Analyse van een pittig klimaatdebat op Manifiesta september 2017

Analyse van een pittig klimaatdebat op Manifiesta september 2017

dinsdag 26 september 2017 22:22

Analyse van een pittig klimaatdebat op Manifiesta september 2017

Wiebe Eekman, 26 september 2017

Onlangs werden in België« verschillende boeken over de klimaatproblematiek uitgegeven (Nick Meynen, Ludo De Witte, Matthias Bienstman, naast de reeds bestaande werken van onder andere Peter Tom Jones, Matthias Lievens en Anneleen Kenis) Alhoewel zij allen de klimaatcrisis bijzonder ernstig noemen, lopen zij ver uiteen wanneer het over de alternatieven en de aanpak gaat.

Daarom was het debat op Manifiesta “Ecologische planning: een oplossing voor de klimaatcrisis?” een voltreffer (zaterdag 16 september 17-19 uur). Natalie Eggermont (Climate Express) modereerde het door de volle zaal hoog geapprecieerd debat tussen de drie klimaatactivisten en auteurs: de Engelsman Fred Pearce, de Fransman Maxime Combes en de Belg Ludo De Witte.

Voor mij een goede gelegenheid om aan de hand van dit debat de vraagstukken van visie, strategie en tactiek in de aanpak van de klimaatontaarding te bespreken. Noteer dat ik liever spreek over “klimaatontaarding” of wat zachter “klimaatverandering” dan over “klimaatopwarming”. De opwarming  is slechts een deelaspect van de gehele klimaatontaarding.

We geven nu de zaal kans om vragen te stellen. We zijn met veel. Zoals het betaamt geven we voorrang aan hen die nog niet aan het woord gekomen zijn, liefst jong en vrouwelijk! Dus niet Wiebe om te beginnen. (moderator Natalie Eggermont)

Vraag van Natalie: Wat is de huidige stand van het klimaat?

Natalie geeft de oudere Fred Pearce de eer om het debat te openen. Fred noemt zich geen wetenschapper, maar een wetenschapsjournalist, al dertig jaar lang. Ik apprecieer Fred Pearce in hoge mate omwille van zijn boeken die in het Nederlands vertaald zijn. Zijn boek “De laatste generatie” is bij het beste wat er bestaat om de diverse wetenschappelijke deelaspecten van het klimaatprobleem te begrijpen.

Fred Pearce herinnert ons dat de kennis over het opwarmingseffect van CO2 onder de natuurkundigen al ruim 200 jaar oud is. Dat de klimaatsceptici à  la Trump die beweren dat de klimaatproblematiek een modegril is van activisten, dus zwaar ongelijk hebben. Verder geeft hij aan dat we op zeer korte tijd naar zero emissie moeten gaan. Het goed nieuws is dat de technologie daarvoor bestaat.

De sterkte van Fred Pearce is dat hij een beschrijvende journalist is die goed weet moeilijke wetenschappelijkheden te vulgariseren. Maar hij blijft zwijgzaam over de maatschappelijke oorzaken en schuift geen voorstellen van oplossingen naar voor. Daardoor blijft hij verder nogal afwezig in het debat dat vooral tussen Ludo De Witte en Maxime Combes woedt.

Op het einde doet Fred Pearce nog een ondoordachte uitspraak “CO2 is CO2, of die onder het socialisme of onder het kapitalisme uitgestoten wordt”. Hij wordt meteen afgestraft door Maxime Combes: “Dat is niet waar. Een ton CO2 uitgestoten door een boer in Maleisië is niet hetzelfde als een ton CO2 uitgestoten door een Parijzenaar. De Maleise boer is bezig met te overleven, de Parijzenaar is bezig te verspillen. Maxime geeft terecht aan dat je in je visie het sociaal aspect moet opnemen. De sociale ongelijkheid tussen Noord en Zuid in de wereld is enorm. Evenals de sociale ongelijkheid binnen onze westerse maatschappij zelf. Dat is een enorme onrechtvaardigheid die heel de klimaatproblematiek doorkruist. Ik noem het een ondoordachte uitspraak van Fred, omdat hij de dag nadien, zondag 17 september op de presentatie van zijn boek “De volksbeving”, zelf cijfers geeft over die sociale ongelijkheid.

Vraag van Natalie: Welke politieke keuzes gaan we best doen in de strijd tegen de klimaatverandering? Vertrouwen we op de onzichtbare hand van de markt of eerder op de zichtbare hand van de staat?

Ludo De Witte trekt sterk het eigenlijk debat op gang: Economische planning is een oplossing voor alle grote maatschappelijke problemen. De klimaatverandering is een roof op de ecosystemen. De essentie van de marktbenadering is dat bedrijven in concurrentje met elkaar gezet worden. Die bedrijven worden rationeel gepland in functie van productie van winst. Maar die planning is wel heel irrationeel voor de maatschappij, laat het sociaal of ecologisch zijn. (ik sla zijn voorbeelden over) Dat maakt dat CEO’s maatschappelijk crimineel zijn, ondanks zichzelf. Willen ze duurzaam produceren, dan worden ze afgestraft door hun aandeelhouders. Dit is géén systeemfout, maar een fout systeem.

Ludo kritikeert de Groene en sociaaldemocratische partijen die geen antwoord hebben: al 40 jaar ijveren zij voor “consuminderen” en coöperaties en “deeleconomie”. Het leidt vooral naar de steel-economie van platformkapitalisten. Tesla’s en zonnepanelen gaan het klimaat niet redden. We hebben een systematische transitie nodig, structurele innovatie, wetgevend werk.

Als alle gekende reserves van  de petroleumbedrijven opgebrand zouden worden, dan gaan we naar een opwarming van 8°C. We hebben planning nodig voor de aanpak van vervangende installaties. Een planning die tegelijk  de afbouw van de huidige structuur coördineert met de opbouw van een nieuwe structuur.

Vraag van Natalie: Ik hoor een zekere kritiek op coöperaties, welk systeem hebben we dan nodig?

Maxime Combes stelt zichzelf voor als economist en altermondialist (we zeggen ook wel anders-globalist). Maxime herhaalt wat Ludo ook zei: Het huidig publiek beleid destabiliseert de ecosystemen. 80% van de fossiele reserves moet in de bodem blijven. Plus mag er geen enkele euro nog geïnvesteerd worden in bijkomende exploratie naar fossiele bronnen. “Als je niet het onmogelijke doet dan zal je voor het ondenkbare staan”. Hij is mee met Ludo dat ons systeem grondig moet veranderen, maar voegt er een uiterst belangrijke noot aan toe, die ik ten zeerste apprecieer: “zorgen dat de mensen mee zijn”. Voorhoede voorbeelden zijn inderdaad nog geen oplossing, maar wel uiterst nuttig, omdat ze weer geven hoe het anders zou kunnen, naast dat het ook een beter leven mogelijk maakt. Maxime roept op om bruggen te bouwen om van de huidige situatie naar het nieuwe te gaan. Maxim vraagt van ons niet op te splitsen tussen hen die eerst de macht willen grijpen en hen die eerst zichzelf willen verbeteren.

Ecologische planning? Maxime brengt het begrip “Bien Commun” binnen, het gemeenschappelijk erfgoed of in het Engels common. Het gemeenschappelijk beheer zou volgens hem de norm moeten zijn, niet regelgeving. Maxime verwijst daarvoor naar de zeer gecentraliseerde Franse staat. Daar is een staatsbedrijf dat het energiebeleid gekaapt heeft. Maxime meent dat we decentrale initiatieven nodig hebben om de alternatieve energie technologie te lanceren. Dat tesamen met een nationale regelgeving over energietarieven en om een basisrecht op energie te waarborgen, tesamen met een afstraffen van misbruik. Daarvoor zullen we moeten strijden, zoals voor onze sociale zekerheid. Dat is ook een honderdjarige syndicale strijd geweest, vooraleer na de tweede wereldoorlog het een Bien Commun is geworden. Vanaf nu heeft Maxime duidelijk de meerderheid van de zaal op zijn hand, aan het applaus te horen. Maxime brengt waardevolle elementen aan, maar toont tegelijk een ideologische verwarring over de rol van de Franse staat. Op zich is de sterk gecentraliseerde structuur niet het probleem, wel dat die werkt volgens de kapitalistische logica.

Vraag van Natalie: Ideologische strijd dus, hoe zorgen we dat de planning democratisch is?

Ludo De Witte begint kort en krachtig: de urgentie van het klimaatprobleem vereist een zeer sterk overheids ingrijpen. Dat vereist ook dat we als volk een controle over de financiële sector krijgen, willen we vermijden dat ze het de verkeerde richting uitsturen. Dat vergt een uitgebreide vakbondsstrijd. We hebben de keuze tussen een democratische planning en chaos. Bij de huidige commons-beweging blijft alles op lokaal niveau. We hebben centrale interventie nodig om deze initiatieven te veralgemenen. Zie de Energiewende in Duitsland. Daar stijgt het aantal coöperaties, jawel, maar evengoed de exploitatie van bruinkool met hogere CO2-emissie.

Maxime reageert hevig op Ludo’s opmerking over de Duitse Energiewende: “Ik laat niet toe dat er gezegd wordt dat de Duitse Energiewende geleid heeft tot meer CO2 uitstoot! Dat is een bewering die door de Franse nucleaire lobby verspreid wordt. Er werden enkel elektriciteit uit gascentrales vervangen door elektriciteit uit bruinkoolcentrales” (Wiebe: Maxime heeft hier feitelijk ongelijk, de emissiestatistiek  van Duitsland ging omhoog. Maar er wordt niet verder op in gegaan)

Fred Pearce komt nog even tussen: “ik ben socialist, maar niet overtuigd dat socialisme zal helpen. We hebben nu batterijen nodig, die door kapitalistische bedrijven gemaakt worden”. (Gevolgd door zijn uitspraak over kapitalistische CO2 en socialistische CO2, die ik al hoger besprak). We bemerken duidelijk een verwarring over de verschillende rol en het verschillend klassenkarakter van de staat onder het kapitalisme of onder het socialisme. Ludo de Witte wijdt nog uit dat we geen commando-planning nodig hebben. Onder het socialisme speelt de staat een grote rol in de sturing en geeft tegelijkertijd de activisten een ruime plaats.

Maxime reageert terecht dat de keuze van technologie niet sociaal of ecologisch neutraal is. De keuze voor elektrische wagens met lithium-batterijen is niet neutraal. Het zal in Bolivia voor enorme watervervuiling zorgen, en ellende voor de landbouwbevolking. Het is een politiek probleem, in functie van de mogelijke vervuiling zullen we de technologische oplossingen moeten kiezen.

Dan doet Maxime een opmerkelijke uitspraak, waarin ik hem gelijk geef: “Ik wil niet dat de titel “ecosocialisme” de mensen weghoudt van onze strijd. Voor veel mensen is het moeilijk om in de politiek te komen, via een discours. Ze doen dat doorheen hun ervaring. Daarom samenwerking met dat Lesbisch blok in de Ende Gelande-beweging, met de lokale biolandbouw en dergelijke..

Wat zou Wiebe dan gezegd hebben als hij mee in het debat had gezeten?

Akkoord met de vaststelling van Fred Pearce, dat er ruim technologische oplossingen bestaan om het energie-klimaatprobleem aan te pakken. Niet akkoord met hem, dat de maatschappijstructuren er niet toe doen. In marxistisch jargon zou je kunnen zeggen dat de “productiemiddelen rijp zijn voor de sociaalecologische transitie, maar dat de productieverhoudingen afremmen”. Daarmee bedoelen we de private kapitalistische eigendomsverhoudingen.

Akkoord met het uitgangspunt van Ludo De Witte dat het kapitalisme met zijn marktbenadering gericht op winst, de bron is van zowel de sociale problemen als van de ecologische problemen. Een visie die ook breed gedragen wordt in het zuiden. Het staat letterlijk in het Akkoord van Cochabamba van april 2010. Het wordt in vele teksten van het Internationaal Vakverbond naar gealludeerd. Zelfs de paus geeft in zijn encycliek “Laudatio Si” hints in die richting.

Wiebe kritikeert echter zowel Ludo, Fred als Maxime Combes in hun onderschatting dat het kapitalisme niet enkel op haar economische macht en financieel bezit steunt, maar evengoed op haar tweede been loopt: de controle over de staatsmacht met haar wetten en gerechtelijk apparaat. Telkens als we over de overheid of het staatsgezag hebben, ontstaat er spraakverwarring. Doordat er achterwege gelaten wordt welke klassenbelangen door de overheid gediend worden. De kapitalistenklasse gebruikt het staatsapparaat om heel de maatschappij naar haar belangen te modelleren. Socialisme daarentegen veronderstelt een staatsapparaat voor en door het volk: een democratische organisatie van laag naar hoog, die de overgrote meerderheid van de werkers betrekt in de besluitvorming.

Vaak legt Wiebe uit, dat het een kwestie is van tegenover wie we ons verantwoorden. De Belgische regering en eveneens de Europese commissie verantwoorden zich tegenover de private banken en tegenover de grote aandeelhouders van multinationals. In alles wat ze zeggen telt “de competiviteit van onze bedrijven” als allereerste en doorslaggevend beoordelingsargument. Terwijl wij verwachten dat onze regeringen zich sociaal zouden verantwoorden tegenover de bevolking en ecologisch verantwoorden tegenover de broodnodige ecosystemen.

Die ecosystemen, zuivere lucht en water, een doenbaar klimaat… zijn allen een gemeenschappelijke erfgoed van heel de mensheid. Dat kan niet commercieel geprivatiseerd worden. Dat dient democratisch beheerd te worden binnen de limieten van de natuur en volgens de principes van sociale rechtvaardigheid. Door de grootsheid van het gegeven is het evident dat het op niveau van hele staten aangepakt moet worden. Strijd voor controle over de staatsmacht is dus wel een noodzaak voor de ecologische beweging evenals voor de sociale beweging.

Als we inzien dat we tegenover het kapitalisme staan met zijn economische macht en met zijn politieke staatsmacht, dan kunnen we besluiten dat we aan een enorme volksbeweging moeten bouwen. De ecologische beweging verbinden aan de solidariteit met de volkeren van de hele wereld en met de arbeidersbeweging is dan van strategisch belang en niet enkel een emotioneel en moreel rechtvaardigheidsgevoel. Uiteraard betekent die strategische visie niet dat we onze neus optrekken voor de dagdagelijkse strijd om her en der verbeteringen af te dwingen. Het is in de dagelijkse kleinere acties dat de krachten van een brede beweging opgebouwd worden.

Politiek dienen de voorstellen die we doen te gaan in de richting van sociaal en ecologisch gerechtvaardigde planning. De enige weg om eenieder een gelijk aarde-aandeel te waarborgen. Maatregelen gebouwd op marktmechanismen zoals koolstoftaks of emissiehandel verergeren de sociale ongelijkheid en geven feitelijk een recht op verder privaat vervuilen en vernietigen van het gemeenschappelijk erfgoed. Ze ondermijnen zo de mobilisatie van de bevolking.

Het is een zoeken naar de krachten die het systeem kunnen veranderen. Dat zijn in de eerste plaats de arbeidersbeweging en de vakbonden. Zij kunnen de kapitalisten pijn doen in hun economische macht. Politiek dienen de vakbonden ondersteund te worden door een mobilisatie van de rest van de bevolking. In de klimaatstrijd schuiven de vakbonden twee begrippen naar voor: “waardig werk” en “rechtvaardige transitie”. Die vier woorden dekken een uitgebreide lading. Het is essentieel dat dat de diverse milieuorganisaties zich die begrippen eigen maken en inhoudelijk ondersteunen, in woord en daad. Dat is nu de sleutel tot het succesvol versmelten van de klimaatstrijd met de sociale strijd.

Wiebe Eekman

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!