Opinie -

Brussel ontwikkelt: kan er iemand tegen zijn?

'Prostitutiewijk Alhambra gentrificeert: "Hier kan niemand tegen zijn"(*):  Een gewichtige uitspraak uit een reportage van Bruzz op 31 oktober 2018, afkomstig van een projectontwikkelaar van hippe appartementen ‘voor jonge starters’, die de plaats innemen van een voormalige prostitutiebar.

woensdag 14 augustus 2019 18:00

Voor diegenen die het niet kennen: de Alhambra-wijk is een Brusselse wijk die zich situeert rondom de Lakensestraat en de Emile Jacqmainlaan. Het is, net zoals zoveel plekken in Brussel, een botsing van vele werelden: jonge gezinnen, oude brusseleirs, theatergangers, toeristen, studenten, hipsters, hangjongeren, pendelaars, daklozen, prostituees, drugsdealers en maffiosi.

Vooral om die drie laatsten is de wijk berucht, en dat is ook niet onterecht. Het buurtcomité brengt al jaren verslag uit van de overlast die bewoners ervan ondervinden: geweld, lawaai, uitwerpselen, naalden, bloed, openbare dronkenschap, drugsgebruik en het ‘afwerken’ van klanten, ze klagen het al sinds hun oprichting aan bij het stadsbestuur.

Maffiapand of pop-up store?

De uitspraak van de projectontwikkelaar lijkt dus wel te kloppen. Als de keuze valt tussen een maffiapand of een pop-up store, wie wilt er aan de kant staan van naalden, bloed en uitwerpselen? Maar de realiteit is complexer dan dat, want waar gaan deze mensen naartoe nadat ze zijn ‘weggeduwd’? Ook het buurtcomité pleit al jaren voor een constructieve conversatie rond het onderwerp, maar die gebeurt niet. Wat er wel gebeurt, is gentrificatie.

Gentrificatie, van het Engelse ‘gentry’, de oude klasse van landeigenaars, is het proces waarbij armere wijken worden overgenomen door nieuwe, rijkere bewoners en bedrijven. De oorspronkelijke bevolking wordt dan verjaagd door hogere huurprijzen en kost van goederen. Gentrificatie gebeurt organisch, doordat mensen op zoek gaan naar goedkope woningen, maar is ook zeer bewust stadsbeleid: door in te zetten op hogere sociale klassen wordt armoede weggeduwd, samen met haar ongewenste gevolgen (criminaliteit, werkloosheid, verloedering).

‘Bruxellisation’-mentaliteit

Wie in Brussel woont, of het nieuws daar een beetje volgt, weet dat de ambities van het stadsbestuur en die van de inwoners op zijn zachtst gezegd niet altijd op dezelfde lijn liggen. Het Manhattanplan, waarbij duizenden inwoners van de Noordwijk in de jaren ’60 onteigend werden om plaats te maken voor – uiteindelijk leegstaande – kantoorgebouwen, is misschien wel het meest opzichtige voorbeeld van een trend die zich tot op vandaag voortzet en niet voor niets wereldwijd bekend werd als ‘Bruxellisation’.

Deze mentaliteit leidt nog steeds tot absurde situaties, zoals de Grand Départ die mag plaatsvinden in wat waarschijnlijk één van de minst aangename fietssteden van Europa is, waarvoor alle burgers dan ook worden voor opgeroepen om met een hashtag hun liefde voor fietsen in Brussel te tonen aan de buitenwereld.

In de Kanaalzone, in Etterbeek, in Haren tegen de gevangenis, in Sint-Gillis voor betaalbare woningen, in Schaarbeek, in Elsene, …: overal protesteren bewoners tegen ongewenste bouwprojecten. Daarnaast zijn er bewegingen tegen de privatisering van de publieke ruimte, tegen dakloosheid, tegen leegstand, voor groen in de stad, voor verkeersveiligheid, voor schonere lucht en straten, … Het lijkt niet zo veel uit te maken, want het bestuur focust zich liever op toerisme: het Beursgebouw wordt een biermuseum, Brussel-Zuid krijgt er nog een hotel bij en er wordt 210 miljoen opzij gezet voor Kanal – Centre Pompidou.

Gentrificatie lost problemen niet op

Wie in de stad leeft, doet de stad leven. Dat is toch wat ik denk. Jonge gezinnen, oude brusseleirs, theatergangers, ingeweken Vlamingen en Walen, studenten, hipsters, sans-papiers, pendelaars, daklozen, prostituees, drugsdealers en hangjongeren. Al deze mensen maken samen de complexe, chaotische en prachtige realiteit van Brussel. Pleit ik er hiermee voor dat er niets kan, of mag, veranderen? Dat niemand het recht heeft om te protesteren of de zaken te willen verbeteren? Tuurlijk niet.

Elke dag vechten er burgers, verenigingen en initiatieven voor een veiliger, schoner, eerlijker, rechtvaardiger en menselijker Brussel. Maar gentrificatie doet dit niet: het lost problemen op door ze onder de mat te schuiven, of beter gezegd: over de grens. Waarom structurele oplossingen voor complexe problemen zoeken als je ze gewoon kunt wegduwen naar een ander bestuur? Want dat is natuurlijk ook typisch aan de Brusselse complexiteit: 19 gemeentes, 19 burgemeesters en colleges met elk een agenda die slechts tot de gemeentegrens reikt.

En ja, inderdaad, volgens mijn redenering maken die pendelaars, toeristen en buitenlandse investeerders Brussel ook tot wat het is. Ze zijn een deel dat bovendien ook geld binnenbrengt. Maar voor wie? De investeringen in de Tour werden verdedigd met de grote opbrengsten die het zou opleveren, maar wat hebben bewoners eraan als hun belastinggeld wordt omgezet in opbrengst voor hotelketens?

Voor wie is die stad van morgen?

Wat blijft er over van de stad als alle bezoekers terug thuis zijn? Het gaat daarom ook niet alleen over gentrificatie, maar over de stad in zijn geheel: dient die niet voor iedere bewoner? Heeft elk van die 1,2 miljoen niet recht op een plek in Brussel? En zo niet, waar moeten zij dan naartoe?

Dit is geen pleidooi tegen stadsontwikkeling (want draag ik zelf niet bij tot die gentrificatie, als ingeweken middenklasser?), of zelfs ‘opwaardering’. Het is meer zoals hoe de andersglobalisten pleiten voor meer democratische mondialisering: niet tegen het gebeuren, maar wel voor een andere invulling.

Het gaat fundamenteel over de toekomst van Brussel: voor wie maken we de stad van morgen? Een afgeschermd Disneyland voor toeristen? Brussel heeft veel om trots op te zijn: het heeft de meest kosmopolitische en geëngageerde burgers ter wereld. Laat de focus dus liggen op alle bewoners het recht op welzijn te garanderen – want dat kan perfect.

Hoe meer mensen een positief beeld over Brussel krijgen, hoe meer er in Brussel zullen willen komen wonen en dus ook, als de markt vrij haar gang kan gaan, hoe duurder dat zal worden. Ik pretendeer niet te spreken voor alle Brusselaars – er zullen er genoeg zijn die niet eens in Brussel willen wonen. Het geheel is dus genuanceerder dan ‘de stad versus het volk’.

Mijn liefde voor Brussel en de mensen die er wonen, weerhoudt me er niet van bezorgd te zijn dat de stad een richting uitgaat waar maar een klein segment van de samenleving van zal kunnen genieten. Zowel de prostituee als de bouwontwikkelaar verdienen in en van Brussel te kunnen leven. Dus hierbij: geef aan alle Brusselaars een eerlijke kans om hun stad samen te maken, niet enkel diegenen die het kunnen betalen.

 – Josef Terlaeken, betrokken bij het open huis Tropicana.


(*)  https://www.bruzz.be/videoreeks/woensdag-31-oktober-2018/video-prostitutiewijk-alhambra-gentrificeert-hier-kan-niemand

Een greep uit de recente berichtgeving:

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!