Bron: PxHere

“Holebi’s, transgenders, en vrouwen hebben bondgenoten nodig die het voor hen opnemen”

maandag 1 juli 2019 14:36

Na Lemans controversiële uitspraak over homo’s en kortgerokte vrouwen in Molenbeek raakten de gemoederen danig verhit. Volgens Merhaba vzw – organisatie voor holebi’s en transgenders met een migratieachtergrond – brengen dergelijke polariserende, aanvallende discussies weinig zoden aan de dijk in de strijd tegen homofobie en intimidatie: “Verandering is een proces van lange adem dat gebaat is bij een positieve aanpak met gedeelde verantwoordelijkheden. Als we iets willen veranderen aan de homofobe opmerkingen, aan de catcalling, of andere vormen van intimidatie, dan moet elk van ons het opnemen voor de slachtoffers.”

Niemand zou zich gedwongen mogen voelen om kleine tekenen van affectie voor zijn partner – verstrengelde vingers, een verliefde blik, een vluchtig zoentje – te verbergen voor de buitenwereld. Elke mens, ongeacht het geslacht, de huidskleur of leeftijd van haar partner, heeft het recht om in de publieke ruimte liefde te uiten binnen de grenzen van het fatsoen en de wet. Idem dito voor vestimentaire aangelegenheden: alle mannen, non-binaire personen of vrouwen moeten de vrijheid hebben om te dragen wat ze willen, waar ze willen, of dat nu een short is in de gemeenteraad, een minirok in Molenbeek, of een hoofddoek in Brasschaat. Des goûts et des couleurs, on ne discute pas.

Maar helaas is deze theoretische vrijheid in de praktijk vaak begrensd of moeilijk in de praktijk te brengen. Uit angst voor intimidatie, negatieve reacties of fysiek geweld, leggen mensen zichzelf of anderen restricties op: ze laten de hand van hun partner los, passen hun kledingstijl aan, of mijden bepaalde straten, wijken of zelfs hele steden. Soms op basis van eerdere negatieve ervaringen, vaak uit een eigen inschatting van een al dan niet reële dreiging.

Mensen hebben terecht een gevoel van onrechtvaardigheid, als ze zich in hun rechtmatig doen, laten en zijn beperkt voelen door mogelijke negatieve reacties van anderen. In dit licht zijn de verontwaardigde reacties op de uitspraak van Leman begrijpelijk: het laatste wat slachtoffers van intimidatie, catcalling en homofobie willen horen, is dat zij diegenen zijn die zich zouden moeten aanpassen. Vele mensen die verbolgen reageerden, deden dat vanuit het plekje waar ze ooit of herhaaldelijk gekwetst werden, of vanuit hun eigen gevoel van onrechtvaardigheid.

Kamp kiezen

En toch wringt het schoentje en kregen velen van ons een knoop in de maag bij het lezen van de reacties op Lemans op z’n minst ongelukkige uitspraak. In eerste instantie omdat een amalgaam werd gemaakt van het ideaal – vrijheid – en de realiteit, waar een spanning heerst tussen die vrijheid en persoonlijke veiligheid en integriteit. Waar Leman op doelde was niet op dat ideaal, maar op de realiteit in zijn gemeente – een die hij allerminst goedkeurde, en waar moet aan gewerkt worden. Helaas met een onmiskenbare en misplaatste dosis blaming the victim.

De reacties op de uitspraak van Leman waren vaak disproportioneel en discriminerend, langs beide uitersten van de pool. Het werd een ware heksenjacht, waar zowel moslims, holebi’s, de Molenbekenaars, als Leman zelf kop van jut waren en allerlei verwensingen naar het hoofd geslingerd kregen. We schrikken onderhand niet meer wanneer op sociale media de grenzen van fatsoen en hatespeech met gemak worden overschreden, maar toch went het niet. Tegelijk waren vele reacties doorspekt met een goede dosis paternalisme: vrouwen, holebi’s en moslims werden duchtig gestript van elke vorm van agency en kracht, en werden object – geen subject – van een drang tot redding en verandering.

De discussie was daarenboven een typevoorbeeld van een “all or nothing”-game: ofwel zit je in ons kamp, ofwel ben je tegen ons. Riadh Bahri, die het probleem aankaartte, “speelde in de kaart van de racisten”. Wel Jong niet Hetero, die opriep om verbindend te werken en geen andere groepen te stigmatiseren, kreeg het verwijt “politiek correct” te zijn. Bruno De Lille werd “Soumission” verweten en afgeschilderd als verrader. Nuance en verbinding werden weggelachen of weggescholden, en de roep om duidelijk voor of tegen de uitspraak te zijn, klonk luid. Maar waar brengt ons dat in de strijd tegen homofobe of seksistische intimidatie?

Contraproductieve framing

Wat ís, los je niet op door louter te zeggen wat het zou moeten zijn. Het is een feit dat de situatie in Molenbeek – en de gemeente is daar zeker niet alleen in – verre van rooskleurig is. Maar zoals Bruno De Lille terecht aangaf: louter op het gemeenteplein staan schreeuwen dat men homoseksualiteit moet aanvaarden, gaat niet veel zoden aan de dijk brengen. Verandering is een proces van lange adem dat gebaat is bij een positieve aanpak met gedeelde verantwoordelijkheden.

Al dat verontwaardigd staan roepen op het dorpsplein of social media werkt zelfs contraproductief en voedt de bestaande problemen. Als Molenbeek constant in negatief daglicht wordt geplaatst als een hellhole waar de Sharia heerst, dan haken mensen af, zowel diegenen die zwart worden gemaakt, als anderen, die de situatie daardoor als hopeloos inschatten. We zijn het Molenbeek en onze samenleving verschuldigd om het positieve óók te benoemen, en om al die geweldige initiatieven die in Molenbeek worden gerealiseerd in de kijker te plaatsen. Niet alleen omdat dat een meer accurate weergave is van de realiteit, maar omdat het hoop geeft en inspireert.

Bondgenoten

Holebi’s, transgenders en vrouwen hebben zelf het potentieel om de situatie in positieve zin te veranderen. In een ideaal scenario hebben mensen ownership over wie ze zijn, hoe ze eruitzien en hoe ze zich gedragen, en eisen ze dit recht op, zowel in hun eigen omgeving als in de publieke ruimte. Hén empoweren is de eerste stap richting positieve verandering. Mensen die krachtig genoeg zijn om ownership op te nemen, verwachten immers niet dat anderen hen de ruimte geven om zichzelf te zijn: ze dwingen die ruimte af en creëren zo voor zichzelf de mogelijkheid om een authentiek leven te leiden.

De realiteit vandaag is echter dat er een spanningsveld is tussen ownership en veiligheid: op sommige plekken is het gewoon té gevaarlijk om te zijn wie je bent of te doen wat je wil. Die spanning tussen veiligheid en ownership opheffen is een gedeelde verantwoordelijkheid: holebi’s, transgenders, en vrouwen kunnen dit niet alleen, maar hebben bondgenoten nodig die het voor hen opnemen.

In situaties van discriminatie, geweld, aanranding, ligt die verantwoordelijkheid in eerste instantie bij justitie. Op geweld mogen we geen duimbreed toegeven: dat moet strafbaar zijn, en justitie moet daar haar ownership opnemen en kordaat optreden. Maar daarnaast heeft ook elke burger zijn of haar verantwoordelijkheid. Als we iets willen veranderen aan de homofobe opmerkingen, aan de catcalling, of andere vormen van intimidatie, dan moet elk van ons het opnemen voor de slachtoffers. Zwijg niet. Be brave, be courageous en kom tussen.

De huidige situatie in bepaalde wijken doen keren is geen evidentie, maar we moeten wantoestanden blijven benoemen en erkennen. Daklozen, vrouwen, holebi’s, transpersonen, vluchtelingen: de lijst met groepen voor wie verbaal en fysiek geweld een reële dreiging vormen, is lang. Maar we mogen ons niet laten ontmoedigen: laten we het geloof koesteren dat we samen sterk zijn om de situatie vanuit een positieve insteek ten goede te laten veranderen voor iedereen. Zoals Eckhart Tolle ooit zei: “The only actions that do not cause opposing reactions are those that are aimed at the good of all”.

Yes we can!

De signalen op vlak van homofobie zijn alvast hoopgevend. In onze bijna 20-jarige praktijk, kregen we bij vele organisaties vaak het deksel op de neus, en werden we de deur gewezen. ‘But the times they are a changin’. Beetje bij beetje staan er meer mensen en organisaties op die hun nek durven uitsteken en homofobie willen bestrijden. Onze praktijk toont dat mensen de capaciteit hebben om te veranderen, en dat denkbeelden zelden vastgeroest zitten. Verandering vertrekt vanuit de overtuiging dat het mogelijk is. Het is door er samen over te praten, en awareness te creëren dat we dingen in beweging krijgen, niet door de dialoog uit de weg te gaan uit een vooringenomen angst over mogelijke reacties. De resultaten die we boeken in onze workshops voor scholen, en de openheid die we ervaren bij jongeren en moeders met migratieachtergrond zijn een enorme opsteker. En signalen uit het middenveld versterken ons dag na dag in onze overtuiging dat we vooruitgang boeken – als organisatie en als samenleving – in de strijd tegen holebi- en transfobie.

Wij roepen iedereen op om de nek uit te steken, en de schouders te zetten onder de strijd tegen intimidatie en holebi- en transfobie, zonder te culpabiliseren. Laten we verder kijken dan onze eigen kleine wereld, en investeren in verbinding en menselijk contact. Laten we in dialoog gaan, en oprecht luisteren naar elkaar. Laten we mooie voorbeelden geven die moed geven en mensen een hart onder de riem steken. Laten we mekaar vinden in ons onrechtvaardigheidsgevoel en van daaruit opkomen voor de vrijheid en het zelfbeschikkingsrecht voor eenieder, zonder onderscheid.

 

Merhaba vzw komt op voor het welzijn, de acceptatie en emancipatie van holebi, transgender, queer en intersex (LGBTQI) personen met een migratieachtergrond. De organisatie is opgericht in 2002, en is actief over Vlaanderen en Brussel. Ze ondersteunt LGBTQI-personen met een migratieachtergrond via een onthaalwerking, en empowerende activiteiten, en bouwt aan de emancipatie van haar doelgroep via educatieve en sensibiliserende activiteiten en campagnes voor burgers, organisaties en professionals.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!