Ikrame Kastit. Foto: Rozan Cools
Opinie, Samenleving, Politiek, België - Uit de Marge

Deradicaliseringsbeleid moet radicaal anders

Het Vlaamse deradicaliseringsbeleid in het jeugdwelzijnswerk werkt contraproductief. Dat stellen onderzoekers van de Arteveldehogeschool in Gent en het onderzoek van Marion van San (Erasmus Universiteit Rotterdam). De afgelopen drie jaar heeft de Vlaamse overheid heel wat middelen vrijgemaakt om vanuit een preventieve insteek aan het werk te gaan op vlak van deradicalisering. Zowel wetenschappelijk onderzoek als praktijkwerkers geven aan dat de meeste initiatieven geen impact hebben en zelfs een omgekeerd effect dreigen te creëren.

donderdag 13 december 2018 17:09

Stigmatiserend

“Het Vlaamse deradicaliseringsbeleid heeft een stigmatiserend effect. De moslimgemeenschap werd de focus en heel wat projecten ontstonden ter preventie van gewelddadig radicalisme ten opzichte van kinderen en jongeren met een moslimachtergrond”, stelt Ikrame Kastit (cocoördinator Uit De Marge vzw).

Het resultaat is dat deze kinderen en jongeren bekeken worden als mogelijk gevaar. Heel wat kinderen en jongeren kregen minder mentale en fysieke ruimte. Jeugdwerkers die op straat aan het werk zijn, worden verdacht van ronselen. Meisjes geven aan dat ze op school apart genomen worden omdat ze in hun vrije tijd een hoofddoek dragen en de leerkracht bezorgd is dat ze een mogelijk gevaar zouden vormen. Een jongere werd zelfs onder schot gehouden omdat hij voldeed aan een signalement van terrorist. De voorbeelden zijn eindeloos.

Bijgevolg vergroot je bij kinderen en jongeren die gestigmatiseerd worden net de kans dat zij zich daardoor afzetten van de maatschappij. Het is door diezelfde maatschappij dat ze immers als mogelijk verdacht worden bestempeld. Ze worden naar de marge geduwd. Kinderen en jongeren met een moslimachtergrond ervaren permanente verdachtmaking en voelen ook dat er met twee maten en twee gewichten gehandeld wordt. 

Geen opdracht van het jeugdwerk

“Het Vlaamse deradicaliseringsbeleid mag de opdracht van het jeugdwerk dan ook niet ondermijnen. De kern van het jeugdwerk moet te allen tijde behouden blijven”, benadrukt Ikrame Kastit. Door groepsgerichte vrijetijdsactiviteiten met kinderen en jongeren aan de slag gaan en tegelijkertijd een antwoord bieden op individuele welzijnsvragen en een signaal- en brugfunctie uitoefenen als het gaat over de maatschappelijke positie van de doelgroep.

Het gaat hier dan ook over brede en algemene preventie: de taak van het jeugdwerk is dat jongeren zich goed voelen en hun plaats vinden in de samenleving. Tegelijkertijd werkt het – liefst met hen –- aan de structuren die de kwetsbaarheid van kinderen en jongeren in de hand werken. Het is dan ook die taak die in het gedrang komt wanneer jeugdwerkers verplicht worden aan een LIVC (lokale integrale veiligheidscel) deel te nemen. Het schaadt de band tussen de jongeren en jeugdwerkers. Jongeren zullen jeugdwerkers niet meer vertrouwen en hen voortaan beschouwen als verlengstuk van de politie, niet als hun vertrouwenspersoon. Het is net die vertrouwensbreuk die ervoor zal zorgen dat ze meer maatschappelijke onveiligheid ervaren, en geen verhoogde veiligheid, integendeel. 

Echte preventie 

Echte preventie draait om jeugdhulpverlening, armoedebestrijding, de aanpak van discriminatie en racisme, onderwijshervorming. Dan pas zal er kunnen worden gewerkt aan een inclusief beleid waarbij iedereen zich veilig en goed voelt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!