Etienne Vermeersch: stamvader van de tv-filosofen

Het is eigen aan het format van herdenkingsstukken dat er weinig plaats is voor kritische bedenkingen. Dat bleek nog maar eens na het overlijden van filosoof Etienne Vermeersch.

dinsdag 29 januari 2019 15:09

Het moet al van Hugo Claus geleden zijn dat het overlijden van een publieke intellectueel zoveel inkt deed vloeien. Met het aantal opiniestukken, in memoriams en interviews met voormalige vrienden die de afgelopen week verscheen over Etienne Vermeersch kan je al snel een boek vullen.

Het is eigen aan het format van herdenkingsstukken dat er weinig plaats is voor kritische bedenkingen. Een vaste opiniemaker van De Morgen vond het zelfs nodig om de invloed van Vermeersch te vergelijken met die van Jezus. Vermeersch mag zich op dat vlak meten met John Lennon.

Jongere lezers moeten door al die stukken de indruk gekregen hebben dat Vermeersch op zijn eentje verantwoordelijk was voor de seksuele revolutie en de legalisering van abortus. “De man die Vlaanderen hielp ontvoogden”, zoals één van zijn leerlingen, Johan Braeckman, schreef in De Standaard.

Vele anderen

Dat Vermeersch in de jaren 70 één van de Gentse professoren was die dicht bij de barricade stond, klopt zeker. Maar de focus op zijn interventies verloochent de rol van vele anderen. Denk aan de Gentse professoren Jos Van Ussel en Jaap Kruithof die in 1962 al de spraakmakende studie over seksueel gedrag bij jongeren ‘Jeugd voor de muur’ publiceerden. Of de Gentse gynaecoloog Michel Thiery die dankzij zijn vriendschap met tv-icoon Paula Semer via het kleine scherm de Vlamingen kon informeren over voorbehoedsmiddelen.

Vermeersch surfte ook mee op de golf die de studenten tijdens de woelige jaren 66-69 hadden ontketend. In Leuven kwam onder leiding van Ludo Martens – één van de latere oprichters van de PVDA – de seks-editie van het KVHV-blad Ons Leven tot stand. In Gent brak onrust uit nadat de rector een debat over pornografie dwarsboomde.

Gent en meer bepaald de gebouwen van de universiteit waren ook de plaats waar actiegroepen als Dolle Mina en Rooie Vlinder wortel schoten. Waar studenten als Eric Goeman scherpe stukken schreven in het universiteitsblad RUG en later in Schamper. In 1980 werd in Gent ook de eerste abortuskliniek onder leiding van feministe Lucie Van Crombrugge opgericht. Bij haar overlijden anderhalf jaar geleden werd zij terecht de ‘moeder van de abortuswet’ genoemd.

Vermeersch speelde in die tijd zeker zijn rol, maar niemand zou het toen in haar/zijn hoofd gehaald hebben om hem de voortrekker of leider van die beweging te noemen.

Hapklare mening

Een echte BV werd Vermeersch pas vele jaren later. Hij was één van de voorlopers van de televisie-filosofen. De fast thinkers, zoals de Franse socioloog Pierre Bourdieu dat noemde, intellectuelen die een vaste stoel verwerven in praatprogramma’s omdat ze altijd een goedgeformuleerde hapklare mening klaar hebben. Als u wel eens voorbij De Afspraak zapt, kent u ze zeker.

De fast thinkers zijn in Vlaanderen een vrij recent fenomeen en Vermeersch is nooit één van die vaste meningsspecialisten geworden. Maar de manier waarop hij zich vanaf de jaren 90 in de maatschappelijke debatten mengde, beantwoordde wel aan de kenmerken die Bourdieu beschrijft in zijn boek Sur la télévision.

Fast thinkers hebben ‘pasklare ideeën’. Dat zijn ideeën die ‘iedereen passen, die gemeengoed zijn, banale, conventionele ideeën’. Volgens Bourdieu passen ze ook in die mediaformats omdat ze ‘aangepast zijn aan de verwachtingen van de ontvanger, zodat het probleem van hun receptie niet aan de orde is’.

Het is een probleem waar veel linkse denkers mee worstelen. Hun ideeën zijn niet aangepast aan de ontvanger en al zeker niet aan de moderator. Zij krijgen de verkeerde vragen, terwijl fast thinkers enkel voorzetten ontvangen die ze alleen maar moeten binnenkoppen. Kritische denkers moeten eerst een aantal vooroordelen ontmantelen, context geven en kunnen dan pas hun punt maken.

Semira Adamu

Aangezien Vermeersch na de jaren 90 bijna nooit tegen de verwachtingen of de consensus inging, had hij geen last van het probleem van de receptie. In 1991 stond hij pal achter de invasie in Irak en hechtte hij geloof aan het propagandaverhaaltje van de ‘chirurgische bombardementen’ die geen burgerslachtoffers zouden maken.

Toen Semira Adamu overleed tijdens een gewelddadige uitwijzing schreef hij in opdracht van de regering een rapport. Twintig jaar later krijg ik nog steeds rillingen als ik de opsomming lees van de machtsmiddelen die de politie van Vermeersch wel mocht gebruiken om asielzoekers in bedwang te houden: “toepassen van eendenpoot, hand- en voetboeien uit plastic of velcro, arm- en beenboeien, tapen van vingers”.

Dat Vermeersch geen enkele kritische bedenking wist te verzinnen over de drang om mensen tegen hun wil uit te wijzen of over de zogenaamde noodzaak om Saddam Hoessein weg te bombarderen, heeft met zijn ideologische uitgangspunten te maken. In een recent VTM-programma zegt Vermeersch op een bepaald moment tegen Luk Alloo: “Als je ergens binnengaat, neem je de zaken zoals ze zijn. Je moet consequent zijn.”

Hij had het toen over de verbetenheid waarmee hij alle regels van het klooster aanvaardde waar hij als jongeling terechtkwam. Maar hij had het ook over de kapitalistische samenleving of de toevallige politieke constellatie kunnen hebben. Neem die zoals ze is en pas je voorstellen aan aan die situatie. Buiten het kader denken was Vermeersch vreemd.

Mesjogge

Hij kwam nochtans dicht in de buurt toen hij zijn ecofilosofisch manifest De ogen van de panda schreef. Toen dat boek verscheen in 1988 lagen de jaren 60 nog vers in het geheugen. Vermeersch roemt daarin het werk van Horkheimer en Adorno als een belangrijke inspiratiebron. Dertig jaar later noemt één van de intellectuele telgen van Vermeersch, Maarten Boudry, diezelfde Adorno ‘mesjogge’ en doet hem af als één van de grondleggers van – wat in alt-rightkringen – ‘cultuurmarxisme’ wordt genoemd.

In De ogen van de panda beschrijft Vermeersch het WTK-bestel, een maatschappij gedreven door wetenschap, technologie en kapitalisme. Die drie factoren samen drijven de mensheid naar de ecologische afgrond. Om die race te stoppen moeten we volgens Vermeersch komen tot een cyclisch productie- en consumptiesysteem. We moeten ook afstand nemen van het wetenschappelijk technologisch optimisme.

Veel bladzijden uit dat boek klinken nu als een kritiek op de fast thinkers die in zijn spoor traden. In een latere versie van het boek staat zelfs dat Vermeersch een diepgaande studie van klimaatscepticus Bjorn Lomborg de moeite niet eens waard vindt. Eind vorig jaar kreeg diezelfde Lomborg een kritiekloos interview in De Morgen.

De antikapitalistische boodschap is ook vreemd aan de volgelingen die opgroeiden na de val van de Muur en in een tijd waarin de neoliberale dogma’s dominant werden. Vermeersch schreef: “Een systeem dat door zijn structuur zelf een ongebreidelde ontwikkelingstendens heeft, moet ooit eens te pletter lopen op het onontkoombare feit dat het in een eindige wereld functioneert.”

Toch kreeg Vermeersch in 1988 weinig applaus bij links. Daarvoor was zijn antikapitalistische analyse niet scherp genoeg. Hij ontmijnde die zelf meteen door er aan toe te voegen dat het kapitalisme zelf niet de oorsprong van het kwaad was. Er viel volgens Vermeersch geen schuldige aan te wijzen. Het ligt namelijk aan ‘onze genen’. Daarin ‘ligt reeds de hubris, de overmoed, die al het negatieve verwekt’.

In een latere versie van het boek voegde hij daar aan toe: “Zolang men niet beseft dat wij, door ons aantal en door ons consumptietype aan de basis liggen van alle ellende, is er geen hoop op redding.” Aangezien Vermeersch zich zelf geen enkele ander systeem dan het kapitalisme kan voorstellen (‘als je ergens binnenkomt, neem je de zaken zoals ze zijn’), bleef alleen de oproep tot geboortebeperking over. Overbevolking werd het centrale probleem, een onderwerp waarmee hij vereenzelvigd werd, terwijl de hoge geboortecijfers in arme landen en de lage geboortecijfers in rijke landen veel eerder een symptoom zijn van de mondiale ongelijkheid dan een oorzaak. Het leidde bij hem wel tot karikaturale paternalistische voorstellen zoals toen hij opperde om een deel van de ontwikkelingshulp te besteden aan premies voor vrouwen uit onderontwikkelde landen die zich laten steriliseren.

Eurocentrisme

Stuitend in De ogen van de panda is ook het eurocentrisme. Van kritische theorie had Vermeersch geen kaas gegeten. Hij bleef bijvoorbeeld tot het allerlaatst een totaal voorbijgestreefde definitie van racisme hanteren. Volgens hem betekende racisme: iemand anders behandelen wegens biologische kenmerken. Dat in academische of activistische kringen niemand nog die enge definitie aanhangt, kon hem weinig schelen.

Met zijn lange tirades tegen de islam doorspekt met verzen uit de Koran of andere islamitische teksten schoof hij zover op naar rechts dat hij in de kringen rond de islamhater Wim Van Rooy terechtkwam. Op de islamofobe bijbel ‘Waarover men niet spreekt’ die Van Rooy in 2015 op de markt gooide, prijkt zelfs een lovend citaat van Vermeersch. Enkele jaren daarvoor had hij de cultuur van moslims ‘achterlijk’ genoemd.

Vermeersch vertoefde de laatste jaren wel vaker in bedenkelijke kringen. In 2008 pende hij samen met Johan Sanctorum het manifest van de ondertussen teloorgegane Vlaamsgezinde Gravensteengroep. In dat zelfde jaar nog schopte Sanctorum het tot speech-schrijver van Vlaams Belang-voorzitter Bruno Valkeniers. In 2016 schakelde Theo Francken Vermeersch in om een nieuwkomersverklaring te schrijven. Na forse kritiek van de Raad van State moest het onding helemaal herschreven worden. De mediatieke stunt stierf ondertussen een stille dood.

Het is die Vermeersch die in het collectief geheugen zal blijven hangen. Het is die Vermeersch ook die voor nakomelingen zorgde. Fast thinkers die hun banale, conventionele ideeën met veel panache verdedigen binnen de formats van tv en kranten. Binnen enkele jaren zal blijken dat de titel van Grootste intellectueel van Vlaanderen even vluchtig is als die van De Slimste Mens ter Wereld.

take down
the paywall
steun ons nu!