Opinie -

Big data is het nieuwe goud

dinsdag 5 november 2019 15:44

Recentelijk was er heel wat te doen over een triomfantelijke aankondiging van het Kortrijkse stadsbestuur. Men telt 40.000 euro neer om een gigantisch pakket data aan te kopen van Proximus over het wandel- en consumptiegedrag van bezoekers aan de stad. Die data worden verzameld door de locatie en het gebruik van uw gsm te registreren. Die informatie wordt vervolgens gebundeld zodat ze anoniem is. Zo wordt voorkomen dat één specifiek persoon kan gevolgd worden. (Hoewel men blijkbaar wel kan achterhalen uit welke gemeente een bezoeker komt.) Binnenkort gaat men ook in zee met bankkaartbedrijven Maestro en Visa. Zo weet u ook meteen waarom banken en overheden cash geld willen ontmoedigen. (Of vindt u het krimpend aantal geldautomaten en de kosten van sommige banken om geld af te halen normaal?)

In een opiniestuk op VRT NWS nam privacyexpert Matthias Dobbelaere-Welvaert dit project op de korrel. Hij kaartte daarin tegelijk opnieuw het groeiende fenomeen aan van het ongevraagde gebruik van digitale informatie van burgers in het algemeen – denk aan veiligheidscamera’s met gezichtsherkenning of de ANPR-camera’s waar alweer Proximus voor een groot deel achter zit.

Zoals het een modern bedrijf betaamt reageerde Proximus niet zelf, maar liet ze de ‘eer’ aan de betrokken politicus, burgemeester Van Quickenborne (Open Vld) / Team Burgemeester). In zijn antwoord verantwoordde hij de keuze van het gemeentebestuur (en de investering van het belastinggeld) door te argumenteren dat bezoekersstromen nu beter in kaart kunnen worden gebracht. De veiligheidscamera’s zouden bovendien enkel gebruikt worden om mensen te herkennen op basis van bepaalde opvallende kenmerken (zoals een rode rugzak). De automatische gezichtsherkenningssoftware wordt niet gebruikt (maar is wel aanwezig, geeft de burgemeester daarmee toe).

Hij verwijt de heer Dobbelaere-Welvaert om op een goedkope manier naamsbekendheid te proberen verwerven. Hiermee bedient de politicus zich van een argumentum ad hominem dat niets meer met inhoud te maken heeft. (Toegegeven de heer Dobbelaere-Welvaert had het misschien ook niet al te vriendelijk over een ‘egoproject’.) Qua goedkoop populisme kunnen de (camera-)experimenten van de stad Kortrijk echter ook wel tellen. Ons buikgevoel geeft de burgemeester snel gelijk. “Het werkt toch ?” Maar wat werkt er nu precies?

Big data

Data is het nieuwe goud, zo weten we. Je kan een bedrijf zoals Proximus dus niet verwijten dat het data verzamelt en verkoopt, zolang dat op een legale manier gebeurt. Of dat zo is, wil ik niet eens betwisten. Volgens de heer Dobbelaere-Welvaert zou het systeem niet GDPR-proof zijn. En blijkbaar is het oude gunstige advies voor een soortgelijk project nu niet meer geldig waardoor de Gegevensbeschermingsautoriteit een onderzoek heeft geopend. Ik ken niet genoeg van deze materie om daar iets over te zeggen, dat lijkt me eerder iets voor een expertencommissie of desnoods de rechtbank. In zijn opiniestuk heeft Matthias Dobbelaere-Welvaert het echter over de afwezigheid van een opt out. Daar wil ik graag wat meer over zeggen.

Een Antwerpenaar die Kortrijk bezoekt, geeft meestal nietsvermoedend allerlei nuttige informatie door over zijn locatie, gesprekken, consumptie- en aankoopgedrag via zijn gsm en bankkaart. De consument is zo tegelijk een producent of om een hip portemanteau te gebruiken een prosument. De geproduceerde informatie wordt vervolgens zonder medeweten van de burger verkocht aan eender wie ervoor betaalt. Het bedrijf verdient op die manier twee keer: de burger betaalt voor de telefoon- of bankdiensten en de datakoper betaalt voor de data. De burger betaalt drie keer: één keer voor de telefoon- of bankdiensten, een tweede keer voor zijn consumpties en aankopen in de stad en een derde keer voor de manipulatie die hij ondergaat.

Daar dienen die data natuurlijk voor: bezoekers manipuleren. Consumenten leveren informatie om nieuwe consumenten méér en beter te doen consumeren. En dat doen ze gratis.

Lees dit gerust nog een keer, ik begrijp dat het wat abstract wordt.

Gezichtsherkenning

Het argument over de veiligheidscamera’s van burgemeester Q is echter wel een beetje triestig. Natuurlijk is het de heer Dobbelaere-Welvaert die de voorzet geeft door over die camera’s te beginnen. “Als we op die camera’s een dief zien met een rode rugzak, kunnen we die gemakkelijker vinden.” Natuurlijk gaat u daarmee akkoord. De burgemeester doet hier echter tegelijk twee zaken die de discussie vervuilen.

Ten eerste praat hij niet over de gezichtsherkenningssoftware die de stad heeft aangekocht, maar zogezegd niet gebruikt. Die camera’s kunnen automatisch gezichten herkennen. Op dit moment mag dat niet van de wet, maar het is een kwestie van tijd vooraleer een regering het onder het mom van terrorismedreiging of andere irrelevante angstdromen zal toelaten. Wat technisch mogelijk is, zal vroeg of laat gebeuren. We hebben een gezonde democratie en burgercontrole nodig om daarover te waken. Want zodra gezichtsherkenning toegelaten is, zijn Chinese toestanden niet meer ver weg. De tussenkomst van Pieter Ballon hieromtrent vat het mooi samen.

Ten tweede gebruikt de burgemeester het doel van veiligheid hier om een maatregel te verdedigen die met veiligheid niets te maken heeft, maar enkel met consumptie en geld. Zoals gezegd: consumenten leveren informatie om nieuwe consumenten méér en beter te doen consumeren. En dat doen ze gratis.

Pay up or opt out

Persoonlijk vind ik het jammer dat in heel dat data-systeem het consumeren voorop staat en niet het verbinden van mensen. Het voorbeeld van burgemeester Q over de braderijen die nog steeds veel volk trekken is sprekend. Men wil de data gebruiken om mensen meer te doen consumeren op die braderijen. Het socio-culturele aspect van die braderijen is bijzaak.

Ik wil hier echter niet pleiten voor een verbod op het gebruiken van data. In feite is dat hetzelfde als wat enquêteurs, marktonderzoekers, mensentellers, antropologen, enz … doen, maar dan veel efficiënter. Ieder moet maar voor zich uitmaken of hij/zij dat oké vindt. Dat gezegd zijnde moet ieder dus ook de mogelijkheid hebben om zijn zeg te doen. Inspraak en burgercontrole lijken me onontbeerlijk om deze belangrijke discussie uit het partijpolitieke spelletje te houden.

Ik presenteer enkele opties voor de burger:

1.Ik wil niet dat mijn informatie wordt geregistreerd, ook niet anoniem. Wat ik heb geproduceerd is van mij. (Een zogenaamde opt out.)

2.Het interesseert mij niet. (Het status quo.)

3.Big data is de toekomst. We kunnen maar beter meedoen. Dat ze mijn informatie maar gebruiken, want anders gaan we erop achteruit. (Toegeven aan populistische bangmakerij.)

4.Big data is de toekomst, maar laat ons er goed over waken hoe die data worden gebruikt. Het is bijvoorbeeld niet eerlijk dat ik informatie produceer en dat een bedrijf daar winst op maakt. Ik wil zelf kiezen aan wie ik mijn informatie verkoop en aan welke prijs.

In Canada was er een tijd geleden een soortgelijke discussie in deze zin. Ik herinner me nog deze suggestie: “[…] in a perfect world, they would give you discounts or they would give you points or things that consumers would more tangibly want, rather than just the elimination of a pain point — which is what they’re offering right now[.]”

Om af te ronden, een oproep aan onze volksvertegenwoordigers:

1.Zorg dat databedrijven (zowel in binnen- als buitenland) ons de keuze moeten geven om niet mee te doen.

2.Verplicht databedrijven redelijke compensaties te geven voor het gebruik van onze data. Waak erover dat mensen die weigeren mee te doen, niet worden achtergesteld tegenover klanten die wel meedoen.

3.Maak samen met burgers werk van een wetgevend kader over onze digitale persoonlijke informatie (alle digitale informatie die door het individu wordt geproduceerd). Geef ons de middelen om onze data zelf te controleren.

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!