Opinie -

Belgische kinderen uit het kalifaat

maandag 1 juli 2019 15:09

Op 20 september 2017 gaven de veiligheidsdiensten, het OCAD een rapport vrij met cijfers waaruit bleek dat minstens honderd kinderen in Syrië of Irak verbleven met minstens één Belgische ouder. Zestig procent van hen werd in oorlogsgebied geboren.

Zowel politici als media reageerden ogenblikkelijk want ongeacht de daden van deze Syriëstrijders blijven dit burgers met de Belgische nationaliteit. Eerder dat jaar gaf een aantal van hen te kennen terug te willen keren naar ons land. Het ging voornamelijk over vrouwen. Dat het een heikele kwestie is daarvan is iedereen ondertussen overtuigd. Intussen is er heel wat inkt gevloeid en blijft het een zeer moeilijk dossier.

Kort na het publiceren van het rapport gebeurde er iets bijzonder dat tot nu toe niet de nodige aandacht heeft gekregen dan het verdient. De lancering van een frame waar we vandaag desastreuze gevolgen van zien. Daar zou ik dieper op willen ingaan:

De Belgische kinderen uit het kalifaat

Het woord “IS-kinderen” komt volgens Google 60.300 keer voor op Belgische websites. Vóór 20 september 2017 was er geen sprake van deze toch wel merkwaardige samenstelling. Rekening houdend met het resultaat van Google dat relatief is, gezien hits geen rekening houden met actuele en dynamische krantenkoppen en niet altijd een onderscheid kan maken tussen speciale tekens heeft de lancering van het woord “IS-kinderen” en het daarbij gekoppeld frame zijn doel niet gemist. Zowel voor- als tegenstanders om deze kinderen te repatriëren naar het vaderland zie je het woord “IS-kinderen” in de mond nemen.

Enige voorzichtigheid is geboden! Dat is mijn punt. Het gaat om kinderen die door hun ouders vanuit België zijn meegenomen naar het front of er zijn geboren. Dat maakt ze vanzelfsprekend slachtoffers van de daden van hun ouders.

Google image screenshot voor “IS-kinderen”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De samenstelling komt overwaaien vanuit Nederland waar het een aantal keer in de media is verschenen onder de naam “ISIS-kinderen”. De oude benaming van deze terroristische beweging sinds de fusie van al-Nusra en ISI. De eerste keer dat het woord “IS-kinderen” werd gebruikt in de Belgische media is in een artikel van de VRT met volgende krantenkop:

Registreer je de toon?

De titel en ondertitel maken van het kind het hoofdonderwerp en van de moeder het lijdend voorwerp. Doordat ‘IS’ wordt gekoppeld aan het kind dringt het de interpretatie op dat omwille van het kind de moeder verbonden is aan Islamitische Staat. Alsof het kind zich vervoegd heeft bij IS en onder de zwarte vlag is gaan strijden. Wat uiteraard niet het geval is. Het kind in het artikel is één jaar en de moeder 23. We kunnen niet anders dan vaststellen dat deze kinderen in eerste instantie slachtoffers zijn, ook al insinueert de titel anders. Ze hebben namelijk nooit gekozen voor deze situatie.

“IS-kinderen”

De koppeling op zich is op zijn minst extreem te noemen. Haal het woord ‘kinderen’ voor de geest en je denkt automatisch aan onschuld, kwetsbaarheid, onwetend, puur, afhankelijk, veiligheid, liefde en opvoeding.

Maar ‘IS’ of Islamitische Staat maakt ons kwaad. We denken aan de aanslagen in Zaventem en het metrostation in Maalbeek, onschuldige slachtoffers, sommigen onder hen nog steeds revaliderend of wachtend op een vergoeding, angst, terrorisme, oorlog, moord, geweld, vluchtelingen, genocide en criminelen. Beiden koppelen is misdadig.

Professor George Lakoff, Amerikaans cognitief taalkundige en filosoof vertelt ons dat één van beide frames dominant is en dat de samenstelling herhalen het frame versterkt. Ongeacht het al dan niet waarachtig is want in een raamwerk worden feiten en waarheden wel eens ondergeschikt. Ook onze taal leert ons dat een samenstelling uit een hoofdwoord en ondergeschikte toevoeging bestaat. Een compositie waarbij het rechter gedeelte het meest bepalend wordt endocentrisch genoemd. Is het linker gedeelte het meest bepalend spreekt men van een exocentrische samenstelling.

Als je er vandaag meningen op naleest op de sociale media kan je er niet naast zien dat het frame met behulp van politici en media die het blijvend hebben herhaald zijn werk heeft gedaan. Het heeft zich op een bepaalde manier in ons hoofd gestationeerd. Het exocentrische heeft het endocentrische ronduit verpletterd wanneer we vandaag naar de betekenis van “IS-kinderen” kijken.

 

Facebook comments

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om terug te gaan naar het begin dook het woord een eerste keer op in een artikel geschreven door de Vranckx-redactie. Momenteel ben ik mee op weg naar Kaboel in hoofdstuk The War On Terror uit het boek Mijn kleine oorlog van Rudi Vranckx. Ik lees hem ontzettend graag en kan alleen maar bewondering hebben voor de opoffering die oorlogsverslaggeving met zich meebrengt. Ik vraag me alleen af of de redactie genoeg heeft stilgestaan bij de gevolgen toen het woord “IS-kinderen” uit hun klavier rolde? Het was een bal voor open doel.

Ik roep op tot meer voorzichtigheid wanneer het neerkomt op woordkeuze en woordlancering. Ik vraag om bewustwording van de kracht die schuilgaat achter woorden en de mogelijke gevolgen van framesetting.

“IS-kinderen”. Ik moet het woord helaas tot vervelens toe herhalen in dit stuk. Hoe noem je kinderen van witteboordcriminelen en fraudeurs? Fraudeurs-kinderen? Zijn kinderen waarvan de vader hen seksueel heeft misbruikt pedofiel-kinderen? Straatkinderen, vluchtelingkinderen, kerstkinderen, kleinkinderen, wereldkinderen, moederskinderen, lievelingskinderen, laat ons niet vergeten: het gaat om kinderen.

En dat mocht ik lezen in een opniestuk van Marijke Van Buggenhout in De Morgen. Ze schreef een stuk waarbij terecht een humaan frame werd neergezet. Wanneer ze het had over de kinderen dan schreef ze voornamelijk over ‘kinderen’ en in mindere mate over weeskinderen, Belgische kinderen of kinderen van Syrië-gangers en IS-strijders. Ze had het over lichtpuntjes, rechtvaardigheid en rede, over de onschuld van deze kinderen en over hun leven dat op het spel staat.

Het kan dus correct. Het móet ook correct. Daar hebben we recht op. Wij verdienen als lezer en burger correcte berichtgeving zodat we op basis daarvan ons een mening kunnen vormen. Op basis van feiten dus.

U hebt het misschien opgemerkt, en ik ben gelukkig niet alleen. Dit is belangrijker dan clickbait van mediagiganten. We moeten de strijd aanbinden voor een correcte berichtgeving. Daar hebben we recht op. Dat schreef ik al.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!