The Great Wall: Operatie beschadiging Matt Damon en Zhang Yimou
Recensie, Samenleving, Cultuur -

The Great Wall: Is Matt Damon een Grote Witte Redder?

Terwijl Amerikaanse superheldenfilms steevast bejubeld worden, ongeacht hoe dwaas en cinematografisch onbenullig ze zijn, wordt Oosters popcorn vertier genadeloos neergesabeld. Dat merkte de Chinese filmmaker Zhang Yimou toen zijn epos 'The Great Wall', een superproductie met Matt Damon in een van de hoofdrollen, in de VS bijzonder vijandig werd onthaald. De misplaatste morele verontwaardiging van de Amerikaanse critici kreeg bij ons geen navolging, maar de kritische spot bleek niet minder giftig. De Westerse blik is selectief blind.

woensdag 24 mei 2017 12:26

“Voor Amerikanen kan er niets zinnigs uit Afrika, Azië, Latijns-Amerika of Cuba komen terwijl filmmakers als Godard, Coppola en Lucas wel degelijk zijn beïnvloed door de films die daar vandaan kwamen,” zei de Afro-Amerikaanse filmmaker Haile Gerima (Teza, Ashes and Embers, Sankofa) toen we hem onlangs in Brussel spraken. Gerima vult aan dat bovendien de meeste Hollywoodfilms “het product zijn van een witte fantasie. Zwarte personages illustreren vaak witte morele principes. Morgan Freeman is zo’n acteur, een ondergeschikte, zoals in Bijbelse termen vrouwen gemaakt zijn uit ribben van mannen. Zijn personages zijn niet gelaagd maar aanhangsels van blanken. Dat is gevaarlijk voor witte én zwarte kinderen die nooit te zien krijgen dat alle personages complex zijn.”

De zwarte cineast heeft meer dan een punt en vanuit dat oogpunt bekeken kreeg de gereputeerde Chinese filmmaker Zhang Yimou (° 1951) op een schandalige manier de Amerikaanse pers over zich heen bij de release van zijn epos The Great Wall. Onder het mom van morele verontwaardiging rekenden de critici af met het Chinese regime op de rug van een cineast die net gekend is voor zijn kritische houding t.o.v. de overheid en machtshebbers. Al had Zhang Yimou natuurlijk al wat krediet verloren na zijn omstreden optreden als regisseur van de Olympische openingsceremonie van 2008. In een soort ‘America First‘-

reflex liet het Amerikaanse bioscooppubliek daarop The Great Wall links liggen om vlot een portie Amerikaanse superhelden te consumeren. De trend was gezet en ook in Europese bioscopen brak de spottend gerecenseerde internationale superproductie geen potten. De dvd-release biedt een kans de film te (her)ontdekken.

Een portie visuele betovering

The Great Wall is de eerste Engelstalige productie van Zhang Yimou, de regisseur die als geen ander de Chinese cinema volwassen heeft gemaakt. Dat een monument van de wereldcinema een film zou draaien die zich afspeelt op en rond een van de ‘nieuwe’ wereldwonderen, de Chinese Muur, sprak vooraf tot de verbeelding. Zeker gezien Yimou’s reputatie van visuele tovenaar. Die reputatie maakt hij waar maar helaas overstijgt The Great Wall de grenzen (lees: de limieten) van het actiegenre niet. Maar vergeleken met de tsunami superheldenfilms is het een verdienstelijk epos met stevige portie melancholie en visuele betovering.

Het verhaal speelt in het tijdperk van de Song dynastie (960-1279) en opent in het spoor van een groep Europese huurlingen die de Gobiwoestijn doorkruisen op zoek naar het wapen dat ze ‘black powder‘ noemen (buskruit werd voor het eerst gebruikt in de Chinese regio). Ze krijgen concurrentie van Khitan-nomaden maar worden vooral belaagd en gedecimeerd door mysterieuze en onzichtbaar toeslaande wezens. Van de twintig huurlingen overleven er slechts twee: William Garin (Matt Damon) en Pero Tovar (Pedro Pascal).

Tijdens hun vlucht botst het gehavende duo op een immens bouwwerk dat door het berglandschap klieft: de Chinese Muur. De bewakers van de Muur, een elite legerregiment dat behoort tot de Nameless Order, nemen hen gevangen. Zo ontdekken ze dat het regiment geleid wordt door generaal Shao (Zhang Hanyu) en de vrouwelijke commandante Lin (Jing Tian) en opgedeeld is in vijf korpsen (luisterend naar dierennamen: arend, tijger, beer, kraanvogel en hert). Het gelijke-kansen-leger (mannen zijn gekleed in het rood, vrouwen in het blauw) verdedigt de Muur en het rijk tegen een invasie van Tao Tei, bloeddorstige draakachtige aliens. Wezens die volgens de Chinezen “elke 60 jaar opstaan om de mensheid te straffen voor zijn hebzucht.” Onder het motto: “First we take China, then we take the world!

Strijders versus superhelden

Dat motto kennen we (met Amerika in de plaats van China) van Amerikaanse blockbusters over invasies van buitenaardse creaturen (genre Independence Day: Resurgence) en de wereld-van-de-ondergang-reddende superhelden (genre Captain America: Civil War).  En de aanwezigheid van anti-held Jason Bourne vertolker Matt Damon doet even het ergste vrezen. Duikt hier een ‘witte redder’ op die de Oosterlingen uit de penarie komt halen? Met als bonus een romance tussen de commandante en de huurling?

Gelukkig omzeilt Zhang Yimou die valkuilen behendig. De Europeanen zijn aanvankelijk onsympathieke en hebzuchtige egoïsten en uiteindelijk veranderen zij de exotische nieuwe wereld niet maar is het integendeel China dat hen transformeert. Of toch althans Damons William Garin. Want Pero Tovar blijft focussen op zelfverrijking en zorgt zo voor inwendig conflict bij Garin die moet kiezen tussen vriendschap en trouw aan zijn nieuwe waarden en strijdmakkers.

Garin heeft zoals de doorsnee superheld een bijzonder talent – hij is een begenadigd boogschutter – en tijdens de aanval van de aliens en de strijd op de Muur laat hij zich daardoor opmerken. Het levert hem en zijn kompaan Tovar de vrijheid op plus een freelance job als (mede)strijder. Maar vooral ook een doel buiten zichzelf. In de strijd op leven en dood met de monsters ontdekt hij moraliteit. “Ik vocht voor hebzucht,” zegt Garin, “dit is de eerste oorlog die ik zie waar het waard is om voor te vechten.”

Dat leidt tot een conflict tussen de Europese vrienden omtrent de plannen te ontsnappen met gestolen buskruit, versterkt door het feit dat met Ballard (Willem Dafoe), een Europeaan die 25 jaar eerder gevangen werd genomen, iemand anders zich als partner opwerpt. Maar dat conflict dient vooral om de interne strijd bij Garin te voeden. Daar waar de traditionele Amerikaanse superheld het opneemt tegen ‘de ander’, het monster buiten zichzelf en buiten zijn gemeenschap, voert Zhang Yimou een strijder op die zichzelf moet overwinnen om het gevaar van buitenaf te verslaan.

Een indrukwekkend spektakel

The Great Wall is visueel een pareltje. Zowel het berg- en woestijnlandschap als de verdedigingsmuur (die in de periode waarin het verhaal zich afspeelt noch niet de huidige Grote Muur was) zijn adembenemend mooi. Maar de inbreng van Zhang Yimou is niet minder indrukwekkend. De kleurrijke en fraai gechoreografeerde gevechten (waar beweging de digitale effecten naar de achtergrond dringt), de brigade luchtballon die hemel oplichten, de weelderige decors en kostuums, de met een harmonieuze precieze opererende drummers, de roekeloze kamikaze-aanvallen, de eindeloze aanvalsgolven, …

Het probleem met de film is evenwel dat alhoewel de vijf protagonisten gelaagd zijn en met (zij het beperkte) inwendige conflicten worstelen, de wereld waarin ze leven en de monsters waarmee ze geconfronteerd worden tamelijk eendimensionaal zijn. Daarvoor zijn er waarschijnlijk wat te veel scenaristen (waaronder Michael Clayton-regisseur Tony Gilroy) aan het werk geweest. De intensiteit en complexiteit blijft zo beperkt.

Toch draagt The Great Wall de stempel van Zhang Yimou. Een gedreven stilist die uitblinkt in het schetsen van sociale en persoonlijke relaties in een tiranniek en onmenselijk  universum. Getuige Red Sorghum (1987), Ju Dou (1990), Raise the Red Lantern (1991), Not One Less (1999), Hero (2002), House of Flying Daggers (2004), Curse of the Golden Flower (2006) en Coming Home (2014).

Tot Coming Home, dat de gevolgen van de Chinese Culturele Revolutie op persoonlijk vlak onderzoekt, leek de scherpte – een onderstroom van sociale kritiek – langzaam uit het werk van Zhang Yimou te sijpelen. Zoals bij velen van de zogenaamde vijfde en zesde generatie Chinese filmmakers het geval is; de herintrede van China in het internationale kapitalistische systeem en het afwisselend slaan en zalven van kunstenaars door het regime zorgde voor heel wat verwarring. De artistieke oppositie werd verdreven naar een underground die voor ons uit beeld blijft.

Zhang Yimou probeert met metaforen en symbolen kritiek te introduceren. Zoals de naar tirannie verwijzende trein (een monster van staal) in Coming Home en de naar terreur refererende aliens (monsters van vlees en bloed) in The Great Wall. In beide films legt hij ook meer de nadruk op empathie, samenhorigheid, moraliteit en moedig verzet dan op revolte. “In de Chinese filosofie bestaat een concept dat stelt dat vrede chaos kan overwinnen, en dat zwijgen soms effectiever is dan lawaai maken,” zei de cineast over Coming Home, “die filosofie ligt in de film besloten. Tegen de dramatische historische achtergrond is de familie steeds stiller geworden. Aan dit zwijgen ontlenen ze ook hun kracht. De man heeft zijn eigen identiteit opgeofferd om met zijn vrouw samen te kunnen zijn.”

Neergesabeld en uitgespuwd

The Great Wall is verre van een meesterwerk maar het is een verdienstelijke en visueel sublieme film. Een blockbuster die zijn personages menselijk tracht te houden en zich nooit laat verleiden tot luidruchtig, sadistisch geweld. Daarom was de vijandige manier waarop de film ontvangen werd in de VS even verrassend als onrechtvaardig. Zeker gezien het positieve onthaal dat gereserveerd werd voor Amerikaanse superheldenblockbusters zoals Captain America: Civil War, Star Trek Beyond, Rogue One: A Star Wars Story en Guardians of the Galaxy vol 2 die grossieren in bordkartonnen personages, cynische brutaliteiten, flauwe humor en bedenkelijke morele boodschappen.

Blijkbaar leefde ‘America First‘ in de hoofden van veel Amerikaanse critici want The Great Wall moest, als Chinese mega-productie (en internationale co-productie) die de Amerikaanse multiplexen veroverde en Hollywood concurrentie aandeed, het als een product van ‘Chinees cultureel imperialisme’ ontgelden. Nog voor iemand de film zelfs maar gezien had trok men uit het casten van de Amerikaanse Jason Bourne-ster (en bekende ‘liberal‘) Matt Damon de conclusie dat het wel om een ‘white savior’-film zou gaan. Het ‘witte redder’-verwijt ging snel viraal en zowel sociale media als kranten en websites trachten elkaar te overtreffen in het bashen van Damon en de film.

Zo schreef het online magazine The Atlantic in augustus 2016 over “the justified outrage over Matt Damons casting” in een tendentieus stuk getiteld What is Matt Damon doing On Top of ‘The Great Wall’. Schijnbaar kritisch want “The fury over the whitewashed casting of an upcoming Chinese epic lays bare some of Hollywood’s worst business impulses in a global economy.” Het casten van blanken in niet-blanke rollen, dat het medium ook ziet in Doctor Strange en Ghost in the Shell, geldt immers als “een reuze stap in de verkeerde richting” en een van de uitwassen van de globale economie en in het geval van The Great Wall het gevolg van “onbewuste vooroordelen van de Chinese producenten”.

The Great Wall werd beschouwd als “het meest dramatische voorbeeld van whitewashing; alhoewel het verhaal verankerd is in de Chinese geschiedenis en cultuur en gemaakt werd door een Chinese regisseur en studio, vertrouwt de film enkel en alleen op een bekende blanke Amerikaanse acteur om zijn verhaal te vertellen.” Een conclusie zonder de film gezien te hebben en met de bedenkelijke ondertoon “wij zijn geen racisten, de domme Chinezen zijn zelf onbewust racisten en slachtoffers van racisme.” De vraag is; wie is hier nu de ‘blanke redder’?

Zhang Yimou reageerde door erop te wijzen dat “Matt Damon geen rol speelt die oorspronkelijk voor een Chinees acteur bedoeld was. Het opduiken van zijn personage in het verhaal is een belangrijk plotelement. Er zijn vijf belangrijke helden in ons verhaal en hij is er een van hen; de anderen zijn allemaal Chinees. De collectieve strijd en opofferingen van deze helden vormt het emotionele hart van onze film. Als regisseur van 20 Chinees gesproken films en de Peking Olympiade zal ik nooit een film casten op een manier die niet overeenstemt met mijn artistieke visie. Ik hoop dat wanneer iedereen, gewapend met de feiten, de film ziet hiermee zal instemmen.”

Cultureel chauvinisme

Bij het bekijken van de film werd duidelijk dat Damon geen ‘witte redder’ is in The Great Wall en dat zijn hebzucht – de drang zich te verrijken via Chinees buskruit kan gezien worden als symbool voor internationale grondstoffenroof en het meedogenloze neo-liberalisme – net zwaar op de korrel wordt genomen. William Garin heeft een talent maar hij is geen superheld en wordt slechts een held wanneer hij zich inschakelt in het collectief. Een collectief met overigens heel wat vrouwelijke helden, meer dan de verdwaalde enkelingen in Rogue One en Doctor Strange. Ondanks deze vaststellingen trokken slechts enkelen de ‘witte redder’ beschuldiging in en bleef de kritiek snoeihard.

Nu klopt het dat Zhang Yimou’s kritiek enigszins braaf en oppervlakkig blijft maar inhoudelijk gaat hij hiermee verder dan de met de loftrompet onthaalde Amerikaanse superheldenfilms die zelfs in 3D behoorlijk eendimensionale interpretaties van comics blijven. Bovendien is The Great Wall visueel wel betoverend en is hij nergens een belediging voor de intelligentie van de toeschouwer.

Het verontwaardigd en bijna collectief uitspuwen van The Great Wall door Amerikaanse critici kon dan ook niet verklaard worden uit liberale morele (de ‘witte redder’ problematiek) of cinefiele artistieke gronden (de kwaliteit van vorm en inhoud). De aap kwam uit de mouw toen de Washington Post een link legde met de Chinees-Amerikaanse relaties en de mogelijke invloed van de verlokkingen van de Chinese markt op autocensuur van de filmindustrie gezien het feit dat “films die onderwerpen zoals homoseksualiteit, vrije pers en democratische oppositie – denk maar aan Brokeback Mountain, Spotlight en Selma – nooit door de Chinese censuur geraken.”

Een pijnlijke reflex om alles in de ‘clash der culturen’ te kaderen en blind te blijven voor het gegeven dat de ‘eigen’ filmindustrie in de greep zit van conglomeraten en de eigen overheid. In haar Washington Post bespreking van februari 2017 ‘The Great Wall isn’t that great after all’ geeft Ann Hornaday wel toe dat de ‘witte redder’ beschuldiging ‘misguided‘ was maar Damon “is less an out-and-out hero than a foil for ideas of national identity and cultural chauvinism that China is obviously eager to export for global consumption.” De Amerikaanse acteur als propaganda-tool voor het Chinese culturele imperialisme. Opnieuw, wie is hier schuldig aan cultureel chauvinisme?

Zoveel is duidelijk, zowel het via de ‘blanke redder’ problematiek als via het export van ‘cultureel chauvisme’ verwijt neersabelen van The Great Wall wijst erop dat het Amerika-centrisme nog sterk leeft bij de Amerikaanse pers. Daar moest Donald Trump hen echt niet bij helpen. Zoals Haile Gerima stelde is het blijkbaar nog altijd moeilijk om te geloven dat er iets interessants en kwalitatiefs uit andere regio’s kan komen. Zeker wanneer het gaat om iets dat de eigen blockbuster hegemonie dreigt te doorbreken.  

THE GREAT WALL: Zhang Yimou, China- Hong Kong – Autralië – Canada – USA 2016, 103′, verhaal Max Brooks, Edward Zwick & Marshall Herskovitz, scenario Carlo Bernard, Doug Miro & Tony Gilroy, met Matt Damon, William Dafoe, Tian Jing, Andy Lau, Pedro Pascal, Hanyu Zhang, dvd dis. Universal

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!