Opinie -

“Het spijt me, maar ik pas al te graag voor ‘Sign for my future'”

Pascal Debruyne legt in een brief aan Jeanne Verwee uit waarom hij 'Sign For My Future' nog steeds niet kan steunen, alle argumenten ten spijt.

woensdag 13 februari 2019 18:23

Beste Jeanne,

Ik start deze brief met een wat beladen gemoed. Je vraagt in je brief van 7 februari 2019 in DM aan de critici, wie we als critici van de Sign For My Future (SFMF) eigenlijk zijn? Maar de woorden die je hanteert maken een antwoord moeilijker.

“Blind wantrouwen” is niet de positie van waaruit een mens zichzelf wil gaan voorstellen. Je zegt dat je het niet goed begrijpt. Anneleen Kenis gaf je een antwoord, dat je vervolgens opnieuw van antwoord diende. Omdat ik je volharding en gedrevenheid bewonder, wil ik je ook even een antwoord schrijven. Ik doe het even langs deze weg, omdat dat wat uitgebreider en hopelijk genuanceerder kan.

Wie ben ik, vraag je dus? Ik heb de laatste 12 jaar een academische loopbaan achter de rug, ben actief in het Vlaamse middenveld, op het terrein van samenlevingsopbouw en jeugdwerk met kwetsbare jongeren. Ik heb me ingezet voor een duurzame stad, veilige mobiliteit -naar aanleiding van het Gentse circulatieplan brachten we meer dan 1000 fietsers pro-circulatieplan in beweging- en voor het behoud van groene ruimtes in Gent -meer concreet het behoud van het commonsgerichte Driemasterpark in Gent-, zodat die niet ten prooi vallen aan zogenaamde “verdichting”, wat veelal betekent dat projectontwikkelaars kunnen volbouwen. Ik heb enkele jaren voor het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO) aan de Universiteit van Gent gewerkt, en sindsdien heeft de microbe voor ecologie en een transitie naar een duurzame toekomst me gebeten. “Wantrouwen” is niet echt het label dat ik op mezelf kleef.

Vlaanderen in Actie?

Al geef ik grif toe dat deze discussie over Sign For My Future me een tiental jaar teruggooit in de tijd. Want in 2007 lanceerde de Vlaamse regering haar “Vlaanderen in Actie (ViA)”-campagne. Ze formuleerde toen met ViA een resem doelstellingen voor Vlaanderen, waarvan de voornaamste het aanzwengelen van de regionale competitiedrift was. Vlaanderen moest naar de vijfde trede op de Europese regionale competitieladder.

Opgestart in 2007, werden voor VIA honderdvijftig “captains of industry” en “captains of society” aangesproken om dit Vlaams businessplan inhoud te geven en te legitimeren. Vooral de uitdaging Vlaanderen als logistieke poort op Europa stond centraal. De Regering droomde van Vlaanderen als één groot transitgebied voor vrachtverkeer. Dit beleid vertaalde zich in projecten zoals de Oosterweelverbinding in Antwerpen, het Actieplan voor de luchthaven Zaventem (START) dat de Brusselse Ring wou verdubbelen, het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA) dat neerkwam op een resem nieuwe bedrijventerreinen, plannen voor nieuwe dokken in de haven van Antwerpen en de verbreding van het Schipdonkkanaal voor de Haven van Zeebrugge. Deze operaties moesten vooral de containercapaciteit van de havens opdrijven, al is de meerwaarde voor de Vlaamse bevolking ver te zoeken. Het verzet van talrijke actiegroepen, waaronder de Straten-Generaal en Ademloos in Antwerpen, was begrijpelijk.

Wat echter minder evident is, is dat toen ook de nieuwe sociale bewegingen er zomaar in meegingen. Door kritiekloos mee te lopen in ViA, maakten zij zichzelf ten dele monddood, of ze delegitimeerden zichzelf. De verschillende tot zelfs tegengestelde perspectieven van deze organisaties op duurzame ontwikkeling worden zo geneutraliseerd. Duurzame ontwikkeling, zo zien we in het ViA-pact, is verworden tot een gedepolitiseerd consensusconcept waaruit elke vorm van meningsverschil en belangenconflict werd gefilterd en dat steeds sterker binnen de lijntjes van de vrije markt en het beleid kleurt. Die kritiek werd toen op dezelfde manier ontvangen als nu.

ViA was geen uitzondering. Het stond beeld voor het hele duurzaamheidsbeleid van de Vlaamse regering, ook toen ze op de proppen kwam met het zogenaamde “transitiemanagement”. Dappere initiatieven kwamen naar voor binnen het kader van OVAM (Plan C) en Duurzaam Wonen en Bouwen (DuWoBo), maar de gangbare praktijken zouden aanhouden eens men naar buiten moest gaan plooien om bredere “transitie” in te zetten. Of neemt iemand bijvoorbeeld die betonstop ernstig? Want laat ons elkaar geen Liesbeth noemen. Opnieuw wegen ondernemers en actoren met belangen daar op het beleid om de transitie niet al te radicaal door te zetten en vlug geijkte belangen nog in beleidspraktijk om te zetten.

Ik ben daar niet cynisch over. Je kan een wolf niet verwijten dat hij jaagt als een wolf. Maar voor een maatschappij waar de categorische imperatieven van winstaccumulatie – gebaseerd op een mensbeeld dat mensen allemaal wolven zijn voor elkaar- de vrijwaring van het concurrentievermogen en zorg voor het gelijke speelveld met buitenlandse concurrenten heersen, pas ik. Want dat is de onderste lat van deze campagne dat jij een gedeeld draagvlak noemt. Een vergroening van het kapitalisme dus, of wat Matthias Lievens en Anneleen Kenis enkele jaren terug “De Groene Economie” noemden. Of waarom denk je dat Piet Colruyt, als trekker van Sign For My Future, gaat pleiten voor een Groen-Blauwe as? . En al is Colruyt een van de meest ethische bedrijven die België kent, ze zijn ook niet heiliger dan de paus in hun belastingsconstructies. Warenhuis Colruyt parkeerde miljarden euro’s in Luxemburg en ontweek zo miljoenen belastingen in België.

De geschiedenis lijkt zich op een bepaalde manier te herhalen. Maar nu moet de regering niet eens meer gaan bedelen om de middenveldorganisaties van Sign For My Future te verbinden met de “Captains of Industry” binnen de contouren van de vrijemarkt-ideologie. Deze keer gaan zij alleen met hen in zee, en dan nog schijnbaar tegen de overheden van ons land omdat die te weinig doen. Dat laatste klopt volgens alle statistieken en benchmarks die we hebben. “Het kan verkeeren”, zei Bredero. Ik weet dat je stellig zei dat de geschiedenis je in deze niet interesseert, maar je krijgt ze nu toch ongevraagd. Net omdat ze mij dus wel interesseert en samenhangt met je vraag wie ik ben, en waarom ik een andere strategie wenselijk acht dan Sign For My Future.

Bedrijven zijn geen burgers

In je brief stel je voortdurend bedrijfsleiders voor als “burgers”. En Sign for my Future is een burgerinitiatief. “De CEO’s van de ruim 160 bedrijven die dit ondertekenen, doen dit uit eigen naam. Ze willen, net als de vele duizenden jongeren, burgers en middenveldorganisaties, net als jij en ik, dat de politiek handelt. En wel nu.” Ondernemers zijn niet zomaar burgers, maar mensen met macht: heel veel economische macht. Die economische macht is geïnstitutionaliseerd in bedrijfsmacht die “gewone mensen” doet arbeiden in ondergeschikte posities om winst te creëren; in het beste geval om te herinvesteren of slechter gewoon om dividenden uit te keren aan aandeelhouders.

Een deel van de betrokken bedrijfsleiders zijn mensen die keuzes maken. En heel wat van die “meer dan 100 CEO’s” maken bedenkelijke keuzes. Of wat moeten we denken over banken als KBC en BNP Paribas die nog altijd miljarden investeren in steenkool, olie en gas. Ik zwijg nog over hun investeringspraktijk die de bankencrisis tot stand bracht, die op zich een economische crisis uitlokte. De CEO van de Haven van Antwerpen kondigde erg trots de komst van INEOS aan, een chemiereus die het zwaar vervuilende schaliegas uit de Verenigde Staten gaat behandelen en meer dan een miljoen kilo CO² per jaar gaat uitstoten (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/01/14/chemiereus-ineos-doet-mega-investering-in-antwerpse-haven/).

Maar bedrijfsleiders hebben naast economisch macht ook politieke macht. En gaan daar ook de politieke toer mee op. Danone behoort tot de 4 grootste plasticvervuilers ter wereld en lobbyde tegen strengere Europese plasticreglementering. Het Corporate European Observatory (CEO) bracht recent een rapport uit waarin het toont hoe bedrijven erin slaagden om de Europese Klimaat- en Energiedoelstellingen uit te hollen. Via lobbyacties via Business Europe en VOKA. Terwijl de bedrijven zich in België sympathiek proberen te maken door mee te doen aan de actie ‘Sign for My Future’, halen ze op Europees vlak de doelstellingen naar beneden die dringend nodig zijn om de klimaatcrisis op te lossen. Hoe leg je uit dat de bankensector die betrokken is in SFMF een duurzaamheidslabel voor investeringen verdedigt waarin ze precies het tegendeel doen?

Je roept de politiek op tot verantwoordelijkheid door de CEO’s te verontschuldigen. SFMF gaat daar zelfs erg ver in. In het PDF-document van SFMF, met als titel “Klimaatmandaat: de drie eisen en toelichting” staat dat “de daling van de emissies van de industrie en de elektriciteitsproductie wordt geregeld door de Europese emissiehandel (EU ETS) om zo een gelijk speelveld tussen bedrijven in Europa te waarborgen.”. Kortom, op Belgisch vlak ontsnappen de bedrijven hoogstwaarschijnlijk aan de gevolgen van klimaatmaatregelen omdat het Europees moet worden geregeld. Gaan de vertegenwoordigers van SFMF met deze boodschap naar de toekomstige regering stappen? Beste Jeanne, jij gelooft in je opiniebijdrage dat die basiseis wél politiek neutraal kan zijn? Laat het ons daarover gewoon oneens zijn. Ik wil gerust de nuance maken tussen de diverse soorten bedrijven die ondertekenden: Wouter Torfs die pleit voor lokale productie en consumptie is BNP Paribas nog niet.

Onderhandelen op de onderste lat

Je vraagt, mee met SFMF, niet het minimum van de politiek. Je legt de lat eerder laag voor ondernemers met economische en politieke macht. En dat op een moment dat we àlle machthebbers net moeten aanspreken op verandering? Op een moment dat de coalities op straat net politieke én economische actoren aanspreken? Of waarom denk je dat Greta Thunberg politieke én economische actoren disciplineert op het Wereld Economisch Forum (WEF)? Sorry Jeanne, maar dat is tegelijkertijd een depolitisering van de economische macht en het politiseren van het probleem door de posities van verantwoordelijkheid te herschikken. Daarmee bedoel ik dat je de macht en dito keuzes van veel bedrijven netjes doorschuift, weg van diezelfde ondernemers. Daarom zou ik Sign For My Future niet tekenen. Omdat het de macht van de zogenaamde “burger”-ondernemers onder de mat veegt en die eenzijdig naar de politiek doorschuift. En dat terwijl die economische leiders wel degelijk aan politiek doen.

Ik denk dat andere coalities op het hoogtepunt van de klimaatmarsen echt prangender waren en zelfs iets zouden kunnen uithalen aan de ongelijke machtsverhoudingen achter het huidige klimaatbeleid, die al te vaak in stand worden gehouden door coalities tussen politiek en ‘jouw’ CEO’s, waarbij de échte burger al te vaak het gelag betaalt. Of waarom denk je dat die gele hesjes op straat komen? We moeten economische machthebbers niet wegsteken of positioneren als “goede burgers zoals jij en ik” maar mee druk zetten om ze tot andere keuzes te dwingen. Daar is niks vreemds aan in een democratie, die de relaties tussen burgers en de overheid regelt, om van daaruit de positie en speelruimte van bedrijven te bepalen. De economie is nog altijd ingebed in politiek en maatschappij, al lijkt dat vandaag anders.

Investeringsplan

Beste Jeanne, je brief drenkt in een sfeer van “baat het niet, dan schaadt het niet”. Ik vind dat het wel schaadt. En dat vooral omdat de eis van het investeringsfonds dat wordt gevraagd, niet duidelijk is.  SignForMyFuture vraagt een zogenaamdambitieus investeringsplan dat een positieve stimulans creëert voor onze bedrijven en de bredere samenleving om te bouwen aan een CO2-neutrale samenleving.” Meer concreet zal “Het investeringsplan … noden opsporen, verantwoordelijkheden verduidelijken en zowel de publieke als private investeringen mobiliseren en bevorderen. Daarbij komen ook nieuwe financiële en regulatoire instrumenten aan bod die als hefboom dienen voor de verhoging van de private en (semi)publieke investeringen.” Sta me toe, gezien de reputatie van veel CEO’s in het graaien van publieke middelen en afwentelen van kosten naar ons gewone burger, dat ik vragen stel daarover. Er is geen enkele zekerheid over waar ons belastingsgeld naartoe zal gaan. Het spijt me, maar dan pas ik graag.

Wantrouwen/vertrouwen

Je lijkt mensen in een fundamentele tweespalt te duwen, om ze voor een keuze te stellen. Ze kunnen kiezen: “vertrouwen of wantrouwen”. Ik kies vertrouwen. Ik ben namelijk geenszins de cynicus of andere labels die mensen rondgooien om critici van deze campagne te beschrijven. En ik ga ervan uit dat je niet hun wantrouwen kiest, maar ook voor vertrouwen. Maar we maken andere keuzes in wat we vertrouwen.

Jij mag deze coalitie verdedigen. Die gedrevenheid siert je oprecht. Maar ik zal andere keuzes verdedigen. De geschiedenis doet er in deze wel degelijk toe. Net omdat ik de economische en politieke macht van de elites achter SFMF niet onder de mat wil vegen. De vorige keer heeft dat namelijk ongeveer de samenleving weggeveegd. Je noemt dat wantrouwen. Ik noem dat kritisch nadenken en analyse op basis van feiten waarmee we minstens sinds de crisis van 2008 op de neus gedrukt worden. En op basis van soortgelijke campagnes die de “captains of society” en “captains of industry” moesten verzoenen. Al wil je niks weten van de geschiedenis en alleen maar vooruit kijken. Maar zonder inzicht in het verleden is er geen uitzicht op de toekomst.

Misschien afsluitend een ironische mijmering.  Een woordvoerder van The Shift, die een van de trekkers is van SFMF, verklaarde in De Standaard dat het niet de bedoeling is dat de deelnemende bedrijven worden afgerekend op hun belofte om hun uitstoot te verminderen: “We zijn geen politieagent en gaan niet controleren of ze hun doelstellingen halen.”

In die zin is het goed dat bedrijven zichzelf beginnen te kennen, en vragen aan de overheid om een strengere politieagent te zijn. Wel wetend dat sommige van hen dus als dieven in de nacht zullen proberen onder verplichtingen, bijdrages en boetes uit te komen. Door de sprong te maken naar de wetgevende macht waar ze politiek macht uitoefenen. Wat ons terugbrengt naar ons fundamentele meningsverschil. En laat ons eerlijk zijn, het is altijd al een zachtere tactiek geweest om zelf de overheid te benaderen met een voorstel en/of kader, waarmee je jezelf aan tafel uitnodigt als welwillende ondernemer, dan te wachten tot de maatschappelijke druk via de straat een hoogtepunt bereikt en de politiek vanuit burgers dwingt tot verandering naar bedrijven toe.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!