Oorlog tegen Iran op het nippertje vermeden: wat leert dat ons over de staat van de wereld?

maandag 24 juni 2019 14:53

Wie goed 15 jaar geleden de oorlog in Irak meemaakte, heeft onvermijdelijk een déjà vu. De schimmige video’s waarmee de VS hun gelijk proberen te bewijzen, de onkritische media, de oorlogstaal, zelfs de namen van politici bleven met Bolton en Cheney onveranderd. Toch zijn er ook belangrijke verschillen en net die verschillen maken de situatie explosiever en gevaarlijker dan ooit.

Tien minuten. Zoveel scheelde het of Trump had de wereld weer meegesleurd in een zoveelste vernietigend militair conflict. De oorlogsvliegtuigen gingen al in de lucht, de bommen hingen klaar. Het Amerikaanse leger was van plan verschillende doelwitten in Iran onder vuur te nemen als vergelding voor het neerhalen van een drone door het Iraanse leger. Volgens Iran bevond die drone zich in hun luchtgebied.

Het had het begin kunnen zijn van een grootschalige oorlog, gevaarlijker en met nog meer uitdijende gevolgen dan de oorlogen in Afghanistan en Irak. De bombardementen op Irak leidden tot de ontwrichting van het land en de regio, honderdduizenden doden, tot de oprichting van IS en later de Syrische burgeroorlog en de ‘vluchtelingencrisis’.

De gevolgen van een oorlog in Iran zijn niet in te schatten. Het land is veel groter dan Irak en is via banden met bewegingen als Hezbollah ook anders ingeplant in de regio dan Irak. Bovendien is de geopolitieke situatie met opkomende machten als Rusland, China en Turkije anders dan 16 jaar geleden. En hoe zou de Europese Unie reageren op fel stijgende gas- en olieprijzen en nieuwe groepen vluchtelingen?

Wat zich de afgelopen weken afspeelde, lijkt verbluffend goed op het schouwspel in aanloop naar de oorlog in Irak. De huidige escalatie begon op 13 juni toen de VS Iran er van beschuldigden twee tankers te hebben aangevallen in de Straat van Hormuz, een stuk zee waar een derde van alle olie in de wereld verscheept wordt. Kort daarna stuurden de VS 1.000 extra troepen naar de regio.

De schuld van Iran

Amper enkele uren na de aanval op de twee tankers die vaarden onder Japanse en Noorse vlag schreeuwde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo het al van de daken. Dit was de schuld van Iran en het land zou daarvoor een prijs betalen.

Op dat moment bevond de Japanse premier Shinzo Ab zich in Teheran voor een staatsbezoek. Japan behoort tot de landen die het nucleaire akkoord met Iran proberen overeind te houden. De eigenaar van de tanker weerlegde de claim van Pompeo dat de aanval gebeurde met een mijn en wees op getuigen aan boord die kort voor de inslag vliegende voorwerpen zagen. De Japanse regering noemde de Amerikaanse bewijzen ‘niet overtuigend’ en ook de Noorse regering wees niet meteen een schuldige aan.

Het zwaaien met schimmige opnames en met ‘heel veel bewijzen die de internationale gemeenschap zal te zien krijgen’ (dixit Pompeo) roept herinneringen op aan de manier waarop de VS bewijsmateriaal fabriceerden in de maanden voor de aanval op Irak.

Denk aan de memorabele show die de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell opvoerde voor de VN. “We have firsthand descriptions of biological weapons factories on wheels and on rails. The trucks and train cars are easily moved and are designed to evade detection by inspectors. In a matter of months, they can produce a quantity of biological poison equal to the entire amount that Iraq claimed to have produced in the years prior to the Gulf War”, zei hij toen. Het Amerikaanse leger vernietigde vervolgens het land, draaide elke steen om en vond niets terug van die biologische wapenfabrieken.

Haviken aan de knoppen

Er zijn nog meer gelijkenissen met de periode 2012-2013. In het Witte Huis zat toen een zwakke president die omringd werd door haviken die wellicht zelfs in hun slaap prevelden ‘oorlog tegen Irak’. De hardliners die Trump adviseren zijn Pompeo en John Bolton, een oudgediende uit de administratie van Bush. Die laatste schreef vier jaar geleden al een opiniestuk in The New York Times met de sprekende titel: “To Stop Iran’s Bomb, Bomb Iran.” De Republikeinse partij telt nog meer oorlogszuchtige leden. In het Congres is er Liz Cheney die keihard uithaalde naar Trump na de gestrande aanval. Zij is de dochter van Dick Cheney, de vice-president van Bush en de ware architect van de oorlog in Irak.

Pompeo en Bolton zijn het zichtbare gedeelte van de bomb Iran-lobby. Achter de schermen is er nog meer aan de hand. Binnen de CIA werd begin 2017 het Iran Mission Center opgericht. De plannen voor die eenheid dateren van voor het presidentschap van Trump. In een recent artikel legt politiek analist Vijay Prashad uit dat er binnen de CIA een paar specialisten rondlopen die door hun jarenlange focus op Iran een zekere gevoeligheid en genuanceerde houding kregen tegenover het land. Onder Trump werden die richting uitgang geduwd of het zwijgen opgelegd. Het Iran Mission Center moest voortaan oorlogszuchtige en ongenuanceerde informatie klaarstomen.

Op de achtergrond is er ook nog de miljardair Thomas Kaplan die de lobbygroepen United Against Nuclear Iran (UANI) en het Counter Extremism Project uit de grond stampte. Die voeren agressieve campagnes tegen bedrijven die handel drijven met Iran. Eén van de investeringsvehikels van Kaplan maakt zich sterk veel geld te kunnen verdienen aan ‘politieke onrust in het Midden-Oosten’. Net als bij Irak steunt de pro-oorlogsfractie ook op een kleine, schimmige groep Iraanse expats. In dit geval gaat het om de Mujahedeen-Khalq (MEK), een groep die van 1997 tot 2012 op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties, maar die nu aan de borst gedrukt wordt van de haviken. Helemaal onbaatzuchtig is dat niet. MEK betaalde John Bolton twee jaar geleden 40.000 dollar voor een toespraak.

Die driehoek van financiële kapitalisten, de entourage van de president en de CIA roeren de oorlogstrom. Op zo’n momenten gebeurt er iets vreemds binnen de Amerikaanse mainstream. Tal van toplui uit de Democratische partij verliezen plots al hun kritische zin. Terwijl ze anders de mond vol hebben over de leugens van Trump, geloven ze de president op zijn woord als het over Iran gaat. Verder dan eisen dat Trump toestemming moet vragen aan het Congres voor hij een totale oorlog start, komen ze niet. Bij de traditionele media zie je dezelfde reflexen. Er is blijkbaar niets dat het Amerikaanse establishment zo verenigt als een dreigende oorlog.

De verschillen

Er zijn echter ook belangrijke verschillen met 2003. Het Amerikaanse politieke landschap telt nu een aantal zeer luidruchtige anti-oorlogsstemmen met op kop Alexandria Ocasio-Cortez, Ilhan Omar en Bernie Sanders.

De zogenaamde deep state (CIA, het Pentagon, …) is ernstig verdeeld. Trump is bovendien veel labieler dan Bush. Pompeo en Bolton kan je ook niet vergelijken met het trio Cheney-Wolfowitz-Rumsfeld dat veel dieper ingeplant was in de Amerikaanse politiek en kon bogen op 30 jaar ervaring.

In die 16 jaar is de wereld ook totaal veranderd, mede door de keten van gevolgen na de oorlog in Irak. De oorlog verzwakte verder de status van de VS als wereldmacht. Opkomende machten als China, Rusland, Turkije en Qatar sprongen in het gat. Tel daar Iran maar bij. Net door de oorlog in Irak en de chaos in Syrië kon het land haar invloedssfeer uitbreiden. De Iran-deal van Obama was een poging om om te gaan met die nieuwe situatie en om minder te moeten steunen op Israël en Saoedi-Arabië, de twee landen die het hardst aansturen op een oorlog met Iran. Trump maakte vanaf dag één komaf met die strategie van Obama. Uit pure rancune of weloverwogen? Het maakt eigenlijk weinig uit met een figuur als Trump. Belangrijker is dat de geopolitieke situatie daardoor heel explosief is. Wie bekommerd is om ‘wereldvrede’ kan maar beter waakzaam zijn.

Zo komen we meteen met nog een verschil met 2003. De wereld zag toen één van de grootste sociale bewegingen ooit opstaan. Miljoenen mensen kwamen de straat op tegen de oorlog in Irak. Op het podium aan het begin of het eind van die betogingen werd heel precies voorspeld wat er zou gebeuren bij een nieuwe oorlog: chaos, dood, vluchtelingen en het ontstaan van nieuwe terroristische bewegingen. De anti-oorlogsmanifestanten van toen kregen 100 procent gelijk, maar hun stem werd brutaal genegeerd. Het zorgde voor een onverwerkte kater bij links. Vandaag is er van een anti-oorlogsbeweging weinig te merken. Dat heeft met die kater te maken, maar ook met het shockeffect van de (extreem)rechtse opgang overal in de wereld. Er is elke dag wel iets om met 100.000 de straat op te trekken. Maar klimaat, oorlog, vluchtelingen, economische crisis, extreemrechts, het hangt allemaal aan elkaar. Het heeft ook een naam: kapitalisme. Een systeem in verre staat van ontbinding.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!