Rode Khmer soldaten. Bron: Flickr
Samenleving, Politiek -

Rode Khmer, na 40 jaar nog altijd niet verwerkt

Op 7 januari 1979 kwam een einde aan het Rode Khmer-regime, dat in nog geen vier jaar tijd een kwart van de Cambodjaanse bevolking ombracht. Veertig jaar later blijft het een moeilijk gespreksonderwerp.

woensdag 2 januari 2019 14:04

Op 7 januari is het precies veertig jaar geleden dat het Vietnamese leger officieel een einde maakte aan het regime van de Rode Khmer. Tussen april 1975 en januari 1979 kwamen tussen de 1,5 en 2 miljoen mensen om het leven, ongeveer een kwart van de bevolking. 

Genocide

Op veel plaatsen in het land bestaat een 7 januari-laan en de uitdrukking ‘praampi makara’ (de datum in de Khmer-taal) is een begrip in Cambodja. Net als de exacte duur van het schrikbewind: drie jaar, acht maanden en twintig dagen.

Niet dat er op 7 januari feest gevierd wordt. De Rode Khmer blijft een moeilijk gespreksonderwerp. Dat komt vooral omdat dit een genocide ‘tussen Cambodjanen’ was.

Buren en zelfs familieleden konden elkaar aan de galg praten, vaak om zelf gespaard te blijven. Als je maar ver genoeg graaft, vind je in elke familie wel een vete die teruggaat tot die donkere periode in de jaren 70. 

De marxistische beweging kon groot worden met de steun van geestesgenoten uit Noord-Vietnam. De Cambodjaanse generaal Lon Nol, die in 1970 een staatsgreep had gepleegd, wilde dat communisme aanpakken en zocht daarvoor steun bij de Verenigde Staten – op dat moment verwikkeld in de Vietnamoorlog.

De Amerikanen begonnen ook in Cambodja te bombarderen, maar maakten daarbij veel burgerslachtoffers. Op die manier groeide de afkeer van de regering én de steun voor de Rode Khmer-soldaten, die als “bevrijders” onthaald werden toen ze in 1975 hoofdstad Phnom Penh binnen marcheerden.

Van euforie naar angst en hongerdood

Maar euforie maakte al snel plaats voor angst. De Rode Khmer bond de strijd aan tegen iedereen die ‘te intellectueel’ was. Kunnen lezen, meertalig zijn of zelfs maar een bril dragen: het kon je je leven kosten.

In de documentaire Iron legs van filmmaker Vanna Hem vertelt San Sovan hoe ze aan de dood ontsnapte. “Ze vroegen mij om iets op te schrijven”, herinnert ze zich. “Ik ben linkshandig, maar gebruikte mijn rechterhand om een paar woorden op papier te zetten.” Het resultaat zag er heel slordig uit en was bijna onleesbaar. Sovan kon vrijuit gaan omdat ze als ‘ongeletterd’ beschouwd werd. 

Guerrillaleider Pol Pot wilde een agrarische samenleving, zonder buitenlandse inmenging. De stad werd ontruimd en mensen moesten verplicht op het land werken, vaak tot ze letterlijk neervielen van honger, uitputting of ziekte. Omdat privé-bezit verboden was, werd het als een zwaar vergrijp beschouwd om voedsel voor zichzelf te houden. 

Thirak heeft in die periode als twaalfjarige jongen zijn broers en zusjes naar een vluchtelingenkamp in Thailand geleid. Hij was de oudste van het gezin en hun ouders waren vermoord omdat ze gestudeerd hadden. “Ik heb doodsangsten uitgestaan toen we ergens wat eten gingen stelen, puur om te overleven”, vertelt hij.

Foltering

Als ik meer vragen stel, wuift hij mij weg. Het is veertig jaar later nog altijd moeilijk om hierover te praten. Uiteindelijk is het gezin in Frankrijk terechtgekomen, al is er onderweg één broer gestorven. Ook de details van dat verhaal wil hij niet kwijt. “We zijn veilig nu, dat is wat telt”, besluit hij.

Het Rode Khmer-regime was erg achterdochtig en iedere vermeende tegenstander werd gefolterd of vermoord. Dat is vandaag nog erg duidelijk in Tuol Sleng, of S21, de gevangenis in Phnom Penh waar de executies plaatsvonden.

Alles in dit genocidemuseum is sinds de jaren ’70 onaangeroerd gebleven. Het is een voormalig schoolgebouw. De klaslokalen, die later als martelkamers gebruikt werden, zijn nog goed te herkennen. 

Kinderen preventief vermoord

Vooral de vele foto’s van de gevangenen maken indruk. Op informatieborden staat te lezen hoe ze gefolterd werden tot ze bekenden wat hun beulen wilden horen.

Er werden zelfs kinderen vermoord. De Rode Khmer redeneerde dat kinderen op latere leeftijd wraak zouden nemen omdat het regime hun ouders had vermoord. En dus konden ze maar beter preventief uit de weg geruimd worden. 

In een zeldzaam interview, met de Amerikaanse journalist Nate Thayer, zou Rode Khmer-leider Pol Pot later zeggen dat hij een “zuiver geweten heeft”. Hij erkende wel dat hij tegenstanders van zijn regime uit de weg geruimd heeft, maar “dat was onvermijdelijk”. Hij wilde niet toegeven dat het er miljoenen waren. Pol Pot stierf in 1998, officieel aan een hartstilstand, maar Thayer houdt het op zelfmoord door overdosis. 

Niet verdwenen

Thayer had Pol Pot nog kunnen opzoeken in Anlong Veng, helemaal in het noorden van Cambodja. Daar kon hij na de val van zijn bewind nog twintig jaar stand houden in de jungle.

Want de Rode Khmer was niet “verdwenen” na januari 1979. Het heeft ook heel lang geduurd voor er kopstukken van het regime voor een internationaal tribunaal moesten verschijnen.

Wellicht lopen er nog veel Cambodjanen rond die nooit gestraft zijn voor hun aandeel in de gruwel. Ook dat zorgt ervoor dat deze moeilijke periode nog altijd niet helemaal verwerkt is. 

 

Morgen deel 2: De moeizame weg naar gerechtigheid.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!