Een reeks betogingen in de lente van 2011 leidt tot de bezetting van de Plaza del Sol.
Longread, Europa, Samenleving, Politiek - Rasmus Van Heddeghem

Alcaldes del Cambio – Een balans van twee jaar verandering in Spanje

Lente 2015, een aantal burgerbewegingen in Spanje wil “de stad teruggeven” aan zijn bewoners. Op de verkiezingsavond gebeurt wat niemand verwachtte: in Barcelona en Madrid houden hun kopstukken, 2 vrouwen die nooit eerder een politiek ambt uitoefenden, een overwinningstoespraak. Terwijl Syriza en Podemos de Europese hoop voor links leken, groeide in hun schaduw een radicaal alternatief in Spanjes grootste steden. Na de pleinen veroverden de indignados er de stadhuizen. Is het toeval dat dit gebeurde? Een balans van 2 jaar verandering. (Deel 3)

maandag 26 juni 2017 18:00

“Een morele plicht”

De verkiezingsavond waarop duidelijk werd dat Manuela Carmena tot burgemeester was verkozen, was in meerdere opzichten historisch. In de weken voor de verkiezingen stelde ze met zachtheid en eenvoud een project voor waar de stad naar snakte nadat het vorige stadsbestuur een spoor van corruptie had achtergelaten. Ze was nieuw in de politiek maar als rechter had ze zich levenslang ingezet voor de onderdrukten: eerst bij de illegale arbeidersbeweging onder de dictatuur van Franco, en later voor burgerrechten in de hele wereld.

Het contrast met haar tegenstandster kon onmogelijk groter zijn: Esperanza Aguirre was een partijkrokodil van de Partido Popular. Na haar bestuursperiode aan het hoofd van de deelstaatregering van Madrid bleek haar hele omgeving besmeurd door schandalen, wat haar niet tegenhield om zich toch kandidaat te stellen voor deze gemeenteraadsverkiezing. Toen Pablo Iglesias haar in een televisiedebat toewierp de Spaanse Margaret Tatcher te zijn, antwoordde ze dat hij geen idee had hoe “vereerd ze zich voelde dankzij dit compliment.” Tegenover deze Iron Lady bleek Carmena’s eenvoud revolutionair. Zij stond voor een gelijker en socialer Madrid waar mensen die al jaren uit de boot vielen opnieuw konden rekenen op het stadhuis.



Oudrechter Manuela Carmena, van de ondergrondse communistische partij naar het burgemeesterschap van Madrid.

Vanuit het niets ontstond een campagne in de beste guerrillatraditie: jonge ontwerpers spanden samen met pizzakoeriers, tekenaars met bouwbedrijven, drukkers met taxichauffeurs. Op affiches, stickers en stencils slechts één woord, één gezicht: Manuela. In geen tijd leek het alsof een zachte revolutie door de straten waarde van een stad die, anders dan het traditioneel linksere Barcelona, altijd de thuisbasis van rechts Spanje was.

Toen ze op de verkiezingsavond haar aanhangers bedankte bevond het podium zich op tientallen meters van het advocatenkantoor waar zij zelf in de nadagen van de dictatuur een aanslag overleefde van een extreemrechts commando dat er binnendrong en vijf advocaten van de – toen nog ondergrondse – communistische partij doodschoot. Carmena ontsnapte ternauwernood. Sindsdien kwam haar leven in het teken te staan van de strijd voor sociale rechtvaardigheid: ze noemt het haar “morele plicht tegenover hen die gestorven zijn”.

Op een steenworp van de plek waar ze haar collega’s verloor, reikte ze zelf de hand aan wie niet voor haar gekozen had: “Sommigen hebben angst om te veranderen of hebben nooit geleerd om moedig te zijn. Nu is het aan ons hen te overtuigen van de verandering.”

Een beweging van tegenkrachten

De uitdaging is nu deze verandering vorm te geven vanuit het stadhuis in plaats van vanaf de straat. Maar hoe de valkuilen van de macht te vermijden? “Mij lijkt het eerlijk gezegd gezond dat er van buiten de instituties en door onze medestanders kritiek komt”, zegt Rita Maestre. “Dit bestuur is een coöperatief werk, één van luisteren, één van dialoog. Dat is vanwaar we komen. We mogen ons niet terugtrekken in het stadhuis.”

Een van die kritische stemmen is Mario Espinoza, medeoprichter van de denktank Instituto para la Democracia y el Municipalismo, zowel steunpilaar als aanjager van de nieuwe stadsbesturen. Espinoza is een indignado voor wie de bezetting van de Puerta del Sol het begin van zijn activisme betekende. Dat reële politieke macht zo snel veroverd zou worden had hij nooit verwacht, maar hij waarschuwt voor het gevaar van snel succes. “Een stad besturen vraagt veel compromissen. Plots moeten verkozenen zich schikken naar het ritme van de instituties. Op dit moment is de beweging die voor de verkiezingen bestond, bezig te verdwijnen in de structuren van de macht.” Hij ziet voor het ‘municipalisme’ de uitdaging om een beweging van tegenkrachten te blijven: “Activisme, burgerprotest en bestuurlijke vraagstukken moeten met elkaar in conflict mogen komen.”

Voor deze kritische stemmen van binnenuit was de verkiezingsoverwinning slechts het begin. In de geest van de Belgische politicologe Chantal Mouffe staan deze activisten een “agonistisch model” voor dat het conflict tussen visies wil toelaten binnen de beweging die bestuurt; anders is die, volgens Espinoza, “ten dode opgeschreven.” Dat is de paradox van deze stadsbesturen. Hoe de openheid en diversiteit van het sociale protest een plaats geven binnen de structuren van de macht?

Voor de activisten van het Instituto DM is de strijd voor de stad nog lang niet gestreden. De verkiezing was een begin: nu moet het momentum een duurzaam project worden.

Rebelse steden

Zijn de uitdagingen van deze tijd globaal, dan worden de antwoorden lokaal gezocht. Terwijl de Europese nationale regeringen de TTIP- en CETA-akkoorden braaf ondertekenden, klonk het protest ertegen het luidst in de steden. De ontmoeting tussen regio- en stadsbesturen tegen TTIP was maar één van de vele strijdtonelen waarop Barcelona het voortouw nam. Het hoeft niet te verwonderen dat Ada Colau binnen Europees links geldt als een voorbeeld.



Ada Colau tijdens een bijeenkomst voor ze de verkiezing won.

Toen de organisatie European Alternatives een jaar geleden een netwerk van steden waar progressieve alternatieven vorm krijgen opzette, bleken de zaden van verandering ruim verspreid. Grenoble en Parijs experimenteren met participatieve begrotingen waarbij de inwoners van de stad meebeslissen over de projecten waarin de stad investeert, iets wat zijn wortels heeft in het Braziliaanse Porto Alegre van de jaren negentig, de toenmalige “hoofdstad van het andersglobalisme”. Steden als Athene, Amsterdam, Gent, Barcelona en Berlijn werken aan een interstedelijk netwerk voor de opvang van vluchtelingen omdat nationale overheden tekortschieten.

Ook debatten over vervuiling en levens- en luchtkwaliteit worden vandaag gevoerd in de stad. Stad na stad bant het autoverkeer uit het centrum in de strijd voor leefbaarheid. In Barcelona werden hiervoor de superblocks in de strijd gegooid: een plan dat wijken onderverdeelt in blokken waarbij auto’s enkel aan de buitenkanten rijden. De stad maakte meer dan tien miljoen euro vrij voor het project. Volgens projectleider Salvador Rueda dringen de superblokken de vervuiling tot een derde terug en halen ze 60 procent van het autoverkeer uit de stad weg.

Door hun geometrische bouw hebben de proefwijken El Eixample, Gràcia en Poblenou de ideale structuur om de binnenste straten voor te behouden voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. Het grootste werk voor Rueda en zijn ploeg was de bewoners overtuigen van de superblokken. Hiervoor richtten ze werkgroepen op waarin architectuurstudenten, buurtcomités en de lokale middenstand samen de vrijgemaakte straten een nieuwe invulling gaven. In Poblenou leidde dit tot voetbalveldjes en speeltuinen op de drukke kruispunten van vroeger. “Wat we met dit project doen,” stelt Rueda, “is de mensen hun straten teruggeven.”




Het terugwinnen van de stad is niet enkel een politiek proces, het gebeurt letterlijk op straat. Autoverkeer weren levert net als massatoerisme inperken veel kritiek op, maar vrijwaart de stadsruimte van dominantie. Het “recht op de stad” betekent dat het gemeenschappelijk recht op stadsruimte voorgaat op het recht van de sterkste (en rijkste) groep. Waar de stadsruimte de afgelopen decennia gegeerd goed werd voor een neoliberale elite die teert op speculatie in de woningsector, privatisering van publieke ruimte en de stad als consumptieparadijs, groeit het geloof in de mogelijkheid van de stad als radicaal alternatief.

 

Internationale lessen van het municipalismo

Nadat het recht op de stad jarenlang een thema voor krakers, stadsactivisten en buurtbewegingen was, krijgt het idee van “new municipalism” internationaal vorm als een beweging binnen stadsbesturen. Maar zo ver als in Spanje waar municipalismo een herdefiniëring van democratie binnen de steden voorstaat, staat het zelden.

Madrid, Barcelona, Cádiz, Zaragoza en La Coruña worden niet enkel binnen Spanje met een arendsoog bekeken. Over heel Europa zien activisten deze steden als een voorbeeld. Maar hoe kunnen ze lessen trekken uit hun parcours? En kunnen ze een voorbeeld zijn voor politici of activisten in België? Een expert als Eric Corijn nuanceerde al eerder. “De context is zeer verschillend. Er is geen gelijkaardige voorgeschiedenis van activisme. Het activisme heeft nog geen politieke vertaling gevonden.” De grootste manifestaties van burgers zijn voornamelijk single-issue acties. Ringland, Ademloos of Picnic The Streets spitsten zich toe op één zaak en hebben niet het bereik om uit te groeien tot een politieke beweging.

Hoe komt het dan dat het ene protest een stille dood sterft en het andere een politieke aardverschuiving veroorzaakt?

De Spaanse sociologe Marina Montoto zegt dat er al onder de dictatuur een sterk weefsel bestond van lokale verzetsbewegingen. Omdat de instituties in Spanje in handen waren van pionnen van de staat, ontstonden groeperingen die zich verenigden in een ondergronds verzetsnetwerk tussen de steden. “Dat de 15M ook een heropleving was van een bestaand muncipalismo wordt vaak vergeten.” Volgens Montoto is dit een van de redenen waarom ook de oudere generatie in 2011 massaal aanwezig was op de bezette pleinen.

Lobera toonde aan dat de 15M-beweging haar succes er ook aan dankt dat het vertrouwen in de traditionele politiek een dieptepunt had bereikt. Het protest was opgezet door studenten maar vond aansluiting bij het ongenoegen van andere generaties. In korte tijd werd het een “beweging van bewegingen” die expliciete politieke eisen stelde. De betogers bereikten zo het “tipping point” waarop protest van een kleine golf in een onstopbare lawine verandert.

Voor de onderzoekster Irene Martín lag in de diversiteit van de indignados hun grote kracht. “Er ontstond een tijdelijke coalitie, een platform dat iedereen verenigde in zijn onvrede. Er was geen manifest of gedeelde ideologie.” Hetzelfde pluralisme tekent de bewegingen waarin sociale bekommernissen en praktische doelstellingen samenstromen. “Ze stellen zich open voor mensen van verschillende strekkingen. Van openheid en verdeeldheid maken ze hun sterkste punt,” schrijft Martín over de nieuwe stadsbesturen.

Een politiek ontwaken

Zijn de Spaanse alcaldes del cambio een voorbeeld voor links op zoek naar zichzelf? Zal de verandering uit de steden komen terwijl Europese natiestaten op zichzelf terugplooien? Kunnen deze bewegingen met de voeten op straat besturen?

Na twee jaar blijkt dat de weg al wandelend wordt gemaakt. Als de burgerburgemeesters willen slagen, moeten ze op hun wortels uit de protestbewegingen blijven steunen. Vijf jaar na het uitbreken van de Spaanse lente liet Ahora Madrid een slogan van de indignados vereeuwigen op de Puerta del Sol, het plein waar het burgerprotest in mei 2011 uit zijn voegen barstte. Dormíamos, despertamos leest de gedenktegel: “We sliepen, nu worden we wakker”. Niemand die toen kon voorzien waartoe het protest zou leiden. Of dat de roep om democratie de grootste steden van het land zou veroveren. Het was een politiek ontwaken, en politiek zou niet meer dienen om mensen in slaap te wiegen.

Bronnen en verdere lectuur:

Bárbara Ayuso & Lara Hermoso. “Rita Maestre: Quienes ejercemos un cargo public somos humanos, con nuestros fallos y nuestro pasado”. www.jotdown.es/2016/rita-maestre-quienes-ejercemos-cargo-publico-somos-humanos-fallos-pasado/

Benjamin Barber. “Als burgemeesters zouden regeren”. 2014. Nieuw Amsterdam.

Beppe Caccia. “A European network of rebel cities?” 05/06/2016. www.opendemocracy.net/can-europe-make-it/beppe-caccia/european-network-of-rebel-cities

Carne Cruda. “23F y otras versiones de la Transición“. Radio-uitzending van 23/02/2017.

Carne Cruda. “Guillermo Zapata : He dimitido por una cuestión humana“. Radio-uitzending van 16/06/2015.

Nacho Carretero: “El alcalde inesperado de la marea que tomó el poder”. 23/01/2016. www.elespanol.com/reportajes/20160122/96490

Diagonal: “Nace el Instituto DM, un think tank para los movimientos”. 27/02/2016. www.diagonalperiodico.net/movimientos/29534-nace-el-instituto-dm-think-tank-para-movimientos.html

Mario Espinoza. “La organización como problema : municipalismo, estrategia y contrapoder“. 24/01/2017. www.institutodm.org/la-organizacion-como-problema-municipalismo-estrategia-y-contrapoder/

Leanna Garfield. “Spain’s plan to create car-free ‘superblocks’ is facing protests. 24/01/2017. www.uk.businessinsider.com/Barcelona-superblocks-protest-2017-1/

Dan Hancox. “Is this the world’s most radical mayor?”. 26/05/2016. www.theguardian.com/world/2016/may/26/ada-colau-barcelona-most-radical-mayor-in-the-world/

Michael Hardt & Antonio Negri. “Assembly”. 2017. Oxford University Press.

Josep Lobera, “De movimientos a partidos: la cristalización electoral de la protesta“. Revista Española de Sociología 24 (2015) : 97-105.

Irene Martín. “Podemos y otros modelos departido-movimiento”. Revista Española de Sociología 24 (2015) : 107-114.

Guillem Martínez. “Tendremos que decretar el final del ciclo que abrió el 15M“. 10/03/2017. www.ctxt.es/es/20170307/Politica/11541/15-M-podemos-syriza-movimientos-sociales-guillem-martínez.htm

Emmanuel Rodríguez López. “La política en el ocaso de la clase media. El ciclo 15M – Podemos“. 2017. Traficantes de sueños.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!