“Airbnb moet mensenhandel en moderne slavernij in logies aanpakken” 

In tegenstelling tot de hotelsector doet Airbnb te weinig om mensenhandel en gedwongen arbeid te bestrijden in de logies die via het platform verhuurd worden, schrijft Michael O’Regan, senior docent Evenementen en Vrije Tijd aan Bournemouth University. De geplande beursgang is een opportuniteit om het bedrijf onder druk te zetten.

donderdag 14 november 2019 12:27

Gevallen van verplichte criminaliteit, prostitutie en gedwongen arbeid vormen een belangrijk probleem in de hospitalitysector:  algemeen wordt ervan uitgegaan dat elk jaar meer dan 93.000 mensen als seksslaven en 4500 mensen als werkslaven worden uitgebuit in Europese hotels.

Hotels, motels, hostels en b&b’s werken al lang samen met organisaties zoals het UNWTO World Tourism Network on Child Protection, Every Child Protected Against Trafficking (ECPAT) en het International Tourism Partnership (ITP) om moderne slavernij en mensenhandel het hoofd te bieden. Hotelverenigingen lanceren bewustwordingscampagnes en reiken tools aan, hangen posters op en trainen het personeel hoe ze slavernij en mensenhandel kunnen herkennen en hoe erop te reageren. Daarnaast werken ze samen met politiediensten en organisaties ter bestrijding van mensensmokkel.

Drughandel en pop-up bordelen

Berichten over drughandel door bendes en ‘pop-up bordelen’ in logies die online gehuurd werden, geven een nieuwe dimensie aan deze kwesties. Het economisch deelplatform Airbnb biedt momenteel 7 miljoen accommodaties aan in meer dan honderdduizend steden, waardoor het een grotere speler is dan de acht grootste hotelgroepen samen.

Terwijl het bedrijf zich opmaakt op voor beursgang in 2020 flirten de logiesaanbieders met de wettelijke grenzen en rijzen er steeds grotere bezorgdheden inzake transparantie en aansprakelijkheid – in het bijzonder wat betreft  mensenhandel en moderne slavernij.

Aansprakelijkheid

Airbnb stelt dat “het geen controle heeft over het gedrag van de logiesaanbieders en alle aansprakelijkheid afwijst.” De aanbieders dragen zelf de verantwoordelijkheid om te handelen volgens de wetten van hun eigen land, en naar de normen van het bedrijf. Maar mijn onderzoek toont aan dat in de praktijk de kwestie van verantwoordelijkheid veel verder gaat dan wie er wettelijk aansprakelijk is.

Volgens Airbnb zijn de gastheren verantwoordelijk voor het naleven van alle wetten in hun eigen land – zoals het innen van belasting, het installeren van koolstofmonoxide-alarmen of de anti-discriminatiewetten.  In de praktijk betekent dit dus dat discriminatie is toegestaan als de regels het toelaten, niet bestaan of niet van toepassing zijn op kleinere gebouwen bewoond door de eigenaar. Zo is Airbnb in de Verenigde Staten inderdaad immuun voor rechtszaken betreffende discriminatie, dank zij zijn gebruiksvoorwaarden.

Bovendien lijken sommige aanbieders op gastherenforums slecht ingelicht over hun verplichting tot – of hun vrijstelling van – het naleven van zaken als belastingheffing, de toegankelijkheid van hun pand en discriminatie op basis van leeftijd, aangezien de meesten geen vergunningsplichtige logiesaanbieders zijn.

De lokale, regionale en nationale autoriteiten hebben vaak weinig zin of te weinig middelen om inbreuken op de bestaande regelgeving te bestraffenof om nieuwe wetten uit te vaardigen die inspelen op de nieuwste ontwikkelingen.

Risky business

Op Airbnb volstaan enkele clicks om een verblijf te boeken. Het gebruik van sleutelkastjes met een code, slimme sloten en toetsenborden maakt bovendien face-to-face interactie tussen gasten en gastheren quasi overbodig. Nick Shapiro, Airbnb’s voormalig hoofd van vertrouwen en risicomanagement, legt uit dat het bedrijf risico-analyses uitvoert door foto’s op te vissen op het platform om te checken of er aanwijzingen zijn van uitbuiting. Maar het blijft onduidelijk hoe gasten die op geen enkele ‘watchlist’ staan geïdentificeerd kunnen worden als gevaarlijk of als personen in gevaar.

Achtergrondscreening en risico-analyses worden enkel uitgevoerd in de Verenigde Staten en over het algemeen krijgen de logiesaanbieders op Airbnb geen enkele training in het herkennen van uitbuiting en mensenhandel. Op onafhankelijke fora geven de aanbieders blijk van een heel variabele graad van besef van hun verantwoordelijkheden – en die van Airbnb – wat betreft moderne slavernij en mensenhandel.

Opleiding

In 2019 is Airbnb lid geworden van een World Travel & Tourism Council werkgroep rond mensenhandel. Maar globaal gezien werkt Airbnb niet samen met organisaties als ECPAT, neemt het geen deel aan mondiale campagnes of doet het bedrijf geen inspanningen tot bewustmaking van zijn gastheren en gasten. Er gaan stemmen op om Airbnb te doen garanderen dat hun logiesaanbieders over de hele wereld een training volgen om tekenen te herkennen van kinderen die risico lopen, en aangifte te doen aan de politie bij incidenten.

De verhuurpraktijken van Airbnb kunnen op zichzelf al resulteren in uitbuiting. Bijvoorbeeld, property management bedrijven huren vaak gekleurde vrouwen of migrantenvrouwen in voor de schoonmaak van de woningen. Vaak gaat het om kwetsbare vrouwen, met een laag inkomen en zonder arbeidsrechten – ze zijn meestal niet aangesloten bij een vakbond, omdat vakbonden geen model wensen te steunen dat de algemene kost van verhuring kan doen stijgen en vreet aan het aantal voltijdse banen in de hospitality sector.

Terwijl veel bedrijven in de horecasector hervormingen hebben uitgevoerd en betrokken zijn bij campagnes om praktijken te identificeren die leiden tot uitbuiting, bestaat er bij Airbnb momenteel geen officieel, globaal programma in alle landen waarin het bedrijf actief is.

Verandering bewerkstelligen

De Europese Unie heeft al bewezen dat ze Airbnb kan aanzetten tot verandering inzake bescherming van de consument. En het bedrijf heeft bewezen dat het controle kan uitoefenen over zijn logiesaanbieders om ze de regels te doen naleven, door bilaterale akkoorden te sluiten met toerisme-autoriteiten over het heffen van verscheidene belastingen.

Andere bedrijven in de deeleconomie leggen de lat inmiddels al een pak hoger: autodeelplatformen als Uber en Lyft hebben recent aangekondigd dat ze de bestuurders zouden leren hoe mensenhadelaars en hun slachtoffers de spotten in sommige regio’s. Dus er is op platformen als deze duidelijk wel ruimte voor actie op het vlak van mensenhandel, uitbuiting, slavernij en discriminatie.

Beursgenoteerd bedrijf

De voorbereiding van Airbnb om een beursgenoteerd bedrijf te worden, is de uitgelezen kans om het bedrijf onder druk te zetten en te testen in hoeverre het in staat is transparantie en aansprakelijkheid te verbeteren in de 191 landen waarin het actief is. Zo kan het aanbiederslijsten vrijgeven aan autoriteiten, de transparantie verhogen door jaarlijkse rapporten, de gedragscode ter bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting in de reis- en toerismesector ondertekenen, en het foto’s van Airbnb-accomodaties toevoegen aan databases die de politie helpen om mensenhandelaars op te sporen.

Het is tijd voor Airbnb om de rest van de hospitalitysector te volgen en een meer proactieve houding aan te nemen tegen moderne slavernij en mensenhandel.

 

Michael O’Regan is senior docent Evenementen en Vrije Tijd aan Bournemouth University.

Bron: The Conversation

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!