Opinie -

Maarten Boudry en de Holocaust als ideologisch speeltuig

Historicus Jelle Versieren dient filosoof Maarten Boudry van antwoord. "Talloze voorbeelden tonen aan dat de nazi’s evengoed publiekelijk sadisme konden tentoonspreiden. En dat het wel degelijk een frequent gegeven was doorheen WOII. De Holocaust is een zeer complex gegeven. Boudry zou dit thema beter niet reduceren tot een speculatieve Spielerei."

vrijdag 25 augustus 2017 10:41

De afgelopen week heeft Maarten Boudry, in verschillende bijdragen voor De Morgen, op zeer kundige wijze zich weten te wurmen in een discussie over de morele verschillen tussen het gedrag van Holocaust-beulen en wat IS (DAESH) momenteel uitvreet in Syrië en Irak. Hij laat voldoende ruimte open voor ambiguïteit betreffende zijn uiteindelijke conclusies en beweegredenen. De titels waren alvast spectaculair genoeg om controverse op te roepen.

Indien ik het toch goed heb begrepen, moet ik zijn visie als volgt samenvatten. IS (DAESH) etaleert haar barbarisme aan de buitenwereld. Zij wil dat zowel de lokale bevolking als de wereldopinie volledig op de hoogte zijn van haar misdaden. Het publieke karakter van de executies en martelingen zijn strategische middelen om haar heerschappij te vestigen. Hierbij vertoont de organisatie een ongezien irrationeel en willekeurig gebruik van geweld, en is het excessieve sadisme de kern van haar religieuze waanzin. Het gedrag van nazi’s daarentegen, en Boudry verwijst hier specifiek naar de Holocaust en de Umsiedlung (het uitroeien en verplaatsen van bevolkingsgroepen als uitvoering van Generalplan Ost) van Polen en de Sovjet-Unie, was rationeel en gehuld in absolute geheimhouding. Het sadisme was geen essentieel kenmerk van het nazisme. Nazi’s hadden een berekende en uitgedachte genocidaire moraal, IS (DAESH) zijn de absolute nihilisten die moorden volgens de letter van de Koran.

Joël De Ceulaer beweerde dat de reacties van tegenstanders getuigden van moralistische hysterie. Zij zouden Boudry fout hebben gelezen. Boudry poogde iets toe te voegen aan het debat. Boudry stelde op zijn beurt dat het aan historici was om zijn verklaring te analyseren. De vraag is wat Boudry nu ons poogt bij te brengen. Een nieuwe visie over de Holocaust? Zijn manier van schrijven en het gebrek aan omzichtige behandeling van de immense literatuur over de Holocaust doet mij twijfelen. Of moeten we juist ons concentreren op het unieke karakter van het gedrag van de IS (DAESH) beulen, een kwaad dat nog erger is dan het absolute kwaad? Boudry beweert juist dat de notie van het absolute kwaad geen verklaring biedt. Toch geeft hij geen wezenlijke reden waarom hij juist de Holocaust wil aanhalen als vergelijkingspunt. Het is een gezonde veronderstelling dat Boudry de Holocaust als vergelijkingspunt uitkoos omwille van het feit, welja, dat deze historische gebeurtenis nog steeds terecht verwijst naar de meest afschuwelijke en de meest gekende misdaden tegen de menselijkheid. Ik wil mij dan ook om die reden louter beperken tot een historische kritiek op Boudry’s strategie om de Holocaust te instrumentaliseren als clickbait.

Waren nazi’s rationeel? Na 70 jaar discussie is het antwoord “ja en neen”. Je had in de vroege jaren na WOII de bijdragen van bijvoorbeeld de Hongaarse filosoof Georg Lukacs, die stelde dat de Holocaust zijn oorsprong kende in verschillende irrationele politieke en filosofische stromingen tussen 1870 en 1920. Het was het culminatiepunt van een opstand tegen de Verlichting. Theodor Adorno en Max Horkheimer stelden eerder dat de rede een zelfvernietigend potentieel bevatte met als eindpunt de industriële (en dus rationele) moord op bevolkingsgroepen. Je hebt dan in de jaren 1980 en 1990 historici gehad die terecht wezen op het feit dat Heydrichs Sicherheitsdienst en Reichssicherheitshauptamt actief hooggeschoolden rekruteerden om hun centrale kaders te bemannen. Ambitieuze mannen met veelal een doctorstitel werden aangeworven om als nieuwe ambtelijke elite de raciale doelstellingen van het nazisme te bewerkstelligen. Heydrich zelve, in een reeks nieuwe biografieën, is het emblematische voorbeeld van een rationeel, hoog gecultiveerd en wilskrachtig leider. In de laatste jaren zijn historici toch wel tot de conclusie gekomen dat al deze invalshoeken waar zijn. Het punt is net dat het nazisme al deze facetten omvatte. Het was tegelijkertijd een ideologie die gebruik maakte van hoogtechnologische ontwikkelingen als een beweging die zich kantte tegen modernistische emancipatorische bewegingen. Het nazisme herleiden tot een louter rationeel of irrationeel gegeven is dus een foute tegenstelling.

Schuwden de nazi’s elke vorm van publiek vertoon van sadistisch geweld tegenover hun tegenstanders? Het antwoord is eveneens “ja en neen”. Het is waar dat Himmler in verschillende toespraken aan de RSHA-verantwoordelijken stelde dat zij een roemrijke bladzijde in de geschiedenis schreven, waarvan niemand het bestaan zal geweten hebben. En ook was het Himmler die stelde dat zijn kampbeulen ondanks alles fatsoenlijke en morele mannen bleven. Het is wel problematisch wanneer de nazistische zelfrepresentatie van hun beweegredenen niet wordt afgewogen met wat ze de facto deden. Himmler was een vat vol tegenstellingen. Hij riep op tot fatsoen, maar liet tevens zeer sadistisch en excessief geweld toe. Dit excessieve en sadistische geweld was wel aanwezig in elk facet van de Holocaust en de Umsiedlung van Oost-Europa. Alleen werden ze niet begaan door de klerken van de RSHA. De RSHA liet de dagdagelijkse uitvoering over aan de SS-Totenkopfverbände die de leiding had over het kamppersoneel, Oost-Europese beulen (bv. de Oekraïense Trawniki) of de politie-eenheden van de Einsatztruppen. Himmler heeft deze mannen keer op keer via geschreven instructies de vrijheid gegeven om op massieve schaal onbegrensd geweld te gebruiken. Dit gold eveneens voor de Sonderaktionen uitgevoerd door enkele andere aangewezen SS-divisies. Dit sadistisch geweld werd wel degelijk in vele gevallen geregistreerd. En het geweld was wel degelijk even gratuit en onbegrensd als de gruweldaden van IS (DAESH) beulen.

Enkele gekende voorbeelden tonen het publieke en sadistische karakter van het genocidaire geweld van deze nazi-beulen aan.

Ten eerste beweert Boudry dat binnen de vernietigingskampen willekeurig en sadistisch geweld van kampbewakers door de RSHA werd gepenaliseerd. Hij verwijst hierbij naar de rapporten van de inspecteur en juridisch expert van de SS Konrad Morgen. Het klopt dat Morgen verschillende kampcommandanten heeft vervolgd, waarbij hij stelde dat deze mannen bekend stonden om excessief geweld te gebruiken. Maar historici die deze bronnen uitvoerig hebben bestudeerd, hebben nergens beweerd dat het optreden tegen sadisme een intrinsieke aanleiding was om hen te bestraffen. Peter Padfields biografie over Himmler heeft uitvoerig Konrad Morgen besproken. De twee meest gekende beschuldigden waren Karl Koch (Buchenwald) & Hermann Florstedt (Majdanek). In de akte van beschuldiging valt te lezen dat deze mannen waren aangeklaagd omwille van het feit dat ze niet geschikt waren als kampcommandanten. Ze waren, aldus Morgen, incompetent, corrupt, en gebruikten daarbij geweld dat de zaak niet vooruit hielp. Nergens werd gesteld dat publiek martelen op de appelplaats van een kamp verboden was of dat het personeel geen lijfstraffen mocht uitdelen. Alsook blijkt uit deze rapporten dat deze mannen waren aangeklaagd omwille van persoonlijke conflicten met RSHA-beambten. De inbreuken werden altijd geïnterpreteerd vanuit insubordinatie, waarbij de commandanten zich onaantastbaar achtten tegenover Berlijn.

Ten tweede vergeet Boudry een eindeloze reeks aan historische gevallen waaruit wel blijkt dat het nazisme ook gestoeld was op publiek sadisme. Zo was er het Stroop-rapport. SS-Grüppenfuhrer Jürgen Stroop was bijzonder trots op zijn overhandiging van een fotoalbum aan Himmler over zijn zeer gewelddadige eliminatie van het Joodse ghetto in Warschau in 1943. Stroop toonde openlijk in het album hoe zijn troepen Joden tegen de muur plaatsten om hen vervolgens te executeren. Een tweede geval was generaal Reichenau. Deze Wehrmachtgeneraal, een fanatiek aanhanger van Hitler, heeft in juli 1941 publieke bevelen uitgevaardigd, waarin staat dat zijn troepen moesten samenwerken met de Einsatzgruppen om elke Jood (man, vrouw, kind) ter plekke neer te schieten. Hij stelde letterlijk dat zijn officieren moesten begrijpen dat de vernietiging van het Joodse ras nu eenmaal aan de orde was. Een derde geval was Hermann Fegelein, commandant van de Florian Geyer SS-divisie. Hij was bijzonder trots wanneer hij in open bewoordingen aan kadet-officieren vertelde hoe hij in de Pripjat-moerassen en Minsk elke Jood wist neer te kogelen. Fegelein werd openlijk verkocht als de posterboy van de ideologische totaaloorlog tegen joden en bolsjevisten in het Oosten. Een volgend geval was Rudolf Lange, SS commandant in Estland en aanwezig op de Wannsee-conferentie (toen de RSHA besliste om definitief de Joden uit te roeien). Lange had in zijn lange campagne om Estland “Jodenvrij” te maken openlijk lokale milities gerekruteerd, die met knuppels en messen van dorpsplein naar dorpsplein gingen om de joden uit te moorden. Op klaarlichte dag in het bijzijn van de lokale bevolking. Dit werd openlijk goedgekeurd en aangemoedigd door Heydrich. Vervolgens gaan we naar Himmler. Himmler heeft persoonlijk twee gekende sadisten Dirlewanger en Kaminski (1944) gerekruteerd. Zij hebben zonder schroom dagenlang elke Pool in Warschau neergeschoten, gemarteld, verkracht etc. Hier bestaan voldoende civiele ooggetuigenverslagen over hoe Kaminski en Dirlewanger van deur tot deur gingen en ter plekke de bevolking uitmoordden. Het werd als noodzakelijk geweld geacht door het RSHA.

We komen dan tot de inzet van de Einzatsgruppen. Waren deze altijd berekend en discreet in hun massamoorden? Niet onmiddellijk. Van juli tot september 1941 kreeg Heydrich verschillende reeksen aan beelden van executies op zijn ontbijttafel. Specifieke acties tegen Joden en algemene “pacificatie-acties” tegenover de lokale bevolking waren voor veel commandanten een en hetzelfde. Zij stuurden gretig bewijzen op over hoe “beveiligingsacties” succesvol waren. Alsook viel hun sadisme publiekelijk te aanschouwen. Einsatztruppen waren berucht om eens een baby of kleuter op straat bij de beentjes te grabbelen en vervolgens het hoofdje tegen de muur kapot te slaan in het bijzijn van civiele bevolking.

De nazi’s waren ook niet zo discreet wanneer het ging om Dachau. Verschillende historiografen hebben onderstreept dat het kamp diende als algemene waarschuwing naar de volledige bevolking. Sinds dag 1 was er een wijdverspreid gezegde onder de Duitse bevolking “Zwijg of ze sturen je naar Dachau”. Men wist in ambigue termen wat plaatsvond in Dachau. Minder ambigu was de SA juist na de machtsovername. In 1933 martelde de SA haar tegenstanders op grote schaal. En dit in zowat elke Duitse stad. De SA bezette centraal gelegen kroegen, bakkerijen, drukkerijen, etc. als folterruimtes. Het was juist de openbaarheid van deze martelingen die een functie vervulde binnen de eliminatie van elk verzet in de eerste maanden van het nieuwe regime.

En zo komen we terecht bij het meesterbrein Heydrich. Als Reichsprotektor van Bohemen en Moravië had Heydrich de voorliefde om openbare executies te organiseren. Te starten met zijn aankomst in Praag, waarna hij al onmiddellijk 400 Tsjechen publiekelijk executeerde. Deze manier van pacificatie was een algemene richtlijn binnen de RSHA. Zo stuurde Berlijn het bericht naar SS-eenheden in Griekenland waarin letterlijk stond dat de geprefereerde methode moest bestaan uit systematisch uitmoorden van mogelijk opstandige dorpen.

Ten laatste alludeert Boudry ook naar het ordelijk en rationeel verloop van de vergassingen. Een kamporkest speelde een deuntje om een zweem van normaliteit op te wekken terwijl de Joden marcheerden naar de gaskamers. De kampcommandant suste voorheen de Joden dat zij aankwamen in werkkampen. Joden hingen hun kledij aan een genummerde kapstok. Met andere woorden, bewakers konden zich geen geweld veroorloven en waren voldoende rationeel om hun slachtoffers om te tuin te leiden. Dit is maar deels het verhaal. Zowel Rudolf Höss (Auschwitz-Birkenau) als Franz Stangl (Treblinka) hebben schoorvoetend in hun interviews en ondervragingen onderstreept dat het sadisme van het ondergeschikt personeel ook een functioneel gegeven was om de Joden te terroriseren. Het gebruik van zwepen, knuppels en occasionele neerschieten van individuele Joden was noodzakelijk om hen in een staat van volledige verwarring te brengen. Zodanig dat ze als het ware “onbewust” de gaskamers ingingen. Het schokeffect van flagrant geweld hielp daadwerkelijk om een grote groep mensen zeer snel te proppen in een benepen kelder.

Deze talloze voorbeelden tonen aan dat de nazi’s dus evengoed publiekelijk sadisme konden tentoonspreiden. En dat het wel degelijk een frequent gegeven was doorheen WOII. De Holocaust is een zeer complex gegeven. Boudry zou dit thema beter niet reduceren tot een speculatieve Spielerei. Teveel mensen zijn hiervoor op brutale wijze gestorven.

PS. Betreffende de openbaarheid van de aankomende Holocaust kan ook nog verwezen worden naar Hitlers rede op 30 januari 1939 bij de herdenking van de machtsovername: “Und eines möchte ich an diesem vielleicht nicht nur für uns Deutsche denkwürdigen Tag nun aussprechen. Ich bin in meinem Leben sehr oft Prophet gewesen und wurde meistens ausgelacht… Ich will heute wieder ein Prophet sein: Wenn es dem internationalen Finanzjudentum in und außerhalb Europas gelingen sollte, die Völker noch einmal in einen Weltkrieg zu stürzen, dann wird das Ergebnis nicht die Bolschewisierung der Erde und damit der Sieg des Judentums sein, sondern die Vernichtung der jüdischen Rasse in Europa.”

Jelle Versieren is onderzoeker aan de Vakgroep Geschiedenis, Centrum voor Stadsgeschiedenis aan de Universiteit Antwerpen. Hij is bestuurslid van het Masereelfonds

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!