Bron: Pixnio
Verslag, Economie, Milieu, Politiek, België - Dries Goedertier

Géén rechtvaardige transitie zonder energiedemocratie

Onder de naam We Own It hebben ACOD en Kunstencentrum Vooruit het afgelopen jaar een aantal conferenties en panelgesprekken georganiseerd over de plaats van de openbare diensten in de samenleving. Zo dragen we bij aan het debat over de eigendomsvormen, organisatiemodellen en instituties die het meest geschikt zijn om maatschappelijke doelen op een democratische manier te definiëren en realiseren.

zaterdag 23 maart 2019 01:47

Een eerste conferentie in april 2018 ging dieper in op het democratische belang van publiek eigendom en gaf verduidelijking bij verschillende publieke alternatieven voor privatisering en marktwerking. Na de theoretische fundering organiseerden we nog twee thematische avonden over respectievelijk publieke sociale media en mobiliteit. Met We Own It #3 was het op 13 maart de beurt aan de energiesector.

Het maatschappelijk belang van energie kan moeilijk overschat worden voor onze economie en dagdagelijkse leven. Sinds de industriële revolutie aan het einde van de 18e eeuw is de productie en consumptie van energie gigantisch toegenomen. Natuurlijk heeft dat te maken met de ingebakken groeilogica van een kapitalistische productiewijze. Een groeilogica die echter steeds zichtbaarder op de grenzen van de natuurlijke en menselijke draagkracht aanbotst. Net daarom is het enorm belangrijk om “energie” niet te beschouwen als een puur neutraal gegeven of als de zoveelste vorm van koopwaar. Net zoals de hele economie staat ook de energiesector niet los van maatschappelijke belangen en machtsverhoudingen.

Twee eenvoudige vragen 

Tegen de achtergrond van klimaatopwarming, groeiende sociale ongelijkheid en een aanzienlijke toename van energiearmoede is het voor een socialistische vakbeweging van cruciaal belang om twee eenvoudige vragen te stellen: wie is eigenlijk de eigenaar van de energieproductiemiddelen en in functie waarvan worden deze ingezet? Worden deze ingezet voor een sociaal rechtvaardige economie tot stand te brengen met respect voor de belangen van werknemers en de grenzen van het natuurlijke ecosysteem? Of blijft de energiesector ondergeschikt aan de imperatieven van een economische discipline die voor haar reproductie afhankelijk is van een continue kapitaalaccumulatie waarvoor alles dient te wijken?  



Lavinia Steinfort tijdens haar presentatie Foto: Dries Goedertier

Vandaag is dat onderwerp dankzij het klimaatprotest van scholieren, studenten en werknemers niet meer weg te denken. Vorig jaar legde het congres van het Vlaams ABVV enkele indrukwekkende krachtlijnen vast over de rechtvaardige transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Ook de ACOD leverde hieraan inhoudelijke bijdragen. Een sociaal rechtvaardige transitie vergt immers een sterke overheid die met haar publieke investeringsbanken, openbare diensten, sociale voorzieningen en overheidsbedrijven de toon zet. De groei van de toekomst zal zich in de openbare sector moeten situeren. 

Allianties rond energiedemocratie

Ook het eigendomsvraagstuk werd op het congres niet uit de weg gegaan. Sociaal-ecologische rechtvaardigheid vereist immers – en ik citeer uit de congrestekst – dat we “belangrijke maatschappelijke uitdagingen uit de economische privésfeer halen, en ze democratisch te laten beslechten, los van de marktlogica.”

Het is een zeer heldere mission-statement die perfect weergeeft waar we met We Own It rond werken. Het is ook in die geest van economische democratie dat het debat over energiedemocratie plaatsgreep. Voor de realisatie van een koolstofneutrale economie op een sociale manier zal meer nodig zijn dan de aanwezigheid van een sociaal vangnet. Het gaat erom de ongelijke en onevenwichtige machtsverhoudingen in het hart van de economie en de politiek weg te werken. Te beginnen in de energiesector. 

Vandaag ligt de beslissingsmacht over de investeringen bij financiers en financiële markten. De gecombineerde inspanningen van overheid en coöperaties moeten het mogelijk maken om van energie terug een democratisch en publiek goed te maken waarover we samen beslissen. Dat is in een notendop waar energiedemocratie volgens mij rond draait. Als concept dekt energiedemocratie echter vele ladingen. Door middel van welke eigendomsvormen en bestuursstructuren kan de samenleving het best greep krijgen over haar energievoorzieningen? Welke initiatieven dienen op welke geografische schaal ontplooid te worden en door wie? En hoe zit het met de financiering van de broodnodige investeringen in energieproductie en -distributie? 

We legden deze heikele kwesties voor aan onze panelleden: Jan Van Wijngaerden (federaal secretaris ACOD Gazelco), Dirk Van de Poel (Voorzitter Transitienetwerk Middenveld en mede-iniatiefnemer Energiedemocratie Vlaanderen) en Lavinia Steinfort (onderzoekster Transnational Institute en coördinator Energy Democracy Alliance). Naar goede gewoonte opteerden we voor stemmen uit de syndicale wereld en het middenveld.

Niets is immers belangrijker dan allianties smeden rondom gedeelde visies. Daarom nodigden we de panelleden ook uit om hun ideeën over energiedemocratie eerst in een 10-tal minuten toe te lichten. Zo was het mogelijk om raakvlakken en verschilpunten te identificeren waarover vervolgens onder het deskundige moderatorschap van Sacha Dierckx (Denktank Minerva) verder werd gedebatteerd. 

De markt faalt

Alle sprekers waren het erover eens dat de markt vandaag faalt. Volgens Jan Van Wijngaerden heeft de liberalisering van de energiesector niet geleid tot lagere energieprijzen. Hij hekelde dan ook de toenemende energiearmoede in België. Steeds meer gezinnen kunnen hun factuur bij de energieleverancier niet betalen en vallen terug op de distributienetbeheerder.

Bovendien zijn de marges op de verkoop heel klein waardoor de energiemarkt meer en meer evolueert naar een oligopolie met enkele dominante marktmachten zoals Engie-Electrabel en EDF-Luminus. Hij vond het echter geen goed idee om de energietransitie aan hen over te laten. De Belgische overheid mag deze boot niet missen en moet op vlak van energieproductie dus zelf het voortouw nemen. 

Lavinia Steinfort benadrukte dat er slechts een twaalftal jaren overschieten om de meest dodelijke gevolgen van klimaatopwarming te voorkomen. Volgens haar investeren grote energiebedrijven zoals Shell echter te weinig in hernieuwbare energie. Er valt immers meer winst te maken met fossiele brandstoffen.

Mondiaal bekeken is het aandeel daarvan nog steeds aan het toenemen en volgens cijfers van het Internationale Energieagentschap zijn de investeringen in hernieuwbare energie met 7 procent gedaald. Van een echte energietransitie is er vandaag dus geen sprake.

Volgens Steinfort is het vertrouwen in marktwerking volkomen misplaatst en dringen andere oplossingen zich op. Dirk Van de Poel stelde klaar en duidelijk dat eenzijdige marktwerking in de energiesector een slecht idee is om de (hernieuwbare) energietransitie te versnellen. Energie hoort immers een publiek goed te zijn en we doen er daarom goed aan de markt terug te duwen. 

Publiek-civiele samenwerking

Volgens Dirk Van de Poel is er een belangrijke rol weggelegd voor “niches” om het bestaande energieregime met zijn focus op fossiele brandstoffen, marktwerking en privatisering uit te dagen. Hij heeft vooral de initiatieven indachtig die de afgelopen jaren in de sfeer van de civiele samenleving ontstaan zijn. Energiecoöperaties en commons zijn belangrijke aanjagers van maatschappelijke verandering omdat ze alternatieven op tafel gooien.

Tegelijkertijd waarschuwt hij voor een potentieel gevaar. Commons mogen niet evolueren naar gesloten gemeenschappen van burgers die het zich kunnen veroorloven. Net daarom pleit hij voor het blijvende belang van overheidsinterventie in de energiesector. De overheid moet energie als een universeel recht handhaven en Mattheüs-effecten uitsluiten. 

Beide gedachtestromingen kwamen samen in een goed onderbouwd pleidooi voor publiek-civiele samenwerking in de energiedistributie. Vandaag is de netbeheerder (Fluvius, de fusie van Eandis en Infrax) volledig in handen van de gemeenten. Gezien de begrotingsregels van de EU is het voor deze publieke aandeelhouders echter moeilijk om in alle financieringsnoden te voorzien.

Het gevaar van privatisering schuilt volgens Dirk Van de Poel dan ook om de hoek. Enkele jaren terug werd dit plots reëel toen het Chinese State Grid zich bijna inkocht in Eandis. Zover kwam het uiteindelijk niet. De hele episode lag aan de basis van wat uiteindelijk de vzw Energiedemocratie zou worden. De organisatie onderzoekt de mogelijkheden voor burgerparticipatie in zowel het kapitaal als het beheer van de Vlaamse distributienetwerken. 

Zwaartepunt bij de overheid 

Als er geld is bij de burgers, waarom dan privatiseren? Het is een meer dan legitieme vraag. Voor de vzw Energiedemocratie is publiek-civiele samenwerking tussen overheid en burgers een absolute noodzaak om de distributienetwerken als een publiek goed te handhaven en in handen van ons allemaal te houden.

Volgens Dirk Van de Poel kunnen ook werknemers en vakbonden aanjagers zijn van nieuwe initiatieven in de energiesector. Het Vlaams ABVV onderzoekt in de schoot van Arbeid en Milieu of het mogelijk is voor werknemers om mede-eigenaar te worden van de zonnepanelen op de daken van de bedrijven waar ze werken. Zo kunnen werknemers de energietransitie zelf mee in handen nemen. 

Ook volgens Jan Van Wijngaerden zijn er zaken die burgers en werknemers op eigen kracht kunnen doen. De grote omvang van de investeringsnoden mag echter niet onderschat worden. Bij Eandis alleen al ging het om 800 miljoen euro waarvoor het bedrijf uiteindelijk een lening moest aangaan. Privatisering kan voor ACOD Gazelco natuurlijk hoegenaamd niet.

Het is echter de vraag of de verenigde financiële inspanningen van vele kleine consumenten en arbeiders toereikend zouden zijn. Alleen de nationale overheid kan dergelijke kapitalen verzamelen en moet dus haar verantwoordelijkheid opnemen. Bovendien is niet iedere stad of gemeente in staat om haar eigen energie op te wekken. Ook hier moet de solidariteit maximaal spelen. De Belgische overheid dient daarom ook zelf te investeren in productiefaciliteiten. 

De vermeende tegenstelling tussen middenveld en overheid overstijgen

In het kader van de energietransitie is het volgens Steinfort belangrijk om te weten welk initiatief het best door welke speler en op welke schaal kan worden genomen. Overheidsinitiatief- en burgerinitiatief kunnen hand in hand samengaan en het is belangrijk om de vermeende tegenstelling tussen beiden te overstijgen. Voor het transport en de transmissie van energie zijn publieke én nationale energiebedrijven uiteraard onmisbaar om de toegang van iedereen te garanderen.

Over deze energiebedrijven moeten burgers en werknemers dan wel meer te zeggen hebben wat meer rechtstreekse vormen van participatie en democratie vergt. Voor de energieproductie kunnen stedelijke en coöperatieve energiebedrijven volgens haar echter wel degelijk een grote rol van betekenis spelen. 

De afgelopen jaren namen heel wat Europese steden en gemeenten hun energievoorziening immers terug in eigen handen. Het fenomeen wordt “municipalisation” of “vergemeentelijking” genoemd. Steinfort noemde de Duitse stad Wolfhagen als een navolgenswaardig voorbeeld. Sinds 2014 draait de stad volledig op hernieuwbare energie dankzij het nutsbedrijf (de fameuze Duitse Stadtwerke) dat voor 75 procent in handen is van de stedelijke overheid. De overige aandelen zijn in handen van een lokale burgercoöperatie.

De resultaten van deze hybride eigendoms- en organisatievorm zijn verbluffend: méér inspraak, extra jobs in de energiesector, lagere energieprijzen én winsten die geïnvesteerd worden in kinderopvang. Met name dit laatste illustreert ook heel goed dat energiedemocratie alle openbare voorzieningen aanbelangt. 

Voor de ontplooiing van dergelijke lokale initiatieven over het hele grondgebied van een land zijn bovenlokale coördinatie en financiering cruciaal. Steinfort nam ons opnieuw mee naar Duitsland waar de Kreditanstalt für Wiederaufbau investeert in hernieuwbare energie en energiezuinigere overheidsgebouwen- en infrastructuur. De bank is voor 100 procent in handen van publieke overheden (De federale overheid voor 80 procent en de regionale Länder voor 20 procent).

Een ander aangehaald voorbeeld is de Banco Popular y de Desarrollo Comunal uit Costa Rica die de eigendom is van 1,2 miljoen arbeiders. De coöperatieve bank heeft een maatschappelijke missie en investeert onder andere in de regionale energiecoöperatie COOPELESCA voor de productie van hernieuwbare energie en de elektrificatie van rurale gebieden. 

Géén rechtvaardige transitie zonder energiedemocratie

Er zijn alternatieven ten over voor privatisering en marktwerking in de energiesector. Maar bieden zij ook perspectief op goede loon- en arbeidsvoorwaarden en gesyndiceerde tewerkstelling? Volgens Jan Van Wijngaerden zal de energietransitie sociaal zijn of helemaal niet zijn. In navolging van de Canadese steenkoolsector pleitte Dirk Van De Poel in dit verband voor sociale transitiefondsen om werknemers nieuwe opleiding- en loopbaanperspectieven te geven. Volgens beide panelleden zijn een sterke inbreng van vakbonden en een sociaal waakzame overheid noodzakelijk om te verzekeren dat de fondsen iets om het lijf hebben. 

Volgens Steinfort leidt vergemeentelijking soms tot zenuwachtigheid bij vakbonden die bang zijn hierbij in te schieten. Deze angsten blijken meestal ongegrond. Na vergemeentelijking behouden werknemers vaak hetzelfde en soms gingen ze er zelfs op vooruit.

Om dit waar te maken is het wel heel belangrijk om werknemers en gebruikers (waaronder ook mensen in energiearmoede) mee aan de beslissingstafel te zetten. Net daarom is het lokale niveau ook zo cruciaal. De dienstverlening staat dicht bij de mensen waardoor het eenvoudiger is om hen te betrekken en maatschappelijke meerderheden op te bouwen. Het is dankzij deze medezeggenschap dat energiedemocratie bijdraagt tot een rechtvaardige transitie. De twee gaan werkelijk hand in hand samen.

Dries Goedertier (adviseur studiedienst ACOD)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!