De protesten die Irak overspoelden in 2013, werden mede veroorzaakt door de ernstige schendingen van de vrouwenrechten (iraqispring.com)
Analyse, Nieuws, Wereld, Samenleving, Politiek, België -

België steunde ook Irak voor VN-Vrouwenraad, situatie nog slechter dan in Saoedi-Arabië

Minister van Buitenlandse Zaken Reynders kwam in het oog van een internationale storm omdat België Saoedi-Arabië steunde voor een zitje in de VN-Vrouwenrechtenraad. België steunde echter ook de kandidatuur van Irak voor diezelfde Raad. Dat ging ongemerkt voorbij, maar is in feite nog erger. Irak is immers een nog veel slechtere plaats voor vrouwen dan Saoedi-Arabië.

maandag 8 mei 2017 10:58

Egypte en Irak slechtste landen voor vrouwen

Op 12 november 2013 publiceerde de Thomson Reuters Foundation de resultaten van een grootschalig onderzoek over vrouwenrechten in 22 Arabische landen. 336 genderdeskundigen namen deel aan dit onderzoek. Onderzoeksvragen waren gebaseerd op belangrijke bepalingen van het VN-Verdrag voor de Eliminatie van alle vormen van Discriminatie tegen Vrouwen (CEDAW), dat door 19 Arabische staten werd ondertekend of geratificeerd.

Dit onderzoek bestudeerde geweld tegen vrouwen, voortplantingsrechten, de behandeling van vrouwen binnen de familie, hun integratie in de maatschappij en houding ten opzichte van de rol van een vrouw in de politiek en de economie.

Egypte

Egypte blijkt het slechtste land voor vrouwen in de Arabische wereld, van nabij gevolgd door Irak, Saoedi-Arabië, Syrië en Jemen, aldus deze genderdeskundigen; Omwille van seksueel geweld, intimidatie en mensenhandel, gebrek aan veiligheid, de hoge mate van vrouwelijke genitale verminking en een terugschroeving van vrijheden sinds de revolutie van 2011, bekleedt Egypte de 22ste en laatste plaats op de lijst van Arabische landen:

  • 99,3 procent van vrouwen en meisjes is er slachtoffer van seksuele intimidatie;
  • 27,2 miljoen vrouwen en meisjes – of 91 procent van de vrouwelijke bevolking – zijn slachtoffers van vrouwelijke genitale verminking (FGM);
  • slechts 63 procent van de volwassen vrouwen kan lezen en schrijven.

Irak

De 21ste en voorlaatste positie van Irak weerspiegelt de dramatische verslechtering van de voorwaarden voor vrouwen sinds de door de VS geleide invasie van 2003. Gedwongen massaverplaatsing heeft vrouwen kwetsbaar gemaakt voor mensenhandel en seksueel geweld. Het Iraakse strafrecht bepaalt dat mannen die hun vrouwen vermoorden slechts maximaal drie jaar gevangenisstraf krijgen:

  • Slechts14,5 procent van de vrouwen heeft een baan;
  • 1,6 miljoen vrouwen zijn weduwen;
  • duizenden ontheemde vrouwen worden gedwongen om te werken als prostituees in buurlanden, onder andere in Syrië, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten.

Saoedi-Arabië

Saoedi-Arabië is het derde slechtste land op de lijst, maar bekleedt de laatste plaats wat betreft politieke vertegenwoordiging en erfrechten. Ondanks de recent geboekte vooruitgang beperkt het voogdijsysteem de vrijheden van vrouwen sterk:

  • Vrouwen konden voor het eerst stemmen in de gemeenteraadsverkiezingen in 2015;
  • Verkrachting binnen het huwelijk wordt niet erkend;
  • Slachtoffers van verkrachting lopen het risico veroordeeld te worden voor overspel;
  • Het is verboden voor vrouwen om met een voertuig te rijden;
  • Ze hebben toestemming van een voogd nodig om te reizen, zich in te schrijven voor het onderwijs, te trouwen of medische onderzoeken te ondergaan.

Status van de vrouw in Irak: terug naar de Middeleeuwen

Waar voorafgaand aan de Amerikaanse invasie van 2003 de Iraakse vrouw de voorhoede vormde in de regio qua vrouwenrechten, is de situatie voor vrouwen na de Amerikaanse bezetting in 2003 dramatisch achteruit gegaan. Naast martelingen en seksueel geweld door de Amerikaanse bezettingstroepen, bleef een groot aantal Iraakse vrouwen en meisjes opgesloten in hun huis omwille van zeer reële angst voor ontvoering en crimineel misbruik.

Vrouwenrechten, vastgelegd in de vorige grondwet, werden tenietgedaan door de Amerikaanse bezetting en vervangen door een door de VS geschreven ‘Interim Grondwet”. Ze wordt opgesteld zonder enige deelname van vrouwen en berooft Iraakse vrouwen van hun rechten en waardigheid. In het Irak na 2003 werden de vrouwen teruggedreven naar het niveau van voor de onafhankelijkheid in 1958.

Onder de Ba’ath regering kregen vrouwen één jaar bezoldigd zwangerschapsverlof. Dat werd na 2003 teruggebracht tot zes maanden. Onder de Personal Status Law na 1958 hadden Iraakse vrouwen het grootste deel van de rechten die de westerse vrouwen genieten.

Artikel 2

In hedendaags Irak leven vrouwen onder artikel 2 van de Grondwet: “De islam is de officiële religie van de staat en is een fundamentele bron van wetgeving.” Ondertitel A van dat Artikel 2 zegt: “Geen wet kan worden aangenomen die de onbetwiste regels van de islam tegenspreekt.” Op grond van dit artikel wordt de interpretatie van vrouwenrechten voortaan overgelaten aan religieuze leiders. Velen van hen staan onder Iraanse invloed. Sinds de invasie van Irak werden Iraakse vrouwen hun mensenrechten ontzegd, waaronder het recht op gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid.

En wat na de zogenaamde terugtrekking van de westerse troepen? De socio-economische omstandigheden verslechterden nog verder na 2011, die culmineerden in een nieuw wetsontwerp dat Iraakse vrouwen hun fundamentele rechten zal ontnemen. 

Nieuwe wet

Mensenrechtenorganisaties en religieuze leiders zijn woedend nadat een overweldigende meerderheid van de Iraakse Raad van Ministers in 2013 het omstreden wetsontwerp goedkeurde, waarin impliciet pedofilie wordt gelegaliseerd en verkrachting en prostitutie wordt toegelaten, zolang ze vallen binnen de grenzen van een op de sharia gebaseerd huwelijk.

Dit wetsontwerp verlaagt de leeftijd van het burgerlijk huwelijk voor vrouwen tot 9 jaar en voor mannen tot 15 (artikel 16), maakt onvoorwaardelijke polygamie mogelijk (artikel 104), bepaalt dat vrouwen boven de 18 jaar nog steeds de vaderlijke toestemming nodig hebben voor het huwelijk, en geeft de man het recht op geslachtsgemeenschap, zelfs zonder de toestemming van zijn vrouw (artikel 101).

De nieuwe wet stelt dat een man zijn vrouw niet meer financieel moet ondersteunen als ze hem niet meer seksueel wil bevredigen (artikel 126).

Bovendien voorziet het wetsvoorstel dat een vrouw de echtelijke woning niet mag verlaten of een job uitvoeren zonder toestemming van haar man. De wet stelt verder dat een man zijn vrouw niet meer financieel moet ondersteunen als ze hem niet meer seksueel wil bevredigen (artikel 126).

De Iraakse maatschappij wordt steeds meer gedwongen geïslamiseerd door milities verbonden aan de Iraakse marionettenregering, die afhankelijk is van de VS voor haar voortbestaan. Ondertussen beweert de regering in Washington een oorlog uit te vechten tegen islamitisch terrorisme.

 De wet bepaalt ook dat de vader de enige beschermer is van zijn kinderen, vanaf de leeftijd van twee jaar in echtscheidingszaken en ze verbiedt moslims om te trouwen met niet-moslims (artikel 63)



Demonstratie in Ramadi, januari 2013 (iraqispring.com)

De Iraakse maatschappij wordt steeds meer gedwongen geïslamiseerd door milities verbonden aan de Iraakse marionettenregering, die afhankelijk is van de VS voor haar voortbestaan. Ondertussen beweert de regering in Washington een oorlog uit te vechten tegen islamitisch terrorisme.

De werkelijkheid, zoals vaak het geval is, is precies het tegenovergestelde. Voorheen een seculiere staat, wordt de Iraakse samenleving gedwongen getransformeerd in een theocratie. In dergelijke systemen zijn vrouwen en meisjes onvermijdelijk de grote verliezers. Het fundamentalisme dat door de Amerikaanse en Britse bezetters in Irak werd geïmporteerd heeft meisjes en vrouwen herleid tot paria’s in de eigen maatschappij.

Mensenrechten gelden niet langer voor Iraakse vrouwen

Meer en meer politici en leiders zien in deze evolutie een vrijbrief om de meest bikkelharde vrouwhatende uitspraken te doen. Iraaks parlementslid Ali Shubbar beschuldigde in januari 2013 vrouwelijke gevangenen in de Iraakse gevangenissen van “seksuele lust” en ging verder met te beweren dat zij “hun diensten aanbieden aan de politie”. Hij betoogde verder dat “de incidenten die zich voordoen in de gevangenissen geen verkrachtingen zijn, maar consensuele seks tussen gevangenen en politieagenten”. Ali Shubbar verklaarde ook dat “sommige gevangenen seksuele honger hebben. Ze presenteren zich aan de politie om seks met hen te hebben en dan beweren ze later dat ze zijn verkracht.”

Deze man is lid van de Iraakse parlementaire Mensenrechtencommissie. Het zegt alles over de normen voor mensenrechten die gehanteerd worden in het hedendaagse ‘democratische’ Irak.

Shubbar ging verder met te zeggen dat er “geen enkel bewijs is voor de verkrachtingszaken die werden gepresenteerd in de rapporten”. Dit eervolle lid van de Commissie Mensenrechten erkende wel het bestaan van verkrachtingen, maar minimaliseerde ze: “Individuele gevallen kunnen hier en daar optreden, maar zijn zeker geen algemeen fenomeen”.

Niet alleen mannelijke parlementsleden gaan zich te buiten aan haatuitspraken tegenover vrouwen. Hanan Fatlawie, een vrouwelijk parlementarslid, labelde alle vrouwelijke gevangenen als “hoeren”, om zo verkrachtingen te rechtvaardigen. Op 10 februari 2013 verklaarde Abtihal Alzidi, Iraaks minister voor Vrouwenzaken, in de regering eerste minister Nouri Al-Maliki, nog dat ze niet gelooft in de gelijkheid tussen vrouwen en mannen:

“Ik ben tegen de gelijkheid tussen man en vrouw. Als vrouwen gelijk zijn aan mannen zullen ze veel verliezen. Tot nu toe sta ik dankzij de kracht van de man in de samenleving. Als ik mijn huis verlaat, moet ik mijn man vertellen waar ik heen ga. Dat betekent niet dat de rol van de vrouw in de samenleving verschraalt, integendeel, het zal de vrouw meer macht geven als moeder die zorgt voor de opvoeding van de kinderen.”

‘Tijdelijke’ huwelijken

Ook de Mu’ta, het systeem van tijdelijke huwelijken, werd nieuw leven ingeblazen na 2003. Dit katapulteert Irak meerdere eeuwen terug in de tijd. Dat gaat als volgt. Een religieuze figuur zegent een ‘contract van bepaalde duur’: voor enkele uren of jaren, voor een kleine bruidsschat. Het is een gelegaliseerde vorm van prostitutie.

Iraaks minister van Justitie Hassan al-Shammari kondigde op 23 oktober 2012 aan dat hij een op de sharia gebaseerde wet heeft voorbereid en voorgelegd aan het kabinet ter goedkeuring. Als die wet wordt goedgekeurd, zullen de Iraakse gemeenten verplicht worden straffen op te leggen die de mensenrechten schenden, zoals onder andere verminking en steniging.

Mustafa Kazimi, Iraaks mensenrechtenactivist, hierover: “Dit is een willekeurige en onrechtvaardige wet tegen kansarmen. Deze wet geeft een licentie aan ouders om hun dochters uit te huwelijken vanaf negen jaar en jongens vanaf 15 jaar. Dit is een misdaad tegen kinderen. Dit wetsontwerp stipuleert ook dat een man nafaqah [huisvesting, voedsel en kleding] biedt in ruil voor het seksueel genot dat zijn vrouw hem verschaft. Dit is een duidelijke belediging voor vrouwen en een aantasting van hun waardigheid.”

Polygamie wordt terug aangemoedigd

Begin april 2017 diende het Iraaks parlementslid Jamila al-Obeidi een wetsvoorstel in, dat polygamie moet stimuleren. Volgens haar kan dit voorstel genoeg stemmen halen in het parlement. Haar wetsvoorstel wil mannen aanmoedigen meer dan één vrouw te trouwen door hen financiële stimulansen te geven, waaronder een maandelijkse vergoeding van ongeveer 300 dollar.

“De enorme aantallen weduwen, echtscheidingen en ongehuwde vrouwen, naar schatting 4 miljoen, hebben me overtuigd om dit voorstel in te dienen,” aldus Obeidi. “Het is een gevaarlijk fenomeen dat alle Iraakse vrouwen bedreigt die steeds kwetsbaarder worden en in financieel precaire posities zitten. Ze worden geëxploiteerd in ruil voor geld en levensonderhoud, een situatie die we moeten veroordelen.”

Een oude Iraakse wet van 1959 maakt onder bepaalde voorwaarden polygamie voor moslimmannen mogelijk, waaronder toestemming van een rechter en toestemming van de eerste vrouw. De echtgenoot moet “financieel bekwaam” zijn en “legitieme redenen” hebben om een ??andere echtgenote te nemen, zoals een eerste vrouw die geen kinderen kan krijgen.

Parlementslid Obeidi verklaarde ook nog dat haar voorstel vooral gericht is op jonge weduwen en gescheiden vrouwen tussen de 15 en 25 jaar die misschien een getrouwde man willen trouwen die hen kan verzorgen en beschermen tegen uitbuiting: “Polygamie is een noodzaak in de Iraakse samenleving om ze te helpen herstructureren en stabieler te maken,” zei Obeidi. “Vrouwen zouden elkaar moeten accepteren als partners om zichzelf te beschermen. We moeten afstand doen van de één-vrouw mentaliteit ten koste van onze zusters.”

Veel seculiere vrouwen zien dat echter anders. “Dit is een belediging voor Iraakse vrouwen,” aldus vrouwenrechtenactiviste Hana Adour. Polygamie wordt gepresenteerd als een oplossing voor het enorme aantal weduwen. Arme vrouwen … En dat in een land dat ooit het meest seculiere was in de ganse regio.

Pogingen om de sharia op te leggen in Irak zullen waarschijnlijk ook leiden tot verdergaande sektarische verdeeldheid van de samenleving, omdat religieuze opvattingen verschillen naargelang de sekte waartoe mensen behoren.

Waarom toch wordt in de media geen melding gemaakt van het feit dat vrouwenrechten in Irak onbestaand geworden zijn sinds de Amerikaanse invasie in 2003 en dat de situatie alleen maar erger wordt met de tijd? Waarom wordt België niet terechtgewezen voor de onbegrijpelijke steun aan de Iraakse kandidatuur voor een plaats in de VN-Vrouwenrechtenraad?

Iraakse vrouwen: untermenschen dank zij de Amerikaanse invasie

De door de VS geleide invasie om Irak te bevrijden van Saddam Hoessein heeft vrouwen in een inferno van sektarisch geweld gestort, gericht tegen vrouwen en meisjes. De geletterdheid, ooit de hoogste in de Arabische wereld, is nu een van de laagste omdat gezinnen bang zijn voor ontvoering en verkrachting als ze hun dochters naar school sturen. Vrouwen die voorheen gingen werken, blijven thuis. Intussen zijn miljoenen vrouwen op de vlucht en miljoenen verdienen niet genoeg om eten te kopen.

Volgens een Oxfam-onderzoeksrapport van 8 maart 2009 kreeg 33 procent van de vrouwen geen humanitaire bijstand sinds 2003, 76 procent van de weduwen ontvangt geen pensioen, 52 procent is werkloos, 55 procent is ontheemd sinds 2003 en 55 procent was ooit slachtoffer van geweld – 25,4 procent was slachtoffer van willekeurig geweld op straat, 22 procent van huiselijk geweld, 14 procent van geweld door milities, 10 procent van misbruik of ontvoering, 9 procent van seksueel misbruik en 8 procent door geweld van de multinationale strijdkrachten.

De Iraakse vrouw is in deze omstandigheden meer dan tweemaal slachtoffer. Bovenop het feit dat zij dezelfde gruwelijke folteringen ondergaat als mannen, wordt zij geconfronteerd met een aanranding van haar eerbaarheid (wat nog steeds een groot taboe is in de Arabische gemeenschappen) en wordt zij in het nieuwe Irak behandeld als derderangsburger. Als moeder moet zij lijdzaam toezien hoe gezondheidszorg en onderwijs zo goed als onbestaande zijn, wat een nefast effect heeft op de gezondheid en de opleiding van haar kinderen, en op de toekomst van Irak.

De Iraakse vrouw en de sjiitische milities

Al-Hashd al-Shaabi, de coalitie van Iraakse sjiitische milities, vaardige strikte gedragsvoorschriften uit in gebieden onder haar controle. Deze wetten zijn een spiegelbeeld van de wetten die worden opgelegd door de Islamitische Staat (IS). De regering in Bagdad lijkt machteloos om dergelijke ‘wetten’ te beletten, laat staan de verbrokkeling van Irak in koninkrijkjes onder de controle van deze milities tegen te houden. De gewapende groeperingen vormen immers een belangrijk onderdeel van de eigen veiligheidsdiensten van de Iraakse regering.

De 41 milities gelieerd aan Hashd al-Shaabi – die de nieuwe gedragslijnen al in heel Zuid-Irak hebben verspreid – ontvangen steun van zowel de Iraakse als de Iraanse regeringen. Ze hebben alcohol, roken, drugs en bepaalde haardrachten verboden. In gebieden onder controle van al-Hashd al-Shaabi is het nu verplicht voor vrouwen om hun haren te bedekken. Vrouwen mogen ook geen wagen meer besturen en niet sporten op school. Gemengd onderwijs is afgeschaft. Op homoseksualiteit staat de doodstraf.

Misbruik van vrouwen in Irak

Iraakse autoriteiten hebben duizenden Iraakse vrouwen illegaal aangehouden en onderworpen aan foltering en mishandeling, waaronder seksuele aanranding, aldus Human Rights Watch (HRW) in zijn rapport van 6 februari 2014. Een slecht functionerende rechterlijke macht in Irak, geplaagd door corruptie, baseert vaak veroordelingen op gedwongen bekentenissen. Veel vrouwen werden gedetineerd gedurende maanden of zelfs jaren, zonder dat een aanklacht wordt geformuleerd en zonder dat zij voor een rechter verschenen.

‘Niemand is veilig’ is de titel van het HRW-rapport, dat een striemende aanklacht is tegen een gedegenereerd, extreem vrouwonvriendelijk Iraaks overheidsapparaat in alle geledingen, en dat een duidelijk signaal zou moeten geven aan Westerse politici om hun steun aan het Iraakse regime drastisch te herzien.

Tahar Boumedra was van 2009 tot 2012 hoofd van de mensenrechtenafdeling van de VN-missie in Irak UNAMI (United Nations Assistance Mission for Iraq). Hij nam ontslag uit onvrede met het gevoerde beleid door de VS en de regering Maliki. Boumedra meldde dat UNAMI onderdeel is van een cover-up. “Alle UNAMI-rapporten worden gefilterd door de regering-Maliki en door de Amerikanen. Kijk, elke vrouw in een Iraakse gevangenis wordt verkracht. Ik heb vrouwen gezien wier ogen waren uitgestoken met een mes. Dat is de gruwelijke waarheid, maar die waarheid komt niet in een UNAMI-rapport. Gecensureerd.”

Terugblik: Iraakse vrouwenrechten voor 2003

Naziha Jawdet Ashgah al-Dulaimi was een vroege pionier van de Iraakse feministische beweging. Zij was medeoprichter van de Iraakse Vrouwenfederatie in 1952 en werd de eerste voorzitter. Nadat de monarchie ten val werd gebracht, werd ze in het kabinet opgepikt door president Abd al-Karim Qasim in 1959 als Minister van Gemeenten. Zij was de eerste vrouwelijke minister in de moderne geschiedenis van Irak en het eerste vrouwelijke regeringslid in de Arabische wereld.

Later had ze de post van minister van Staat. Ter vergelijking, de eerste vrouwelijke minister van België was Marguerite De Riemaecker-Legot. Van 1965 tot 1968 was zij minister van het Gezin en de Huisvesting. In 1956 werd Marga Klompé de eerste vrouwelijke Nederlandse minister. Ze was minister van Maatschappelijk Werk. Dit vertelt ons iets meer over de positie van de vrouw in Irak voor de Amerikaanse invasie.

Na de machtsovername in 1968 startte de seculiere Baath-partij met een programma om zijn gezag te consolideren en snelle economische groei te bereiken ondanks een tekort aan arbeidskrachten. Deelname van vrouwen was een integraal onderdeel van de verwezenlijking van beide doelen en de overheid vaardigde wetten uit, specifiek gericht op de verbetering van de positie van vrouwen in de publieke en in beperktere mate in de private sector. De nieuwe status van Iraakse vrouwen was rechtstreeks gekoppeld aan het overkoepelend politieke en economische beleid van de regering.

In 1982 bekroonde de VN-organsatie voor onderwijs UNESCO Irak nog met een prijs voor zijn alfabetiseringsprogramma. Toen Saddam Hoessein dit initiatief in 1978 lanceerde, was het grootste deel van de bevolking nog analfabeet. In het begin verzetten religieuze gemeenschappen en veel traditionalisten in de dorpen zich tegen het feit dat vrouwen zouden leren lezen en schrijven. Er wachtte echter een gevangenisstraf van één week voor de vrouwen die zich niet inschreven voor de verplichte cursussen of die weigerden dat een familielid dat zou doen. Op afwezigheden in de lessen stonden boetes. De staat verordende bovendien dat alleen personen die konden lezen en schrijven bankleningen konden aangaan of nieuwe banen kregen, zelfs promoties. In drie jaar tijd werd zo het analfabetisme praktisch uitgeroeid in Irak.

Iraakse vrouwen hadden de meest vooruitstrevende mensenrechten in de regio en Iraakse vrouwen waren de eerste Arabische vrouwen om hoge posities in te nemen in de academische wereld, rechten, geneeskunde en de overheid. Mannen en vrouwen kregen gelijk loon voor gelijk werk en onderwijs en gezondheidszorg waren gratis op alle niveaus.

Saddam Hoessein wist zo een speciale plek te veroveren in de harten van de vrouwen. Iraakse vrouwen hadden reeds lang meer vrijheid genoten dan vrouwen in de buurlanden, en nu schaarde hij zich volledig achter hun emancipatie in de landelijke en religieuze gemeenschappen, waar de rol van de vrouw van oudsher beperkt bleef tot kinderen baren en de huishouding verzorgen. Saddam Hoesseins eigen vrouw bleef werken als onderwijzeres, en ze verscheen ook in het openbaar, wat een sterke breuk betekende met de traditie.

Tot in de jaren 1990 hebben Iraakse vrouwen een actieve rol in de politieke en economische ontwikkeling van Irak. Kort na de machtsgreep van 1968 werd de Algemene Federatie van Iraakse vrouwen (GFIW) opgericht. Die zou een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van het overheidsbeleid, vooral door zijn rol in het beheer van meer dan 250 landelijke en stedelijke buurthuizen die job-training, educatieve en andere sociale programma’s aanboden voor vrouwen en diende als een communicatiekanaal voor staatspropaganda. Vrouwelijke ambtenaren van de GFIW speelden ook een rol bij de uitvoering van de wettelijke hervormingen in de status van vrouwen en in het lobbyen voor hun emancipatie.

De primaire juridische onderbouwing van de gelijkheid van vrouwen werd opgenomen in de voorlopige Iraakse grondwet, die werd opgesteld door de Baath-partij in 1970. Artikel 19 van die Grondwet verklaart dat alle burgers gelijk zijn voor de wet, ongeacht geslacht, etniciteit, taal, sociale afkomst of religie. In januari 1971 ratificeerde Irak ook de internationale verdragen inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en de Economische, Sociale en Culturele Rechten (ICESCR), die gelijke bescherming bieden in het kader van het internationaal recht.

Die ontwerpgrondwet was de meest geavanceerde in het Midden-Oosten, zo niet van de islamitische wereld. De Iraakse regering vaardigde arbeids- en werkgelegenheidswetten uit om ervoor te zorgen dat vrouwen gelijke kansen kregen in het ambtenarenapparaat, kende hen moederschapsrechten toe, en regels ter vrijwaring van intimidatie op de werkvloer. Verkrachting werd bestraft met de doodstraf.

Zulke wetten hadden een directe invloed op het aantal vrouwen in de beroepsbevolking. Het feit dat de overheid (in tegenstelling tot de particuliere sector) vrouwen tewerkstelde droeg bij tot de afbraak van de traditionele terughoudendheid om vrouwen in huis te houden. Het Iraakse Bureau voor de Statistiek meldde dat in 1976 vrouwen ongeveer 38,5 procent vormden van onderwijskrachten, 31 procent van de medische sector, 25 procent van de laboranten, 15 procent van de accountants en 15 procent van de ambtenaren. Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) hadden vrouwen een belangrijk aandeel in het aantal arbeidskrachten in het algemeen en het ambtenarenapparaat in het bijzonder, als gevolg van het tekort aan werkende mannen. Tot in de jaren 1990 bleef het aantal buitenshuis werkende vrouwen groeien.

Terwijl de meeste vooruitgang in de status van vrouwen zich voordeed op politiek en economisch gebied, bracht de overheid ook veranderingen aan de persoonswetten, bijvoorbeeld gescheiden moeders kregen de voogdij over hun kinderen tot de leeftijd van tien (voorheen zeven voor jongens en negen voor meisjes), en op elk moment kon een rechter het voogdijrecht uitbreiden tot vijftien jaar. Het kind kon dan kiezen bij welke ouder het wilde verblijven.

Veranderingen werden ook aangebracht aan de voorwaarden waaronder een vrouw de echtscheiding kon verkrijgen en aan de regelgeving met betrekking tot polygame huwelijken en erfrecht. Deze hervormingen weerspiegelden de pogingen van de Ba’athpartij om de Iraakse samenleving te moderniseren en loyaliteit aan uitgebreide families en tribale samenleving te wijzigen in loyaliteit aan de overheid en de regerende partij.

Irak was een van de eerste landen om de Conventie van Alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen (CEDAW) te ratificeren. In de jaren na de Golfoorlog van 1991, tijdens de jaren van de sancties, werden veel van deze positieve stappen, die waren gezet om de positie van vrouwen en meisjes in de Iraakse samenleving te bevorderen, teruggedraaid als gevolg van een combinatie van juridische, economische en politieke factoren.

Besluit

“Acht jaar na de Amerikaanse invasie wordt het leven in Irak nog steeds slechter voor vrouwen en minderheden, terwijl journalisten en gedetineerden worden geconfronteerd met grove schendingen van de mensenrechten”, meldde HRW-medewerker Joe Stork reeds op 21 februari 2011. “Vouwen en meisjes van Irak zijn de grootste dupe van dit conflict en de daaruit voortvloeiende onzekerheid en onveiligheid. Voor Iraakse vrouwen, die de hoogste niveaus van bescherming van hun fundamentele rechten en van maatschappelijke participatie hadden in de regio vóór 1991, is dit een enorm bittere pil om te slikken.”

De Belgische regering werd recent zwaar aangevallen voor zijn steun aan het lidmaatschap van Saoedi-Arabië in de VN-Vrouwencommissie. Terecht. Vergeten wordt echter dat België dat ook heeft gedaan voor Irak, het land dat het westen zou bevrijd hebben, waar democratie en vrijheid zouden zijn gebracht.

In werkelijkheid kiest België zijn ‘vrienden’ niet op basis van respect voor de mensenrechten maar op basis van geopolitieke of economische motieven. Men kan echter niet beweren het islamfundamentalisme te bestrijden en de vrouwenrechten te verdedigen en tegelijk datzelfde islamfundamentalisme steunen en regimes steunen die de vrouwenrechten ondermijnen.

De keuze van de Belgische regering voor Irak en Saoedi-Arabië in de VN-Vrouwenrechtencommissie is een kaakslag aan alle vrouwen in de wereld die ijveren voor ontvoogding. Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders zou best de eer houden aan zichzelf en ontslag nemen. Vrouwen verdienen een betere persoon om hun belangen te behartigen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!