manier eenzaamheid in de hand werkt. Daar is geen kant-en-klare oplossing voor. Dat zit ‘m in heel veel dingen, zoals in de manier waarop onze arbeidsmarkt is ingericht, onze woningmarkt ook. Dirk De Wachter zegt in mijn boek: “Als de politiek positieve initiatieven al niet zou tegenwerken, dan is ze al goed bezig.” Daar sluit ik me bij aan. Ik zie niet zoveel heil in ministers van eenzaamheid of dat soort van top-down beleidsingrepen, maar als mensen bijvoorbeeld met vrienden willen gaan samenwonen of projecten op poten willen zetten om eenzaamheid tegen te gaan, om de afstand te overbruggen, dan moeten ze die ruimte kunnen krijgen en niet gesaboteerd worden.

 

Dit interview werd geschreven voor en gepubliceerd in Samana Magazine, editie oktober.

 

Tot schrijfs

De Averechtse

Zin in meer leesvoer?

  • Onderzoek(je) over het chronisch te kort aan lectuur over langdurige ziekte.
  • Dialoog met Dirk De Wachter over samenleven mét onze lastigheden.
  • Interview over het privilege ‘gezond zijn’.
Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!