Bron: Pexels
Opinie, Economie, Samenleving, Politiek, België - Beweging.net

Voor een jungle waar het recht van de financieel sterkste geldt, passen wij

donderdag 25 januari 2018 19:33

Beste genodigden,

Vrienden en vriendinnen van onze beweging,

Het doet me veel plezier jullie hier samen te zien. Vrijwilligers en bestuurders van alle partnerorganisaties, vanuit de regionale werkingen en vanuit onze goede contacten in het brede middenveld en de politiek.Vandaag is een unieke gelegenheid om het glas te heffen met vrienden en kennissen die net als jij elke dag aan de slag zijn voor kleine en grote oplossingen in onze samenleving. Geniet ervan en bedankt voor jullie komst, hier in het prachtige gebouw van KAJ, Femma, KWB en de onderwijsvakbonden COV en COC. Wist je trouwens dat dit gebouw al meerdere prijzen kreeg, waaronder een prijs voor het meest duurzame kantoorcomplex. Bedankt aan de partners om ons hier te willen ontvangen!

Traditioneel begint een nieuwjaarsboodschap met de beste wensen.

Graag deel ik met jullie daarom de poëtische wensen van Jeanne Devos, op deze internationale gedichtendag: “ Riskeer meer dan wat anderen ‘veilig’ vinden, zorg meer dan wat anderen ‘wijs’ vinden, deel meer dan je dacht dat je kan missen, hoop tegen beter weten in’.

Samen met heel beweging.net, wens ik jullie het allerbeste voor 2018. Ik zou jullie kunnen vragen naar jullie goede voornemens, maar naar het schijnt hebben we die tegen eind januari alweer grotendeels opgeborgen. Daarom zorg ik vandaag graag voor een nieuw voornemen.

Beweging.net heeft namelijk een hardnekkig voornemen waar we dit jaar verder willen aan werken. Tijdens de vele gesprekken die ik had in de kennismakingsperiode, kreeg ik nogal eens de goede raad om niet te wollig te zijn. Want mensen hebben dat niet graag. Daarom doe ik vandaag een oefening met een superwoord, populair in alle harde milieus. Wie tegenwoordig mee wil zijn, praat immers heel veel over … hét investeringsklimaat.

Misschien een paar voorbeelden. Febeliec dat is de federatie voor de industriële grootverbruikers van energie, zeg maar de Arcelor Mittals en BASF’s van deze wereld. Wel, op 27 november hoorde ik de baas van Febeliec zeggen dat een kernuitstap tegen 2025 een slecht signaal is voor de investeerders in energie. En een slecht investeringsklimaat kunnen we missen als kiespijn.

Een maand eerder poneerde Minister Van Overtveldt dat de hervorming van de vennootschapsbelasting een sterke verbetering zou zijn voor het investeringklimaat in ons land. Bedrijven zouden dan met meer plezier en vertrouwen investeren in België. Van Overtveldt is ook de minister die eerder al zei dat ‘jobs worden gecreëerd op basis van dat investeringklimaat.’ Ik vraag me trouwens wel af of die bedrijven dan investeren in België, of investeren … in zichelf … in België.

En dan hebben we nog het VBO dat onderzocht wat de belangrijkste elementen waren voor een positief investeringsklimaat. Vorige zomer zagen ze drie obstakels: de kost van arbeid, de toenemende mobiliteitsproblemen en de administratieve overlast voor bedrijven.

De laatste jaren weten we het inderdaad maar al te goed: een financiële crisis zoals we er helaas eentje meemaakten, gevolgd door een economische crisis is genoeg om iedereen in een besparingsmodus te krijgen en zwijgend akkoord te laten gaan met het enige woord dat ons een toekomst kan bieden. U raadt het al: een investeringsklimaat. Dat is economisch scherp en duidelijk. Bedrijven, zelfstandige ondernemers en platformbedrijven: ze moeten het goed hebben, zodat wij, de gewone mensen het ook goed zouden hebben.

Goed: dat betekent in dit geval: een klimaat dat investeren beloont en werknemers alsmaar flexibereler inzetbaar maakt. Goed betekent: niet te veel afdragen aan de overheid. En goed betekent ook nog: beter dan de buren. Want het spreekt voor zich dat in een zoektocht naar het beste investeringsklimaat ons land een betere affiche moeten hebben dan de rest. De headliners op zo’n affiches zijn: een lage belastingsvoet voor bedrijven, een flexibele werknemer en een korte opzegperiode.

Maar beste vrienden, als je wil dansen, heb je natuurlijk een partner nodig. En daar wringt de schoen. Want oké, dat een aantrekkelijker investeringsklimaat belangrijk is voor ondernemers, dat willen we gerust aannemen. Maar dat is het OOK voor de grootste investerende groep: de gewone Belg. Want meer dan de helft van de federale inkomsten komt vanuit de personenbelasting en de sociale bijdragen, samen met de BTW. Meer dan de helft! Daarmee zijn de gewone Belgen duidelijk de echte eigenaar van ons land en ongetwijfeld uitermate geïnteresseerd in een goed investeringsklimaat voor hun investering.

Wel nu, wat zouden de belangrijkste elementen zijn van een goed investeringsklimaat voor gewone mensen? Eigenlijk scheelt dat niet zoveel met dat voor bedrijven. Ook gewone mensen willen een perspectief op lange termijn, vertrouwen in hun inkomen, een stabiele wetgeving en administratieve eenvoud. Die willen geen speelbal zijn van gegoochel met – ik zeg maar iets  pensioen – want is het nu met of zonder punten? Gewone mensen willen graag gerust zijn dat hun investering goed zal opbrengen door zorgen die ze in sociale bescherming terug verwachten, wanneer dat ooit nodig zou zijn.

Dus is het wel duidelijk, denk ik, beide partners hebben elkaar nodig voor een geslaagde samenwerking. Om een gemeenschap te vormen waarin een rechtvaardige herverdeling heerst. En daartussen zit onze overheid die dat allemaal in de gaten moet houden en bijstuurt waar dat nodig zou zijn, dat is geen onbelangrijke rol.

En dat is allemaal niet zomaar ontstaan. Kijken we even terug naar onze geschiedenis. Misschien een kleine opfrissing. Na de wereldoorlog lag ons land in puin en was onze hele maatschappij ontwricht. Dat leidde na lang overleg tot een sociaal contract tussen de partners: de ondernemerswereld en de werknemerswereld. Samen zouden ze ervoor zorgen dat de economie terug goed zou draaien en het land heropgebouwd kon worden. Beide partners gingen akkoord om de productiviteit centraal te zetten, wat een nieuw gegeven was.

Maar niets voor niets. Wilden de ondernemers de medewerking van de goed georganiseerde arbeidersbeweging, dan moest hun winst eerlijk herverdeeld worden en niet, zoals dat tot dan de gewoonte was, enkel terugvloeien naar de fabrieksbazen.

De overheid moest een oogje in het zeil houden en speelde de rol van regulator. Ze moest ervoor zorgen dat dat economisch groeimodel en dat nieuwe overlegmodel bleef werken. En tot op de dag van vandaag blijft het model van toen overeind. Elke Belg en elk bedrijf draagt bij aan ons sociaal model, aan de overheidsfinanciën. In ruil bouwt de overheid een sociale bescherming die ervoor zorgt dat niemand achter blijft, want u weet net zo goed als ik dat niemand eeuwig gezond blijft en dat we allemaal eens met pensioen gaan, misschien dat we ooit zelfs eens moeten vluchten. Draagvlak behouden is in deze zo belangrijk, omdat anders beide kanten verliezen. En daar ligt een cruciale verantwoordelijkheid voor de overheid.

Maar wat stellen we vast? De laatste jaren ging de aandacht vooral naar een goed economisch investeringsklimaat voor ondernemingen. Ah ja, want “We moeten toch uit de crisis geraken …” De overheid wil ervoor zorgen dat zij meer winst kunnen maken. Niets tegen een goed draaiend bedrijf, niets tegen winst maken, maar vaak wil dat zeggen dat de bijdrage aan onze sociale bescherming afneemt allemaal ten voordele van dat –ik zou zeggen bijna heilige- ondernemingsklimaat.

En zo brokkelt het draagvlak en de bijdrage voor dat sociale contract bij de ondernemingen af.

En de gewone Belg? Die krijgt de boodschap dat hij of zij zichzelf maar moet versterken. Dat je maar beter in jezelf investeert. En wie een goed betaalde job heeft, kan dat ook. Er bestaan verzekeringen tegen alle mogelijke risico’s. Een derde pensioenpijler (met leuke fiscale steun), een extra hospitalisatieverzekering, een duurdere woning in een veilige buurt, zonnepanelen om een steeds duurdere energieprijs te ontwijken … Maar geld voor sociale zekerheid of belastingen? … Liever niet want die kunnen toch niet meer voldoende bescherming bieden aan de eigen levensstijl en dan dreigen we in een vicieuze cirkel terecht te komen

En zo brokkelt het draagvlak ook bij de gewone Belg af.

Want in de zoektocht naar dat goede investeringsklimaat voor de bedrijven en voor de individuen wijzen we tegenwoordig zo graag met het vingertje. We geven groepen graag de schuld van hun eigen ongeluk.

Al jaren horen we dat kansarmen het wel aan zichzelf zullen te danken hebben. Dat zieken luiaards zijn, dat werklozen gewoon niet willen werken en dat asielzoekers komen profiteren van onze uitkeringen.

Alsof mensen het niet moeilijk mogen of kunnen hebben. Alsof pech niet bestaat en er geen verbeteringen meer hoeven voor de systemen in ons land? Alsof het dan maar ieder voor zich moet worden en onze sociale zekerheid eigenlijk niet meer nodig is.

En zo brokkelt het draagvlak af.

Wel, vandaag zeg ik u hier klaar en duidelijk: voor zo’n jungle waar het recht van de financieel sterkste geldt, passen wij. Voor een samenleving waar het ieder voor zich is, passen wij. Voor een wereld waarin solidariteit bijna als een ziekte wordt beschouwd passen wij.

Integendeel. Wij hebben een heel goed voornemen. Wij willen een goed investeringsklimaat voor iedereen, ook voor gewone mensen. En dat komt er niet vanzelf, vrienden. Dat begint bij het besef dat ons sociaal model gedragen moet worden door alle partijen in een land: bedrijven, iedere burger, en ook een overheid. En dat een goed klimaat positieve aandacht verdient en geen geklaag. En hoe kan je dat beter dan door mensen samen te brengen. Door hen te verenigen. Een goede sociale zekerheid, dat goede sociale contract is onlosmakelijk verbonden met een goed sociaal contact. Alleen zo behouden we draagvlak om voor elkaar te zorgen. Want als we elkaar blijven ontmoeten over alle denkbare grenzen van diploma, inkomen, sociale en culturele achtergrond heen, dan gaan we elkaar blijven begrijpen en gaan we elkaar versterken. En dan gaan we het normaal blijven vinden dat we bijdragen aan sociale bescherming. Een mooi voorbeeld daar is Japan, waar populisme geen plaats krijgt omdat eigenwaarde daar minder afhangt van roem of rijkdom, maar eerder van de gevestigde rol in de samenleving en het verrichten van goede taak.

En neen, dat zal economisch allemaal niet zo scherp klinken. Nochtans is verenigen en ontmoeten economisch belangrijker dan iedereen wel zou denken. Misschien wel sterk onderschat in ons eigen Vlaamse cultuurbeleid van de voorbije twintig jaar, waar de ‘gewone’ ontmoeting al te vaak als een onbelangrijke, belachelijke activiteit opzij werd geschoven. Wij moeten verenigen voor de stabiliteit in onze samenleving. Voor de balans. Voor ons welzijn. Onze gezondheid. Voor dat sociale contract, die sociale zekerheid.

Dus is het onze wens om te werken aan een kimaat waarin gewone mensen vertrouwen hebben en kunnen houden in een sociaal model dat door hun bijdragen in stand gehouden wordt. Aan een klimaat waarin geen sprake is van apartheid, zoals ik onlangs iemand hoorde vaststellen. Aan een klimaat waarin iedereen levenskwaliteit en kwaliteit van samen leven kan hebben. En laat onze beweging nu net goed geplaatst zijn om in dat verhaal een belangrijke rol te spelen. En die rol zullen we meer dan ooit opnemen.

Onze organisaties zijn dagelijks in steden en gemeentes bezig met mensen samen te brengen. Geen enkele andere organisatie bereikt vandaag zo’n grote mix aan mensen waarbij we alle mogelijke breuklijnen in de samenleving overstijgen. Samana zorgt ervoor dat zieken niet geïsoleerd raken. Okra zet in op fitte ouderen die nog mee zijn met de digitale samenleving. Kwb organiseert buurtbabbels. Pasar gaat op stap. Femma maakt een groot actiepunt van superdiverse groepen waarin vrouwen van elke origine elkaar ontmoeten.

Het is ons goed voornemen om samen met alle partnerorganisaties te blijven inzetten op die samenhang. En dat is nog belangrijker met de gemeenteraadsverkiezingen die dit jaar gepland staan. Want op het lokale niveau ligt de basis voor alles. Ik roep u allen dan ook op om voor die ontmoeting, welke vorm die ook aanneemt, om daarvoor op te komen en te vechten dat ze alle steun krijgt die ze verdient. Het is in ons dorp, gemeente of stad dat we naast elkaar wonen, elkaar tegenkomen, elkaar leren kennen.

Wel, laat ons daar aan denken en spreken als we het voortaan hebben over hét investeringsklimaat.

Ik wens het u van harte.   dank u.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!