Interview -

Pietro Marcello: “’Martin Eden’ gaat over de verwoestingen aangericht door egoïsme”

De internationale jury van Film Fest Gent bedacht Pietro Marcello’s 'Martin Eden', de bijzonder eigenzinnige en erg actuele verfilming van de gelijknamige roman uit 1909 van de Amerikaanse auteur Jack London, met een 'Special Jury Prize for Best Director'. Terecht want de Italiaanse regisseur leverde een even poëtische als politieke film af. Een coming-of-age verhaal van een zeeman die schrijver wordt en aan het succes ten onder gaat. We spraken met een cineast die buiten de filmindustrie staat over een cultroman, morele cinema en de destructieve kracht van individualisme.

dinsdag 5 november 2019 17:19

Lange tijd werd gedacht dat ‘Martin Eden’, de roman uit 1909 van de Amerikaanse auteur Jack London (bekend van avonturenromans zoals White Fang en Call of the Wild), grotendeels autobiografisch is. Dat zag de schrijver zelf anders. Voor hem was het verhaal van Martin Eden – een zeeman uit Oakland zonder culturele bagage die verliefd wordt op een vrouw uit de gecultiveerde, hogere burgerij en aanzien hoopt te verwerven als schrijver – vooral “een kritiek op Nietszcheaans individualisme”.

Die interpretatie nam de Italiaanse filmmaker Pietro Marcello ter harte in zijn Martin Eden. In deze adaptatie zien we hoe Martin verliefd wordt op een mooie jongedame die hem niet begrijpt, hoe hij via (leren) lezen en schrijven zichzelf opwerkt om na jaren hard werken door te breken als literair auteur. Met dat succes ontdekt hij hedonisme en individualisme. Confronterend voor iemand die van zijn klasse, het Napolitaans subproletariaat, vooral gevoel voor het collectieve en solidariteit had meegekregen. Met de verovering van (burgerlijke) Hogere Cultuur gaat ook een teloorgang gepaard. Consumptie, eenzaamheid en zelfvernietiging leiden tot isolement.

Martin Eden

De transformatie van een roman

Marcello transformeert een verhaal dat speelt in het Californië van de jaren 1900 in een eerder tijdloos, 20ste eeuws, avontuur in de baai van een levendig Napels. Met beperkte middelen, een hybride stijl en een (in Venetië boven Joker-acteur Joaquin Phoenix verkozen) charismatische hoofdrolvertolker (Luca Marinelli) vertelt de passioneel onafhankelijke cineast het verhaal van een emancipatie die op een ontgoocheling uitdraait en tegelijk een ander licht werpt op de clash tussen socialisme en individualisme.

Martin Eden is een van de meest fascinerende en gedurfde films van het jaar. Stof voor een gesprek met een regisseur die zich in Gent doodop toonde maar niet minder strijdvaardig. “Ik ben zo moe, de twee jaar werk aan deze film waren slopend en ik zag de laatste maanden amper mijn huis”, zei Pietro Marcello bij het afscheid, “maar wanneer ik een urgentie voel, zal ik een nieuw project opstarten. Het is sterker dan mezelf.”

Pietro Marcello

‘Films vertellen altijd verhalen die we al kennen’ verzucht je schrijver in Martin Eden bij een bioscoopbezoek. Is dit iets dat in je achterhoofd speelde bij je adaptatie van Jack Londons roman?

Pietro Marcello: “Mijn co-scenarist Maurizio Braucci gaf me Jack Londons boek toen ik twintig jaar was. Ik ben nu 43, dus het project gaat al een tijdje mee. Tijdens mijn parcours als filmmaker in die periode deelde ik veel politieke, sociale en culturele ervaringen met Maurizio. Wij zijn beiden tamelijk onafhankelijk. Zelf heb ik al mijn films geproduceerd, het is belangrijk voor mij om controle te bewaren over wat ik doe. Daarom moest naast het scenario ook de productiekant van Martin Eden goed zitten voor we er wilden aan beginnen. Dat we hem nu gemaakt hebben is ook geen toeval, het is voor ons een heel actuele film.

Jack Londons in 1909 verschenen boek was net als zijn net daarvoor uitgekomen The Iron Heel niet enkel heel Europees, het was ook een somber werk dat een voorgevoel uitademende. Namelijk het feit dat de 20ste eeuw die van het individualisme zou worden. Waarbij de catastrofen niet konden uitblijven. Wanneer je naar de 21ste eeuw kijkt merk je dat dit individualisme nog versterkt is. Het was voor mij dan ook belangrijk om Martin Eden te beginnen met Errico Malatesta, een belangrijke Italiaanse 19de eeuwse anarchistische denker en activist die het onderscheid maakte tussen individualisme en zelfbevrijding. Ik deel zijn mening dat individualisme zonder socialisme enkel leidt tot barbarij. Martin Eden is in mijn ogen een negatieve held die in het tijdperk van hedonisten, individualisten en influencers waarin we ons nu bevinden erg relevant is. Mijn film gaat dan ook over ons neoliberaal systeem, over de link tussen kapitalisme en individualisme, over de verwoestingen aangericht door egoïsme.”

Martin Eden

Tijdloze metafoor

Soms lijkt het verhaal zich af te spelen in de jaren vijftig maar eigenlijk situeert het gebeuren zich tussen 1920 en 2020. Wou je het universeel houden?

Martin Eden is niet opgezet als een strikt realistische film, de film diende universeel te lijken. Braucci en ik wilden een toegankelijke, populaire film maken maar dan wel met een verhaal dat een metafoor is. Het gaat om de reis van iemand die geleidelijk zijn relatie met mensen en dingen verliest, die stopt met rond zich te kijken en die wanneer hij de band met de werkelijkheid kwijt is ook zijn levenskracht en creativiteit kwijtspeelt. Londons boek was meer een sentimenteel drama verankerd in de 19de eeuw, ook al is zijn kritiek op de spektakelmaatschappij verwant met wat Guy Debord in de jaren zeventig schreef. De film wil een brug leggen naar de hedendaagse maatschappij met een cultuur in het teken van hedonisme en individualisme. Vandaar dat er aan het einde een scène is die de migrantenproblematiek en terugkerend fascisme verbindt.”

Vandaar ook dat je found footage, home movies en 16 mm opnamen verstrengelt met ‘normale’ fictiescènes?

“Voor mij was het belangrijk om de geschiedenis van de voorbije eeuw te vertellen. Daarom moesten sommige beelden een zekere leeftijd hebben, mocht het allemaal niet glad en perfect lijken.”

Je gebruikte beeldmateriaal dat je in het verleden zelf hebt gedraaid.

“Ja, opnamen die ik vroeger maakte maar ook archiefmateriaal, zoals de beelden van nazi boekverbrandingen. Een verwijzing naar het feit dat Londons boeken verboden literatuur waren tijdens het naziregime. Maar tegelijk ook erg krachtige beelden die gelden als tegengewicht voor het persoonlijke verhaal van Eden en de link leggen naar het grote verhaal van de 20ste eeuw. Een van mijn grote voorbeelden is de neorealistische cineast Roberto Rossellini en ik deel met hem de overtuiging dat een film ontstaat tijdens het draaien en monteren. Dat levert chaos op en een hybride film maar ik verkies een film met een ziel boven een perfecte film. Martin Eden draait voor mij om klassenstrijd: Eden verraadt de klasse, het subproletariaat, waartoe hij behoort.”

Martin Eden

Napels zien en schrijven

Spoorde dat je aan om het gebeuren te situeren in het proletarische Napels?

“Inderdaad. Maar bovendien kan ik enkel verhalen vertellen die verbonden zijn met mijn cultuur. Het verhaal in Amerika situeren was dan ook geen optie, met die cultuur heb ik geen affiniteit. Mijn land is Zuid-Italië en Napels is een interessante, levendige en tolerante stad. Het was mogelijk om het daar te situeren omdat het boek eigenlijk een heel eenvoudig verhaal vertelt. Een jonge kerel wordt verliefd op een rijk meisje en verraadt zijn klasse. De klassenstrijd zit er in bij Londons boek, maar ik heb het thema van verraad onderstreept. En natuurlijk het contrast tussen rijk en arm dat ook op mondiaal vlak speelt tussen rijke en arme landen.”

Is Edens verraad ook verbonden met zijn verlangen naar een culturele upgrade?

“Hij is gefascineerd door het ‘Hoge Cultuur’-concept maar werd het slachtoffer van die cultuur. Net als Jack London die zelf gebiologeerd was door het sociaal Darwinisme van de Britse socioloog Herbert Spencer. En die een liefde-haat relatie had met socialisme. Wanneer Martin Eden de greep op de realiteit verloren is, kan hij niets meer doen. Als kijker volgen we hem zolang hij menselijk blijft, zolang hij wil leren, maar wanneer hij een schrijver wordt haken we af. Voor mij is hij van dan af een negatieve held. ”

Een schrijver is op het scherm vaak een gesloten persoon.

“De schrijver is niet genereus. Martin geeft alleen geld aan zijn zus. Bovendien is hij constant verward. Hij heeft dingen geleerd maar is zijn vrijheid verloren. Uiteindelijk beseft hij dat hij niet meer jong kan zijn. Wanneer hij aan het einde van de film vanuit het raam zijn jongere zelf ziet, kan hij zichzelf niet volgen omdat die jeugdigheid definitief verloren is. Eden kan niet meer terug naar het verleden.”

Omwille van de tijd, maar ook omdat hij veranderd is.

“Hij is zodanig veranderd dat hij essentiële dingen verloren is. Verwondering bijvoorbeeld. Samenhorigheid ook. Daardoor is hij van binnenin dood. Ik wou Martin Eden verfilmen omdat het volgens mij een belangrijk werk is voor jonge mensen. Mensen van 18 tot 20 jaar, voor de volwassenheid toeslaat. Daarom is het ook een film die ik in scholen vertoond wil krijgen. Om het te hebben over keuzes, privileges en solidariteit.”

Martin Eden

Een solidaire geest

Is die ‘roeping’ bij jou met de leeftijd ontstaan?

“Eigenlijk wel want toen ik jong was waren werken, de huur betalen en dergelijke mijn bekommernissen. Nu ben ik als ervaren regisseur geprivilegieerd en kan ik het mij veroorloven om een weinig commerciële film als Martin Eden te maken, alleen maar omdat ik de noodzaak voel om die film te maken. Meer voor jongeren dan voor mezelf.”

Een element daarvan is ongetwijfeld het gemeenschapsgevoel dat Martin Eden evoceert via een protagonist die zich ontwikkelt én vernietigt door te breken met die solidariteit.

“Toen ik in Charleroi verbleef was ik onder de indruk van de solidaire geest die daar leeft. En het feit dat met verschillende culturen een gemeenschap wordt opgebouwd.”

Wie beïnvloedde je, naast Rossellini, als filmmaker?

“De Belgische documentairemaker Paul Meyer (1920-2007), die naast Wallonie 1967 en Les godin-Parmajon ook zijn meesterwerk Déjà s’envole la fleur maigre maakte in Charleroi. Ik voel me helemaal niet verbonden met moderne cinema en er zijn dan ook geen filmmakers daar die ik als voorbeeld zie. Met het neorealisme, en dus onder meer Roberto Rossellini, begint en eindigt alles. Het was een cinema die in Italië enkel mogelijk was door de oorlog, dankzij dat trauma waarop gereageerd kon worden. Filmmakers waren toen verbonden met hun tijd, reflecteerden erop, terwijl ze nu enkel de tijd weerspiegelen.”

Er is een breuk ontstaan tussen realiteit en film, een breuk waarin de weinig creatieve en kritische fan-cultuur zich gevestigd heeft.

“Het is bijzonder cynisch geworden. Men wil alleen nog maar geld verdienen. Niet enkel filmproducenten maar ook filmmakers. “

Martin Eden

Poëtische cinema buiten de droomfabriek

Hoe leef en werk je in dat systeem?

“Ik leef en werk er buiten. Ik produceer mijn eigen films. Dat deed ik voor documentaires als Il passaggio della line (2007), La bocca del lupo (2009) en Il Selenzio di Pelisjan (2011) en voor zowel Bella e Perduta (2015) en Martin Eden (2019). Ik wil niet rijk worden, maar doen wat ik wil. En wanneer dat niet meer lukt, verander ik van job. Ik ben filmmaker geworden uit noodzaak, niet omdat ik roem en fortuin zocht. Voor Martin Eden genoot ik veel vrijheid omdat ik zelf voor de financiering had gezorgd maar uiteindelijk botste ik ook tegen economische grenzen. Je kan niet alles doen met weinig geld. En toch moeten films goedkoper gemaakt worden om filmmakers toe te laten zelfstandig actief te blijven op de markt en in de filmindustrie.”

Welke passie houdt je aan de slag?

“Ik verzamel graag beelden en vertel met veel plezier verhalen maar ik heb een hekel aan die worsteling met economische wetmatigheden die ermee gepaard gaat. De filmindustrie is immers vooral een entertainment-industrie geworden. Ver verwijderd van de morele en pedagogische cinema die ik voor ogen heb. Voor een auteur is er geen plaats meer, men zoekt ‘uitvoerende’ filmmakers van wie men zelfs het vakmanschap niet respecteert. Ik volg mijn eigen weg maar ik besef dat de economie sterker is dan ik. Het belet niet dat ik iets relevants kan doen op een kleine schaal. Daarom dat ik Martin Eden zo graag naar de scholen wil brengen. In een tijdperk waar sociale media en virtuele realiteit heersen wordt fysiek, menselijk contact extra belangrijk. Cinema zou mensen moeten samenbrengen en mensen doen discussiëren over thema’s. Hoeveel toeschouwers Martin Eden bereikt laat me koud, ik hoop dat er dingen in de film zitten die kijkers raken en hen aan het denken zetten.”

Interview Film Fest Gent, 17 oktober 2019

MARTIN EDEN van Pietro Marcello. Italië 2019, 125′. Met Luca Marinelli, Jessica Cressy, Carlo Cecchi. Scenario Pietro Marcello en Maurizio Braucci naar Jack London. Fotografie Alessandro Abate & Francesco Di Giacomo. Muziek Sacha Ricci. Distributie Imagine. Release 6 november.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!