Interview -

“De klimaatgeneratie geeft mij hoop”

De Nederlandse auteur en filosofe Joke Hermsen vergelijkt in haar nieuwe essay 'Het tij keren' het activisme van vandaag van de gillets jaunes en de jongeren die spijbelen voor het klimaat met het verzet van Hannah Arendt en Rosa Luxemburg. Oikos interviewde Joke Hermsen over hoe de jonge generatie die de straat op gaat haar vandaag hoopvol maakt.

dinsdag 29 oktober 2019 23:43

Hoe kijkt u naar het activisme en verzet dat vandaag wereldwijd plaatsvindt, zoals de gilets jaunes in Frankrijk en de jongeren die op straat komen voor het klimaat?

Eerst en vooral mogen we vaststellen dat dit een heel hoopvolle beweging is. Ik kan me herinneren dat ik me, in mijn maatschappijkritische essays, afvroeg waarom zo weinig mensen bereid waren om de straat op te gaan, om hun ongenoegen over het gevoerde politieke beleid te uiten. Er heerste duidelijk een demonstratievermoeidheid, ook bij de jeugd.

Zo maakte ik bijvoorbeeld mee dat in Nederland de geesteswetenschappen steeds meer uitgekleed werden; bezuiniging na bezuiniging zorgde voor steeds minder vakken, minder docenten, grotere studiegroepen en enorm veel stress en werkdruk bij zowel docenten als studenten. Studenten van humanities rally van de UvA organiseerden diverse demonstraties en bezettingen, maar ze kregen eerst maar weinig steun. Pas afgelopen jaar hebben docenten zich in actiegroep WOinactie verenigd en organiseren ze samen met de studenten diverse protestacties.

Je ziet het ook elders. De actiebereidheid neemt overal toe, in het onderwijs, de zorg, voor het klimaat; dat duidt op een mogelijk kantelpunt in de samenleving, zoals ik dat in mijn boek ‘Kairos‘ (2014) noemde. Als grote delen van de bevolking menen dat het zo niet langer door kan gaan en het roer qua beleid echt om moet, dan kan er een kairotisch momentum, om met Walter Benjamin te spreken, een moment van ommekeer, van wending, van revolte ontstaan.

In mijn nieuwe essay ‘Het tij keren met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt‘ (2019) onderzoek ik de mogelijkheid van dit verzet tegen het huidige politieke beleid, alsook de voorwaarden voor een succesvolle volksopstand samen met Hannah Arendt en Rosa Luxemburg, die daar immers uitvoerig over geschreven hebben. Afgelopen herfst werd ik in Frankrijk geconfronteerd met de protestbeweging van de gillets jaunes. Ik heb een huisje in Frankrijk met een aantal kunstenaars en schrijvers. Hier zag ik dat het de onderwijzeres, de verpleegkundige en de gepensioneerde buurvrouw waren die op de rotonde bij Clamecy stonden. Bijzonder lieve mensen die ervan overtuigd waren dat het politieke beleid van Emmanuel Macron alleen maar tot meer onrecht en ongelijkheid leidde, en dus de straat op gingen omdat ze dit niet langer accepteerden.

De Nederlandse pers schildert de gillets jaunes steeds af als relschoppers en extreem rechtse populisten. De Franse gillets jaunes-beweging bestaat echter uit een heel divers publiek. Het zijn arbeiders, ambtenaren, gepensioneerden, stylos rouges (de rode pennetjes) met de onderwijzers en leraren, de klimaatbeweging en de antiracismebeweging. Het is een heel brede beweging. Met natuurlijk ook een paar honderd relschoppers, die vooral door de pers in beeld werden gebracht.

Het bijzondere was dat ik diezelfde nazomer ‘Man in dark times’ aan het herlezen was van Hannah Arendt, met daarin essays over Bertold Brecht, Karl Jaspers, Walter Benjamin maar ook over Rosa Luxemburg. Dit laatste was een heel intrigerende essay over het leven en werk van Luxemburg, die ik tot dan toe slechts als icoon van internationale linkse bewegingen kende. Luxemburg onderzocht een eeuw geleden al de politieke handvaten of middelen die de bevolking tot haar beschikking heeft om politiek beleid bij te sturen of ertegen te protesteren, zoals kritisch bewustzijn, politieke vereniging, goede informatie, verzet van onderop, demonstraties, bezettingen, maar ook journalistieke artikelen en pamfletten schrijven.

Honderd jaar later is er nog altijd te veel sociale en economische ongelijkheid, en te veel macht bij de politieke en economische elites. Ook het gevoel van niet vertegenwoordigd te zijn heeft al die honderdduizenden mensen in Frankrijk zaterdag na zaterdag de straat op doen gaan. Na een zoveelste belastingverhoging, die vooral de arme bevolking op het platteland zou treffen, besloten ze dat het genoeg was, dat ze iets moesten doen.

Het politieke antwoord van Macron was de eerste maanden vooral onbegrip en repressie met veel politiegeweld. Als we bijvoorbeeld kijken naar de hoeveelheid slachtoffers van rubberen kogels die de politie mocht inzetten. Dat is eigenlijk verbijsterend, ik begrijp niet dat de West-Europese pers daar niet meer over heeft bericht.

Net zoals in Brussel gebeurde op de actie van Extinction Rebellion?

Het is in feite een vorm van staatsgeweld, hoewel weinigen het opmerkelijk genoeg ook bij de naam durven noemen. Dat is beslist niet het goede antwoord op politieke onrust en onvrede, dat weet de geschiedenis ons te vertellen. Het is bovendien een volksopstand die door steeds meer mensen gedragen wordt; men begrijpt steeds beter dat met name het geglobaliseerde hyperkapitalisme voor steeds meer onrecht, ongelijkheid, vervuiling van de aarde en klimaatopwarming met alle gevolgen van dien leidt.

Toen ik me afgelopen zomer in het werk van Rosa Luxemburg verdiepte, was ik verbaasd om in haar hoofdwerk ‘Die Akkumulation des Kapitals‘ (1916) te lezen dat zij deze gevolgen van ons economische systeem toen al voorspeld heeft. Het stemt me hoopvol dat steeds meer mensen de grotere verbanden zien en hun politieke vrijheid opeisen om neen te zeggen tegen het huidige beleid, le pouvoir de dire non, en dit protest om te zetten in politieke actie.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het protest van vandaag levendig blijft?

Het begin is er. Maar er is meer nodig. Er zijn meer mensen nodig die zich aansluiten bij acties als Extinction Rebellion of andere klimaatprotestbewegingen. Er moeten meer mensen geïnspireerd worden om meer politiek gewicht in de schaal te leggen. ‘Hoe doe je dat?’

Ten eerste moet je kritisch bewustzijn over de status quo scheppen, en vervolgens moet je ook inspireren met mogelijke alternatieven. Van Luxemburg en Arendt leren we ook dat het heel belangrijk is je politiek te organiseren. Dat je niet het gevoel hebt dat je daar in je eentje staat met je spandoek tegenover multinationals die met ongeveer 1.000 man bepalen hoe de hele wereld geregeerd ‒ en uitgebuit ‒ wordt. We zijn in het westen niet alleen van onszelf maar ook van de anderen, en van de wereld, vervreemd geraakt. Dat moeten we weer zien te heroveren.

Daarnaast moeten we nieuwe vormen vinden om ons politiek te organiseren. De opstand moet van onderop, dus van de mensen zelf komen, en niet van politieke partijen en vakbonden, leert Luxemburg ons, en vervolgens is het een soort drie-staps-sprong; informeren, inspireren en organiseren.

Wat de eerste stap betreft; daar botsen we echter al gauw op het probleem van fake news. Het is mede veroorzaakt door de nieuwe technologie van het internet, maar net zo goed door liegende politici of door de valse beloftes van politici. Dat heeft de mensen argwanend gemaakt. ‘Wat is er nog waar?’, ‘Wie kan ik nog geloven?’, ‘Mooie praatjes maar we zien er niets van terug’. Deze argwaan heeft zich onder meer vertaald in een politieke onverschilligheid. We moeten hier bewust van zijn en deze onverschilligheid en argwaan pogen terug om te buigen tot politieke interesse met het geven van op feiten gebaseerde informatie.

Het is bovendien belangrijk dat mensen zich opnieuw bewust worden van hun politieke vrijheid en dat ze deel uitmaken van een gemeenschappelijke wereld. Want zoals Hannah Arendt ons wist te vertellen leidt politieke desinteresse in het verleden vaak tot barbarij. Vrijheid en betrokkenheid vormen in haar optiek de kern van de menselijke existentie. Pas vanuit het Inter homines esse schrijft Arendt, het tussen mensen zijn, het met elkaar zijn, kun je weer interesse, aandacht en belangstelling opbrengen voor wat ons verbindt en voor wat ons bedreigt. Ja, er is veel werk aan de winkel en we mogen dit niet onderschatten, maar we moeten ook niet ontmoedigd raken en elkaar helpen.

Populistische uitspraken worden vandaag gebruikt om bepaalde groepen tegen elkaar op te zetten. Hier komt ook de splitsing tussen stad en platteland op de voorgrond.

Het is belangrijk om een bewustzijn te scheppen over hoe in de geschiedenis totalitaire bestuurders steeds angst gebruikten om het volk bang en gedwee te houden. De zogenaamde zondeboktheorie laat Hannah Arendt zien, het zaaien van angst voor een bepaalde bevolkingsgroep, is hier een bekend mechanisme. Een voorbeeld. Cijfers die niet kloppen over vluchtelingenstromen moet je ontzenuwen en tonen dat deze niet correct zijn.

Onderzoeken over milieu en klimaat moeten van fake news en dus van propaganda onderscheiden worden. Het begrip propaganda lijkt wellicht een beetje misplaatst in onze democratische samenleving maar ondertussen worden er wel degelijk bewust foute cijfers op ons losgelaten, en ontwikkelen politieke leiders al decennia onvoldoende beleid om de dreigende klimaatscenario’s die we al veertig jaar kennen tegen te gaan.

Hoe kunnen we vandaag terug een verbindend verhaal schrijven?

Als je nadenkt over wat hier het verbindende verhaal zou kunnen zijn, dan denk ik dat we moeten proberen om de door het kapitalisme ontstane egocentrische en individualistische gerichte samenleving om te buigen naar iets waar we weer gemeenschappelijkheid kunnen ervaren. Een mens is een sociaal wezen, een mens heeft anderen nodig om zich wel te voelen. Ten diepste worden we gekenmerkt door een verlangen naar verbondenheid. Dit verlangen is weggesijpeld in de op het individuele belang gerichte westerse samenleving. Mijn voorstel zou zijn om te proberen deze amor sui ‒ de liefde voor zichzelf, voor het eigen ego ‒ om te buigen naar de amor mundi, naar de liefde voor de wereld.

Het verlangen naar verbondenheid is niet alleen maar een politiek streven, het is ook om de mens weer geborgenheid te bieden. Het is niet enkel om een politieke agenda tegen klimaatopwarming of xenofobie uit te voeren maar ook belangrijk voor ons mentale welzijn. Als je kijkt naar onderzoeken over eenzaamheid en depressie zijn veel aspecten daarvan terug te brengen tot het op hol geslagen individualisme. We moeten opnieuw de vragen naar de menselijke conditie stellen. Hoe is de mens? Waar zitten zijn sterke punten? Waar zitten zijn zwakke punten? Hoe staan we er nu voor en waarnaar zijn we op weg?

Een ander aspect dat deel uitmaakt van de kern van de mens, is het vermogen tot creativiteit. Mensen zijn geboortelijke wezens, dat wil zeggen, we kunnen opnieuw beginnen. Hoe het tij ook tegenzit, we zijn met behulp van onze creatieve, talige, empathische en rationele vermogens in staat het roer om te gooien, een andere koers te voeren, het tij te doen keren. We kunnen immers beslissen dat we het morgen heel anders gaan doen. We zijn reflexieve, dialogische wezens, die over ons eigen handelen na kunnen denken. Dat wil dus zeggen dat we in staat zijn om ons handelen tegen het licht te houden, en afstand te nemen van onszelf en onze primaire driften en behoeftes. We kunnen beoordelen wat we van ons eigen handelen en dat van anderen vinden.

Arendt laat keer op keer zien dat vanuit de socratische dialoog die we met onszelf voeren het creatieve vermogen ontstaat om een nieuw begin te maken, een nieuw initiatief aan te vangen. Als je geen afstand tot jezelf kunt nemen, noch enige reflectie op je eigen handelen kunt vormen, omdat je het veel te druk daarvoor hebt bijvoorbeeld, dan kun je alleen binnen de orde van hetzelfde functioneren. Steeds meer van hetzelfde; voorwaar een van de problemen van nu.

Als we vastzitten in deze hyperkapitalistische, neoliberale samenleving, die zeer individualistisch op het eigen belang gericht is, lukt het ons dan nog wel om die dialoog te voeren? En kunnen we daarbij, wat de klassieke Griekse filosofen als de belangrijkste taak voor de mens zagen, nog wel zorg dragen voor onze ziel. Pas dan kunnen we ook voor anderen zorgen.

De innerlijke dialoog draagt zo bij aan de amor mundi, het kunnen zorgen voor anderen. We moeten deze zorg voor de ander, voor de wereld op een hedendaagse manier vertellen. We moeten zoveel mogelijk mensen uitnodigen om aan dat verhaal mee te schrijven.

We zijn niet tot een type ‘consumens’ terug te brengen, we zijn mensen in meervoud. We hebben verschillende achtergronden, mogelijkheden, talenten, verwachtingen en belangen. Als we die pluraliteit, die veelheid aan verhalen terug in de wereld krijgen en weten te vertalen naar politiek beleid, dan zal het met die wereld vanzelf weer wat beter gaan.

Nog een laatste vraag: Wat maakt jou hoopvol vandaag?

De jonge generatie die de straat op gaat. Onze hoop is altijd gericht op de nieuwe stappen die de nieuwe generatie maakt, en dat doet ze op dit moment met velen. Deze nieuwe generatie roept ons tot verantwoording, en dat is volkomen terecht.

We wisten immers al eind jaren 80 dat Shell een groot onderzoeksrapport publiceerde dat de recente klimaatcrisis reeds aankondigde. We hebben dus blijkbaar met zijn allen besloten om daar veertig jaar maar niets mee te doen, het is bijna verbijsterend als je er over nadenkt.

Waren het de politici die electorale belangen hadden? De multinationals die economische belangen hadden? Was het het systeem dat op egocentrisme aanstuurde? Is het de teloorgang van gemeenschappelijkheid? Wie zal het zeggen? Waarschijnlijk een combinatie van al deze factoren. Maar eigenlijk hadden we 40 jaar geleden al aan een duurzaamheidsbeleid kunnen werken waarbij de aarde minder gevaar zou lopen.

Het is de jonge generatie die mij hoop geeft, maar het zijn ook de grote denkers en schrijvers die ons zijn voor gegaan. We moeten ook niet vergeten dat we alleen goed op de toekomst kunnen zijn voorbereid, als we het verleden, de geschiedenis, het gedachtengoed van anderen en de diverse culturele tradities goed kennen.

De geschiedenis verloopt niet als een rechte lijn, maar maakt lussen in de tijd. Vandaar dat ik het zinvol vond om het afgelopen jaar enkele belangrijke aspecten uit het werk van Rosa Luxemburg, die ruim 100 jaar geleden werd vermoord, terug op de agenda te zetten.

Zoals onder meer haar voorstel voor een meer directere vorm van democratie, zoals burgerraden, maar ook haar pleidooi voor kritisch bewustzijn en het opzoeken van die gezamenlijke verbanden. We zijn niet enkel verbonden met onze eigen generatie, maar ook met de vorige en met de toekomstige. De mens is een in tijd verankerd wezen en ik zou soms willen dat we ons daar meer bewust van worden en niet alleen met de waan van de dag leven.

Verbonden zijn met anderen, door de eeuwen heen, is niet alleen troostend en inspirerend, maar ook een remedie tegen de gevoelens van eenzaamheid die ons soms kunnen bekruipen. We zijn in tijd verzonken wezens, die kunnen nadenken over het verleden en kunnen dromen over de toekomst en daar alleen al hoop aan kunnen ontlenen. Tijd is hoop, schreef Ernst Bloch, louter omdat de toekomst voor een deel ook ongewis en onverwacht is en een veld van mogelijkheden voor ons uitspreidt. Het is aan ons om heel bewust die mogelijkheden, die al in het nu verscholen liggen, te onderzoeken en creatief te maken.

En verder moeten we iets beter ons best gaan doen. Zo eenvoudig is het ook. Ons best doen door te proberen een goed en waardig leven te leiden en ons om de wereld en anderen te bekommeren. Zo schrijft Rosa Luxemburg, als ze vanwege haar verzet tegen de Eerste Wereldoorlog al jaren in de gevangenis opgesloten zit, in een brief aan Sonja Liebknecht: ‘Ondanks alle ellende, alle moeilijkheden, zorgen en problemen, mag je nooit vergeten dat het allerbelangrijkste voor iedereen is om doodeenvoudig te proberen ‘ein guter Mensch zu sein’.

Ik denk dat veel mensen heel goed weten wat ze daaronder kunnen verstaan. Het is in feite een herneming van het Griekse begrip Eudaimonia, proberen een goede en waardige ziel te verkrijgen. Dat berust niet op materiaal gewin noch op macht, roem of strijd, maar op het streven naar waardigheid en goedheid. Misschien mag ik daar de schoonheid nog aan toevoegen. Eudaimonia, een vorm van een klassiek Griekse levenskunst die we vandaag terug van een eigentijds jasje kunnen voorzien. Waar de jongeren, de klimaatactivisten en de actievoerders van Extinction Rebellion in ieder geval hun best voor doen.

 

Recent verscheen het inspirerende essay ‘Het tij keren’ van de Nederlandse auteur en filosofe Joke Hermsen. Daarin reikt ze, aan de hand van het leven en werk van Rosa Luxemburg en Hannah Arendt, hoop aan de huidige klimaatgeneratie. Joke Hermsen gaat op ECOPOLIS19 – Generatie Hoop (10/11, Kaaitheater) in gesprek met de klimaatgeneratie over verzet en activisme, op zoek naar de vraag of we het tij kunnen keren. Meer info & tickets www.ecopolis.be

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!