Open brief aan Marjolein Van De Water, journaliste van De Morgen

Open brief aan Marjolein Van De Water, journaliste van De Morgen

vrijdag 5 april 2019 15:55

1 april 2019

Geachte mevrouw Van De Water

Als trouwe lezer van De Morgen kom ik de laatste tijd terecht bij artikels van uw hand over Venezuela. Dé waarheid heeft wel nooit bestaan. En in deze tijd waar we met massa’s fake news rond de oren worden geslagen minder dan ooit. Ik zal niet beweren dat onze media in het algemeen ons bewust met fake news opzadelen, maar wel met zeer gekleurde berichtgeving, zodanig gekleurd dat het gaat aanschurken tegen fake news.

Onlangs werd Tania Díaz uitgenodigd door de Zwitserse ngo Brücke Zum Süden – Le Pont avec la Sud. Zij is vice-voorzitter van de Grondwettelijke Nationale Assemblee van Venezuela en journaliste. Op die bijeenkomst was ook William Castillo, vice-minister van Communicatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken uitgenodigd. De titel van het debat luidde: ‘Aanval en vervolging van de progressiviteit in Latijns-Amerika, de zaak Venezuela.

Die gebeurtenis liep parallel met een debat dat plaatsgreep in de Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Daarna deed journaliste Tania Díaz enkele Europese landen aan. Ze slaakte een dramatische oproep. ‘Beste Europese collega’s, bevrijd jullie van vooroordelen. Keer terug naar de essentie van het beroep, zeg de waarheid!’

Het probleem met de media is dat ze zich verplicht voelen om hun nieuws bij voorkeur als ‘breaking news‘ te brengen om gelezen of bekeken te worden. En mits zowat iedereen er graag als eerste wil bijzijn en de accurate feiten nog niet echt of niet volledig gekend zijn, geeft men dan maar, althans in het beste geval, een aantal mogelijke versies door. Wat er daarna van aan is, dat komt men niet meer te weten. Het is geen nieuws meer. Het wordt nog moeilijker wanneer het gaat over nieuws dat ingebed ligt in een politieke gepolariseerde context. Dan is de vraag: op wie kan men zich verlaten? Zijn de geciteerde bronnen wel te vertrouwen? 

Dit als inleiding op mijn kritische noot op sommige artikels die we hier te lezen krijgen.

Op 5 augustus vorig jaar ontploften tijdens een toespraak van president Nicolás Maduro in Caracas enkele drones met explosieven. De aanslag werd opgeëist door een Venezolaanse rebellengroep ‘Soldados de Frenelas’.

Tegelijkertijd werd gemeld dat drie brandweerlieden anoniem de versie van een ontplofte tank vol gas in een appartement meedeelden tegen persbureau AP. De manier waarop onze media over het incident berichtten, gaf het publiek de indruk dat het maar weer eens zou gaan over een truc van die onbetrouwbare president. Achteraf gaven sommige media toe dat het wel degelijk om een aanslag op de persoon van de president ging. Weliswaar schoorvoetend en met genoeg remmende adjectieven in de zin van een vermeende aanslag … en vermoedelijke daders … die  veronderstelde gebruikte middelen zoudenn…

In dezelfde trend kom ik bij u terecht in verband met uw artikel van 25 februari met als titel: ‘Zet door: Niet opgeven. Maduro zal snel vallen.’ De overrompelende titel nam de breedte van de bladzijde van links naar rechts in beslag. Zo was het niet duidelijk of het ging over uw eigen uitspraak, uw wens, uw positionering, ook al staat de tekst tussen aanhalingstekens als zijnde een uitspraak van een Venezolaanse opposant.

Veel lezers hebben noch de moed noch de tijd om krantenartikels echt door te lezen. Dat weet het journaille ook. Vandaar het belang van titels, ondertitels en uitgelichte citaten in vetjes en in kleur.

Ik lees helemaal op het einde van uw artikel drie mogelijke versies over het in de fik steken van een paar trucks vol Amerikaanse ‘humanitaire’ voedselwaren in Cúcuta, het Colombiaanse grensstadje. De schuldigen? Maduro’s troepen of een verkeerd gegooide molotovcoctail door leden van de oppositie of de oppositie die het goedje opzettelijk in brand stak. Maar in het midden van de bladspiegel staat in vetjes en vuurrode letters een wanhopige kreet van een negentienjarige: ‘Een president die voedsel verbrandt van een hongerend volk. Het is te ziek voor woorden.’ Dat hebben de lezers gelezen. Dat het achteraf over een molotovbom van de oppositie ging, dat vinden we daarna nergens meer terug. Hooguit en in het beste geval in een piepklein column-etje.  

Onlangs sloeg het nieuws in als een bom: nagenoeg algehele verduistering in het land door elektrische pannes. Voor de oppositie en de napratende Westerse media een duidelijk signaal van de onkunde, nalatigheid, onverantwoordelijkheid en corruptie van de regering Maduro. Maar als men van dichterbij gaat kijken, vernemen we dat van 2013 tot eind 2018 zich om en bij de veertig lokale en regionale aanvallen op elektrische installaties voordeden. Onder andere werden installaties in brand gestoken, andere werden door groepen van gemaskerde individuen technisch of door diefstal van materialen onklaar gemaakt. Sinds de oorlog tegen de elektrische installaties van het land stierven 200 personen aan de sabotageacties en 150 elektrische bijstations werden beschadigd.

Maar de tot dan toe ongeziene pannes die zich enkele dagen geleden voordeden en gevolgen hadden over het hele territorium zijn niet te vergelijken met die lokale en regionale vandalenacties van de oppositie. Hier was meer aan de hand.

De regering had het over een tweevoudige terroristische aanval. Alleen de VS beschikken over een technologisch niveau van die aard om elektromagnetische pulsen te produceren tegen het overdrachtssysteem van een ander land. Door sommige media werd een mogelijke buitenlandse cyberaanval alweer gemakshalve afgedaan als een complottheorie.

Toch bemoeide niets minder dan het Amerikaanse zakentijdschrift Forbes zich met de zaak en bevestigde dat het ‘zeer realistisch is’ te denken dat de regering van de VS effectief een cybernetische aanval lanceerde tegen het hydro-elektrisch complex Guri. Forbes suggereert dat een cyberoorlog de ideale manier is om toe te slaan. Daarbij zijn geen politieke kosten gemoeid en de oorzaken van de onderbrekingen worden in de schoenen geschoven van de door de VS aangevallen regering.

Moeten we iets zoeken achter het stilzwijgen van onze media over de oorzaken en de afloop van dat incident, dat levens gekost heeft onder andere van mensen die niet konden geopereerd worden in de hospitalen?

Waarom krijgen we overigens niet meer duidend nieuws over de onderliggende oorzaken van de belabberde toestand waarin het land zich bevindt? En dan kunnen we niet naast de gevolgen van de internationale boycot kijken. Ik lees in een wetenschappelijk onderzoek van het Latijns-Amerikaans Strategisch Centrum voor Geopolitiek (CELAG) de volgende vaststelling.

‘Samengevat. Indien we de gemiddelde jaarlijkse waarde van deviezen die niet langer het land binnenkomen door de blokkade (19.2 miljard dollar) samenvoegen met de som die het land gemiddeld elk jaar moet betalen (3.3 miljard dollar) dan kunnen we tot het besluit komen dat de economie en de samenleving het verlies van 22,5 miljard dollar aan jaarlijkse inkomsten incasseren. Dit is het resultaat van een weloverwogen internationale strategie van financiële isolering. Het is duidelijk dat deze financiële druk sinds 2015 verhevigd is met de val van de prijs van de ruwe olie. Hierbij moet opgemerkt worden dat tijdens deze periode de overige ontwikkelingslanden van de regio niet dezelfde behandeling door de internationale financiële markten ondergingen. Maar het is wel zo dat in feite al de landen van de regio hun schuldenlast hebben zien verhogen. Zonder uitzonderingen hebben alle regeringen van de regio hun toevlucht genomen tot externe financiering om de neergang van financiële inkomsten, te wijten aan het ongunstig klimaat van de grondstoffenmarkt, te compenseren.    

Ik lees in uw artikel van 9 februari ‘Gestorven in ziekenhuis wegens geen antibiotica‘ het volgende: ‘De Wereldgezondheidsorganisatie, Unicef en de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie helpen achter de schermen zoveel als ze kunnen. Dat doen ze zonder er ruchtbaarheid aan te geven, om Maduro niet tegen zich in het harnas te jagen.‘   

Fake News!!!

Vorig jaar in oktober had president Maduro een ontmoeting met María Cristina Perceval, de directrice voor de regio van Unicef met de bedoeling om de inspanningen van de regering te versterken en zo de bescherming van de kinderen en de adolescenten te garanderen. Tijdens die bijeenkomst werd een akkoord voor hulp bereikt voor een bedrag van 32 miljoen dollar om te investeren in scholing, voeding, water, hygiëne en zuivering, gezondheid en bescherming van de jeugd.

In het kader van de 72ste verjaardag van Unicef bekrachtigde de Venezolaanse regering zijn vast besluit om de banden voor samenwerking te verstevigen. Eind november bevestigde Unicef de levering van 130 ton goederen aan voeding en medicamenten aan Venezuela. Daarnaast ook 30 ton medicamenten en gezondheidsproducten. De gezamenlijke inspanningen tussen de regering en Unicef hebben 350.000 personen bijgestaan.    

Het persagentschap van het ‘Ministerio de Poder Popular de la Salud’ meldt dat eind december vorig jaar vertegenwoordigers van de regering van Venezuela samen met vertegenwoordigers van de technische samenwerking van de Panamese Gezondheidsorganisatie en de Wereldgezondheidsorganisatie bijeen kwamen. Daar werd de uitvoering van de aangegane akkoorden geëvalueerd. Het resultaat was zodanig positief dat voor het volgend jaar 2019 een uitbreiding van de samenwerking verwacht werd. 

NODAL (Noticias de América Latina y Caribe) meldt dat China, Cuba en de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie en de Wereldgezondheidsorganisatie 933 ton humanitaire hulp, door de regering aangevraagd, naar Venezuela stuurden. De containers kwamen op 14 februari dit jaar in de haven van La Guaira aan. De genoemde solidaire landen handelden in coördinatie met de organismen van de VN en de staat Venezuela, zowel wat betreft de tijd en de vorm van de levering als de latere distributie in het land.

Mevrouw Van De Water, waar haalt u het bericht vandaan dat de Wereldgezondheidsorganisatie, Unicef en de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie achter de schermen werken om Maduro niet tegen zich in het harnas te jagen? De partijdigheid van uw berichtgeving druipt eraf. En erger nog, wat u schrijft klopt niet met de feiten. 

Ofwel beschuldigt u de prestigieuze internationale organisaties van achterbaks politiek gekonkel dat President Maduro best niet aan de oren komt, ofwel – en dat zou betekenen dat u het noorden helemaal kwijt bent – beschuldigt u president Maduro van het feit dat hij zelfs hulp, die niets te maken heeft met politieke inmenging of terroristisch gevaar, zou uitsluiten met de bedoeling zijn volk uit te hongeren.  

Dit lijkt me geen objectieve journalistiek. Dit lijkt me eerder gratuit meehuilen met de Amerikaanse wolven in het bos. Samen met journaliste Tania Díaz zou ik je willen oproepen: ‘Bevrijd je van vooroordelen. Keer terug naar de essentie van het beroep, zeg de waarheid!’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!