Vita Siyo © Véronique Vercheval
Interview -

“Toeschouwers konden niet geloven dat witte mensen echt een rol speelden”

'Vita Siyo Muchezo Ya Watoto', oftewel 'oorlog is geen kinderspel', brengt drieëntwintig mensen uit verschillende achtergronden samen op een podium. Drie acteurs en een muzikant uit Congo en Burundi, negen Belgische acteurs en tien asielzoekers. Samen maakten ze een ontroerende en tegelijkertijd humoristische voorstelling over hoe mensen uit verschillende werelddelen, elk gevormd door hun eigen context en geschiedenis, hun conflictueuze realiteit benaderen en beleven.

woensdag 13 november 2019 21:04

We spraken met de regisseur Frédérique Lecomte uit Brussel, Prosper Nduwayo uit Burundi en Jean Marie Kabanza uit Congo. Over spelen in Congo, theater maken met ex-kindsoldaten en de voorstellingen in België die binnenkort in première gaan bij de KVS.

Hoe is de voorstelling tot stand gekomen?

Frédérique Lecomte komt uit Brussel en maakt al meer dan 15 jaar maatschappijkritische muziektheater met locals in het conflictgebied op de grens tussen Congo, Rwanda en Burundi: “Ik heb heel lang voor ngo’s met voormalige kindsoldaten gewerkt in Congo en ik vond het interessant om dat werk ook hier in een andere context met het Belgische publiek te delen. Daarom heb ik afgelopen zomer negen Belgische acteurs mee naar Goma genomen om hen in contact te brengen met de leefwereld van hun medespelers. Samen met een 40-tal ex-kindsoldaten maakten we een voorstelling. We hebben 7 keer gespeeld in de openlucht op verschillende plaatsen in de regio voor grote groepen tussen de 500 en 3.000 toeschouwers.”

“Nu gaan we de voorstelling ook in België spelen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië in een iets andere versie. We konden de voormalige kindsoldaten niet naar hier halen maar laten hun stem en hun verhalen wel weerklinken.  Verschillende verhaallijnen lopen door elkaar in de voorstelling: van de oorlog om grondstoffen, kindsoldaten, de relatie Noord-Zuid, vluchtelingen, vredesindustrie etc. …”

Vita Siyo © Benjamin Geminel / KVS

Prosper Nduwayo komt uit Burundi, is acteur en helpt ook mee met de regie: “We tonen in het stuk de verschillende issues waarmee kindsoldaten te maken krijgen. Verhalen die ze ons vertellen over hoe ze ingelijfd en gemanipuleerd werden, verhalen over armoede en overleving. Kinderen worden vaak ontvoerd door rebellen en ingelijfd, maar voor sommigen is aansluiten bij de rebellen een overlevingsoptie. Het gaat au fond over armoede. Deze kinderen zijn helemaal geïsoleerd geraakt van de maatschappij en leefden jaren in de bossen. De samenleving heeft hen uitgespuwd.”

Frédérique Lecomte: “Goma is een grensgebied tussen Congo en Rwanda. Er zijn sowieso territoriale grensconflicten en daarnaast gaat het vooral om grondstoffen. Het is een gebied dat heel rijk is aan grondstoffen; goud, coltan, diamant, gas, … Daar is al jaren een machtsstrijd bezig. Alle conflicten zijn direct en indirect daarmee gelinkt. Het is een een gevaarlijk rebellengebied waar mensen niet durven komen. Door de chaos en het ontbreken van een machtsstructuur is het een soort wild west geworden en kunnen de multinationals er zich gemakkelijker bedienen van de grondstoffen.”

Jean Marie Kabanza is acteur en komt uit de conflictzone vlakbij Goma: “Onze regio is volledig omringd door rebellen en niemand weet hoe ze gefinancierd worden. We weten ook niet waar het uitgegraven goud of coltan naartoe gaat. Niemand durft daar vragen over te stellen uit schrik om vermoord te worden. De locals zijn verplicht om in die mijnen aan de kost te komen. En als je het geluk hebt om iets te vinden moet je het vooral verbergen. Anders komen ze achter je aan. Er werken ook kinderen en jongeren in de mijnen. De vrouwen maken vooral eten om rond de mijnen te verkopen of ze prostitueren zich.”

Vita Siyo © Benjamin Geminel / KVS

Je neemt in de voorstelling ook de vredesindustrie op de korrel. Waarom?

Frédérique Lecomte: De voorstelling gaat niet specifiek over de vredesindustrie maar we stellen ons wel een aantal vragen. In het woord vredesindustrie hoor je de contradictie al. Het genereert veel geld, werk en goederen. De vredesindustrie maakt deel uit van een globale context, het kapitalisme, het grote geld dat op een of andere manier de intermenselijke relaties perverteert. Terwijl dezelfde economie wapens in omloop brengt, land inpikt, grondstoffen exploiteert, komt ze nadien de mensen verzoenen die elkaar zitten af te maken.”

“Het doel of missie van de meeste ngo’s ter plaatse is vrede en ontwikkeling. Daar is niets mis mee. Maar de echte vraag die we ons moeten stellen is: ‘Wie heeft hier uiteindelijk baat bij?’ De internationals die voor deze ngo’s werken en de consultants verdienen er veel meer aan dan de mensen voor wie die projecten bedoeld zijn.”

“Mensen zoals ik die in het ngo wereldje zitten, maken deel uit van dat geheel. Ook al hebben we er geen vat op, toch moeten we ons de vragen blijven stellen: ‘Wie dient deze industrie werkelijk?’ ‘Wat doe ik daar?’ ‘Is het nuttig?’ Ik probeer mijn werk te rechtvaardigen omdat ik met theater met de mensen ter plaatse werk. Wat relatief uitzonderlijk is. Maar desondanks maak ik ook deel uit van dit systeem waar de mensen met wie ik werk grote slachtoffer van zijn. Ze worden uitgebuit, tot slaaf gemaakt en vernederd. En idem voor zei die hier in België geraken en zonder papieren zitten.”

Vita Siyo © Véronique Vercheval

Wat waren de reacties van de toeschouwers toen jullie in Congo speelden?

Prosper Nduwayo: “Er waren verschillende soorten reacties. Op sommige plaatsen konden de toeschouwers niet geloven dat witten echt een rol speelden. Er was een soort probleem van geloofwaardige representatie. De mensen dachten dat de witte mensen nadeden wat ze in het echte leven ook deden. Ze zagen het niet als fictie. Zo zijn witte mensen gewoon in hun geblindeerde auto’s, voor hun computers etc. … Maar witte mensen die over de grond rollen met locals? Dat was zo verrassend dat ze problemen hadden om het te internaliseren.”

“Een andere soort reactie is mensen die kwaad werden en zich afvroegen waarom er witte mensen meespeelden in de voorstelling. Met reacties als: ”Zij hebben hier het conflict gecreëerd, grondstoffen gestolen en dan komen ze ons op scène uitlachen en doen alsof er niets aan de hand is.”

Jean Marie Kabanza: “Voor sommige mensen was de voorstelling ook wel een soort therapie. Na de voorstelling hielden we altijd een nagesprek met de toeschouwers. Voor veel mensen was het dé gelegenheid om hun hart te luchten zonder schrik te hebben van de rebellen. En anderen gaven aan dat de voorstelling herkenbare dingen aankaart die zij zelf niet durven te vertellen en waren blij dat het eindelijk gezegd werd.”

Vita Siyo © Véronique Vercheval

Prosper Nduwayo: Voor mensen in meer afgelegen gebieden is het vaak de eerste keer dat ze hun leefwereld op scène zien. In één van de dorpen waar we speelden was er een duizendtal vrouwen op één nacht verkracht door rebellen. Het dorp is enorm getraumatiseerd door de gebeurtenissen. Ze hadden ons vooraf geïnformeerd over wat er was gebeurd. En wij passen onze voorstellingen altijd aan, aan de plaats waar we optreden. Na de voorstelling namen de dorpelingen het woord en daar zag je de enorme kwaadheid. Kwaad op de witte mensen, op de overheid, etc. … Ze voelden zich door iedereen in de steek gelaten en waren blij dat iemand het verhaal vertelt.” 

In de Belgische voorstelling spelen ook vluchtelingen mee. Waarom vonden jullie het belangrijk om die erbij te hebben?

Frédérique Lecomte: “In Congo zijn het de kindsoldaten en bij ons zijn het de vluchtelingen. De verworpenen van onze samenleving. De twee uitersten van disfuncties van onze maatschappij. De mensen die in de voorstelling meedoen zijn uitgeprocedeerden. Zij komen uit Congo, Irak, Guinea, … en spelen hun eigen verhaal. Het stuk gaat over Congo en België. Over vroeger en nu, met telkens andere verhalen. We geven het woord aan de vergeten mensen van onze maatschappij.”

“We hebben mama’s en oma’s uit Guinee en Congo die we normaal nooit horen. Maar nu wel het woord nemen op scène. Als het over vluchtelingen gaat, zien we vooral mannen of jongeren. Hier zijn het vooral mama’s die soms meer dan tien jaar in België verblijven. En hun kinderen sinds hun vertrek niet meer gezien hebben.”

De cast bestaat uit een mix van 23 mensen met verschillende achtergronden en situaties. Professionele acteurs en amateurs. Hoe verloopt zo’n samenwerking?

Frédérique Lecomte: “Het principe van verzoeningstheater is mensen bij elkaar brengen en een kader creëren waar iedereen op gelijke voet kan deelnemen. Ook al komen ze uit verschillende leefwerelden en milieus, de scène is een soort neutrale zone. Er is geen competitie, iedereen helpt elkaar en zorgt ervoor dat de meest kwetsbare een plek krijgt op het podium. En zo zie je dat we au fond heel veel gemeen hebben. Het is die constante zoektocht naar wat ons bindt. En we nodigen de mensen uit om dat ook te doen, die verbinding zoeken.”

Waarom moeten we komen kijken?

Frédérique Lecomte: “Het is een grappige, optimistische voorstelling, ook al gaat het over zware thema’s. Het is een hoopvolle voorstelling waar je buiten komt en gelooft in de kracht om er samen voor te gaan. We hebben tijdens de repetities enorm veel lol samen. Het is zelfs zo besmettelijk dat als we ’s middags iets gaan eten, de mensen ons lachend nakijken en zeggen: ‘Wow, jullie hebben zoveel plezier samen.’ En dat weerspiegelt zich ook in de voorstelling.”

 

De voorstelling VITA SIYO MUCHEZO YA WATOTO gaat op 20/11 om 20h00 in première in de KVS. Ze spelen vier voorstellingen in de KVS en toeren een maand lang met de voorstelling door Vlaanderen en Wallonië. Meer info hier.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!