Opinie - Mieke Van Laer, Jo Dereymaeker

Feminicide: geen lippendienst maar structurele aandacht en middelen

Maandag 11 november werd in Antwerpen een geslaagde 48ste editie van de Belgische vrouwendag gehouden. “Gevierd” zou fout uitgedrukt zijn, aangezien enkele dagen geleden voor de 19de keer dit jaar feminicide werd gepleegd.

dinsdag 12 november 2019 10:04

Feminicide is de meest extreme vorm van geweld tegen vrouwen: de moord op vrouwen omdat ze vrouw zijn. Volgens de officiële cijfers krijgt één op drie vrouwen te maken met geweld. Als advocaat zien we dat talloze vrouwen hiervan geen aangifte doen bij de politie, om verschillende redenen. Een ervan is de vrees niet ernstig genomen te worden. Op sommige politiecommissariaten wordt pas een proces-verbaal opgesteld wanneer een vrouw voor de vierde keer een klacht komt indienen. Niet alle informatie wordt doorgegeven aan het parket, en dat doet vervolgens te weinig met de klachten.

Terwijl vluchthuizen meer dan eens volzet zijn wordt er te weinig gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid van de procureur des Konings om geweldplegers een tijdelijk toegangsverbod tot de gezinswoning te geven of een contactverbod op te leggen. Soms kunnen de slachtoffers dus nergens naartoe.

65 procent van de dossiers met betrekking tot partner- of huiselijk geweld wordt verder zonder gevolg geklasseerd. Zeer vaak wordt er geseponeerd om opportuniteitsredenen. Meestal is het motief dat een vervolging “disproportionele gevolgen” met zich zou meebrengen, of dat er “onvoldoende onderzoekscapaciteit” is, of dat “de situatie geregulariseerd” is. Zo belt de politie een vrouw bijvoorbeeld twee weken na een klacht op om te vragen hoe de situatie nu is. Als ze aangeeft thuis te zijn vertrokken en tijdelijk bij familie te logeren, wordt er geseponeerd omdat de lont zogezegd uit het kruitvat is.

En indien de dader toch voor de rechter moet komen, is er te vaak onbegrip voor het slachtoffer: waarom is ze zo lang bij die man gebleven? Waarom heeft ze niet voor meer bewijzen gezorgd? Van de uiteindelijk vervolgde zaken resulteert slechts een zeer beperkt aantal in een veroordeling. Zelden krijgt een geweldpleger een effectieve straf met de nodige opvolging om de kans op recidive te beperken.

Tekenend is het feit dat ons land in 2017 door het EHRM veroordeeld werd omdat een strafrechtelijk onderzoek na een seksueel misdrijf niet op een degelijke manier gebeurde. België heeft in 2016 het Verdrag van Istanbul geratificeerd, het eerste bindende internationale verdrag om alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden. Ons land heeft zich zo verbonden tegemoet te komen aan eisen die vrouwenorganisaties al decennialang voor strijden. Het middenveld heeft dit voorjaar een ‘Schaduwrapport’ opgesteld dat pijnlijk duidelijk maakte dat 80 procent van de artikelen van het Verdrag niet of slechts zeer gedeeltelijk nageleefd wordt. Ook de Hoge Raad voor Justitie stelt in een recent rapport dat de aanpak van seksueel geweld door politie en justitie veel beter moet.

We stellen vast dat geweld tegen vrouwen over heel de strafrechtelijke keten heen geen prioriteit is, terwijl het, zoals prof. Karen Celis enkele dagen geleden zeer terecht zei in De Afspraak, een zaak van nationale veiligheid is gezien de omvang en ernst van het probleem. Zo wordt het echter niet aangepakt, integendeel. Nochtans vragen we niet het onmogelijke. Het gaat o.a. om zorgen voor een plek waar slachtoffers 24/7 terecht zouden kunnen, bij goed opgeleide (vrouwelijke) contactpersonen. Het gaat om een verplichte risico-analyse bij elke aangifte, zodat de politie beter het gevaar kan inschatten en bijvoorbeeld met een persoonlijk alarm het slachtoffer kan beschermen. De klachten dienen prioritair te worden opgevolgd.

Als signaal zou de strafwet eenvoudig kunnen worden aangepast, door het geweld op vrouwen als een verzwarende omstandigheid te beschouwen, net zoals dit nu reeds het geval is voor (ex-)partners. Minister-president Jambon belooft in zijn regeerakkoord “het voortouw te willen nemen in de strijd tegen gendergerelateerd geweld”. Nochtans kondigde hij enkele jaren geleden als federaal minister van Binnenlandse Zaken nog aan dat partnergeweld als prioriteit uit het nationaal veiligheidsplan geschrapt zou worden. Dat is dankzij breed protest niet gebeurd, maar zijn boodschap was luid en duidelijk.

Er zijn structurele aandacht en middelen nodig om geweld tegen vrouwen effectief te bestrijden. Er zal aanhoudende maatschappelijke druk nodig zijn om de overheid ertoe te dwingen die te voorzien. Afspraak op de nationale betoging ‘Stop geweld tegen vrouwen!’ op 24 november in Brussel.

 

Mieke Van Laer en Jo Dereymaeker zijn advocaten bij PROGRESS Lawyers Network.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!