Bron: Pixabay
Opinie - Jart Voortman

Mensen zijn geen robots

Bij de Vlaamse regeringsvorming wordt er op het ogenblik overlegd over een eventuele halvering van het aantal uren levensbeschouwing in het secundair onderwijs. Een dergelijke verandering is zo goed als een doodsteek voor het levensbeschouwelijk onderwijs. Hieronder wil ik een aantal argumenten aandragen voor het behoud van het huidige systeem aangevuld met een voorstel voor een aantal wezenlijke aanpassingen.

maandag 16 september 2019 18:05

Zelf ben ik 18 jaar leerkracht Protestants Evangelische Godsdienst (PEGO). Mijn reactie is gekleurd door deze ervaring, maar ik hoop dat ik in het onderstaande ook namens andere levensbeschouwingen blijk te spreken.

Ten eerste: de les levensbeschouwing is een oase, waarin leerlingen zelf aan bod kunnen komen, hun mening naar voren kunnen brengen en vertellen wat hen bezighoudt. Het onderwijs bereidt ons voor op het professioneel functioneren in de maatschappij. Is het vak levensbeschouwing daarbij nodig? Ja!! Mensen zijn namelijk geen robots die geprogrammeerd moeten worden. Mensen hebben ambities. Mensen maken ruzie. Mensen voelen zich eenzaam. En alle mensen hebben een opvatting over wat goed en slecht is. Het is belangrijk dat er in het secundair onderwijs een vak is waarin alle ins en outs besproken worden van wat we geloven en niet geloven, van wat voor ons heilig is en wat wij verwerpen en van wat ons uitdaagt en wat ons frustreert.

Iedere dag lezen we in de media over vormen van extremisme in de samenleving. Dit is een onderwerp dat links en rechts bezighoudt. Goed onderwijs is een waarborg tegen extremisme. Als wij de geschiedenis kennen, dan weten we waartoe extremisme in staat is. Maar dan weten we ook wat men gedaan heeft om extremisme en nationalisme in te tomen: de vorming van economische samenwerking in Europa. De oprichting van de Verenigde Naties. De vaststelling van de universele rechten van de mens. Goed onderwijs geeft leerlingen een mindset, die hen een houvast geeft in hun verdere leven.

Extremisme komt voor in alle levensbeschouwingen. Mensen die seculier zijn kunnen ontsporen. Er bestaan totalitaire staten met een atheïstisch gedachtegoed. En godsdiensten kunnen verstikkend zijn in hun intolerantie en bekrompenheid. In het onderwijs kunnen fundamentalistische visies op geloof ontmaskerd worden. Heel eenvoudig: de leerlingen hoeven alleen maar na te denken. Dat is de enige verplichting die leerkrachten levensbeschouwing hun leerlingen moeten opleggen: je hoeft het niet met mij eens te zijn, maar je moet wel nadenken. De harde pit in extremisme wordt opengebroken als wij leerlingen zelf laten doordenken over waar ze zo heilig in geloven.

Ook moet het onderwijs gelegenheden aanbieden om iets te begrijpen van mensen met een andere levensopvatting. Dat gebeurt al een aantal jaren via de interlevensbeschouwelijke competenties (ILC’s).

Wie begrip heeft voor anderen en de zwaktes van zijn eigen levensbeschouwing erkent, is gewapend om in dit leven om te gaan met tegenslagen en conflicten. En hopelijk is hij/zij ook een aangenaam mens.

Moet alles dan bij het oude blijven?

  1. In alle levensbeschouwelijke richtingen moet burgerschap een prominente plaats krijgen in het leerplan. De overheid heeft het recht om hierin eisen te stellen en te controleren of aan die eisen wordt voldaan. Wat mijn eigen richting betreft (PEGO) zijn er zeker verbeteringen mogelijk. Godsdienstlessen mogen niet beperkt blijven tot ‘teaching into religion’. Dat is tot nog toe nog te veel het geval (uitgezonderd waarschijnlijk rooms-katholieke godsdienst). Lessen burgerschap zijn een wapen tegen extremisme en wellicht is het veel effectiever dat men deze lessen door de godsdienstleerkrachten zelf laat geven, dan dat het een apart vak is op school.
  2. Het huidige systeem geeft directeurs veel hoofdbrekens bij het samenstellen van roosters. Naar mijn mening zou er gedacht kunnen worden aan een fusie van de verschillende christelijke levensbeschouwingen die nu allemaal apart worden gedoceerd.
  3. Zes uur per jaar in het kader van interlevensbeschouwelijke competenties is te weinig om echt begrip te kweken voor andere levensbeschouwingen. Hier zou meer tijd voor moeten worden ingeruimd.

Politici, breek dus het kostbare systeem dat we nu hebben niet af. Besef dat het vak levensbeschouwing voor vele leerlingen een vorm van op adem komen is. En besef dat goed levensbeschouwelijk onderwijs een belangrijke voorwaarde is om ook in de toekomst een samenleving te hebben van weerbare, verantwoordelijke en begripvolle burgers.

 

Jart Voortman is leerkracht PEGO in het secundair onderwijs.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!