Opinie - Frederick De Gryse

Mensen in België hebben honger: een verguisd taboe maar een trieste realiteit

vrijdag 14 juni 2019 14:48

Ondanks het mantra jobs, jobs, jobs en de gewillige statistieken is er tijdens de laatste tien jaar structureel wel heel weinig aan het armoedebeleid veranderd, zo stelt Frederick De Gryse, algemeen directeur van de Vincentiusvereniging*. Meer nog: liefdadigheid wordt een structurele financieringsbron voor de overheid. Bij gebrek aan visie stelt de overheid zich ook nog eens erg dubbelzinnig op als het gaat om voedselhulp. Dat dreigt armoedebestrijding als kernopdracht willekeurig en onvoorspelbaar te maken.

De privatisering van het armoedebeleid

Vrijwilligers in armoedebestrijding zijn de ervaringsdeskundigen van het terrein. Geen beleidsmakers in een vergaderzaal met broodjes en sapjes. Ze stellen dagelijks schrijnende toestanden vast waarvoor er in een welvarend land België blijkbaar geen alternatief voorhanden is dan hun vrije wil en inzet.

Vrijwilligers zijn ook het maatschappelijk kapitaal van een organisatie. De druk op die mensen is nochtans groot door een toestroom aan hulpbehoeftigen, door complexiteit in regelgeving en door nood aan vers bloed in een organisatie.

Meer nog: diezelfde vrijwilligers zetten het schenkingsgeld van sympathisanten om in maatschappelijke dienstverlening. Werkingsmiddelen van organisaties komen steeds meer onder druk te staan. De non-profit moet de marketingtrucs van de profitgaan overnemen, met een survival of the fittest tot gevolg.

Structureel verzorgen vrijwilligers en sympathisanten op vandaag in wezen overheidstaken. Meer nog: structureel passen zij centen bij, waar de overheid in gebreke blijft. Nogmaals: armoedebestrijding is dus voor een groot deel gefundeerd op de willekeur van vrijwilligers en hun geldschieters. Een privatisering in de marge van de maatschappij. En net daarom wordt armoedebestrijding op termijn precair.

Mensen hebben honger

Beleidsmakers kijken neer op bedeling van voedselpakketten als remedie tegen armoede. Te veel symptoombestrijding en te weinig oorzaakbestrijding zegt men. Maar als de oorzaak intussen niet bestreden wordt, dan hebben de mensen honger. Waarom blijft een discrete organisatie als Vincentius in België anders jaar op jaar de grootste afnemer van de Belgische voedselbanken en van het Europese FEAD-programma voor voedselhulp? Voeding als middel en basisvoorziening uit het gezinsbudget wordt steeds meer onzeker.

Een voedselpakket is inderdaad een anachronisme uit oorlogstijden, maar blijft een deuropener naar het menselijk verhaal daarachter.

En de overheid, die stond erbij en keek ernaar? Om geen werk te moeten maken van een efficiënte oorzaakbestrijding, gedoogt de overheid nu net zelf symptoombestrijding door voedselhulp via het FEAD-programma mee te steunen. Meer nog: de jaarlijks toegezegde hoeveelheden levensmiddelen en leveringstermijnen worden systematisch uitgespreid over het volgende kalenderjaar. Onze plaatselijke vrijwilligerscentra moeten daarom eigen centen aanspreken om levensmiddelen tegen marktprijs aan te kopen. Het hoeft niet te verbazen dat onze vrijwilligers deze prakrijken aanvoelen als georganiseerde diefstal van jaarbudgetten die zijn toegewezen aan de meest kwetsbare doelgroep.

Bovendien blijft er voor hen geen tijd en budget over voor het betere ondersteuningswerk. Vrijwilligers zijn een structurele financieringsbron voor de overheid.

Voedselhulp verdient een geïntegreerde aanpak en een verworven plaats als onderbouw binnen armoedebeleid. Het is helaas een allegaartje geworden van quota en overschoten uit Europa, België, grootdistributie, landbouw en verwerkende nijverheid.

Een sociale ecologie?

De ecologische transitie zal integraal zijn, of niet zijn. Mensen in armoede worden verondersteld op zich al een kleine ecologische voetafdruk te hebben: beperkte mobiliteit, weinig of geen verwarming en elektriciteit. Vandaag wijst de praktijk helaas nog vaak op dilemma’s tussen kostprijs en positieve impact. De sociale stem in het klimaatdebat blijft wringen en beperkt zich tot thema’s als de energiefactuur en de isolatie van betaalbare woningen. De weg naar duurzame voeding en gezondheidspreventie bij die doelgroep ligt evenwel volledig open.

 

 

* De Sint-Vincentiusvereniging (“Vincentius”) is in België sinds 1842 een discrete maar invloedrijke vereniging van vrijwilligers op het vlak van armoedebestrijding. Vanuit meer dan 300 centra in alle gewesten en gemeenschappen verlenen ruim 5.700 leden bovenal eerstelijnshulp aan de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. Zo is de vereniging in België de grootste verdeler van levensmiddelen via het Europees Fonds voor armoedebestrijding en de voedselbanken.

In de wereld staat onze organisatie garant voor en uitgebreid netwerk in 140 landen op alle continenten. Met dan 800.000 losse en vaste medewerkers bedient zij meer dan 30 miljoen minderbedeelden, waarvan 135.000 in België.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!