Longread, Europa, Samenleving, Politiek - Rasmus Van Heddeghem

Alcaldes del Cambio – De burgerbewegingen in Spanje

Lente 2015, een aantal burgerbewegingen in Spanje wil “de stad teruggeven” aan zijn bewoners. Op de verkiezingsavond gebeurt wat niemand verwachtte: in Barcelona en Madrid houden hun kopstukken, 2 vrouwen die nooit eerder een politiek ambt uitoefenden, een overwinningstoespraak. Terwijl Syriza en Podemos de Europese hoop voor links leken, groeide in hun schaduw een radicaal alternatief in Spanjes grootste steden. Na de pleinen veroverden de indignados er de stadhuizen. Is het toeval dat dit gebeurde? Een balans van 2 jaar verandering. (Deel 2)

zondag 25 juni 2017 10:36

Waar landen falen, slaagt de stad

‘Sinds de publicatie van Als burgemeesters zouden regeren van de Brit Benjamin Barber heeft het idee veel bijval geoogst dat voor wat op nationaal vlak niet lukt, we maar beter op onze steden rekenen.’ De uitdagingen van deze tijd, gaande van ecologie over migratie en het democratisch deficit zullen in de stad opgelost worden. Waar landen falen, slagen steden.

Nauwelijks waren de alcaldes del cambio ingezworen of ze stelden voor een netwerk van opvangsteden voor vluchtelingen te creëren. Van de 17.680 vluchtelingen die Spanje zou opvangen, hadden er nog geen 20 asiel aangeboden gekregen.[1] Net zoals de Sanctuary Cities in de Verenigde Staten zou hier een netwerk van steden ingrijpen waar nationale overheden geen bescherming boden. Eind februari 2016 organiseerde een groep vrijwilligers die op Lesbos bootvluchtelingen opving een van de grootste betogingen in Europa vóór de opvang van meer vluchtelingen. Dankzij honderdduizenden Barcelonezen werd de kreet ‘Vollem acollir’, ‘Wij willen hen opvangen’, een oproep die ver voorbij de stadsgrenzen reikte. Maar de nationale regering bleef stil. Het waren de burgerburgemeesters van Madrid, Barcelona, Zaragoza, Valencia en La Coruña die een gezamenlijke oproep deden: “Als lokale besturen,” schreven ze, “staan we het dichtst bij de burgers, kennen we hun sociale noden het best. Zij roepen ons op om mensen op de vlucht voor geweld te helpen.”

De uitdaging voor de burgerburgemeesters is om het protest tegen de rechtse regering een stem te geven. En om zelf de verandering te brengen die op nationaal vlak uitblijft. Barber noemde het wereldwijde burgerprotest dat in 2011 uitbrak ook niet zomaar een roep om meer democratie, hij zag “de democratie in vol bedrijf”. En dat is wat de nieuwe stadsbesturen moeten zijn.



Een reeks betogingen in de lente van 2011 leidt tot de bezetting van de Plaza del Sol.

Ook het Catalaanse onafhankelijkheidsvraagstuk is op nationaal niveau geblokkeerd, maar wordt lokaal door Barcelona en Comú wel aangepakt. De discussie zit muurvast door enkele rechtszaken die de regering Rajoy heeft aangespannen tegen de leiders van de Catalaanse deelstaatregering. De beweging van Colau dankt haar sterkte echter niet aan separatisme, maar aan de eis om ‘zelfbeschikkingsrecht’ te krijgen – een positie die lucht brengt in het gepolariseerde debat. En Comú wil op alle vlakken beslissingsrecht geven aan de burger; of het nu over de aanleg van een buurtparkje gaat of over een onafhankelijk Catalonië.

Ada Colau tegen de “georganiseerde misdaad”

De stad is de geboorteplaats van burgerprotest omdat de problemen, oorzaken en symptomen er samenkomen. De golf van uithuiszettingen tijdens de hevigste jaren van de crisis sneed door het sociale weefsel van een samenleving die al tot het uiterste gedreven werd, terwijl niet veel verderop bankiers en politici die sociale woningen aan aasgierfondsen verkocht hadden en hun eigen vel (en banken) probeerden te redden.

Het protest had lokale wortels: buurtbewoners organiseerden zich tegen het op straat zetten van families die hun hypotheek niet konden betalen. Het recht op wonen verenigde mensen: familieleden, buurtbewoners, collega’s en activisten organiseerden sit-ins, bezetten banken, verhinderden deurwaarders en politie woningen binnen te vallen en riepen de politici op straat ter verantwoording.

Voor ze burgemeester van Barcelona werd, was Ada Colau een van de activisten van het PAH die in de clinch ging met de schuldigen van de crisis. Eerst op straat, later in debatten en televisiepanels waar ze de huidige politieke klasse “georganiseerde misdaad” noemde. Ze is een van de weinige burgemeesters die vlak voor ze verkozen werden nog door het politiekorps dat ze nu bestuurt, opgepakt werd bij de bezetting van een bank.

Er kwam massale steun omdat bijna iedereen die zelf niet op straat belandde wel iemand kende die zijn huis dreigde te verliezen. Op het hoogtepunt waren er bijna 600 uithuiszettingen per dag in het land. Deze verbieden was één van de eerste maatregelen die Colau als burgemeester doorvoerde.

Colau slaagde er zo in haar activisme een nieuwe politieke lading te geven. Het netwerk dat ontstond rond de acties van het PAH toonden de kracht van sociaal protest dat door de hele samenleving wordt gedragen. De politieke structuur die ze mee oprichtte moest die openheid met hun onverzettelijkheid combineren; dit was de basis voor Barcelona en Comú. In minder dan een jaar werd een burgerkandidatuur opgezet rond sociaal woningbeleid, de uitverkoop en toeristificatie van de stad en een stedelijk basisinkomen.

Aan het hoofd van deze beweging stond Colau als de kandidate van de gewone Barcelonees. Ze maakte deze claim hard door haar huidige loon en persoonlijk patrimonium te publiceren en de andere kandidaten op te roepen hetzelfde te doen. Colau’s bankrekening van iets meer dan 3.000 euro stak scherp af tegen de goedgespekte rekeningen en huizen op Mallorca die burgemeester Xavier Trias bekendmaakte. Colau beloofde als burgemeester onmiddellijk het loon van bijna 10.000 euro tot 2.200 euro te beperken en onkostenvergoedingen te weigeren.

Colau’s kandidatuur raakte een gevoelige snaar in la Ciudad Condal. Barcelona is dan wel één van de hipste steden in Europa waar het toerisme blijft boomen; een andere ranking waar de stad onverwachts hoog scoort is die van de stad met de grootste ongelijkheid ter wereld. Het imago van het ‘merk’ Barcelona staat in schril contrast met de ongelijkheid die met het succes toenam.

Vanaf dag één zorgde Colau voor een radicale ommekeer. Ze stelde een hotelstop in, legde het massatoerisme aan banden en eiste controle over stadsdiensten die het vorige stadsbestuur aan projectontwikkelaars en private investeerders had gegeven. Barcelona en Comú stond voor het belang van alle stadsbewoners, niet voor dat van de economische elites.

Regeren met de voeten op de straat

Voor de alcaldes del cambio is het cruciaal om “gehoorzaam aan het volk” te besturen. Maar hoe slagen ze erin niet te vergeten hoe ze beland zijn waar ze nu staan?

Toen aan Colau gevraagd werd hoe ze zou reageren op protest tegen haar zoals dat tegen de vorige generatie machtspolitici gebeurde, beloofde ze dat het nooit zover zou komen. Nooit zou ze zich opsluiten in de macht, afgesloten van de straat: “Ons protest is er gekomen na jaren wanbeleid omdat de politici geen verantwoording wilden afleggen. Dat zal ons niet overkomen. Ik zal een burgemeester zijn die met beide voeten op straat staat.”

Op de deur van Colau’s bureau zou een bordje hangen: “We mogen nooit vergeten vanwaar we komen en waarom we hier zijn.” Een motto en waarschuwing voor alle alcaldes del cambio.

De indignados die nu de stadshuizen bevolken polariseerden het publieke debat in Spanje toen hun protest zich verplaatste naar de huizen van corrupte politici. Deze controversiële escraches kwamen overwaaien uit Zuid-Amerika: het is protest waarbij betogers een bepaalde persoon of praktijk publiek ‘aangeven’. Activisten maakten zo het politieke persoonlijk; om uithuiszettingen aan te klagen, belaagden ze de politici aan de deuren van hun eigen huis. Een techniek die Podemos later overnam zoals tijdens de escrache aan het parlement tegen de vergaande verstrenging van de wet op vrije meningsuiting.

Voor de burgerplatformen zijn transparantie en openheid alles. Bureaus vol duur meubilair, de luxewagens die ze aantroffen in de garages van het stadhuis, de gratis vipzetels in de voetbalstadions, het is niet waarvoor ze gekomen zijn. In een portret van Xulio Ferreiro in El Español vertelde deze professor die het onverwachts tot burgemeester van de havenstad La Coruña schopte, dat hij er niet aan dacht de Audi A8 te behouden: na het werk neemt hij de bus naar huis en hij staat liever tussen zijn vrienden bij de matchen van Deportivo La Coruña. Het indrukwekkende bureau? Hij verkoos een tafeltje met wat stoelen er rond. De statige burgemeestersstoel noemde hij een marteltuig: “Dat ding is een aanslag op je rug.” Carmena stond algauw bekend als de burgemeester die met de metro naar het werk kwam en Valencia heeft zijn bici-alcalde of fietsburgemeester. In Madrid en Barcelona worden de lonen en uitgaven van alle leden van het stadhuis op de website gepubliceerd.

De alcaldes del cambio doorprikten de bubbel van de macht waarin de zichzelf bedienende elite zijn privileges had verzekerd. Net zoals Podemos de politiek aan de burgers wil teruggeven, wilden zij het recht op de stad terugwinnen. Toen Pablo Iglesias de corrupte politici wegzette als een kaste die zichzelf boven de wet en de bevolking van het land plaatste, werd dit woord in geen tijd opgepikt. Toen Iglesias en zijn partijgenoten de eed aflegden in het nationaal parlement sloten ze af met de woorden: “Nooit meer een land zonder zijn eigen bevolking”.

Carmena, Colau en Ferreiro oefenden nooit eerder een politiek ambt uit. Carmena en Ferreiro werden haast tegen wil en dank boegbeelden van een beweging die snel aan grootte won. Zes maanden voor de verkiezingen was Ferreiro nog een sociaal bewogen professor in Rechten, iets waar hij graag naar terug wil keren; in het eerdergenoemde portret wordt hij de burgemeester genoemd die het doet omdat iemand het moest doen. Ook Carmena noemt zichzelf na twee jaar burgemeesterschap nog steeds geen politica.

De G1000

Kwam de verkiezingsoverwinning voor hen zelf als een verrassing, dan was het een ware afstraffing voor de oude politieke klasse. De ‘kaste’ had tot enkele weken voor de verkiezingen niet zien aankomen dat er iets op til was. Iago Martínez, de kabinetschef van het nieuwe stadsbestuur in La Coruña, verwoordde het zo: “Tot de vrijdag voor de verkiezingen spraken de andere partijen niet eens over ons. Ze zagen het water niet stijgen en La Marea, het getij, heeft hen overspoeld.”

Bij haar inhuldiging nam Carmena het woord in de raadszaal van het stadhuis: “Verwacht vandaag geen traditionele speech. Hier is al teveel gepraat en waren er toch te weinig echte woorden.” In een echo aan het principe van de Zapatisten drukte ze alle raadsleden op het hart dat “wij hier enkel zijn omdat de Madrilenen ons verkozen. Dat mogen we nooit vergeten. Wij willen al luisterend besturen. We staan ten dienste van hen, om Madrid te verbeteren, maar altijd voor hen.” Er klonk luid applaus, vooral van op de bank van Ahora Madrid, met de jongste bestuursploeg ooit.



Podemos doet het niet even goed als de alcaldes del cambio.

Het merendeel van hen voelde voor het eerst het pluche van een politieke zetel. Het zijn activisten die hun wortels niet verbergen: experimenten met burgerparticipatie werden in de steigers gezet om de stem van alle Madrilenen te laten horen tot in het stadhuis. Toen eind februari 2017 kritiek rees op het referendum waarbij ‘slechts’ 200.000 Madrilenen beslisten over de herinrichting van de Plaza de España riposteerde woordvoerster Rita Maestre: “Dat zijn er alvast 200.000 meer dan er beslist hebben over hoe het plein er vandaag uitziet.”

In dezelfde geest kreeg de G1000 die David Van Reybrouck voor het eerst in Brussel organiseerde, afgelopen maart navolging in Madrid. Ook hier werden er 1.000 Madrilenen ingeloot om met elkaar in gesprek te gaan over de toekomst van de stad. Maar was de G1000 nog een project dat in zijn kinderschoenen stond bij de eerste burgertop uit 2011, hier nodigde het nieuwe ParticipaLAB van het stadsbestuur de organisatie uit.

Dit is een nieuwe generatie politici wiens roots op straat liggen en die gevormd zijn tijdens de periode van de indignados. Ze leren al doende maar bekijken democratie fundamenteel anders dan de politici voor hen: platformen, buurtcomités, assembleias, dat is waar zij politiek ontdekt hebben.

Kritiek en controverse

Maar gedurende twee jaar maakten de burgerbewegingen ook kennis met het politieke spel. ‘Communisten’, ‘bolivarianen’, ‘stalinisten’, geen term was te zwaar voor de oppositie om hen naar het hoofd te slingeren. En ook ter linkerzijde werden ze in het defensief gedwongen door medestanders voor wie de verandering niet snel genoeg komt. Het PAH verwijt Carmena dat ze de uithuiszettingen niet volledig stopzette. Integendeel, het organisme dat hiervoor moest zorgen, koos voor compromissen met de banken en het verwerven van meer sociale woningen zonder een verbod op uithuiszettingen.

Ook Colau kreeg het hard te verduren toen de politie binnenviel in het gekraakte bankkantoor Banc Expropiat en dit leidde tot onlusten in de traditioneel linkse wijk Gràcia. Wat volgde was een moeilijke evenwichtsoefening: hoewel Colau een nieuwe plek vond voor de krakers die een goeddraaiende buurtwerking hadden opgezet, verweet de oppositie haar te zacht op te treden terwijl haar vroegere medestanders zich na de politie-inval verraden voelden door hun alcaldessa.

En toen enkele dagen na de eedaflegging antisemitische tweets opdoken van de Madrileense schepen van cultuur Guillermo Zapata werden de messen geslepen in de conservatieve media. Nog geen dag later bood Zapata zijn ontslag aan hoewel hij aantoonde dat de grappen uit een discussie over de grenzen van humor waren gelicht. “Maar,” zei hij, “ik ben niet meer de juiste persoon om het gezicht van het culturele beleid van de stad te zijn. Dit is een collectief project waarbij een persoon niet de aandacht mag opeisen. Het gaat om het culture beleid van de stad, niet om Guillermo Zapata. Daarom maak ik plaats.”

Met grote woorden kwamen grote verwachtingen. De wil van het volk is minder eenduidig dan de burgerburgemeesters doen uitschijnen. Waar de ene verdeeldheid wil toelaten binnen het beleid, eisen anderen een eensgezind beslissingsmodel.

Exemplarisch is het conflict rond Patio Maravillas, een kraakpand in de hippe Madrileense wijk Malasaña. Deze plek, die stamt uit de tijd dat de buurt verloederd was, is een buurtcentrum waar de geest van de indignados aanwezig blijft en dat uitgroeide tot het uithangbord van de collectief bestuurde wijkcentra. Toen het stadsbestuur onder druk van de PP besliste het gebouw te verkopen om er toeristenflats te plaatsen veroorzaakte dit een breuk binnen Ahora Madrid, waarvan sommige leden hun politieke engagement begon bij samenkomsten in Patio Maravillas.

Nog moeilijker kreeg La Marea het in La Coruña het toen Ferreiro afgelopen februari een motie van wantrouwen te slikken kreeg. De socialistische partij dreigde ermee zijn gedoogsteun op te geven als ze niet in het bestuur binnengelaten werden terwijl radicale partners Ferreiro afvielen omdat hij er niet in slaagt verandering te brengen. De moeilijke positie van de nieuwe stadsbesturen: de straat eist snelle verandering maar vanuit de instituties gaat dit moeizamer dan gehoopt.

Grassroots, populisme en sterke leiders

Voor partijen die enkele maanden voor de verkiezingen nog niet bestonden zijn groeipijnen onvermijdelijk. Allemaal zijn het tijdelijke confluencias; samenstromingen van protestgroepen die zich onder één vlag schaarden. La Marea Atlántica ontstond op een lokale bijeenkomst tegen het besparingsbeleid waar “huisvrouwen zij aan zij zaten met krakers en studenten”. Net zoals in andere Spaanse steden overlegden ze met Podemos maar besloten ze als onafhankelijke beweging op te komen.

Zonder die stevige verankering bestonden deze stadsbesturen vandaag niet, maar evenmin zonder sterke leidersfiguren aan het hoofd. In de weken voor de verkiezingen dook Carmena op posters en graffiti op. En overal waar Colau kwam werd Alcaldessa gescandeerd. Uiteindelijk gaf hun charisma de burgerpartij vleugels. Het is opmerkelijk dat deze horizontale bewegingen in iedere stad toch een sterke leider als gezicht hebben.



Kraakpand Patio Maravillas, later gesloten door Manuela Carmena.

Ook Podemos dankt de beslissende stap van grassrootsbeweging naar nationale partij aan een leider die het protagonisme niet schuwt. Pablo Iglesias is een begenadigd spreker die dankzij vurige speeches op meetings en in televisiedebatten aan populariteit won. Samen met de oprichters van Podemos was hij jarenlang onderzoeker aan de Faculteit Politieke Wetenschap van de Universidad Complutense de Madrid, het progressieve laboratorium waar de partij inhoudelijk vorm kreeg. Door de vonk van het sociale protest van de indignados verspreidde het vuur zich werkelijk.

Ondertussen beheerst de partij de sociale en traditionele media maar toen ze nog niet aan bod kwam, hadden de leden een uitstekende leerschool in twee onafhankelijke programma’s die Iglesias nog steeds wekelijks presenteert. Hier ontwikkelden ze hun kenmerkende directe debatstijl. Hun populistische ideologie baseerden ze verder op samenwerkingen met linkse Latijns-Amerikaanse regeringen van hun onderzoeksgroep.

Maar voor la nueva política is populisme geen scheldwoord. Zowel de burgerburgemeesters als Podemos willen de macht van de elite teruggeven aan het volk. Over hoe dit populisme ingevuld moet worden, bestaat binnen Podemos echter grote discussie. In het online medium Eldiaro.es stelde Iglesias in oktober 2016 dat hij af wilde van de negatieve bijklank van het woord. In de lijn van Ernesto Laclau ziet hij populisme als de politiek van antagonisme die zich plaatst tegenover de politiek van consensus: “Het populisme eindigt wanneer het tijdperk van de pacten, akkoorden en administratieve beslissingen aanbreekt,” zegt Iglesias, “dus pas wanneer we de instituties van binnenuit beheren. Tot dan moeten we aan een populistisch project bouwen. Het is fundamenteel om te begrijpen dat we nog steeds buiten staan. Dat de ideologische strijd nog lang niet gewonnen is.” Volgens Iglesias maakt het populisme op bepaald moment in de samenleving een verbinding mogelijk tussen een boodschap, een groep mensen, onvrede of volkswil die een grotere groep verenigt dan deze elementen afzonderlijk kunnen. “Op een moment van diepe crisis stelde Podemos eenvoudige vragen en eisen die bij het volk aansluiting vinden. En plots werd deze verbinding een electoraal middel.” In zijn aanval tegen de elite is het populisme van Podemos gelijkaardig aan dat van andere populisten die zich beroepen op de volkswil binnen en buiten Europa, maar met radicaal andere oplossingen.

Ideologische partijen, pragmatische burgemeesters?

Maar terwijl Podemos verscheurd wordt door stromingen binnen de partij die een radicalere plek weg van de instituties of juist een meer strategische positie willen innemen, zou het wel eens kunnen dat de stad de betere plek is om dit vraagstuk op te lossen.

Een van Barbers bekende stellingen is dat in steden concrete acties belangrijker zijn dan ideologische discussies. Het vuilnis moet worden opgehaald, de rioleringen moeten naar behoren werken, de nieuwe tramlijn moet er dringend komen. Hij beweert dat ideologie in de stad belang verliest ten nadele van pragmatische oplossingen. De burgerburgemeesters geven hem echter maar ten dele gelijk. Die zijn meer dan probleemoplossers: Colau’s aanpak van massatoerisme steunt op een sterke ideologie die strijdt tegen de commercialisering van de stad. En zelfs de “vuilnisoorlog” die Ahora Madrid voerde, kwam er toen ze de vergaande privatisering van de afvalophaling wilden terugdraaien.

In deze stadsbesturen is er net een sterke ideologie aanwezig die met populistische middelen een einde maakt aan het neoliberale marktdenken dat de stad jarenlang in de uitverkoop zette. Barcelona en Madrid werden, net als andere modieuze steden, bestuurd door politici die politiek met marketing verwarden. Maar hun ideologie ging verscholen achter efficiënt bestuur vol success stories: van prestigieuze architectuurprojecten tot het opbod om de Olympische Spelen.

Nieuw is dat de stad niet meer vanuit een partijstructuur wordt bestuurd. Voor de verkiezingen gaf Colau haar visie: “Het systeem van partijen heeft afgedaan voor ons. Wij willen een politiek op basis van ideeën. Hier heet dit Barcelona en Comú, in Madrid Ahora Madrid, in Galicië La Marea Atlántica. Dit is geen fragmentatie maar een uitdieping van de democratie. Overal verenigen de burgers zich.”

(Maandag 26 juni volgt deel 3)

[1] Op 1 maart 2017 had Spanje iets meer dan 600 vluchtelingen opgevangen, nog steeds veel minder dan het beloofde aantal.

Bronnen en verdere lectuur:

Bárbara Ayuso & Lara Hermoso. “Rita Maestre: Quienes ejercemos un cargo public somos humanos, con nuestros fallos y nuestro pasado”. www.jotdown.es/2016/rita-maestre-quienes-ejercemos-cargo-publico-somos-humanos-fallos-pasado/

Benjamin Barber. “Als burgemeesters zouden regeren”. 2014. Nieuw Amsterdam.

Beppe Caccia. “A European network of rebel cities?” 05/06/2016. www.opendemocracy.net/can-europe-make-it/beppe-caccia/european-network-of-rebel-cities

Carne Cruda. “23F y otras versiones de la Transición“. Radio-uitzending van 23/02/2017.

Carne Cruda. “Guillermo Zapata : He dimitido por una cuestión humana“. Radio-uitzending van 16/06/2015.

Nacho Carretero: “El alcalde inesperado de la marea que tomó el poder”. 23/01/2016. www.elespanol.com/reportajes/20160122/96490

Diagonal: “Nace el Instituto DM, un think tank para los movimientos”. 27/02/2016. www.diagonalperiodico.net/movimientos/29534-nace-el-instituto-dm-think-tank-para-movimientos.html

Mario Espinoza. “La organización como problema : municipalismo, estrategia y contrapoder“. 24/01/2017. www.institutodm.org/la-organizacion-como-problema-municipalismo-estrategia-y-contrapoder/

Leanna Garfield. “Spain’s plan to create car-free ‘superblocks’ is facing protests. 24/01/2017. www.uk.businessinsider.com/Barcelona-superblocks-protest-2017-1/

Dan Hancox. “Is this the world’s most radical mayor?”. 26/05/2016. www.theguardian.com/world/2016/may/26/ada-colau-barcelona-most-radical-mayor-in-the-world/

Michael Hardt & Antonio Negri. “Assembly”. 2017. Oxford University Press.

Josep Lobera, “De movimientos a partidos: la cristalización electoral de la protesta“. Revista Española de Sociología 24 (2015) : 97-105.

Irene Martín. “Podemos y otros modelos departido-movimiento”. Revista Española de Sociología 24 (2015) : 107-114.

Guillem Martínez. “Tendremos que decretar el final del ciclo que abrió el 15M“. 10/03/2017. www.ctxt.es/es/20170307/Politica/11541/15-M-podemos-syriza-movimientos-sociales-guillem-martínez.htm

Emmanuel Rodríguez López. “La política en el ocaso de la clase media. El ciclo 15M – Podemos“. 2017. Traficantes de sueños.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!