Recensie boek: Alain Platel – Requiem pour L.

donderdag 18 juli 2019 12:01

Het is moeilijk om deze publicatie te bespreken. Het is moeilijk omdat sommige stukken van het werk je als lezer diep raken, en soms zelfs in die mate dat je het zou willen wegleggen. Maar tegelijk grijp je het weer vast om verder te kunnen  lezen, precies omdat het je zo raakt Het is ook moeilijk, omdat dit eigenlijk geen boek is: de publicatie bevat brieven, mails, reflectiestukken die je in de geest en het hart van Platel meenemen, maar ook in dat van de andere personen waarover het handelt.

Het is een verslag van een half leven van artistiek zoeken van één van de creatiefste podiumkunstenaars van de voorbije decennia, die al die tijd soms/vaak in zijn werk en zijn eigen zoektocht bezig was met het leven en ‘dus ook met de dood’.  Met zinvolle en vaak ontroerend mooie foto’s.

Ook van de hoofdpersoon, waarrond het boek en de opvoering draaien: Lucie die toestond om een dansvertoning rond haar eigen dood door euthanasie in de opvoering via origineel beeldmateriaal en op de tonen van de verwerking van Mozarts  origineel Requiem, te maken, aan Alain Platel.

De dood als constante

Platel komt in enkele krachtige inleidende hoofdstukken met een beknopt verslag over zijn wereld, zijn werk en vroegere creaties waarin dood een belangrijke rol speelde en speelt, tot het onderwerp voor dit boek: hoe zouden we Mozarts ‘onafgewerkte’ Requiem kunnen opvoeren (in een orginele bewerking, zoals steeds bij Platel) met de kracht van de voornamelijk Afrikaanse  spelers en dansers die al jaren in Platels werken meedraaien, en beelden van die gedreven, mooie oude blanke vrouw die besliste om haar eigen dood bewust en zelfs ‘geregisseerd’ in te gaan? Met de vriend-dokter van dienst die de euthanasie mee wilde begeleiden.  De voorstelling was  moeilijk om te maken, vertelt Platel, en blijft heftige maar ook tegengestelde reacties opwekken bij de publieken, de wereld rond.

Bij het lezen van het boek moest ik onwillekeurig soms denken aan mijn meest impressionante leermeester van weleer, Leo Apostel. Natuurlijk was hij er zeer sterk van overtuigd dat de rede, zelfs de logica, het enige sterke instrumentarium is waarmee we de wanorde en de onzekerheid van de realiteit enigszins leefbaar kunnen maken.

Aan de andere kant kon je met Leo discussies voeren, of beter diepmenselijke gesprekken, die je niet anders dan ‘romantisch irrationeel’ kan noemen. Die gesprekken gingen dan over leven en dood, en over de zegen die een passie is voor ieder mens, omdat ze je drijft en je levenskeuzen voor een groot stuk voor je bepaalt en je zo door de levensmomenten van vertwijfeling en soms ook wanhoop heen helpen.

Bij dergelijke ontmoetingen tussen individuen speelt de rede een geringere rol, en wordt de logica opgeborgen, om voluit te kunnen gaan voor emoties en ook voor empathie: ‘het leven is zoveel moeilijker voor wie geen passie kent’, is dan een overtuiging die je bijna fluisterend aan mekaar meedeelt, en dat is ver van de logica van de rationele denker.

Alain Platel moet ongetwijfeld over grote rationele kwaliteiten beschikken om als creatief persoon en organisator van ingewikkelde producties tot het merkwaardige, perfect afgewerkte geheel van zang, dans en muziek te komen, telkens weer.

Maar ook om, zoals hij terloops schrijft, de sponsoring voor dergelijke internationale evenementen rond te krijgen, met alle complexiteit die daaraan verbonden is: contracten, gelden, technische moeilijkheden, pers en andere media, en ga zo maar door, worden door deze rationele goochelaar maanden samen in de lucht te houden om tot de schoonheid en originaliteit te komen, zoals we die telkens opnieuw van hem kunnen verwachten.

Tegelijk, schrijft Platel, is het thema van de dood een constante in zijn werk, en daar heb je met al je rationaliteit natuurlijk niet echt genoeg voor in huis. Platel spreekt bedaard en eigenlijk heel voorzichtig, met onnoemelijk menselijk respect en voorzichtige woorden, van die andere kant van het verhaal. De kant van de passie.

De rollercoaster van Requiem

Hij benoemt zijn passie niet, maar in de reacties op medewerkers en op L en haar familie, in brieven en mails die ook in het boek werden afgedrukt, merk je een heel gevoelig man, die heel scherp en toch o zo voorzichtig de gevoelsreacties van zijn omgeving weet in te schatten en tegemoet te komen.

Hij schijnt dat persoonlijke evenwicht tussen ratio en emotie en passie vanzelfsprekend te vinden, behalve in de heel weinige passages waarin je dan leest dat hij op het punt gestaan heeft om alles af te blazen. Misschien ook wel: om dit boek te schrijven, en zo tijd te winnen om de onderliggende, nogal dreigende vraag te moeten beantwoorden: stop ik na deze creatie?

In dergelijke passages voel je mee, ontmoet je die twijfelende mens, om dan in een volgend stuk weer de ‘roller coaster’ van de productie van het Requiem mee te beleven met alle geweld en concreetheid die daarbij komen kijken. Dit alles maakt dit werk lezen tot een merkwaardige ervaring, die je als lezer en als medemens moet meemaken.

En dan is er nog de inhoudelijke kwestie, of eigenlijk de kwesties.  Natuurlijk is er de ethische vraag rond euthanasie: de vraag om zelf je dood te kiezen is in de meeste landen ter wereld nog altijd een misdaad en dus strafbaar. Dit thema, met originele beelden van iemand die euthanasie pleegt, op breed scherm brengen in een dramatische voorstelling voor duizenden mensen is dus verre van evident.

Platel vermeldt enkele reacties, sommige positief en bijzonder warm, andere afwijzend en veroordelend.  Hij gaat echter niet in de fout: dit is geen ethische discussie, laat staan een proces, om goede of slechte waarden en daden te bespreken. Dit is een esthetisch geheel waarin mensen, samen met een stervende, de diepmenselijke tragiek van de sterfelijkheid centraal stellen. In die zin begrijp ik ook de opmerking in de tekst dat het Requiem van Mozart met dit stuk voltooid wordt (niet als enige, maar als één invulling van zijn laatste werk).

Maar uiteraard is dood en doding een ultiem fundamenteel onderwerp, zelfs als het door de eeuwen heen al talloze keren onderwerp van kunstzinnige uitingen was. Maar de beleving van onze sterfelijkheid is, zoals de kunstbeleving, meer dan rede en argumentatie alleen.

Dekolonisering, een pijnlijke kwestie

In tweede instantie is er de problematiek van het kolonialisme, onwillekeurig ook in deze productie: overwegend zwarte musici en dansers begeleiden als het ware een blanke vrouw die euthanasie pleegt. Sommige critici en sommige toeschouwers hebben het stuk zo opgevat en voelden zich geschandaliseerd.

Voor mij, die ten slotte al jaren rond dit kolonialisme-thema nadenk en schrijf, slaan zij de bal mis. Platel weet in het boek niet echt een antwoord op deze kritiek, vind ik, vooral als hij komt van zogenaamde intellectuelen (in kritieken en dergelijke).

In mijn ervaring is de noodzakelijke dekolonisering waarvoor we staan vaak een pijnlijke kwestie. We moeten ons schamen voor de miskenning, uitbuiting, ook genocides die we in ons verwaand zelfbeeld (de ‘superieure waarden’ van onze cultuur, de universaliteit van onze ‘beschaving’, en daardoor de afwezigheid van de anderen in ons historische zelfbeeld) hebben voortgebracht en ingeslepen bij elke volgende generatie, en dat is pijnlijk.

Maar meer nog dan dat: we moeten andere en medemenselijk respectvolle manieren van omgaan, begrijpen, praten gewoon met medemensen vinden. Daarbij moeten we luisteren en durven begrijpend kijken, zoals Platel dat herhaaldelijk doet in zijn werken, maar voor de leek is ook dat een pijnlijk proces.

Dus ja, je kan dit soort afwerende reacties eigenlijk wel verwachten: Platel laat een groep zwarten alle werk doen om een blanke vrouw haar zelf gekozen dood te laten verteren, om het heel brutaal te zeggen. En toch is die karakterizering naast de kwestie, en  fundamenteel koloniaal. Want ze blijft steken in een wij-zij tegenstelling, zij het een omkering dan.

Ik apprecieer dit concrete project precies in het perspectief van dat gevecht met de koloniale houding, en de pijn die daarbij gevoeld wordt (langs alle kanten). Ik denk ook dat de algemeen menselijke gegevenheden zoals leven (geboorte, groei, waanzin, ziekte) en dood precies het soort onderwerpen leveren waarmee de ontmoeting tussen mensen op een andere leest dan de koloniale kan, en misschien enkel of zeker eerst en vooral die thema’s.  En dat sommige mensen zich daarbij onbehaaglijk voelen, is misschien vooral een teken dat het goed is.

Maar dit is dus geen boek: het is een “roller coaster’ om die uitdrukking op het boek zelf toe te passen, waarin de lezer het voorrecht krijgt om Platel in zijn gevoeligheid en zijn waardigheid te volgen, in zijn gevechten met het artistieke maar zeker ook met  algemeen menselijke ontroering. Ik kan enkel aanraden dat zoveel mogelijk mensen het boek lezen en mee de ontroering voelen, de verwondering ook.

De warmte die de auteur in dit boek heeft kunnen meegeven doet echt deugd. Je ontmoet een wereld, een mens en je staat stil in plaats van te oordelen of een mening te willen formuleren. Dat Platel daartoe in staat is in dit eerste boek doet goed, en brengt je als lezer dichter, intiem dicht in zijn rijke wereld.

 

 

Alain Platel: Requiem pour L. Antwerpen: EPO, 2019.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!