Bron: Amnesty International
Opinie, Wereld, Samenleving, Politiek -

Onverschilligheid schendingen mensenrechten in Midden-Oosten en Noord-Afrika werkt straffeloosheid in de hand

Het schokkende stilzwijgen van de internationale gemeenschap over de grootschalige mensenrechtenschendingen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) heeft regeringen daar het gevoel gegeven dat zij nooit hoeven te vrezen voor justitie. Het heeft hen aangemoedigd om in 2018 verschrikkelijke misdaden te plegen. Dit zegt Amnesty International in een overzicht van de mensenrechten in de MENA-regio in het voorbije jaar.

dinsdag 26 februari 2019 18:37

Het rapport Human rights in the Middle East and North Africa: A review of 2018beschrijft hoe autoriteiten in de hele regio onbeschaamd bleven doorgaan met meedogenloze repressiecampagnes, bedoeld om afwijkende meningen te onderdrukken en demonstranten, burgerorganisaties en politieke tegenstanders te vervolgen. Dit alles gebeurt vaak met de stilzwijgende steun van machtige bondgenoten.

De schokkende moord op Jamal Khashoggi in oktober 2018 lokte een ongeziene, wereldwijde golf van verontwaardiging uit die leidde tot een onderzoek in Saudi-Arabië en zelfs tot een zeldzame actie van staten als Denemarken en Finland om niet langer wapens te leveren aan Saudi-Arabië. Maar belangrijke bondgenoten van het Saudische koninkrijk, zoals de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, onthielden zich van een dergelijke actie. De internationale gemeenschap weigerde in te gaan op de eis van mensenrechtenorganisaties om een onafhankelijk VN-onderzoek in te stellen dat voor gerechtigheid zou kunnen zorgen.

“Er was de koelbloedige moord op Jamal Khashoggi in een consulaat voor nodig om een handvol staten te bewegen tot een opschorting van de wapentransfers naar een land dat aan het hoofd staat van een coalitie die verantwoordelijk is voor oorlogsmisdaden in Jemen. Toch volgde zelfs op de wereldwijde verontwaardiging over de zaak-Khashoggi geen concrete actie om de verantwoordelijken voor deze moord voor het gerecht te brengen”, zegt Heba Morayef, Amnesty’s regionaal directeur voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

“In 2018 zijn in het hele MENA-gebied duizenden dissidenten en vreedzame critici het slachtoffer geworden van schaamteloze repressie. De internationale gemeenschap bleef oorverdovend stil.”

Het rapport van Amnesty International toont dat het hardhandige optreden tegen afwijkende meningen en het maatschappelijke middenveld in 2018 aanzienlijk toegenomen is in Egypte, Iran en Saudi-Arabië. Deze drie staten zijn kenmerkend voor de gebrekkige internationale respons op de veelvuldige schendingen door de MENA-regeringen.

In Iran werd een massale protestgolf met geweld onderdrukt. Doorheen het afgelopen jaar werden duizenden mensen gearresteerd en gevangen gezet. De Europese Unie, die met Iran nochtans in voortdurend gesprek is over de mensenrechten, reageerde ingehouden.

Denemarken, Finland, Nederland en Noorwegen kondigden in 2018 aan dat ze hun wapenverkopen aan Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) stopzetten. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en een aantal andere landen daarentegen bleven wapens exporteren. De door Saudi-Arabië geleide coalitie in het conflict in Jemen kon daarmee burgers, scholen en ziekenhuizen aanvallen, wat duidelijk in strijd is met het internationaal recht.
In Saudi-Arabië zelf bleef het regime activisten vervolgen en vrouwenrechtenverdedigers opsluiten en folteren.

Landen als Frankrijk en de Verenigde Staten bleven ook aan Egypte wapens leveren, die ze gebruikte voor binnenlandse repressie, waarbij mensenrechten massaal met de voeten werden getreden. Egypte is vandaag gevaarlijker voor vreedzame critici dan ooit voorheen in de recente geschiedenis van het land.

De VS heeft er zich ook toe verbonden voor 38 miljard dollar militaire hulp te verstrekken aan Israël in de komende tien jaar. Dit ondanks de straffeloosheid waarmee de Israëlische strijdkrachten massaal mensenrechten kunnen blijven schenden in de Bezette Palestijnse Gebieden. Volgens het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten hebben Israëlische troepen vorig jaar minstens 180 Palestijnen, onder wie 35 kinderen, gedood in de Gazastrook, tijdens demonstraties voor het recht op terugkeer van vluchtelingen. Een onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad werd opgericht om dit te onderzoeken, maar Israël heeft elke medewerking geweigerd en heeft tot vandaag weinig of geen druk ondervonden om dat wel te doen.

“Bondgenoten van MENA-regeringen geven altijd weer voorrang aan lucratieve zakendeals, veiligheidsakkoorden en winstgevende wapenverkopen. Mensenrechten trekken aan het kortste eind. Dat werkt misbruiken in de hand en creëert een sfeer waarin deze regeringen zich onaantastbaar voelen en zich boven de wet verheven wanen,” zegt Philip Luther, Amnesty’s onderzoeksdirecteur voor MENA.

“De wereld moet het voorbeeld volgen van landen als Denemarken, Finland, Nederland en Noorwegen, die hebben aangekondigd dat ze hun wapenverkopen aan Saudi-Arabië opschorten. Op die manier sturen ze een duidelijk signaal dat het schenden van mensenrechten niet zonder gevolgen blijft.”

Amnesty International roept alle landen op onmiddellijk de verkoop of transfer van wapens naar alle partijen in het conflict in Jemen én naar Israël op te schorten, tot er niet langer een reëel risico is dat dit wapentuig kan worden gebruikt om ernstige overtredingen van internationale mensenrechtenverdragen en van het humanitair recht te plegen of te faciliteren. Amnesty International dringt er bij alle staten ook op aan meer steun te geven aan internationale mechanismen die gerechtigheid willen garanderen, zoals VN-onderzoeken naar de dodelijke slachtoffers in Gaza en schendingen in Jemen en Syrië, en het Internationaal Strafhof.

Ongebreidelde repressie

Autoriteiten in MENA lijken op geen enkele manier verantwoording te moeten afleggen en hebben daardoor de handen vrij om vreedzame critici in de gevangenis te gooien, het maatschappelijke middenveld te beknotten en gebruik te maken van arbitraire arrestaties, detentie en buitensporig geweld tegen mensen die protesteren en hun rechten opeisen.

2018 was in Iran volgens Amnesty International een “jaar van schaamte”.  De autoriteiten arresteerden er het voorbije jaar, vaak willekeurig, meer dan 7.000 betogers, studenten, journalisten, milieuactivisten, arbeiders en mensenrechtenverdedigers. Onder meer vrouwenrechtenactivisten die protesteerden tegen de discriminerende en vernederende hijab-plicht moesten een zware prijs betalen voor hun vreedzame activisme.

De autoriteiten in Saudi-Arabië arresteerden en vervolgden regeringscritici, academici en mensenrechtenactivisten. In mei 2018 werden tijdens een arrestatiegolf minstens acht verdedigers van vrouwenrechten zonder aanklacht opgesloten. Ze hadden campagne gevoerd tegen het rijverbod voor vrouwen en tegen het mannelijke voogdijsysteem. Vrijwel alle vrouwenrechtenactivisten in Saudi-Arabië zitten nu achter de tralies of zijn het land ontvlucht.

In Egypte voerden de autoriteiten hun repressie tegen afwijkende meningen nog op, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen. Ze arresteerden minstens 113 mensen, alleen maar omdat die op een vreedzame manier kritische meningen uitten. Bovendien voerde de staat nieuwe wetten in om de onafhankelijke media nog meer te muilkorven. Twee vrouwen werden gearresteerd omdat ze zich op Facebook negatief hadden uitgelaten over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Een van hen, Amal Fathy, kreeg twee jaar gevangenisstraf.

In Irak schoten veiligheidstroepen op betogers, en sloegen en arresteerden ze. In Marokko werden tientallen mensen veroordeeld tot lange gevangenisstraffen omdat ze hadden deelgenomen aan demonstraties. In de VAE en Bahrein kregen de prominente activisten Ahmed Mansoor en Nabeel Rajab zware gevangenisstraffen, van tien en vijf jaar respectievelijk, voor hun posts op sociale media.

In Algerije moesten activisten en bloggers het ontgelden omdat ze kritische commentaren over de regering op Facebook hadden gepost. Ook Jordaanse, Libanese en Palestijnse autoriteiten arresteerden willekeurig activisten en anderen die kritiek op de autoriteiten hadden geuit of vreedzaam hadden deelgenomen aan demonstraties.

“In de hele MENA-regio hebben regeringen, bijna zonder uitzondering, een schokkende intolerantie getoond voor het recht op vrije meningsuiting, op vereniging en op vreedzaam demonstreren”, zegt Heba Morayef.

“Betogers die op straat protesteerden om de verdrukking aan te klagen en vreedzame critici die zich durfden uit te spreken, betaalden daarvoor een zware prijs. Sommigen zitten voor jaren in de cel, alleen maar omdat ze hun mening uitten. Regeringen leggen belachelijk zware straffen op om activisten te intimideren en hen zo het zwijgen op te leggen.”

Burgers lijden onder gewapende conflicten

De voortdurende wapenleveringen van de internationale gemeenschap aan MENA-regeringen, en de afwezigheid van enige druk om die landen ter verantwoording te roepen voor oorlogsmisdaden en andere inbreuken op het internationaal recht, heeft vernietigende en verstrekkende gevolgen.

In Libië, Syrië en Jemen vonden ook in 2018 oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van het humanitair recht plaats. Zelfs al was er minder gewapende strijd in Irak en Syrië, voor de burgers bleef het lijden onverminderd groot.

De Israëlische militaire bezetting deed Palestijnen op de Westoever en in Gaza verder lijden. Israëls beleid om illegale nederzettingen uit te breiden en de meedogenloze blokkade van Gaza zijn zware schendingen van het internationale recht.

In Syrië bleven regeringstroepen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaan. Rusland en China hielpen mee de aansprakelijkheid voor deze misdaden toe te dekken.
Onderzoek van Amnesty International heeft ook aan het licht gebracht dat honderden burgers werden gedood en duizenden gewond door de VS-coalitietroepen tijdens het offensief in Raqqa om Islamitische Staat  te verdrijven. Daarbij waren ook aanvallen die het internationaal humanitair recht schonden. Zowel in Syrië als Irak hebben de coalitietroepen uiteindelijk toegegeven dat er burgerdoden vielen tijdens hun operaties.

Terwijl sommige Europese landen wapentransfers opschortten naar Saudi-Arabië en de VAE, coalitieleden in het gewapende conflict in Jemen, zijn andere landen zoals de VS, het VK en Frankrijk voor miljarden dollars aan militaire uitrusting blijven leveren. Sommige van die wapens werden tijdens het conflict gebruikt bij schendingen van het internationaal humanitair recht.

Dat de internationale gemeenschap in Libië niet heeft aangedrongen op effectieve aansprakelijkheidsmechanismen in fora als de VN-Mensenrechtenraad, heeft partijen in het conflict daar de moed gegeven om door te gaan met misbruiken en het internationale recht compleet te negeren.

“Oorlogvoerende partijen die oorlogsmisdaden en andere schendingen van het internationale recht plegen worden al veel te lang niet ter verantwoording geroepen. Daardoor kunnen daders van wreedheden in de MENA-regio ongestraft blijven doorgaan. Aansprakelijkheid is essentieel, niet alleen om gerechtigheid te garanderen voor slachtoffers van deze misdaden, maar ook om een de eindeloze cyclus van schendingen te doorbreken,” zegt ¨Philip Luther.

Sprankeltjes hoop

Naast de wijdverbreide repressie en de schendingen die 2018 kenmerkten, waren er toch ook enkele lichtpuntjes wat de rechten van vrouwen en LGBTI-mensen betreft.

In de Maghreb werden wetten van kracht die artikelen bevatten om geweld tegen vrouwen te bestrijden. De Palestijnse Staat schafte, in navolging van een aantal andere MENA-landen, een regel af waardoor van verkrachting verdachte personen aan rechtsvervolging konden ontsnappen als zij met hun slachtoffer trouwden.

De autoriteiten in Saudi-Arabië hebben eindelijk het verbod op vrouwelijke autobestuurders opgeheven. Vrouwenrechtenactivisten die daarvoor campagne hadden gevoerd moesten daarentegen wel naar de gevangenis.

Seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht blijven in de hele regio strafbaar, maar toch waren er twee kleine overwinningen voor de LGBTI-rechten. In Tunesië werd een wetsontwerp aan het parlement voorgelegd dat seksrelaties tussen mensen van hetzelfde geslacht uit de criminaliteit haalt. En in Libanon vonniste een rechtbank dat mensen van hetzelfde geslacht die met onderlinge toestemming seks hebben, geen strafbaar feit plegen.

In een regio waarin diepgewortelde straffeloosheid overheerst, hebben twee landen ook stappen gezet naar de aansprakelijkheid voor misdaden in het verleden. In Libanon keurde het parlement een wet goed om een commissie aan het werk te zetten die duizenden gedwongen verdwijningen tijdens de burgeroorlog gaat onderzoeken, na jarenlange burgercampagnes van het Libanese middenveld daarvoor. In Tunesië heeft de Commissie voor Waarheid en Waardigheid aan het langste eind getrokken en de herhaalde pogingen van de autoriteiten om haar werk te bemoeilijken overwonnen.

“Tegen een achtergrond van overweldigende repressie hebben sommige regeringen kleine stapjes voorwaarts gezet. Deze verbeteringen zijn een eerbetoon aan de moedige mensenrechtenverdedigers in de hele MENA-regio. Ze herinneren ons aan al diegenen die geregeld hun vrijheid op het spel zetten om op te komen tegen tirannie. Zij planten de echte zaadjes van verandering voor de komende jaren,” besluit Heba Morayef.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!