Vlaamse filmmaker woont 4 jaar in vluchtelingenkamp in Kenya en volgt minderjarigen die ouders zoeken
Interview, Afrika, Samenleving -

Vlaamse filmmaker woont 4 jaar in vluchtelingenkamp in Kenya en volgt minderjarigen die ouders zoeken

Wonen in vluchtelingenkamp Kakuma in Kenya. Voor zo'n 200.000 gevluchte mensen van 14 verschillende nationaliteiten is dat de realiteit. En ook een tijdje voor de Vlaamse filmmaker Lieven Corthouts. Vier jaar verbleef hij in deze ‘stad’, waarvan de naam ‘nergens’ betekent. Hij volgde er kinderen en jongeren die er zonder hun ouders leven. Een documentaire, een webserie en een app voor vluchtelingen om hun familie te vinden zijn het resultaat.

zaterdag 25 augustus 2018 11:33

Hoe gaat het leven van niet-begeleide jongeren in een vluchtelingenkamp eraan toe? Daar wil Lieven Corthouts ons van bewust maken. Kakuma was vanaf 2012 zijn ‘thuis’. Deze stap kwam niet uit het niets. Al acht jaar woonde hij in Ethiopië, waar veel vluchtelingen leven. Zij vertelden hem over Kakuma en dat ze daar veel familie hebben wonen.                                                                       

“De vluchtelingenkampen in Ethiopië waren net hele dorpen. Kakuma moest dus met haar bijna 200.000 inwoners praktisch een stad zijn. Dat wilde ik zien”, zegt Corthouts. “Toen ik daar kwam was het heel snel duidelijk voor me dat ik er een film over wilde maken. Niemand vertelt eigenlijk dat verhaal. Enkel dat mensen naar Europa komen. Maar veel mensen uit de Hoorn van Afrika vluchten naar daar. En vaak vluchten ze nadien nog verder, naar andere vluchtelingenkampen in de regio.” 

De eerste nachten logeerde hij op het omheinde terrein van de ngo’s en de VN. Maar al snel trok Corthouts in bij iemand in het kamp zelf. Corthouts spreekt Ethiopisch waardoor hij direct met veel mensen spontaan kon babbelen. Koffiedrinken met Ethiopiërs en carambula spelen – een soort petanque op een biljarttafel zonder stokken – is wat de filmmaker er dagelijks zoal deed. 

Corthouts: “Kakuma is immens groot en in het midden van de woestijn. Om van Kakuma 1 naar Kakuma 4 te komen, duurt mét de auto ongeveer een half uur. Het kan er heel stoffig zijn en een gemiddelde temperatuur van 40 graden is normaal.” Ongeveer de helft van de mensen die er leven zijn gevlucht voor de oorlog in Zuid-Soedan. 56 procent van alle inwoners is minderjarig. Onder hen zijn duizenden niet-begeleide minderjarigen. Doordat ze vaak plotseling op de vlucht moesten slaan zijn ze hun ouders of andere familieleden kwijtgeraakt. Toen Corthouts er enkelen leerde kennen wist hij dat daarover zijn documentaire moest gaan.

Keuze voor Nyakong was puur intuïtie

“Claude, die uit Congo komt, ontmoette ik in de eerste week dat ik in Kakuma toekwam. Hij stond te wachten in de ‘wachtruimte’ om geïnterviewd te worden voor het vluchtelingenkamp. De hele week deed ik met de VN de interviews mee en met hem had ik het beste contact.” Het vinden van de hoofdpersonages was niet moeilijk voor Corthouts.

“De keuze voor het kleine meisje Nyakong uit Zuid-Soedan was puur intuïtie.” Corthouts zou gaan lesgeven op de basisschool daar en zij kwam toe om zich in te schrijven. “Alleen. Haar moeder had haar naar Kakuma gebracht en was weer vertrokken. Ze was toen zes. Op de één of andere manier hadden we toen een klik. En dat is nog altijd zo. Ze is nu 13.” 



Nyakong probeert in contact te komen met haar moeder.

Hoe ziet het dagelijks leven van een 13-jarig meisje in Kakuma eruit? “Van 8 tot 13 uur gaat ze naar school. Daar krijgt ze te eten. Havermoutpap. Terug thuis helpt ze met het eten maken. Na het eten haalt ze water. In het kamp zijn wel waterpompen, maar vaak is dat niet genoeg en dan haalt ze het water uit de rivier. Die staat wel droog, dus ze schept zand tot er water tevoorschijn komt. En daarna is het al avond.” 

Alles stopt in Kakuma als je 18 bent 

De meisjes die in Kakuma zonder ouders bij een familie leven zijn vaak degenen die het water moeten halen, moeten koken en kleren wassen, legt Corthouts uit. “De familie bij wie Nyakong woont is verder goed voor haar, maar ze vindt dit toch vervelend, want ze wil meer tijd besteden aan studeren, maar dat is dus heel moeilijk.” 

De vrouw bij wie Nyakong woont, was ze onderweg naar Kakuma tegengekomen. “Ze komen uit hetzelfde dorp”, zegt Corthouts. “Dat is hoe een verblijf voor kinderen uit Zuid-Soedan meestal wordt geregeld. Pas als een kind echt niemand heeft, regelt de VN iets. In dit huishouden is zij het 14e kind.”

Claude, daarentegen, die al 17 is, woont met vrienden. Bij wonder heeft hij in Kakuma zijn zusje gevonden die hij al jaren niet gezien had. Ze woonde er al vier maanden voor hij daar toe kwam. Ze wisten helemaal niet van elkaar dat ze daar zaten. Het was bij de barbershop dat iemand hem zei een meisje te kennen wiens vader dezelfde naam heeft als zijn vader. Jammer genoeg is ze later weggelopen van het kamp, in de hoop op een beter leven. 



De zus van Claude.

“Eens je 18 bent, stopt alles in Kakuma”, vertelt Corthouts. “Je kan niet verder studeren. Er is geen universiteit. Officieel mag je niet werken. Er zijn wel winkels, maar niet voldoende om iedereen te werk te stellen. Eten krijg je er via voedselhulp. Om officieel het kamp te verlaten moet je een travel permit aanvragen, maar dat is heel moeilijk. Een open gevangenis noemen inwoners het. Daarom ook dat veel vooral jonge mannen het kamp ontvluchten en naar Europa komen. Ik ken er een paar persoonlijk.”  



Claude die zich afvraagt waar hij de beste toekomstkansen heeft.

Een keer is Corthouts tijdens een Q&A in België gevraagd wat hij de jongeren in Kakuma zou adviseren als ze hem zouden vragen: vertrekken naar Europa of daar blijven? “’Vertrekken’, heb ik gezegd. ‘Behalve als je nog kan studeren, dan kan je beter daar blijven en je diploma halen. Ook al wordt het in Europa niet erkend. Of als je er nog familie hebt.’”

Een app om je familie te vinden

De jongeren zover krijgen om aan de documentaire mee te werken was niet moeilijk. “Als er iets bij hen stond te gebeuren, belden ze me op, zodat ik erbij kon zijn. De omgeving was een stuk lastiger. Zoals buren en klasgenoten. Die wilden alles weten wat er ging gebeuren. Maar ik betrok hen er ook bij.”

Corthouts documentaire ging in première in 2016 onder de titel The Invisible City: Kakuma. Maar de situatie van deze kinderen bracht hem op nóg een idee. Of eigenlijk de situatie van Nyakong. “Zij was in Kakuma drie keer verhuisd naar een nieuwe familie. Ik dacht: ‘Als die moeder ooit terugkomt, gaat zij haar nooit terugvinden.’” Zo kwam Corthouts tot het ontwikkelen van de app Find me in Kakuma. Een app voor vluchtelingen om hun familieleden terug te vinden. En direct daarbij maakte hij de gelijknamige interactieve webdocumentaire

De app ontwikkelde Corthouts samen met collega’s uit het Somalische telefoonwinkeltje waar hij een jaar lang op de dinsdagen en vrijdagen werkte. De Universiteit van Naïrobi, het Gentse bedrijf iMinds en het Britse bedrijf Thoughtworks hebben er ook – gratis! – aan meegewerkt.



Lieven Corthouts (links) als hij in het telefoonwinkeltje in Kakuma werkt.

HOE WERKT DE APP?

Je geeft je eigen naam, je vaders naam en grootvaders naam op. Het land en dorp vanwaar je komt. Naar wie je op zoek bent. Wat je relatie met die persoon is. Je leeftijd. En je telefoonnummer. Tot slot voeg je daar nog een selfie of een audioboodschap aan toe. 

Doet iemand anders hetzelfde en is er een match op een van de parameters, dan krijg je allebei elkaars naam doorgestuurd. ‘Ken je deze persoon?’, vraagt de app. Antwoord je allebei met ‘ja’, dan krijg je de foto van de andere persoon te zien. Klik je opnieuw allebei op ‘ja’, dan krijg je elkaars telefoonnummer.

Iedereen die in Kakuma woont en een familielid zoekt, kan zich aanmelden voor de app. “Binnen één maand hadden zeker 3.000 mensen dat gedaan”, vertelt Corthouts.

Dromen en ambities najagen

De gelijknamige webdocumentaire bestaat uit een online plattegrond van Kakuma waarop een honderdtal van deze zoekende bewoners verspreid te zien zijn. Of beter gezegd, verschillende gekleurde figuren die allemaal een bestaand zoekend persoon voorstellen. Avatars heten deze figuren.

De avatars bestaan op hun beurt uit verschillende samengevoegde gekleurde symbolen die de specifieke kenmerken van die persoon tonen. De symbolen, hun kleur en hun locatie binnen de avatar staan namelijk voor letters van de namen van de vader, grootvader, het geboorteland en -dorp, enz. 




Scroll je over de kaart dan kom je er zes tegen die Corthouts door de jaren heen heeft gevolgd en gefilmd. Nyakong, Claude, Souade, Amina, Mitu en Dot. Ga je met je muis over hun avatar dan poppen er direct diverse korte video’s over diegene op. Die geven je een inkijk in zijn of haar leven en zoektocht naar contact met verloren familie. Drie van hen had Corthouts ook al voor zijn film The Invisible City: Kakuma gevolgd. 

Alle zes hebben ze een bijzonder verhaal. Gevlucht uit verschillende landen, voor verschillende conflicten. In Kakuma jagen ze verschillende dromen en ambities na. Mitu (16) uit Ethiopië mag met de familie bij wie ze woont mee – via een hervestigingsprogramma – naar Amerika, waar ze hoopt model te worden. Amina (17) uit Congo wil filmmaakster worden en filmt haar video’s met Corthouts camera zelf. Ze volgt filmlessen in Kakuma. Inmiddels heeft ze in 2017 voor haar eerste film It Has Killed My mother – over FGM – drie awards gewonnen, waaronder Best Film Kenya, op het Slum Film Festival Kenya. Maar alle zes zijn op zoek naar hun ouder(s) en hopen er weer mee in contact te komen.



Amina heeft de camera van Corthouts overgenomen en filmt haar video’s zelf.

Er zijn drie kinderen die hun ouder(s) al hebben gevonden – één van hen is Souade, de andere 2 staan los van de documentaire – maar dat was meer aan het toeval te danken en het feit dat Corthouts met de app bezig was, dan aan de app zelf. “De app bestond toen nog helemaal niet lang genoeg, ik was ‘m nog aan het testen.”



Souade en haar broers en zussen eten met hun vader.

DE EERSTE HERENIGINGEN

Dot Tut

Voor de eerste inschrijvingen voor de app ging Corthouts naar een familie van Zuid-Soedanezen. “Ik schreef daar een kind in die noemde Dot Tut. Ik herkende die naam ergens van. Ik bedacht me dat ik eerder die vader had ontmoet. Zijn telefoonnummer had ik nog. Het kind was nog maar 6 jaar oud en al twee jaar zonder zijn vader.”

Souade

Souade (13) woont met haar twee zussen en broers in Kakuma. In Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, hadden haar ouders een slagerij, vertelt Corthouts. “De vader ging zoals gewoonlijk de beesten slachten in de slachterij en is dus niet thuis. Op dat moment wordt het huis aangevallen, waarschijnlijk door Al Shabaab. Ze vluchten, zonder de vader. Onderweg wordt hun moeder vermoord en zij worden meegenomen door een ander gezin naar Naïrobi. Daar neemt een andere vrouw hen mee naar Kakuma.”

“Zes jaar later komt hun vader toe in Kakuma, zoekend naar zijn kinderen. Hij weet niet dat ze hier zitten, maar hoopt het. Als je Kakuma binnenkomt dan is er aan de rechterkant een theehuis en vergaderruimte voor Somaliërs. Voornamelijk oudere mannen zitten daar. De vader vertelt aan hen dat hij op zoek is naar zijn kinderen. Zij vertellen hem dat er even verderop een telefoonwinkel is waar een witte man met iets daarvoor bezig is. Hij gaat naar die winkel, alleen ik was er toen op dat moment niet. De mannen die wel aanwezig waren vragen hoe zijn kinderen heten. Hij zegt hun namen. En zij: ‘Ah ja, die wonen daar.’”

“De jongste van het gezin had zijn vader nog nooit gezien. De moeder was zwanger toen ze vluchtten en hij was geboren vlak voordat ze vermoord was. De vader woont nu bij de kinderen in Kakuma.”

Rode Kruis neemt stokje over

Intussen heeft het Rode Kruis de app overgenomen. Zij gaan deze verspreiden in Zuid-Soedan, waar veel van de ‘verloren’ ouders leven. Ook gaat het Rode Kruis de app verder ontwikkelen, zodat ie in alle vluchtelingenkampen in de wereld gebruikt kan worden. “Maar voordat het zover is, gaat nog wel even duren”, zegt Corthouts. In de loop van dit jaar treedt de app wel in Kakuma in werking. 



De app.

En hoe vertrek je weer, als je vier jaar verbonden bent geweest met de levens van zes jonge mensen die daar achterblijven? “Vooral het lot van Nyakong trek ik me aan”, zegt Corthouts. “Claude is al bijna volwassen, dat lukt wel. Toen Nyakong nog klein was, was ze ook elke keer kwaad op mij als ik vertrok. En ze was nog meer kwaad als ik terugkwam. Want ik had haar achtergelaten. Nu niet meer. Ze snapt het wel en we kunnen bellen. Maar de laatste keer vond ik het moeilijk om te vertrekken. Toen de film af was, wist ik dat ik nog wel terug kon komen, maar niet meer voor maanden. Nu ik iedereen nog twee keer heb teruggezien, gaat het wel. Wat helpt is dat ik zo persoonlijk betrokken ben. Afstand houden zou niet werken voor mij. Juist omdat ik hen zo goed ken, kan ik het beter loslaten. De bedoeling is ook dat ik blijf teruggaan. Iedere keer als ik terugga, film ik Nyakong.” Binnen 7 jaar of wat kunnen we over haar een film verwachten.

 

Find me in Kakuma is hier te bekijken. 
De ontwikkelingen over de app en de kinderen zijn ook te volgen op Facebook.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!