Opinie -

De film ‘The Good Terrorist’: Over Ali Aarrass en Jason Walters

dinsdag 5 november 2019 19:34

De film The Good Terrorist, die op 6 november op de Nederlandse televisie wordt vertoond, gaat over twee mensen: Ali Aarrass en Jason Walters. Ze hebben gemeenschappelijk dat ze allebei, in een terrorismeproces in eerste aanleg, tot 15 jaar gevangenisstraf werden veroordeeld. In beroep werd de straf van Ali verminderd tot 12 jaar en die van Jason tot 13 jaar. Allebei werden ze opgesloten in een hoog beveiligde gevangenis, in isolement. De eerste in Marokko, de tweede in Nederland. Ali tot op vandaag (zijn vrijlating is voorzien op 2 april 2020), Jason tot op de dag van zijn vervroegde invrijheidsstelling in 2013.

Maar hier houdt de vergelijking tussen de twee mannen op.

In het geval van de Belg Ali Aarrass wil de titel The Good Terrorist zeggen dat het gaat om iemand die in Marokko onschuldig in de gevangenis zit en die met terrorisme geen uitstaans heeft. Een man die sinds 12 jaar, zijn schijnproces, zijn illegale uitlevering door Spanje aan Marokko, zijn foltering, zijn opsluiting in isolement en het feit dat België hem heeft in de steek gelaten, aanvecht. Via hongerstakingen, juridische acties en internationale politieke acties in België, Spanje, Groot-Brittannië en Marokko. Met de steun van Amnesty International, de Liga voor de Mensenrechten tot en met verschillende internationale comités van de UNO.

In het geval van Jason slaat de titel van de film op het feit dat het gaat om een jonge man, die zich bekeerde tot de islam en de gewelddadige strijd, tot en met het martelaarschap, en die tot inkeer is gekomen. ‘The Good Terrrorist’ wil in zijn geval zeggen dat hij tijdens zijn detentie van zijn gewelddadige ideologie is afgestapt. Iets dat hij al tijdens zijn detentie openlijk in de pers kenbaar maakte.

Hoe de film tot stand kwam

Een tiental jaar geleden contacteerden twee Nederlandse filmmakers me met de vraag om mee te werken aan een documentaire. Maaik Krijgsman en Robert Oey wilden een film maken over beschuldigden of veroordeelden voor terrorisme in Europa en ook hun families aan het woord laten. Ze wilden een objectief beeld brengen, niet van bovenaf of door de veiligheidsdiensten gecommandeerd, niet op sensatie gericht.

Foto: Luk Vervaet

Met akkoord van de betrokkenen, bracht ik hen in contact met enkele ex-gedetineerden en enkele van hun families, en met de campagne Free Ali Aarrass. De twee filmmakers en hun team trokken daarop mee met een internationale solidariteitsdelegatie voor Ali Aarrass, naar de rechtbank in Salé/Rabat in Marokko, waar het proces van Ali Aarrass toen in beroep voorkwam.

Ze ontsnapten daar op het nippertje aan een inbeslagname van hun materiaal door de Marokkaanse autoriteiten, die niet wilden dat er aan de gevangenis van Salé gefilmd werd. De film brengt mooie en zeldzame beelden van die solidariteitsdelegatie. Naast getuigenissen van Farida, Ali’s zus, die spreekt over welke schok de arrestatie van Ali in de familie teweegbracht, over de stigmatisering van de moslimgemeenschap, over het feit dat ze in België als tweederangsburgers worden behandeld. En er is de aangrijpende getuigenis van de moeder van Ali. Met commentaren van Amnesty International tegen de folteringen, waarvan Ali Aarrass het slachtoffer was.

In de jaren die volgden bleken de moeilijkheden voor het maken van de film groter dan verwacht. Weinig of geen ex-gedetineerden wilden openlijk voor een camera getuigen. Uit wantrouwen, uit vrees voor verdere gevolgen voor henzelf of hun families. Of omdat ze vonden dat wat ze ook zeiden, ze toch niet zouden geloofd worden. Het project kwam tot stilstand.

Tot Robert Oey vorig jaar besloot om de film af te maken. De beelden over de zaak Ali Aarrass werden ondergebracht in een film, die nu voor driekwart gaat over de getuigenis van één man, de Nederlander Jason Walters. Jason was zowat de enige die openlijk voor de camera wilde getuigen over zijn vroegere opvattingen en hoe hij daar is vanaf gestapt. Leidmotief van de film werd de vraag wat de beweegredenen achter het terrorisme zijn en of wij de motieven van terroristen wel kunnen begrijpen. En of er zoiets bestaat als de-radicalisering van terroristen. De moeilijkheden voor de film waren niet voorbij: net voor het uitkomen van de film trok Jason zijn eerdere toelating om niet geblurd in de film te verschijnen, in.

Robert Oey heeft me in zijn film een belangrijke plaats gegeven. Naast een advocaat, een gevangenisbewaker, politiemensen, een winkelier, kom ik er aan het woord als verdediger van de mensenrechten van veroordeelden voor terrorisme en als iemand die daardoor ook zijn werk als leraar in de gevangenissen verloor. Mijn tussenkomsten zijn ook opgemerkt in de filmkritieken in de Nederlandse pers, die u onderaan dit artikel vindt.

Opmerkingen

Mijn belangrijkste opmerking over de film is dat het een documentaire is over enkele individuen, weliswaar met commentaren, maar waar heel de maatschappelijke context waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld, is uitgelicht. Op die manier laat de film verstaan dat ‘de-radicalisering’ alleen iets is voor de (ex-)terroristen. Onze maatschappij, onze verantwoordelijkheid blijft buiten schot.

Zo pleit de film niet voor het stopzetten van onze eindeloze oorlogen tegen het terrorisme. Robert Oey trok voor de film ook naar Pakistan, op zoek naar plaatsen waar Westerse terroristen werden opgeleid, en maakte daar heel mooie beelden en een interview. Maar zonder te vermelden dat de Westerse oorlog tegen het terrorisme in dat land duizenden burgerslachtoffers heeft gemaakt (tussen 2001 en 2018 kwamen 500.000 mensen om in Afghanistan, Pakistan en Syrië, waaronder de helft burgerslachtoffers). In het geval van de Hofstadgroep, waar Jason Walters deel van uitmaakte, blijft ook het thema van uitsluiting, discriminatie en racisme van jongeren met een migratie-achtergrond onaangeroerd.

Een Belgische kijker zal zich bij de zaak Jason Walters en wie of wat de Hofstadgroep was, wellicht weinig kunnen voorstellen. En de film maakt ons daarover niet veel wijzer. Daarom hier wat bijkomende informatie over een zaak die een keerpunt vormde naar een ‘geradicaliseerde’ aanpak in de terrorismebestrijding in Nederland.

Jason

Centraal in de film staat Jason Walters, die als 19-jarig lid van de Hofstadgroep, naar Pakistan trok en daar verbleef in een militair opleidingskamp. Op 10 november 2004 gooide hij in Den Haag een handgranaat naar leden van een arrestatieteam dat hem en zijn vriend wilde arresteren. Daarbij raakten vier agenten gewond. Walters werd neergeschoten.

Het verhaal van die arrestatie komt in de film uitgebreid aan bod. Jason werd op 10 maart 2006 door de rechtbank veroordeeld tot 15 jaar cel, wegens deelname aan “een criminele en terroristische organisatie, poging tot moord en overtreding van de Wet wapens en munitie”. Zijn broer Jermaine werd vrijgesproken in die rechtszaak, maar zou in juni 2015 om het leven zijn gekomen bij Westerse bombardementen op een wapendepot in de buurt van Raqqa. Nadat hij twee derde van zijn straf uitgezeten had, werd Jason in mei 2013 vervroegd vrijgelaten. Tijdens zijn detentie studeerde hij, en nam hij afstand van zijn vroegere standpunten.

De Hofstadgroep

De Hofstad groep is de naam die werd bedacht door de Nederlandse Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), voor een groep van een veertiental jonge moslims. De groep kwam regelmatig bijeen in de periode van mei 2003 tot de arrestatie van enkele leden in november 2004. Toen, op 2 november 2004, werd Theo van Gogh vermoord. De dader, Mohammed B., handelde volgens de rechtbank alleen en werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Maar Mohamed B. was ook een deelnemer aan de bijeenkomsten van de Hofstadgroep en zou daar zowat de ‘leraar’ zijn geweest. Met als gevolg dat alle leden van de groep beschuldigd werden van lidmaatschap van een terroristische organisatie en veertien maanden werden opgesloten in afwachting van hun proces.

In de film komt de wereldberoemde advocaat Victor Koppe aan het woord. Hij verdedigde enkele van de jongeren voor de rechtbank. Koppe was nadien dermate gerevolteerd door de behandeling van zijn jonge cliënten dat hij besloot er de brui aan te geven.

In een interview in een krant verklaarde hij: “De meeste jongens hebben helemaal niets misdaan en toch staan ze voor de rechter. Na veertien maanden in voorarrest te hebben gezeten en ook al was er geen enkel bewijs. De meeste verdachten in dit Hofstadproces werden aangehouden enkel en alleen omdat ze wel eens in de woning van Mohammed B. kwamen. That’s it…”

En nog: “Iedereen weet inmiddels dat de oorlog in Irak onder valse voorwendselen is begonnen en gevoerd en toch is er nog steeds geen debat in Nederland. Zo’n publiek debat zou ervoor kunnen zorgen dat ook de groep moslims die gekeerd is tegen het beleid van Nederland zich zou kunnen herkennen in de politiek. Sommige van hun opvattingen zouden worden vertolkt in de Kamer, in het publieke domein. Het is onverstandig om bepaalde moslims af te doen als een stelletje dwazen. We moeten ze serieus nemen. “

Het proces tegen de Hofstadgroep zou de hele Nederlandse justitie in vertwijfeling brengen over de vraag: wat is een terroristische organisatie? Op 10 maart 2006 stelde een rechtbank in Rotterdam dat negen van de leden van de Hofstadgroep een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk vormden. Vijf leden waren volgens de rechter passief lid en werden vrijgesproken.

Op 23 januari 2008 oordeelde het gerechtshof in Den Haag in hoger beroep dat de Hofstadgroep geen criminele organisatie was, zoals omschreven in de wet. Alle verdachten werden door het Hof vrijgesproken van de beschuldiging van “lidmaatschap van een terroristische organisatie”.

Tegen deze uitspraak ging het openbaar ministerie in beroep. Met als gevolg dat de Hoge Raad der Nederlanden (vergelijkbaar met het Hof van Cassatie in België) op 2 februari 2010 besliste dat de kwestie van “lidmaatschap van een terroristische organisatie” door de rechtbank in hoger beroep moest worden overgedaan.

Die rechtbank in hoger beroep van Amsterdam stelde in december 2008 dat de Hofstadgroep wél een terroristische organisatie was. En ze veroordeelde de jongeren tot straffen gaande van vijftien maanden tot dertien jaar cel. De hoogste straf was voor Jason W. : dertien jaar, een vermindering met twee jaar tegenover het eerste vonnis, omdat het Hof rekening hield met zijn jonge leeftijd.

Jason had twee maanden voor de nieuwe uitspraak al in de pers openlijk afstand genomen van het, ik citeer, “radicaal fundamentalistisch gedachtengoed” en hij had de moslims opgeroepen “om de moderne wereld met al haar verworvenheden, waaronder de democratische rechtstaat, te accepteren”. Maar dat was voor het hof geen reden voor een lichtere straf.

De Terroristen Afdeling (TA) in de gevangenis van Vught

De film leidt ons binnen in de gevangenis van Vught, meer bepaald in de Terroristen Afdeling van de gevangenis, waar Jason gevangen zat. In de nasleep van de moord op Theo van Gogh en de zaak van de Hofstadgroep, werd in Nederland die speciale terroristenafdeling geopend in de gevangenis van Vught. Eerst werden de leden van de groep ondergebracht in verschillende gevangenissen. Maar Nederlandse politici eisten een hardere aanpak, uit vrees dat de leden van de groep daar andere gedetineerden zouden radicaliseren. En zo werd in september 2006 een speciale terroristenafdeling (TA) geopend in de penitentiaire inrichting (PI) in Vught, met 41 plaatsen. In januari 2007 volgde een nieuwe TA met zeven cellen in de PI De Schie in Rotterdam

De film toont ons de infrastructuur van de terrorisme-afdeling van Vught. De eindeloze deuren en gangen. Het volledige isolement van de gedetineerden. De metalen kooi waar de gedetineerden konden voetballen. En de film laat een wat oudere bewaker aan het woord, die weliswaar deel is van de logica van het systeem, maar die tegelijk erg respectvol en menselijk blijkt. Zo speelden hij en zijn collega’s, tegen alle veiligheidsregels in, voetbal met de veroordeelde terroristen.

Maar zo krijg je ook de indruk dat het er op die afdeling eigenlijk allemaal vrij goed en normaal aan toe ging. Ik heb zelf in die speciale afdeling van Vught enkele bezoeken gebracht aan een Belgische gedetineerde. Ik kan u verzekeren dat die gevangenis binnen de gevangenis, samen met een gelijkaardige afdeling (AIBV) in de gevangenis van Brugge, zowat de ergste detentieplaats is, die ik ooit heb bezocht. Niet voor niets was de TA vanaf het begin omstreden, omdat veel deskundigen betwijfelden of het wel verstandig is om terroristen bij elkaar te zetten. En omdat het isolement in die afdelingen sommige gedetineerden letterlijk kapot maakte.

The Good Terrorist

Tot slot

De film eindigt met een gezamenlijk etentje voor Ali Aarrass. In een warme, hartelijke sfeer. Een boodschap van solidariteit en broederlijkheid. Op weg naar een nieuwe vorm van samenleven en samen strijden. Waarbij Farida, de kleuter op haar schoot naar de camera doet wuiven, en lachend en ironisch zegt: “Ziet u, we zijn de terroristen van de toekomst.”

 

De film ‘The Good Terrorist’ is woensdag 6 november te zien op NPO2 om 22u55.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!