Opinie - Rachida Aziz, Christophe Callewaert

Wie nu verbaasd is over de cultuurbesparingen, heeft de voorbije jaren niet goed opgelet

Ja, we kunnen niet wegsteken dat we enige opwinding voelen bij het zien van 2.000 boze kunstenaars in de Beursschouwburg. Maar het is verdorie dubbel. Zelf zijn wij namelijk niet boos op cultuurminister Jambon. Of beter, we zijn de fase van verontwaardiging al lang voorbij. Zestig procent weghakken uit de pot van de projectsubsidies voegt niets toe aan het zeer. De emmer was al vol.

maandag 18 november 2019 16:57

We zouden er ons dan ook makkelijk kunnen vanaf maken. Wie nu pas verontwaardigd is, heeft het gedicht van Martin Niemöller niet begrepen. Du warst ja kein Flüchtling. Geen vrouw met een hoofddoek, geen inwoner van Molenbeek, geen moslim, geen zieke, geen werkzoekende, geen arme, geen persoon die afhankelijk is van De Lijn om van a naar b te geraken.

We krijgen ook die eerste reacties op de bekendmaking dat minister-president Jambon zou bijklussen als cultuurminister niet uit ons geheugen gekerfd. ‘Een belangrijk signaal’, vond iemand die verondersteld wordt ons te vertegenwoordigen. ‘Dat de minister-president bevoegd wordt, veroorzaakte een kleine vreugdekreet, vertel ik u eerlijk, het is zonder meer een meerwaarde’, zei een ander.

Wat Jambon nu doet, is geen besparing. Deze regering neemt wraak op de cultuursector.

Lees dat nog eens opnieuw. Die totaal lichtzinnige en wereld-vreemde uitspraken kwamen er nadat N-VA zes weken lang met het Vlaams Belang aan tafel had gezeten en een regeerakkoord had afgeleverd dat een wenslijst leek van extreemrechts. Waarin vluchtelingen financieel gestraft worden, waarin sociale woningen voorbehouden worden voor eigen volk eerst, waarin armoede beschouwd wordt als een gebrek aan discipline.

Verontwaardigde kunstenaars lijken daardoor op het stille film-cliché van dat individu dat aan een drankje probeert te nippen in een bar waar een massaal gevecht aan de gang is en dat verbolgen reageert als een verdwaalde vuist zijn/haar glas omstoot.

Wie nu verbaasd is over het hakwerk van Jambon, heeft de voorbije jaren niet goed opgelet. Bart De Wever schreef het al in 2011: kunst moet de vertaling zijn van hoe een gemeenschap de werkelijkheid ziet. ‘Vandaag kan kunst nog amper de gemeenschap beroeren’, voegde hij er gespeeld weemoedig aan toe. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat N-VA ooit wel eens de cultuurportefeuille zou claimen.

Het past perfect in de ‘culture war’ die N-VA al jaren voert. Een oorlog tegen alles wat volksvreemd is, tegen alles wat niet past bij het mythische ‘buikgevoel van de gemiddelde Vlaming’. Een cultuuroorlog is een oorlog om de ziel van de natie. ‘Balletjes in tomatensaus in de canon’, ‘het verdwijnen van de laatste stukjes open ruimte in Vlaanderen is de schuld van migranten’.

Er wordt een ingroup geselecteerd die dan vervolgens wordt opgezet tegen de outgroup binnen en buiten de grenzen.

Elke tweet, elke uitspraak en elke provocatie zijn fases in die oorlog. ‘Onze steden, onze cultuur en ons land heroveren op radicale feministen en milieu-extremisten die insecten belangrijker vinden dan jobs’, zo omschreef de homofobe white supremacist en voorloper van de alt-right, Pat Buchanan, die oorlog al in 1992 weinig omfloerst. Met Jambon als krijgsheer op het Martelarenplein breekt die cultuuroorlog in alle hevigheid uit in dit land.

Wat Jambon nu doet, is dan ook geen besparing. Deze regering neemt wraak op de cultuursector. Jambon en co willen de cultuursector jennen, ontwrichten en als boksbal gebruiken.

De provocatie druipt er dan ook vanaf. Hakken in de projectsubsidies, maar meer subsidies voor Bokrijk. De zoveelste miljoenenbesparing voor culturele organisaties, maar nadrukkelijk de deur openzetten voor cultuursubsidies richting havenbaas Fernand Huts. Met het geld dat die uitspaart door zijn fortuin in belastingparadijzen te parkeren, koopt hij al eens een schilderij. Die schilderijen stopt hij in een stichting die op zijn beurt ook in belastingparadijs Jersey verstopt werd. Meer bepaald op de eerste verdieping van een klein gebouw aan de Mulcaster Street nummer 2. Een postbus dus, alleen handig om belastingen te ontwijken of om de oorsprong van de geldstromen te verhullen.

Nog meer provocatie: de 34,5 miljoen euro subsidie uit de klimaatpot (!!!) voor megavervuilers als ExxonMobil blijft overeind. Dat is tien keer zoveel als de volledige pot van de projectsubsidies. ExxonMobil reageerde daarop: ‘Vlaanderen compenseert ons terecht voor hogere klimaatkosten.’ Ziet u dat? Ze lachen ons in ons gezicht uit.

Dat we allemaal op één of andere manier tot vijand worden uitgeroepen, is de basis waarop solidariteit gebouwd kan worden.

Schrijfster Naomi Klein legde vorige week op een podium in Iowa heel precies uit hoe je dat allemaal moet interpreteren. Sterke mannen als Trump, Bolsonaro of Modi volgen een internationaal draaiboek. Er wordt een ingroup geselecteerd die dan vervolgens wordt opgezet tegen de outgroup binnen en buiten de grenzen. De ingroup krijgt meestal een omschrijving opgeplakt als ‘de echte Amerikanen’ of de ‘echte Indiërs’ of in onze uithoek ‘de hardwerkende Vlaming’. Zij moeten door de sterke mannen (‘strongmen’ in de toespraak van Naomi Klein, ‘Sterke Jan’ in de tweets van N-VA) beschermd worden tegen de indringers of de ‘Ander’.

Als een N-VA’er het heeft over ‘de gemeenschap’ bedoelen ze precies dat. Dat is hun ingroup. De denkbeeldige echte Vlaming die tegen migratie is, geen barst geeft om het klimaat en elke kunstenaar een wereldvreemde subsidieslurper vindt. Die verbeelde ingroup moet constant gecreëerd worden. Dat doen de strongmen door de hele tijd tegenstanders te provoceren. De ingroup aan de ene kant, de outgroup in het schietkraam, elke dag opnieuw.

Het Vlaamse regeerakkoord volgt nauwgezet de regels van het draaiboek. De vluchtelingen, de nieuwkomers en de moslims zijn de pineut. Hen worden rechten ontzegd, brutaal geld afgepakt. Daarmee houdt men de ingroup zoet, zodat achter die façade ongegeneerd bespaard kan worden in het onderwijs, de zorgsector en het openbaar vervoer en wonen onbetaalbaar wordt gemaakt.

Nu is de cultuursector aan de beurt om als outgroup van de week op te draven. ‘Moeten wij, Vlamingen, geld geven aan acteurs die met hun piemel zwaaien op het podium?’ Het is een fragment uit de debatfiches van het trollenleger van N-VA dat in allerlei variaties terugkeert op sociale media. De cultuursector is de vijand.

Dat is meteen ook het mogelijke cement tussen al die eerder genoemde groepen. Hoe heterogeen we ook zijn, we worden allemaal op één of andere manier tot vijand uitgeroepen. Dat is de basis waarop solidariteit gebouwd kan worden.

We zullen nog eens Naomi Klein citeren. ‘In the rough and rocky future that has already begun, what kind of people are we going to be? Will we share what’s left and try to look after one another? Or are we instead going to attempt to hoard what’s left, look after “our own,” and lock everyone else out? In this time of rising seas and rising fascism, these are the stark choices before us. It’s going to take an all-out war on pollution and poverty and racism and colonialism and despair all at the same time.’

De wereld is ontploft in twee stukken. Er bestaat geen middenweg, geen makkelijk pad dat leidt naar zelfbehoud. Wie alleen bezig is met het eigen kleine stukje koek, staat aan de verkeerde kant. Natuurlijk moet het budget voor de cultuursubsidies gered worden. Maar als dat de finaliteit is van de strijd, doet de cultuursector precies wat wij de strongmen verwijten: look after ‘our own’.

Op een moment dat de Europese Unie zonder verpinken 19.000 mensen laat verdrinken in de Middellandse Zee, dat schofterige bedrijven regenwouden verschroeien en dat een asielcentrum onder huiveringwekkend gejoel in brand wordt gestoken is dat schuldig verzuim. U bent net uitgeroepen tot de vijand van diegenen die de lucifers uitdelen. Gedraag u daar naar en steek de hand uit naar alle andere ‘vijanden’ die u voorgingen.

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Rekto:Verso. 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!