Cover van boek: ‘Coetzee, een filosofisch leesavontuur’
Boekrecensie -

Achterhuis interpreteert Coetzee

John M. Coetzee, is een introvert man. De Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar literatuur schermt zich zo sterk af van de buitenwereld. Interviews? Zeer zelden. ‘Wie de “waarheid” over de persoon Coetzee wil leren kennen doet er daarom goed aan zijn romans en verhalen te lezen, want daarin is hij aanwezig, daarin “kan hij wonen”.’ Coetzee zegt zelf dat hij schrijft omdat hij niet weet wat hij wil zeggen. ‘Waarheid is iets dat tijdens het schrijfproces ontstaat of er uit voortkomt.’

vrijdag 2 augustus 2019 11:05

Het begint al bij de gestileerde cover van dit boek: het bovenlichaam van een strenge, oudere man vult het beeld. Zijn blik is niet uitdagend – hier ben ik ! – maar eerder wegkijkend, peinzend over mens en wereld. Ja, John M. Coetzee, is een introvert man. De Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar literatuur schermt zich zo sterk af van de buitenwereld dat er zelfs aan zijn voornamen wordt getwijfeld. Interviews? Zeer zelden. En als het toch eens gebeurt, zoals in de reeks ‘Van de schoonheid en de troost’ van Wim Kayzer, wordt niemand er veel wijzer van.

De Nederlandse televisiemaker interviewde Coetzee over ‘wat dit leven de moeite waard maakt’ ergens in een hotelkamer in het centrum van Kaapstad en op Diaz Beach en van dat gesprek zijn mij voornamelijk de gênante stiltes bijgebleven. ‘Wie de “waarheid” over de persoon Coetzee wil leren kennen doet er daarom goed aan zijn romans en verhalen te lezen, want daarin is hij aanwezig, daarin “kan hij wonen”.’ (p. 51) Coetzee zegt zelf dat hij schrijft omdat hij niet weet wat hij wil zeggen. ‘Waarheid is iets dat tijdens het schrijfproces ontstaat of er uit voortkomt.’ (p. 50)

‘Leeswijzer’

De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis, in 2011 de eerste Denker des Vaderlands, raakte gefascineerd door deze teruggetrokken intellectueel en eerder hermetische auteur en waagt zich aan een filosofisch leesavontuur doorheen zijn uitgebreid literair labyrint. De hoofdbrok van dit leesavontuur zijn zeven kloeke hoofdstukken waarin hij rond een, soms twee romans van Coetzee, ‘leeswijzer’ wordt. In een eerste hoofdstuk analyseert hij drie autobiografische romans van Coetzee (‘Jongensjaren’, ‘Portret van een jongeman’ en ‘Zomertijd’) om zijn persoon en zijn werk beter in te vizier te krijgen.

Vervolgens bespreekt hij ‘Dierenleven’ om naar aanleiding daarvan in te gaan op de mens-dierverhouding, maar ook op de relatie tussen dichters en filosofen, tussen literatuur en wijsbegeerte. In het derde hoofdstuk bespreekt Achterhuis ‘Schemerlanden’, het debuut van Coetzee, en gaat hij in op het gewelddadige verleden van de westerse beschaving en de moeilijke omgang met het koloniaal verleden. In het vierde hoofdstuk komt ‘Wachten op de barbaren’ aan bod en dat verleidt Achterhuis om door te denken over de spanning tussen individu en collectiviteit, tussen het private en het publieke domein.

In het volgende hoofdstuk speelt ‘In ongenade’ een belangrijke rol en dat brengt hem in het spoor van Hannah Arendt tot bespiegelingen rond macht, kracht, autoriteit en geweld die in de MeToo-discussies zeer sterk aanwezig zijn. In het voorlaatste hoofdstuk durft hij het aan om Mr. Foe en Mrs. Barton, waarschijnlijk de meest ingewikkelde roman van Coetzee, te analyseren op zijn postmodernistische merites. Eindigen doet Achterhuis met recenter werk van Coetzee dat hij in Australië, zijn nieuwe verblijfplaats, heeft geschreven (‘De kinderjaren van Jezus’ en ‘De schooldagen van Jezus’) en waarbij hij kan aansluiten bij zijn levenslange studies rond utopisch denken.

De wijsheid van de roman

Dit boek is een boeiende ontmoeting tussen een nieuwgierige filosoof en een teruggetrokken auteur. Filosofie ontmoet literatuur en die ontmoeting gaat in beide richtingen. Wie het filosofische werk van Hans Achterhuis kent, weet dat hij vaak voorbeelden uit de literatuur bovenhaalt om zijn stellingen te onderbouwen. In ‘Met alle geweld’, zo stelt hij, ‘vertegenwoordigde Coetzee in algemene zin voor mij de literaire stem. Naast mijn eigen filosofische analyses viel ik zo dankbaar terug op ‘de wijsheid van de roman’. (p.133)

Inderdaad – en met deze open ik een persoonlijke parenthesis – , romanciers weten vaak op een veel genuanceerder manier de complexiteit en de veelstemmigheid van een wereld onder woorden te brengen. De symbolische wereld van de literatuur valt niet samen met de beredeneerde wereld van de ideologieën. In tegenstelling tot filosofische of politieke doctrines is het literaire werk geen abstract conceptueel systeem, maar de creatie van een concrete, imaginaire wereld van personages en dingen,’ schrijft de Frans-Braziliaanse marxist Michael Löwy. [i] Niemand minder dan Friedrich Engels geeft in zijn uitgebreide briefwisseling met Karl Marx toe dat hij van Honoré de Balzac meer geleerd heeft, dan van ‘alle historici, economen en beroepsstatistici van die periode’.

De sterkte van een roman is dat hij weigert eenduidige antwoorden te geven op existentiële vragen. Een goede roman biedt een veelheid van vaak tegenstrijdige gezichtspunten die je bij een filosoof of een wetenschapper niet altijd kunt verwachten. Daarvoor moet je vaak te rade gaan bij de kunstenaar die dan romancier, toneelschrijver, kineast, musicus, fotograaf, beeldhouwer of schilder kan zijn. De Nederlandse filosofe Karen Vintjes zegt het mooi: ‘De pure filosofie tracht de essentie van het algemene menselijke existeren op het spoor te komen en weer te geven in abstract theoretische taal. Maar daarmee is het niveau van het subjectieve, het singuliere en dramatische aspect van de menselijke bestaanswijze nog niet geëxpliceerd. Hiervoor is slechts het literaire genre toereikend. Alleen de literatuur kan de menselijke ervaring in al zijn rijkdom weergeven.’ [ii]

Ook Achterhuis benadrukt herhaaldelijk ‘de wijsheid van de roman’. ‘Dierenleven’ van Coetzee, een tekst die volgens Achterhuis het midden houdt tussen een filosofische lezing en een roman, is toch meer een roman omdat er duidelijk sprake is van ‘een dialogische en polyfone werkelijkheid, waarin spanningen, conflicten en tegenspraak voortdurend zichtbaar zijn’. (p. 61) Achterhuis verwijst ook, zoals in heel het boek trouwens, naar zijn favoriete filosofe Hannah Arendt die hij graag aan zijn favoriete auteur Coetzee koppelt. Arendt gebruikt in haar werk de term ‘narratieve filosofie’, een filosofie die niet draait om het vinden van de waarheid maar om het zoeken naar betekenis. En dat spreekt juist Achterhuis zo aan bij Coetzee: ‘De romans van Coetzee helpen mij om een aantal maatschappelijke thema’s, die mij als filosoof al bekend zijn, vanuit verschillende perspectieven verder te onderzoeken en zo misschien een beetje beter te begrijpen.’ (p. 60)

Engagement?

Dit filosofisch leesavontuur van de oudere Achterhuis staat in schril contrast met de opvattingen van de jongere Achterhuis en het koloniale verleden waarmee zijn jeugd doordrenkt was (het verheerlijken van Paul Kruger en de Transvaalse Boerenjongens), maar ook met zijn latere afkeer voor het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Het zet hem aan het denken over de grenzen van het engagement en zijn eigen moralistisch en activistisch verleden. Dat pleit voor de openheid en eerlijkheid van Achterhuis die al wel vaker in eerder werk heeft toegegeven dat hij het bij het verkeerde eind heeft gehad. Auto-kritiek en voortschrijdend inzicht dus. ‘Het is voor mij vanzelfsprekend dat een filosoof zich niet alleen kritisch verhoudt tot de tijdgeest, maar ook tot zijn eigen denken,’ schrijft hij in ‘Zonder vrienden geen filosofie’.

Via de boeken van Coetzee ontdekte hij dat hij het ene realistisch zwart-witdenken voor het andere inruilde. ‘De werkelijkheid bleef zo redelijk overzichtelijk, netjes verdeeld tussen de goeden en de slechten’. (p. 10) Oorspronkelijk voelde hij zich veel meer verwant met de romans van Nadine Gordimer en van Antjie Krog die in hun werk rechttoe rechtaan hun engagement etaleerden en die weinig opliepen met de zogenaamd onduidelijke positie van iemand als Coetzee.

De teksten van Coetzee zijn volgens hem echter veel gelaagder en daarom ook veel moeilijker te plaatsen. Er is veel meer ruimte voor nuancering. Het is goed mogelijk te ‘begrijpen’ waarom mensen in vroeger tijd bedenkelijke dingen hebben gedaan zonder er in morele zin ‘begrip’ voor op te brengen. In ‘Schemerlanden’ bijvoorbeeld gaat Coetzee nog een stap verder: ‘In de roman opgeroepen historische situatie kan er ook van ‘begrip’, van morele identificatie, sprake zijn, al leidt dat niet tot begrip in het heden.’ (p. 102)

Achterhuis gaat ook in tegen het ‘Niets liever dan zwart’ van Krog die zich niet kan voorstellen dat andere filosofieën en levensbeschouwingen het zwarte Ubuntu-denken zouden kunnen inspireren. Daarmee is Achterhuis het niet eens. ‘Waarom zou de hedendaagse westerse filosofie die met denkers als Levinas en Derrida ‘de ander’ centraal stelt, de Ubuntu-filosofie niet kunnen bevruchten, waarom zou de Ubuntu-slogan over het wij waar het ik een onderdeel van uitmaakt, niet door het ‘Ik kom in opstand, dus wij zijn’ van Camus verrijkt kunnen worden?

Hans Achterhuis blijft een kritisch denker , voor en tegen zichzelf, maar ook voor anderen. En passant geeft hij de jonge Vlaamse filosoof Maarten Boudry ervan langs die wat kort door de bocht beweert dat de postmodernisten waarbij denkers als Foucault, Derrida, Baudrillard, Lacan en Latour volgens hem wat al te gemakkelijk op één hoop worden gegooid, alles wat we als waar en werkelijk beschouwen, kapot willen maken.

De kracht van kunst

‘Coetzee, een filosofisch leesavontuur’ is ook een boeiend leesavontuur voor de aandachtige lezer die in het spoor van Hans Achterhuis een andere Coetzee leert kennen en daar behoorlijk ‘leeswijzer’ kan van worden.

Voor ik deze laatste Achterhuis las, had ik twee romans van Coetzee gelezen en een mislukt interview met Wim Kayzer gezien. Ik denk dat ik, gewapend met de filosofische instrumenten in de hand die Hans Achterhuis me heeft aangereikt, ook eens aan die andere romans van Coetzee zal beginnen. Ook aan de schijnbaar uitzichtloze roman ‘In ongenade’ bijvoorbeeld waarvan Achterhuis schrijft: ‘Hierin ontdekken wij de wonderlijke kracht van de kunst, in dit geval van de literatuur, waarin een sombere roman over donkere tijden de lezer verdriet geeft, maar tegelijkertijd ondersteuning en zelfs hoop biedt.’ (p. 21)

 

Bronnen:

[i] Michael Löwy, Herbetovering van de wereld, romantische wotels van linkse denkers, Grenzeloos, Leuven, 2013

[ii] Karen Vintjes, Filosofie als passie, het denken van Simone de Beauvoir, Amsterdam: Prrometheus,1992, p. 108

 

Hans Achterhuis, Coetzee, een filosofisch leesavontuur, Lemniscaat, Rotterdam, 2019, 298 blz. ISBN 9789047710981, prijs: 24,95 euro

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!