Mensen uit Rakhine ontvangen humanitaire hulp. Bron: Flickr

Leger Myanmar begaat oorlogsmisdaden tijdens recentste operatie in Rakhine

vrijdag 31 mei 2019 00:53

Nieuw onderzoek van Amnesty International in de staat Rakhine heeft nieuwe bewijzen opgeleverd van oorlogsmisdaden en andere mensenrechtenschendingen gepleegd door het Myanmarese leger. Omdat de militaire operatie nog aan de gang is, is het mogelijk dat nog meer misdaden worden gepleegd.

Amnesty’s onderzoeksrapport, No one can protect us”: War crimes and abuses in Myanmar’s Rakhine State, beschrijft uitvoerig hoe het leger van Myanmar sinds januari 2019 burgers heeft gedood en verwond bij willekeurige aanvallen. Het leger maakte zich ook schuldig aan buitengerechtelijke executies, willekeurige arrestaties, foltering en andere mishandelingen en gedwongen verdwijningen.

Het rapport richt de schijnwerpers op de periode waarin hevige militaire aanvallen werden uitgevoerd na de verschillende aanvallen op politieposten uitgevoerd door de Arakan Army (AA) op 4 januari 2019. De nieuwe legeroperatie kwam er na het bevel van de regering om de AA te “verpletteren”.

“Minder dan twee jaar nadat de wereld met verontwaardiging heeft gereageerd op de massale wreedheden die werden begaan tegen de Rohingya-bevolking, maakt het leger van Myanmar zich opnieuw schuldig aan vreselijke misdaden tegen etnische groepen in Rakhine”, zegt Nicholas Bequelin, regionaal directeur voor Oost- en Zuid-Oost-Azië van Amnesty International. “De nieuwe militaire operatie in Rakhine tonen een roekeloos en onverantwoordelijk leger dat burgers terroriseert en doelbewust schendingen pleegt.”

Amnesty International voerde voor dit rapport 81 gesprekken, waaronder 54 interviews ter plaatse in Rakhine eind maart 2019 en 27 interviews op afstand met mensen die in conflictzones leven. Het ging onder meer om dorpsbewoners die behoren tot etnische minderheden als de Rakhine, Mro, Rohingya en Khami, die het boeddhistische, christelijke en islamitische geloof aanhangen. Amnesty bestudeerde ook foto’s, video’s en satellietbeelden en interviewde humanitaire hulpverleners, mensenrechtenactivisten en andere experts.

Etnische gemeenschappen in Rakhine hebben al lang een politieke afkeer van de centrale regering in Myanmar, maar de AA wordt geleid door een jongere generatie van etnische Rakhine-nationalisten. Naar schatting bestaat de AA vandaag uit zowat 7.000 strijders. De gewapende groep werd in 2009 opgericht en heeft in het noorden van Myanmar gevochten aan de zijde van andere etnische gewapende groepen; de afgelopen jaren werd sporadisch strijd geleverd tegen het leger in Rakhine en in de naburige deelstaat Chin. De gevechten namen eind 2018 in hevigheid toe.

Nieuwe eenheden, zelfde patroon van wreedheden

Het nieuwe rapport van Amnesty International brengt nieuwe bewijzen aan het licht van misdrijven begaan door legertroepen die in het verleden al betrokken waren bij wreedheden, zoals bepaalde divisies en bataljons onder het Westelijke Commando. Amnesty bevestigt ook dat legereenheden van de 22ste en 55ste Lichte Infanterie Divisies, die voor het eerst op het strijdtoneel werden ingezet, verantwoordelijk zijn voor veel van de nieuwe schendingen.

Met interviews en ander bewijsmateriaal, waaronder satellietbeelden, heeft Amnesty International zeven onwettige aanvallen gedocumenteerd waarbij 14 burgers werden gedood en minstens 29 anderen werden gewond. De meeste van deze aanvallen werden willekeurig uitgevoerd en sommige waren mogelijks rechtstreeks tegen burgers gericht.

Eind januari kwam een 7-jarige etnische Rakhine-jongen om het leven bij de explosie van een mortiergranaat in het dorp Tha Mee Hla, in Rathedaung Township. De granaat werd zo goed als zeker afgevuurd door het Myanmarese leger tijdens gevechten tussen het leger en de AA. Hoewel de jongen ernstig gewond was, duurde het uren voor de familie de toestemming kreeg van de militairen om hem naar een ziekenhuis te brengen. Hij stierf de volgende dag.

Bij een ander incident half maart ontplofte een legergranaat in het dorp Ywar Haung Taw, in Mrauk-U Township, waarbij minstens vier mensen gewond raakten en het huis van een 37-jarige etnische Rakhine-man verwoest werd. De man, Hla Shwe Maung, herinnert zich dat hij een ontploffing hoorde. “Het was een enorm lawaai en ik zag een grote vuurbal die om ons heen viel … Ik nam mijn dochter in mijn armen … en toen we achterom keken, was de helft van ons dak weg.”
Analyse van de satellietbeelden bevestigt de vernieling van een gebouw in het dorp Ywar Haung Taw en de aanwezigheid van nieuwe artillerie in een politiepost vlakbij.

Vooral etnische Rakhine-gemeenschappen werden het slachtoffer van misdaden gepleegd door het Myanmarese leger, maar ook andere gemeenschappen, onder wie de Rohingya, hebben geleden. Op 3 april 2019 opende een legerhelikopter het vuur op Rohingya-arbeiders die bamboe aan het snijden waren. Minstens zes mannen en jongens werden gedood en minstens 13 anderen gewond. “De helikopter kwam van achter de berg”, vertelde een overlevende aan Amnesty International. “Na enkele minuten vuurde hij raketten af. Ik rende voor mijn leven, intussen denkend aan mijn familie en hoe ik dit zou kunnen overleven.” Rechtstreekse aanvallen op burgers en willekeurige aanvallen waarbij burgers gedood of gewond worden, zijn oorlogsmisdaden.

Amnesty International documenteerde ook hoe het leger heeft post gevat in oude tempelcomplexen van Mrauk-U en vandaar roekeloos de omgeving onder vuur nam. Satellietbeelden bevestigen de aanwezigheid van artillerie in de buurt van tempels en foto’s tonen de verwoesting van tempelsites. Amnesty kon niet achterhalen wie verantwoordelijk was voor de schade, maar door zich te positioneren in de buurt van monumenten heeft het Myanmarese leger historisch en cultureel bezit blootgesteld aan vernieling of schade, wat een schending is van het internationale humanitaire recht.

Amnesty International heeft daarnaast zeven arbitraire arrestaties gedocumenteerd in Rakhine sinds januari 2019. Het ging in alle zeven gevallen om mannen, de meesten etnische Rakhine-mannen van dienstplichtige leeftijd, en de arrestaties gingen vaak gepaard met foltering en andere mishandelingen bedoeld om informatie te verkrijgen over de AA.
Een 33-jarige Rakhine-man vertelde: “[De soldaat] vroeg: ‘Waar verbergt de AA zijn wapens?’ Ik antwoordde: ‘Dat weet ik niet, ik behoor niet tot de AA’ … Ik herinner me een klap en een trap en dan sloegen ze met een geweer op mijn hoofd … Ik probeerde mijn hoofd te beschermen met mijn handen maar ze schopten en sloegen me. Mijn handen, gezicht en hoofd zaten onder het bloed.”

Amnesty International documenteerde ook de gedwongen verdwijning van zes mannen – een etnische Mro en vijf etnische Rakhine – half februari. Een getuige zei dat ze een van de mannen het laatst gezien had in militaire gevangenschap. Sindsdien hebben de families van de zes geen informatie meer gekregen over het lot en de verblijfplaats van hun geliefden.

Hoewel meer dan 30.000 mensen ontheemd zijn sinds deze laatste uitbarsting van geweld, hebben de autoriteiten van Myanmar de humanitaire toegang tot de getroffen zones geblokkeerd.

“De autoriteiten vergroten het lijden van de burgers door de aanvoer te blokkeren van geneesmiddelen, voedsel en humanitaire hulp”, zegt Nicholas Bequelin. “Burgers in Rakhine betalen de zwaarste prijs voor de militaire aanvallen en de gevolgen ervan – maar de regering kiest ervoor om te blijven zwijgen over deze uit de hand lopende crisis.”

Misbruiken door Arakan Army

Het Myanmarese leger is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de schendingen die gedocumenteerd werden door Amnesty International, maar ook de AA heeft zich bezondigd aan misbruiken tegen burgers, waaronder ontvoeringen, zo toont het rapport. Op 3 mei ontvoerden AA-strijders vier etnische Rohingya-mannen uit het dorp Sin Khone Taing, in de Rathedaung Township. Volgens een bron met directe kennis van dit voorval werden de vier naar een afgelegen plek in het woud gebracht. Twee van hen zijn daarna ontsnapt, van anderen ontbreekt elk spoor.

AA-strijders hebben tijdens operaties burgers in gevaar gebracht. De AA heeft ook dorpsbestuurders en lokale zakenlui geïntimideerd met dreigbrieven die waarschuwden om zich niet bemoeien met de activiteiten van de AA. Elke brief was vergezeld van een kogel en droeg het officiële zegel van de AA.

Vrijheid van meningsuiting bedreigd

De Myanmarese veiligheidstroepen trachten eveneens kritische stemmen te onderdrukken. De voorbije maanden werden strafrechtelijke klachten ingediend tegen de uitgevers van drie lokale nieuwsmedia.

“Eerder deze maand zijn dan wel de Reuters-journalisten Wa Lone en Kyaw Soe Oo vrijgelaten, na een hechtenis van meer dan vijfhonderd dagen, maar de wereldwijde verontwaardiging over hun zaak heeft de autoriteiten niet verhinderd dezelfde angsttactiek bij anderen toe te passen”, zegt Nicholas Bequelin.

“De door de NLD geleide regering heeft de macht om dit te veranderen. Ze beschikt over een parlementaire meerderheid en moet die gebruiken om de repressieve wetten die zo vaak tegen journalisten ingezet worden te schrappen of te hervormen.”

Internationale druk opdrijven

De recente militaire operatie in de deelstaat Rakhine werd gelanceerd minder dan 18 maanden na de misdaden tegen de mensheid die het leger beging tegen de Rohingya-bevolking. Meer dan 900.000 Rohingya-vluchtelingen leven nog altijd in kampen in het buurland Bangladesh, en het nieuwe rapport van Amnesty bewijst opnieuw dat het voor hen niet veilig is om terug te keren.

Het nieuwe bewijsmateriaal maakt de urgentie nog groter voor de VN om de volle omvang van de misdaden, begaan door het leger van Myanmar in de deelstaat Rakhine en in de noordelijke deelstaten Kachin en Shan, aan te pakken. Een VN-onderzoekscommissie heeft opgeroepen hooggeplaatste militairen te vervolgen en berechten voor misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en genocide.

Bij gebrek aan elke binnenlandse aansprakelijkheid roept Amnesty International de VN-Veiligheidsraad op om de situatie in Myanmar dringend door te verwijzen naar het Internationale Strafhof en een allesomvattend wapenembargo op te leggen. De internationale partners van Myanmar moeten hun relaties met de militaire leiding van Myanmar heroverwegen en gerichte sancties afkondigen tegen hoge functionarissen via multilaterale organen zoals de Europese Unie en de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen (ASEAN).

“Nu het leger van Myanmar brutaal wreedheden blijft begaan, is het duidelijk dat de internationale druk moet toenemen”, zegt Nicholas Bequelin. “Steeds opnieuw heeft de internationale gemeenschap nagelaten misdaden van het Myanmarese leger te stoppen en de burgerbevolking te beschermen. De Veiligheidsraad werd opgericht om precies op dergelijke situaties te reageren. Het is tijd dat de raad deze verantwoordelijkheid ernstig neemt.”

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!