Foto: Sven Tuytens

Dansen op het graf van een massamoordenaar

maandag 17 juni 2019 17:49

De plannen van de Spaanse regering om de stoffelijke resten van gewezen dictator Francisco Franco uit de Vallei der Gevallenen in de buurt van Madrid te verwijderen, werden onlangs gedwarsboomd door het Spaanse hooggerechtshof. Franco’s zeven kleinkinderen en de benedictijnse monniken van de Valle de los Caídos krijgen het laatste woord: aan het graf van Franco wordt (voorlopig) niet geraakt. Maar de Generalissimo[i] is niet de enige samenzweerder die een einde maakte aan de Tweede Spaanse republiek en op een symbolische plek begraven werd.

De beul van Sevilla

In Andalusië, waar de conservatieve Volkspartij (Partido Popular) onlangs een einde maakte aan 36 jaar PSOE regering, wordt binnenkort de Andalusische wet op de historische herinnering (ley de memoria andaluza) geschrapt. Het is een harde dobber voor een hele reeks herinneringsverenigingen die onlangs de krachten bundelden in de Asamblea Andaluza de Asociaciones Memorialistas y de Victimas del franquismo. Naast het verwijderen van de overblijvende franquistische symboliek vindt het collectief dat de stoffelijke resten van Queipo de Llano moeten verhuizen. Deze generaal was één van de militairen die samen met Franco in de zomer van 1936 een militaire staatsgreep pleegde. Volgens historicus Francisco Espinosa Maestre is “Queipo de Llano zonder enige twijfel, de hoofdverantwoordelijke voor alle moordpartijen die begaan werden in Sevilla en het territorium dat onder zijn gezag stond”.

Foto: Sven Tuytens

Zijn stoffelijke resten liggen in de basiliek van de Macarena in de gelijknamige populaire wijk van Sevilla, waar opstandige militairen in 1936 bijzonder veel burgers vermoordden. Queipo de Llano die in Spanje deelnam aan alle samenzweringen van voorbije eeuw werd gepromoveerd tot bevelhebber van het zuidelijke opstandelingenleger.

García Márquez, de auteur van Las víctimas de la represión militar en la provincia de Sevilla (1936-1963), telde 12.854 gedocumenteerde moorden. Daarbij rekent de onderzoeker nog 268 geëxecuteerden in andere provincies en 862 moorden in gevangenissen, “de meerderheid werd vermoord tijdens de weken die volgden op de militaire staatsgreep”, verduidelijkt Márquez.[ii]

Dansen om te herinneren

Voorbije vrijdag, 14 juni, was de dag van de ley de memoria andaluza, oftewel de dag van een wet die beoogt de slachtoffers van de Franco-dictatuur recht te doen en die binnenkort – onder druk van VOX – moet wijken. Vertegenwoordigers van 25 Andalusische herinneringsverenigingen kozen die dag uit om te betogen voor de zetel van het Broederschap van la Macarena, opgericht door Queipo de Llano.

Foto: Sven Tuytens

Familieleden van slachtoffers van het franquisme brachten de foto’s van hun vermoorde familieleden mee en herinnerden eraan dat Queipo de Llano de staatsgreep in Sevilla leidde. “In 2019 hoort een massamoordenaar niet thuis in de belangrijkste kerk van deze volksbuurt”, verduidelijkt Teresa. “Onder leiding van Queipo de Llano werden hier tussen 18 juli 1936 en januari 1937 3.028 burgers vermoord. Er werden lijken op pleinen achtergelaten en Queipo de Llano gaf zijn soldaten het bevel dat ze moesten verhinderen dat familieleden hun geliefden meteen weg zouden halen. Om de terreur compleet te maken, was het de bedoeling om die lijken eerst een paar dagen in volle zon te laten rotten.”

Queipo de Llano besliste over leven en dood in Sevilla, wat hem de bijnaam “virrey de Andalucía” opleverde. Dictator Franco wou hem belonen voor zijn goede werk en gaf hem in 1951 de adellijke titel “Markies Queipo de Llano”. Zijn markizaat werd in 2012 vernieuwd door oud-minister Alberto Ruiz Gallardón (Partido Popular) waardoor zijn kleinzoon Gonzalo Queipo de Llano Mencos edelman kan blijven.

Foto: Sven Tuytens

Maar net zoals dat bij de kwestie van de stoffelijke resten van Franco het geval is, krijgt ook hier de familie van Queipo de Llano het laatste woord. Dat is tenminste het standpunt van het Broederschap van La Macarena. Bij de Volkspartij haalt men ongeïnteresseerd de schouders op: “Het verwijderen van de stoffelijke resten is geen prioritaire kwestie”.

Slavendrijver en kruisvaarder

Tijdens de betoging van voorbije vrijdag werd ook gevraagd om het uitgestrekte landgoed van Queipo de Llano te onteigenen. De Cortijo de Gabogaz, dat op dit moment door de familie verwaarloosd wordt, zou op het einde van de Spaanse burgeroorlog op onrechtmatige wijze in de handen van Queipo de Llano terecht zijn gekomen. Toen was het één van de beste landerijen van de provincie Sevilla. Queipo de Llano verrijkte zich door er politieke gevangenen als slaven te laten werken. Tijdens de dictatuur van Franco was dat een dienstverlening van de gevangenisadministratie waar grootgrondbezitters en bedrijven gretig gebruik van maakten.

Foto: Sven Tuytens

Op het hoogtepunt van de betoging brengen als falangisten vermomde betogers, onder leiding van een valse priester, een houten plank als replica van de grafsteen van Queipo de Llano. Voor de betogers is hij de plaatselijke massamoordenaar, voor een deel van de plaatselijke katholieke kerk is hij de Sevillaanse kruisvaarder die de “rode hordes” bevocht.

Terwijl op de achtergrond de klokken van de Macarena basiliek het einde van de misdienst luiden, begeleidt een gitarist een jonge danseres die bij ondergaande zon de papieren letters op het bord weg danst. Dertig meter verder plast een hondje tegen een betonnen monoliet, het monument ter herdenking van de honderden burgers die in 1936 tegen de resten van de oude Romeinse stadsomwalling geëxecuteerd werden.

Geen erkenning

Foto: Sven Tuytens

Tachtig jaar na het einde van de burgeroorlog zijn met het extreemrechtse Vox de spoken van het verleden helemaal terug. Een land dat zoveel moeite heeft gedaan om een moderne democratie te worden, slaagt er nog steeds niet in om de slachtoffers van de repressie van de dictatuur van Franco te erkennen. Alles blijft zoals het is.

Er wordt niet aan de graven van Franco en Queipo de Llano geraakt en ook hun slachtoffers blijven liggen. En dat zijn er heel wat. Vandaag liggen nog steeds 114.000 stoffelijke resten van mannen en vrouwen over heel Spanje in massagraven verspreid. Na tachtig jaar vinden sommigen dat het Spanje van de verliezers nog steeds gestraft moet worden door hen het recht op reparatie en erkenning te ontzeggen. Want voor de families van de duizenden republikeinse soldaten die hun laatste rustplaats in de Vallei der gevallenen kregen, is een bezoek aan dat praalgraf een pijnlijke ervaring.

Het is een teken van pure kwaadaardigheid dat de graven van massamoordenaars in publieke monumenten mogen blijven liggen, terwijl er geen moeite gedaan wordt om slachtoffers van buitenrechtelijke executies een eervolle herbegrafenis te geven.

Foto: Sven Tuytens

Het is wraakroepend dat een hooggerechtshof, het hoogste gerechtelijke gezag van een democratie, waar de beste juristen van het land horen te zetelen, vandaag een militaire junta erkent als het toenmalig wettelijk gezag. Opstandige generaals die de Spaanse samenleving met een bloedige burgeroorlog opzadelden werden onlangs door het hooggerechtshof schriftelijk gelegitimeerd door Franco op 1 oktober 1936 als “staatshoofd” te noemen. En dat terwijl er in oktober 1936 maar één democratisch verkozen regering was.

De Spaanse republiek van de regering Azaña was toen internationaal erkend en lid van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. In oktober 1936 erkende enkel fascistisch Italië, nazi-Duitsland en de Portugese dictatuur van Antonio de Oliveira Salazar, Francisco Franco als staatshoofd. Vreemd dat de erkenning door die obscure club tachtig jaar later invloed heeft op de beslissing van het Spaanse hooggerechtshof. Dus als Franco toen staatshoofd was, wat was dan de rol van Azaña? Was hij dus een putschist en al diegenen die aan de zijde van de republiek vochten, niet meer dan een bende opstandelingen?

 

Notes:

[i] De rang van generalissimo of generalissimus, in het Spaans geschreven als generalísimo, is de hoogst mogelijke militaire rang, een stap hoger dan veldmaarschalk. Een generalissimo staat aan het hoofd van het volledige leger van een land, en is niet zelden ook het staatshoofd. Franco was meer dan een politieke en militaire leider. Tijdens het nationaal-katholicisme kreeg zijn status ook nog een religieuze invulling.

[ii] Eldiario.es, Juan Miguel Baquero, Quién era Queipo de Llano?, 2/5/2016.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!