Bron: Vrede vzw
Pieter Teirlinck

VS en Iran op ramkoers

vrijdag 21 juni 2019 12:37

Onder zware economische druk, een verbreking van de afspraken door de VS, een hernieuwd sanctieregime, een gebrek aan internationale steun en voortdurende provocaties van de VS en bondgenoten, kondigde Iran eind mei aan dat het zich gradueel zal terugtrekken uit het Nucleair Akkoord. Iran sloot het Nucleair Akkoord in 2015 met Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, de VS, Rusland en China. 4 jaar na de ondertekening lijkt het al ten dode opgeschreven. Dit heeft rampzalige gevolgen, voor het internationaal recht in het algemeen en voor Iran in het bijzonder.

Historisch akkoord

Het akkoord, voluit het ‘Joint Comprehensive Plan of Action’, werd op 14 juli 2015 gesloten in Wenen na jaren van onderhandelingen. De deal kwam erop neer dat de economische en financiële sancties tegen Iran (VN, EU, VS) zouden uitdoven als Iran een streng controleregime op zijn nucleaire installaties toeliet en de omvang van zijn kernprogramma serieus zou inperken. Deze maatregelen maakten het onmogelijk voor Iran om er clandestiene militaire nucleaire programma’s op na te houden en een kernwapen te produceren.

Er was opluchting omdat een nieuw militair conflict in het Midden-Oosten werd vermeden en in Iran hoopte men dat het akkoord een opsteker zou betekenen voor de economie. Iran zou meer dan 100 miljard dollar aan bevroren financiële tegoeden terugkrijgen, zou opnieuw zijn olie en gas kunnen verkopen op de internationale markten, en weer kunnen investeren in zijn luchtvaart-, olie- en gassector. De Iraanse financiële sector zou terug gebruik kunnen maken van SWIFT (systeem voor wereldwijde interbancaire financiële communicatie), geld kunnen lenen op buitenlandse markten en zelfs bankkantoren openen in de EU. De hoop was echter van korte duur.

Iran hield zich nochtans nauwgezet aan de voorwaarden van het akkoord. Dit wordt bevestigd door de opeenvolgende inspectieverslagen van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA). De internationale economische en financiële sancties werden ook teruggedraaid, zij het schoorvoetend en slechts gedeeltelijk. Begin 2017 trok de VN 7 sancties in, de EU volgde en ook de VS schrapte enkele sancties. De Iraanse economie herleefde kortstondig, in 2016 steeg het Bruto Binnenlands Product (BBP) van het land met meer dan 12 procent. De Europese handelsmissies naar Iran waren niet te tellen.

De VS haakt af

In de VS was de Republikeinse meerderheid in het Congres van meet af aan zeer sterk gekant tegen de deal die president Obama met Iran gesloten had. Ook Israël en Saoedi-Arabië waren tegen het akkoord. Presidentskandidaat Donald Trump beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne in 2016 al dat hij de VS zou terugtrekken uit “de slechtste deal ooit”. Eenmaal president, voegde hij de daad bij het woord. De VS stapte in mei 2018 unilateraal uit het akkoord en de oude sancties werden opnieuw van kracht voor alle Amerikaanse entiteiten (bedrijven, financiële instellingen en natuurlijke personen) die economische transacties ondernemen met Iran, met uitzondering voor humanitaire middelen en voedsel.

Ook niet-Amerikaanse bedrijven vallen vreemd genoeg onder de VS-wetgeving, via zogenaamde secundaire sancties. En dit zijn geen loze dreigingen. BNP Paribas betaalde in 2014 een monsterboete van 8,8 miljard dollar aan Washington omdat de bank dollartransacties had gedaan met Soedan, Cuba en Iran, allemaal landen die onder een Amerikaans sanctieregime vallen.

De officiële doelstelling van het VS-beleid ten opzichte van Iran is het land in de pas te doen lopen. Washington wil dat het stopt met het steunen van gewapende groeperingen in het Midden-Oosten, stopt met de ontwikkeling van ballistische raketten en instemt met een nieuw nucleair akkoord waarin het totaal afziet van de verrijking van uranium (nochtans een recht voor alle landen onder het Non-proliferatieverdrag). Hoewel de Amerikaanse diplomaten en zelfs president Trump moeite doen om te ontkennen dat de VS eigenlijk een regimewissel nastreeft in Iran, is het duidelijk dat het met een nationale veiligheidsadviseur als John “To Stop Iran’s Bomb, Bomb Iran” Bolton, precies dit als doelstelling heeft.

De EU kan niet op tegen de VS

Europa kantte zich tegen de eenzijdige terugtrekking van de VS uit het nucleair akkoord. Om haar economische beloftes aan Iran te kunnen nakomen, zocht de EU naar manieren om de Trump-sancties te omzeilen. De Europese Commissie beriep zich op het ‘Blocking Statute’ dat Europese bedrijven die handel drijven met Iran moest beschermen tegen de Amerikaanse sancties en het zelfs verbood voor Europese onderdanen om gevolg te geven aan deze sancties.

Begin 2019 lanceerden Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland samen INSTEX (‘Instrument in Support of Trade Exchanges’). Dit speciale handelsvehikel moet Europese bedrijven in staat stellen om verder zaken te doen met Iran zonder gebruik te maken van het mondiale dollarsysteem. De VS waarschuwde in een reactie op de lancering van INSTEX dat bedrijven die de Amerikaanse sancties omzeilen verregaande consequenties zullen ondervinden, zoals een verbod om handel te drijven met Amerikaanse bedrijven en een verbod op het gebruik van het Amerikaans financieel systeem.

Vraag is dus hoeveel Europese bedrijven het – ondanks INSTEX en de ‘Blocking Statute’ – in de praktijk zullen riskeren om hun handelstransacties met de VS in gevaar te brengen om handel te kunnen drijven met Iran. Eind juni was de eerste INSTEX-transactie nog steeds niet beklonken. Het systeem lijkt dus totaal niet van de grond te komen. INSTEX wordt dan ook eerder beschouwd als een politiek signaal van de EU aan Iran, dan als een werkelijk efficiënt economisch instrument. In de praktijk moet de EU zich neerleggen bij de VS-sancties. (Los van het Iran-dossier staat de VS wellicht zeer weigerachtig tegenover een alternatief handelssysteem dat eveneens gebruikt zou kunnen worden om andere VS-sancties te omzeilen.)

Intussen streeft de VS verder naar maximale economische en financiële druk op Iran. Onderdeel daarvan is het verhinderen van de Iraanse olie-export. Washington kondigde eind april aan dat het niet langer uitzonderingen toelaat voor India, China, Turkije, Griekenland, Italië, Japan, Zuid-Korea en Taiwan, de laatste 8 landen die nog Iraanse olie importeerden. De meeste landen lijken zich neer te leggen bij deze eis. Het Iraanse buurland Turkije liet weten zich er niets van te zullen aantrekken, maar in de maand mei staakte het wel alle invoer van Iraanse olie, en dat terwijl Turkije bijna 50 procent van zijn olie-import van daar haalde. China, de grootste afnemer van Iraanse olie – en de belangrijkste handelspartner van Iran tout court – zit momenteel in een handelsoorlog verwikkeld met de VS. Toch liet het in mei een grote terugval optekenen van de import van Iraanse olie.

Economische oorlog

De economische gevolgen van het VS-beleid laten zich ondertussen keihard voelen in Iran. In 2018 verloor de Iraanse munt (de rial) 60 procent van zijn waarde en Irans economie is voor het tweede jaar op rij in een recessie beland. Volgens het IMF zal de Iraanse economie dit jaar met bijna 6 procent krimpen. De inflatie zal dit jaar wellicht uitkomen op 50 procent, daarmee belandt Iran in hetzelfde straatje als Venezuela en Zimbabwe. De enorme daling van de koopkracht leidt tot stijgende werkloosheid, armoede, onvrede en frustraties. De VS voert dus een regelrechte economische oorlog tegen het land in de hoop dat de economische chaos de bevolking zal aanzetten tot verzet tegen het regime.

Iraanse politieke reacties konden niet langer uitblijven. President Hassan Rohani gaf de EU begin mei een ultimatum. De druk van de conservatieve fracties in Iran, die nooit echt voorstanders waren van de Nucleaire Deal, weegt nu heel zwaar op zijn beleid. Als de Europese partners er tegen begin juli niet in slagen om de economische sancties ten aanzien van Iran te verlichten – een expliciet onderdeel van het akkoord – dan zal Iran zich geleidelijk terugtrekken uit de deal, zo besliste de Iraanse Nationale Veiligheidsraad.

Tegen 27 juni wordt verwacht dat het door het akkoord bepaald plafond voor de hoeveelheid (laag)verrijkt uranium dat Iran mag produceren, niet langer gerespecteerd zal worden. De woordvoerder van het Iraanse Nucleair Agentschap waarschuwde dat Teheran in een volgende stap ook niet langer de limieten van de concentratie van de uraniumverrijking zal respecteren. Het nucleair akkoord lijkt daarmee bijna dood en begraven, want de Europese partners zullen er helemaal niet in slagen om het sanctiebeleid van de VS te verlichten voor Iran.

Met de Iraanse beslissing om – een jaar na de VS – uit de Nucleaire Deal te stappen zal ook de laatste diplomatieke steun van de EU ten voordele van Iran verdwijnen. Dit ultimatum is misschien wervend voor intern politiek gebruik in Iran, maar de Europese partners zullen niet anders kunnen dan akkoord gaan om de opheffing van de sancties terug te draaien. Dit vereist trouwens geen politieke beslissing. Als Iran zich niet langer houdt aan de voorwaarden van de deal, zal dit vastgesteld worden door de inspecteurs van het IAEA, waardoor de kwestie bij de VN-Veiligheidsraad belandt en de opgeheven VN-sancties automatisch teruggedraaid worden – zij zijn immers voorzien van een ‘snap-back’ mechanisme van zodra de voorwaarden geschonden worden door Iran. Teheran zal diplomatiek dus totaal geïsoleerd komen te staan en de economische malaise zal daardoor vanzelf nog toenemen, wat perfect past in het cynische spel van de VS.

Plooien of barsten?

De vraag is hoe dit verder zal evolueren. Iran zal onder druk van zijn conservatieve fracties zeker niet opnieuw met de VS aan de onderhandelingstafel gaan zitten, hoe zwaar de economische recessie ook wordt. Iran zal ook niet geneigd zijn om nog veel vertrouwen te hebben in de ‘internationale gemeenschap’. Het zal er misschien voor kiezen om de internationale controle op zijn nucleaire installaties stop te zetten en alle IAEA-inspecteurs buiten te werken. Dan heeft de internationale gemeenschap het raden naar de reikwijdte van het nucleair programma van Iran. En zo krijgen de haviken binnen de VS en hun regionale bondgenoten de ultieme reden om militair te interveniëren. Onder het mom van het voorkomen van de ontwikkeling van massavernietigingswapens kan een regionale grootmacht uitgeschakeld worden en een inschikkelijker regime geïnstalleerd worden. Irak 2.0.

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van Vrede vzw.

take down
the paywall
steun ons nu!