Bron: Pixabay
Opinie - Seppe De Meulder

Voorbij het vals optimisme van Boudry: hoop is overal eens we beginnen te handelen

“Het meest recente essay van Maarten Boudry in De Morgen is een voorbeeld van slechte filosofie waarbij je eerst een karikatuur maakt van je tegenstanders en de eigen positie daarvan het spiegelbeeld vormt waarin dezelfde denkfouten besloten liggen”, stelt Seppe De Meulder, student wijsbegeerte aan de KU Leuven en lid van nationale leiding Comac.

dinsdag 3 september 2019 12:38

In zijn laatste schrijfsel stelt Boudry de dominante stroming binnen het ecologisme voor als een romantische heiligverklaring van de natuur en een irrationele afkeer van de moderniteit en alles wat met technologie en vooruitgang te maken heeft. Hij herkauwt eigenlijk het verhaal van ‘vooruitgangsoptimist’ Steven Pinker en de zogenaamde ‘ecomodernisten’ die ook elke systeemkritiek van antwoord dienen met data over de vooruitgang die te danken is aan de menselijke ratio.

Om het debat naar een hoger niveau te tillen moet je de waardevolle elementen in het betoog van je tegenstander erkennen, de zin in de onzin zien. Dat Boudry die moeite niet doet, mag ons er niet van weerhouden de zinvolle argumenten die hij maakt in overweging te nemen. Technologische ontwikkeling heeft vooruitgang mogelijk gemaakt. Het is effectief eenzijdig om de schuld van de ecologische crisis bij de moderniteit, de technologie of het vooruitgangsidee te leggen. En Boudry merkt terecht op dat de moderne wetenschap het vatten van klimaatverandering als een probleem en ecologisch denken net mogelijk heeft gemaakt.

Vervolgens presenteert hij zijn eigen positie echter slechts als spiegelbeeld van zijn zelf geconstrueerde tegenstander. De oplossing moet komen van de menselijke ratio die boven de natuur verheven is, dankzij de wonderen van als voorgestelde technologische innovatie. Ook dat is nogal eenzijdig. Het vergt geen diep filosofisch inzicht te beseffen dat technologie kan ontworpen en gebruikt worden voor verschillende doeleinden, goed en slecht.

In werkelijkheid gaat het om een vals optimisme. Want ondanks zijn blind geloof in innovatie besteedt Boudry geen woord aan bijvoorbeeld de revolutie in waterstoftechnologie die noodzakelijk is voor de transitie op niveau van energie, industrie en transport. De mogelijkheid om naar 100 procent hernieuwbare energie over te gaan, doet Boudry zelfs zonder argumenten af als “gevaarlijke onzin”. Tot zo ver het geloof in menselijke innovatie.

De oplossingen van het ecomodernisme van Boudry blijken uiteindelijk dezelfde ‘oplossingen’ die men al decennia toepast: kernenergie en GGO’s. Dat uit de bekende studie van Aviel Verbruggen en Yuliya Yurchenko blijkt dat kernenergie die transitie tegenhoudt, laat hij als grote believer in de wetenschap even buiten beschouwing. Ook de kritiek op GGO’s is geen pleidooi tegen technologie of het ingrijpen van de mens in de natuur, wel een kritiek op de monopoliepositie van zaadveredelaar Monsanto en de nefaste gevolgen van haar landbouwmodel op mens en milieu.

Wat uit beeld blijft is de wisselwerking tussen mens en natuur en het politieke karakter van de technologie die deze wisselwerking bemiddelt. In essentie bestaat de ecologische kritiek op het modernisme erin dat de mens voortkomt en afhankelijk is van de natuur. Boudry heeft gelijk om de eenzijdige conclusie te bekritiseren dat dit zou betekenen dat het omvormen van de natuur door de mens daarom verkeerd zou zijn. Maar zijn stelling dat menselijke vooruitgang “loskomen van de natuur” is, blijft blind voor het feit dat we bij het omvormen van de natuur rekening moeten houden met de wetten en grenzen van de natuur.

Alle wetenschappelijke rapporten maken duidelijk dat ons huidig model van economische ontwikkeling de stofuitwisseling tussen mens en natuur ernstig verstoort en dit een ernstige bedreiging vormt voor het voortbestaan van de mens als soort. Geloven dat het wel goed komt met dezelfde valse oplossingen die we al decennia toepassen is niet het soort optimisme dat we nodig hebben.

Dat hoeft niet te betekenen dat we moeten terugvallen in doemscenario’s. Het betekent dat we naar een ander model van economische ontwikkeling moeten gaan. Een model waarin de stofuitwisseling tussen mens en natuur niet onderworpen wordt aan de marktwerking, maar rationeel georganiseerd kan worden. Een model dat niet gebaseerd is op de korte termijn winsten van een kleine groep aandeelhouders, maar vertrekt van de noden van de mens en de grenzen van de natuur.

De klimaatactivisten bouwen daarbij aan een hoogstnoodzakelijke tegenmacht tegen de belangen van een kleine groep vervuilende multinationals die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de vervuiling. Ze zijn dus niet, zoals Boudry schrijft, “de grootste hindernis voor een daadkrachtig klimaatbeleid.” Ze zijn de échte vooruitgangsoptimisten. Omdat ze geloven in het menselijk vermogen om een andere maatschappij en een andere relatie tussen mens en natuur te scheppen. Omdat ze beseffen dat we geen nood hebben aan vals optimisme, maar aan hoop. En dat hoop – om het met de woorden van Greta Thunberg te zeggen – overal is eens we beginnen te handelen.

 

Seppe De Meulder, nationale leiding Comac, studentenbeweging van de PVDA.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!