De kleine boer Abdelhamid bewerkt zijn gehuurd perceel nu alleen verder
Reportage - Soline Ballet, Morgane Truant, Aymen Amayed, Heythem Guesmi

De oase ontworteld: de transformatie van een sociaal systeem

Tien studenten van de Master Conflict and Development aan de Universiteit Gent trokken begin april 2019 voor drie weken naar het stadje Gabès in Tunesië, een stad in en rond een unieke fauna en flora van drie oases gelegen aan de Middellandse Zee. Deze biodiversiteit wordt sterk bedreigd door de zeer vervuilende fosfaat-industrie en staat het sociale leven van een groot deel van de bewoners die afhankelijk is van de oases heel sterk onder druk. De bevindingen van de studenten resulteerden in een reeks van 5 artikelen rond 5 thema's: sociaal protest, toegang tot land, toegang tot water, de zaden-business en de degradatie van het sociale leven in de oase. Dit vijfde en laatste artikel focust op het de degradatie van het sociale leven in de oase.

donderdag 7 november 2019 21:33

Naar een moderne oase?

On dit que les gens ne veulent plus travailler dans l’agriculture mais ce n’est pas vrai. C’est à cause du modernisme.” In de oases rond Gabès – Chenini, Chatt Essalem en Ghannouch – in het politieke zuiden van Tunesië ondervinden de lokale kleine boeren de gevolgen van de voortdurende marginalisering van hun regio. De politiek van modernisering en neoliberalisering heeft problemen zoals vervuiling van de omliggende industrieën en toegang tot water naar de voorgrond gebracht. De systematische focus op export in het Tunesische landbouwbeleid heeft de positie van de kleine boer nog kwetsbaarder gemaakt.

Deze zaken hebben niet alleen het vertrouwen in de overheid flink geschaad, maar hebben ook een reële impact gehad op het sociale weefsel in de oase. De traditionele manier van agricultuur ging namelijk gepaard met een sociaal systeem gebaseerd op de familie. Het verval van de oase betekende ook een desintegratie van deze familiale context. De individualisering van de kleinschalige landbouw is daar één aspect van. In dit artikel focussen wij op de persoonlijke verhalen van de boeren die wij hebben leren kennen; hoe hebben zij de metamorfoses van hun oase gepercipieerd en welke gevolgen hebben zij hiervan ondervonden?

De oase van Chatt Essalem ligt op een loopafstand van één van de vervuilende industrieterreinen rond Gabès, de Groupe Chimique Tunisien

De traditionele oase: een ware familiezaak

Tot in de late jaren ‘80 was de volledige familie geïntegreerd in de oase. Er was genoeg opbrengst uit de kleinschalige landbouw om de families te voorzien in hun behoeften. In de oase van vroeger hielden zowel moeders, vaders, dochters, zonen, tantes en nonkels zich bezig met het zaaien, het telen tot en met het oogsten. Er was een gelijke arbeidsverdeling tussen man en vrouw. Bovendien werd één perceel van één familie actief en collectief bewerkt door niet enkel de familie zelf, maar ook door verdere familieleden of buren in de oase. Voor mensen die opgroeiden in deze omgeving maar nadien zijn weggegaan, ligt de oase nog nauw aan het hart; al is het slechts een herinnering aan iets wat er nu al lang niet meer is. Messouda, een boerin die haar hele leven in de oase van Chenini woonde, maar uiteindelijk naar de stad is getrokken, legt het klaar en duidelijk uit: “voor de jaren 80 was onze hele situatie beter. Kleine boeren konden gemakkelijker overleven en de oase was zelfvoorzienend voor de hele familie die er leefde.”

Men sprak van een evenwichtig oase systeem: een oase bestaande uit drie étages, palmbomen (het hoogste niveau), de granaatappel- en andere fruitbomen (als middelste niveau) en de groentevelden (derde niveau) die via natuurlijke irrigatie constant voorzien werden van water. Maar de oase stond ook niet los van de zee of de steppe, boeren waren vaak ook vissers en veehouders in de steppe (terre tribale[1]).

Achtergrond: de eeuwige drang naar modernisering

Met de onafhankelijkheid van Tunesië in 1956, begint dit systeem grotendeels te desintegreren. Tunesië als ontwikkelingsstaat streeft naar economische ontwikkeling en vooruitgang, en de staat speelt daarin zelf een prominente rol. De terre tribale in sommige delen van de steppe rond Gabès – voordien vrij te gebruiken door kleine boeren – wordt door de staat genationaliseerd, de zware industrie komt onder de controle van de staat en er wordt enorm ingezet op industrialisering en intensivering van landbouw. Vanaf de jaren 70 focust het economisch beleid zich op export en het aantrekken van buitenlands kapitaal. Hierbij gaat schaalvergroting van de landbouw gepaard met de uitbouw van grote agrobedrijven ten koste van de kleinschalige landbouw in de oase.

In ’72 settelt de staatsfabriek Groupe Chimique Tunisien (GCT) zich in Gabès. De komst van de Groupe Chimique creëert werkgelegenheid in een regio die sinds de koloniale periode systematisch wordt gemarginaliseerd, maar brengt tegelijkertijd vervuiling van lucht en water met zich mee met enorme gevolgen voor de opbrengsten van de kleine landbouw in de oase.

De neoliberale wind die eind jaren 80 Tunesië binnen waait, zet het beleid gericht op modernisering, mechanisering en schaalvergroting van de landbouwsector gewoon verder waarbij het structurele aanpassingsprogramma van 1988 zorgt voor een verdere liberalisering van de landbouwsector.

Daarbovenop introduceert het programma ook een aantal grootschalige beleidshervormingen op vlak van irrigatie. Lokale associaties van het ministerie van Landbouw beginnen de toegang tot water te beheren, zo ook voor de oases rond Gabès. De facto betekent dit dat kleinschalige boeren vanaf dan voor water moeten betalen om hun percelen te irrigeren en doorheen de jaren wordt deze prijs steeds verhoogd. Bovendien wordt er een nieuw irrigatiesysteem in de oases aangelegd waarbij kanalen uit beton het hele natuurlijke irrigatie proces verstoren.

De drie oases, Chenini, Chatt Essalem en Ghannouch, rond de stad Gabès, tussen de steppe en de zee, en de GCT.

Sinds de jaren 90 legt de Tunesische overheid nog meer nadruk op het aantrekken van grootschalige agrobedrijven die het gebruik van geïmporteerde, hybride zaden verspreiden. Voor deze bedrijven, in handen van grote investeerders, is het vanaf dan ook toegelaten om de steppe rond Gabès te irrigeren en daar bijvoorbeeld gigantische plantages met olijfbomen te vestigen. Al deze zaken zorgen voor een toenemende marginalisering en afhankelijkheid van de kleine boeren in de oase. Het gehele oase systeem bestaande uit de oases van Chenini, Chatt Essalem en Ghannouch, de zee en de steppe, raakt geheel ontwricht, wat gevolgen heeft voor het sociale weefsel van de oase zelf. 

Van een familiezaak naar een geïndividualiseerd systeem

Al deze veranderingen die het moderniseringsproject met zich meebracht, drukten een diepe stempel op de structuur van de oase. Dit ondervinden we ook zelf in de oases rond Gabès: sommige percelen liggen er verlaten bij, andere worden wél bewerkt maar lijken geen deel uit te maken van een geïntegreerd familiesysteem. Soms verborgen achter zelfgemaakte hagen – om toch ergens percelen wat af te schermen – werken meestal oudere mannen onvermoeibaar door. Zij zijn degenen die vaak als enigen van hun familie zijn overgebleven.

De kleine boer Abdelhamid bewerkt zijn gehuurd perceel nu alleen verder

Wij spreken met de goedlachse Abdelhamid, 64 jaar, in Chatt Essalem die als kleinschalige boer de situatie in de oase over de jaren heen zag veranderen. Hij – zoals vele andere boeren in de oases rond Gabès – bewerkt het veld nu alleen verder. Voordien werd er collectief met de familie gezaaid en geoogst – met het oog op zelfvoorziening – en woonde men met de rest van de familie in de oase zelf, vertelt hij. Vooral water is voor de boeren hier een groot probleem omdat de regionale industrie de ondergrondse waterbronnen (te) intensief exploiteert. Bovendien speelt de vervuiling van de omliggende fabriek – de Groupe Chimique – een grote rol in de degradatie van de oase als landbouwgebied. Activiteiten zoals het oogsten van groenten en fruit of het produceren van legmi[2] (uit palmbomen) op de landbouwgrond brengen niet meer voldoende op om te overleven. Het gedachtegoed van modernisering, waar de nadruk ligt op export, beïnvloedt ook de boeren in de oase, waarbij de aanwezigheid van concurrerende agro-bedrijven kleine boeren ook steeds meer aanzet om hun gewassen te verkopen op grotere schaal in plaats van deze op de lokale markt aan te bieden of deze te consumeren voor eigen behoeften. Maar boeren zoals Abdelhamid hebben het gevoel dat de overheid hen niet steunt, en zo verlaten velen de kleine landbouw.

Onder druk om zich aan deze veranderingen aan te passen, zoeken de paysans/paysannes in de oase naar allerlei technieken om de grond toch zo rendabel mogelijk te maken of gaan ze op zoek naar alternatieven om zichzelf en de familie te kunnen voorzien. Grote familie-percelen worden vaak opgedeeld onder verschillende familieleden, maar vaak blijven de eigenaars van de grond (vaak de vader) achter en zoeken gezinsleden naar een vol- of deeltijdse job buiten de oase. Soms wonen de eigenaars zelf niet in de oase, maar trekken ze naar de stad of naar het buitenland. Lang niet alle kleine boeren in de oases rond Gabès bezitten nog grond: Abdelhamid huurt bijvoorbeeld zijn perceel van een grotere investeerder die wél het kapitaal bezit om grond op te kopen. Algemeen genomen is de beoefening van landbouw binnen de oase dus geëvolueerd van een familiepraktijk naar een geïndividualiseerde praktijk.

Weg van het familiesysteem, naar de opportuniteiten in de stad

Met een intensivering van de industrialisering (gestimuleerd door de activiteiten van de Groupe Chimique) rond Gabès, nam de urbanisering ook toe in de regio. Oases zoals die van Chatt Essalem en delen van Chenini raken steeds meer vervlochten met de stad Gabès, en lijken er zelfs deel van uit te maken. Dat vooral jongeren vanuit de oase naar de stad trekken, is geen toeval. Weggejaagd uit de oase door deze moeilijke landbouw-omstandigheden, proberen ze hier een ander leven op te bouwen. Vele vaders die nog wel landbouwgrond in de oase bewerken, beseffen dat hun kinderen gedwongen worden om andere kansen op te zoeken. Desondanks leeft nog de idee bij sommige boeren dat de jeugd niet meer geïnteresseerd zou zijn in de landbouw omdat ze het “vuile werk van de oase” niet meer willen verrichten.

De 24-jarige Mejdi, behoort tot de jongere generatie die nu een job buiten de landbouwsector zoekt.

In Chenini ontmoeten we Mejdi, een jongeman van 24, die een andere kant van het verhaal vertelt. Hij helpt zijn oom nog regelmatig op het veld en als hij kon zou hij het liefst vast in de oase werken. Veel jongeren van zijn leeftijd trekken naar de stad Gabès of gaan studeren in Sousse of Tunis. Ze helpen wel nog regelmatig met het werk op het land, maar dan tijdens vrije dagen of in het weekend, naast hun vaste job of studie. Jongeren zoals Mehdi vinden dus geen plaats meer in het familiesysteem binnen de oase, maar banen toch hun weg in het geïndividualiseerde landbouwsysteem van nu.

“Als ik mijn vaste job niet zou hebben, zou ik nooit in de oase kunnen helpen”, vertelt Mejdi ons. Hij zelf werkt voor de GDA (Groupe Développement d’Agriculture[3]) en mag dus van geluk spreken. Een job bij de GDA of zelfs de Groupe Chimique klinkt voor jonge mensen uit de oase als muziek in de oren. Eerst en vooral: is er de garantie van een beter loon. Bovendien biedt de publieke sector vaak ook een betere vorm van sociale bescherming dan de privé-sector.

Mejdi beseft dat verhuizen naar de stad, om te werken of te studeren, voor de jeugd in de oases niet altijd de oplossing is. De jeugdwerkloosheid in Tunesië is torenhoog (rond de 30 procent) en deze treft voornamelijk de gemarginaliseerde regio’s in het zuiden van het land zoals Gabès. Jongeren die aan hun studies beginnen hebben dus geen garantie op werk en al zeker niet in de publieke sector die vaak meer zekerheid biedt.

De groeiende vraag naar dagloners

Nu vele familieleden buiten de oase gaan werken en de landbouwgrond steeds moeilijker wordt om te bewerken, kunnen de kleine lokale boeren het werk niet altijd meer alleen aan. Hoewel er nog steeds verschillende vormen van solidariteit tussen families en binnen families bestaan, zijn deze niet voldoende om het structurele arbeidstekort op te vangen. In de oase van Chenini, Chatt Essalam en Ghannouch voelen de kleine boeren zich dan ook genoodzaakt om dagloners (loonarbeiders) in te huren om hun veld te bewerken. Dit is in wezen goedkoper dan het inschakelen van de familie. Volgens kleine boeren waar wij mee spraken, kregen hun loonarbeiders tussen de 12 en 25 dinar (3,5 tot 7 euro) per dag; een verschil met grote agro-bedrijven in de regio die hun dagloners vaak minder betalen (eerder rond de 12 dinar per dag).

Mohammed, een dagloner bij een opkoper die de oogst in de oase van Chenini komt ophalen.

Tijdens één van onze veldbezoeken ontmoetten we de 26-jarige Mohammed. Hij werkt als dagloner voor een opkoper. Vele kleine boeren in de oases rond Gabes werken vandaag samen met een opkoper. Dit is een relatief nieuw fenomeen. Omwille van de individualisering van de kleinschalige landbouw is het vaak moeilijk voor de boer om zich met alle verschillende processen van de landbouw bezig te houden (productie, distributie, verkoop, etc.). Dankzij de opkopers houdt de boer zich enkel nog bezig met het planten van de gewassen zoals kropsla, terwijl de eerste vaak al voor de eigenlijke oogst deze gewassen opkoopt.

Zo wordt het productieproces opgesplitst: opkopers nemen zelf dagloners zoals Mohammed mee om de oogst binnen te halen en nadien te verkopen. Het is een jobopportuniteit voor jongeren die zelf geen geld hebben om te investeren in een stuk grond in de oase. “Maar we mogen niet vergeten”, zegt Mohammed, “dat de opkoper het grootste deel van de inkomsten krijgt.” De boer in de oase, de eigenlijke eigenaar van de grond, krijgt slechts een klein percentage van de opbrengst terwijl de dagloners werken aan een laag loon dat hen lang niet de nodige zekerheid biedt.

Feminisation d’agriculture: vrouwen als loonarbeiders

Vrouwen maken een groot deel uit van deze dagloners. Kleine boeren of opkopers kiezen ervoor om vrouwen in te schakelen. Velen doen dit vertrekkende vanuit de assumptie dat ze harder werken dan mannen. Omdat men hen vanuit deze optiek vaak minder uren betaalt voor een zelfde omzet worden deze vrouwelijke dagloners een vorm van goedkope arbeid. Nog goedkoper dan hun mannelijke collega’s. Daarenboven worden vrouwelijke dagloners door sommige boeren of opkopers soms ook gewoonweg minder betaald dan mannen, terwijl ze hetzelfde werk verrichten en even lang werken. De inzet van vrouwelijke arbeiders is een globale trend geworden in de landbouw rond Gabès. Het is ook gelinkt aan het feit dat jonge mannen in Gabès eerder jobs in de industriële sector of in het toerisme zoeken.

Vrouwen spelen dus een steeds belangrijkere rol in de landbouwsector als dagloners, zo ook in de grote agro-bedrijven die de landbouwstructuur binnen de oase beïnvloeden. Wanneer we met de eigenaar van een agrobedrijf in de steppe rond Gabès spreken, wordt het duidelijk welke logica de grote landbouwbedrijven hanteren in het aanstellen van vrouwen op de plantages. Buiten de occasionele theepauzes werken ze de hele dag hard door in de uitgestrekte velden vol met olijf- en perzikbomen. Bovendien kan de eigenaar ze minder betalen én ontvangen zij geen sociale zekerheid. De dominantie van vrouwen in de tewerkstelling in de landbouwsector, vindt nu ook plaats in de traditionele oases van Gabès. Deze vrouwelijke loonarbeiders komen soms niet eens vanuit de regio rond Gabes, merkt Messouda op.

We ontmoetten Messouda tijdens één van onze bezoeken in de oase van Chenini. Ze heeft haar hele leven als paysanne in de oase gewerkt. Maar doorheen de jaren moesten zij en haar familie andere jobopportuniteiten zoeken én heeft een deel van de oase van Chenini ook een metamorfose ondergaan. De Association de Sauvegarde de l’Oasis de Chenini maakte van een deel van de oase een beschermde eco-toeristische zone (Ras El Oueed) om de duurzame ontwikkeling van de oase te garanderen. Tegenwoordig werkt Messouda in deze beschermde zone als kok en heeft zij zo haar aanwezigheid binnen de oase kunnen vrijwaren.

Le Vieux Sage en de paysanne in de marge van de oase

Ook de rol van de man in de oase is door de jaren van modernisering veranderd. De man had traditioneel gezien de rol als “vieux sage” die zowel de opbrengsten van de landbouw tussen de familieleden verdeelde, als conflicten over land of water oploste. Het feit dat het van oudsher vaders en grootvaders zijn “qui font la justice et pas la police” en wij veel boeren tegenkwamen die opperden voor “ce qui se passe à l’oasis, reste à l’oasis” duidt op het wantrouwen tegenover overheidsinstellingen zoals het ministerie van Agricultuur en de politie. Dit wantrouwen heerst nog tot op de dag vandaag en staat centraal in het verhaal van de kleine boer.

Dit is echter vrijwel het enige dat intact is gebleven in de oases rond Gabès. Nu oudere mannen zoals Abdelhamid verder alleen werken, wordt hun rol als vieux sage eigenlijk verder bevestigd. De focus op export als onderdeel van het moderniserings- en neoliberaliseringsproject dat in de oase is geïnfiltreerd, heeft de vermarkting van sociale relaties gerealiseerd. De man betaalt niet enkel lonen uit aan externe arbeidskrachten die op zijn land komen werken, maar beheert ook de verdeling van opbrengsten indien familieleden nog wel meehelpen – en deze is niet meer gebaseerd op solidariteit.

De vrouw van Mustafa werkt zowel op de percelen van haar man als van haar broers, maar ziet een genderverschil op vlak van inkomstenverdeling.

Zo loopt het ook bij Mustafa, een boer in Ghannouch, die nog samen met zijn vrouw het veld bewerkt. Zij heeft nog nooit rechtstreeks van de inkomsten kunnen genieten; alles gaat via haar man of haar broers, vertelt ze ons. Bovendien kampt ze ook met de gevolgen van de versnippering van grond: zowel haar man als haar zes broers bezitten een stuk grond en zij werkt op beide percelen. Toen haar vader stierf, werd zijn grond verdeeld; zij zelf heeft geen stuk gekregen. De progressieve Code du statut personnel van de eerste president Habib Bourguiba van het onafhankelijke Tunesie, legde in 1956 vanuit het moderniseringsdiscours de gelijke rechten van mannen en vrouwen voor een groot deel vast. Deze gelijke rechten hadden echter geen betrekking op erfwetten. Deze baseren zich nog steeds op islamitische tradities.

Er is dus ook een vorm van genderongelijkheid in het proces van de desintegratie van de oases rond Gabès. Vrouwen spelen traditioneel een centrale rol in de landbouw processen zoals het selecteren van de beste planten voor zaadproductie, alsook in conflictbemiddeling ter ondersteuning van le vieux sage. Nu de gelijke arbeidsverdeling tussen mannen en vrouwen is weggevallen, vertellen sommige families uit Chenini en Chatt Essalem ons dat vrouwen eerder huishoudelijke taken op zich nemen. In Ghannouch ontmoeten we vrouwen zoals de echtgenote van Mustafa, die nog wel het veld samen met hun man of vader bewerken, maar een sterker “toezicht” ondervinden van le vieux sage. Het zijn ook vaak vrouwen die weggeduwd worden uit het oase systeem, en zo het gros uitmaken van de laagbetaalde seizoensarbeiders zowel in grote agrobedrijven als in kleinere landbouwpercelen in de oase.

Zonder twijfel zijn er ook vrouwen die wél een stuk grond in de oase bezitten én volleerde paysannes zijn. In de oase van Chenini werkt de reeds vermelde organisatie Association de Sauvegarde de l’Oase de Chenini rond de bescherming van de oase. Dit gaat van de waterproblematiek en vervuiling tot steun in het gebruik van lokale zaden. ASOC betrekt actief vrouwen in hun organisatie en geeft hen hierdoor een plek in hun projecten binnen de oase. Op die manier kunnen de sociale rollen van vrouwen deels beschermd worden. Toch hebben vele boeren het gevoel dat ASOC niet hen voldoende niet betrekt of geen effectieve veranderingen teweeg kan brengen. Als gevolg daarvan gaat de potentiële mobilisering of bescherming van de traditionele sociale structuur zo deels verloren.

Systeemverandering van zelfvoorziening naar exportgerichtheid

Door de kosten voor de traditionele en kleine landbouwsector alleen maar te verhogen in tegenstelling tot de steun die grote landbouwbedrijven ontvangen, hebben de boeren in de oases rond Gabès het gevoel dat de staat niet naar hen luistert. Zoals we aantoonden, heeft dit ook feitelijke gevolgen voor de sociale structuur van de oase. Deze raakt steeds meer gedesintegreerd, waarbij oudere mannen – als vaak de enige overgebleven familieleden – een belangrijkere rol spelen in de herverdeling van middelen. De mondiale tendens – vooral in het Zuiden – van jongeren die wegtrekken uit de landbouw om een job te zoeken in de stad en vrouwen die hoofdzakelijk ingeschakeld worden als goedkope arbeid in de landbouwsector, vinden we ook terug in de oases van Gabès. Tegelijkertijd zien we dat bepaalde processen die eerder geassocieerd worden met de grote agro-industrie, zoals dagloners en investeerders, ook de meer traditionele sector in de oase binnendringen en deze een ander gezicht geven.

Het is belangrijk om dit te zien in de context van de modernisering en neoliberalisering van Tunesië. Het landbouwbeleid heeft zich structureel geconcentreerd op de export van goederen en is hierbij de kleine boer uit het oog verloren. De oase, die de spil vormt van het boeren gezinsleven, kon amper rekenen op de steun van de overheid. Zeker sinds de jaren 80 heeft dit verstrekkende gevolgen. Waar voordien de staat nog voor tewerkstelling zorgde na de onafhankelijkheid met het staatsgeleide moderniseringsproject van de eerste president Habib Bourguiba, verbrak neoliberalisering juist dit sociale contract van en met de staat.

Dat de Tunesische Revolutie van 2011 wordt voorgesteld als een radicale breuk met het autoritarisme van Ben Ali in ruil voor politieke vrijheid, heeft volgens vele boeren dan toch geen betrekking tot hen. Kleine boeren in de oase van Gabès voelen zich in de greep gehouden door de politiek van een op de exportmarkt georiënteerde modernisering en de systematische marginalisering van de regio. Hier en daar bracht de revolutie wél vrijheid en meer ruimte voor organisaties zoals ASOC. Op die manier geeft de revolutie boeren die verbonden zijn aan deze organisaties wel indirect een grotere stem. Maar vele andere boeren in de oases van Chenini, Chatt Essalem en Ghannouch vinden dat deze organisaties hen niet voldoende zekerheden kunnen bieden en bovendien: “ils ne remplacent pas l’état”.

 

Notes:

[1] De steppe rond Gabès had het statuut van les terres collective de tribut: collectief land waar voor de kolonisatie specifieke stammen het vruchtgebruik over hadden, maar dit zonder individueel bezit. Deze terre tribale betrof één derde van de totale landbouwgrond bij de onafhankelijkheid van Tunesië in 1956.

[2]Een zoete drank op basis van sap uit palmbomen populair in het zuiden van Tunesië.

[3] Eind jaren 90 herstructureert Tunesië de rurale instituties door middel van decentralisering en verdere liberalisering van het landbouwbeleid. Lokale organisaties, de Groupe Développement d’Agriculture, staan onder mede in voor de bescherming van de natuurlijke hulpbronnen in samenwerking met de nationale landbouwinstituties en internationale organisaties zoals de Wereldbank

 

Meer info over dit project:

Begin april 2019 trokken tien studenten van de Master Conflict and Development aan de Universiteit Gent voor drie weken naar het stadje Gabès in het Zuiden van Tunesië. De reis maakte deel uit van hun opleidingsprogramma en werd geleid door prof. Koenraad Bogaert (Ugent) in samenwerking met prof. Sami Zemni (Ugent), dr. Soraya El Kahlaoui (Ugent) en prof. Habib Ayeb, voorzitter van het Tunesische Observatorium voor Voedselsoevereiniteit en Milieu (OSAE). De reis werd mede gefinancierd door het Franse Comité Catholique Contre la Faim et pour le Développement – Terre Solidaire (CCFD)

Gabès is een stad gebouwd in en rond een unieke fauna en flora van drie oases gelegen aan de Middellandse Zee. Sinds een aantal decennia wordt deze biodiversiteit echter sterk bedreigd door de zeer vervuilende fosfaat-industrie en staat het sociale leven van een groot deel van de bewoners die afhankelijk zijn van de oases heel sterk onder druk.

OSAE zet zich al jaren in voor de bescherming van de oases en tracht het bewustzijn te bevorderen rond het belang van lokale landbouw, voedselsoevereiniteit, milieubescherming, sociale rechtvaardigheid en de preservatie van natuurlijke rijkdommen. Onder de deskundige leiding van Habib Ayeb en OSAE werden de Gentse studenten samen met tien Tunesische collega-studenten uit de hoofdstad Tunis tien dagen lang ondergedompeld in het dagelijkse leven van Gabès en kreeg de groep een unieke inkijk in de huidige problemen rond grootschalige vervuilende industrialisatie en een landbouwpolitiek die vooral gericht is op export (naar het rijke Noorden). Beide vormen van lokale ‘ontwikkeling’ veroorzaken ernstige gevolgen voor de lokale biodiversiteit en voedselzekerheid.  

Na een intensief programma van terreinbezoeken, trokken de studenten er zelf op uit om in groepen van vier (telkens twee Belgische en twee Tunesische studenten) hun eigen veldwerk en onderzoek te verrichten. Hun bevindingen resulteerden in een reeks van vijf artikelen rond vijf verschillende thema’s: sociaal protest, toegang tot land, toegang tot water, de zaden business en de degradatie van het sociale leven in de oase. Deze reeks zal de komende vijf weken gepubliceerd worden door De Wereld Morgen.

De conclusies van de studenten zijn relevant voor iedereen die bezorgd is over de steeds urgenter wordende milieuproblemen. Bovendien geven de studenten ook een gedetailleerde kijk op de situatie in Tunesië en wordt al snel duidelijk dat sommige landen en regio’s in de wereld, voornamelijk in het Globale Zuiden, disproportioneel getroffen worden door de klimaatcrisis. Tenslotte plaatst het onderzoek van de studenten een aantal vraagtekens bij het dominante idee dat voedselzekerheid op wereldvlak enkel en alleen kan gevrijwaard worden met behulp van grootschalige industriële landbouw, monocultuur en een op export georiënteerde markt. Het concept van voedselsoevereiniteit dat gepromoot wordt door organisaties als OSAE stelt daar tegenover dat een duurzame toekomst en een mondiale voedselzekerheid veel beter gegarandeerd wordt door een beleid dat gericht is op een meer kleinschalige, sociaal rechtvaardige en duurzame vorm van landbouw.

Groepsfoto studiereis naar Gabès, Tunesië, April 2019

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!