Rohingya op de vlucht voor het politiegeweld in Myanmar, aan de grens met Bangladesh (Foreign and Commonwealth Office Myanmar)
Reportage, Nieuws, Wereld, Samenleving, Politiek -

Bangladesh wil Rohingya-vluchtelingen dumpen op kaal eiland in zee

70.000 leden van de minderheid der Rohingya zijn reeds van hun thuisland Myanmar naar buurland Bangladesh gevlucht, maar de regering daar wil hen dumpen op een kaal eiland in de Golf van Bengalen. In Myanmar beginnen de Rohingya nu met gewapend verzet tegen hun jarenlange mishandeling door de overheid van Myanmar.

maandag 27 maart 2017 14:18

De Rohingya zijn een kleine etnische moslimminderheid van ongeveer 1,3 miljoen mensen in het westen van Myanmar, een land dat voor meer dan 80 procent uit boeddhisten bestaat. Ze worden reeds gediscrimineerd sinds de onafhankelijkheid van Birma/Myanmar in 1948. De Rohingya zijn verre afstammelingen van Arabische handelaars. Zij worden door de overheid van Myanmar niet als staatsburgers erkend en zijn dus statenloos. In feite worden ze beschouwd als indringers uit buurland Bangladesh, ook al wonen ze sinds eeuwen in Myanmar.

Op 9 oktober 2017 vielen 17 doden bij een gewapende opstand van Rohyngya. Met een paar honderd waren ze, gewapend met werktuigen en een paar pistolen. Die ochtend werden drie politieposten aangevallen, de symbolen van hun onderdrukking.Tientallen wapens werden buitgemaakt.

Voor het eerst kreeg het leger van Myanmar op die dag te maken met gewapend verzet van de Rohingya, het begin van een nieuwe fase in de getroebleerde geschiedenis van Rakhine, een deelstaat aan de westelijke kust van Myanmar waar de moslimminderheid al meer dan 50 jaar te maken heeft met discriminatie en vervolging.

Het leger reageerde furieus op deze aanval. Het gebied aan de grens met Bangladesh werd hermetisch afgesloten. Dertig dorpen werden platgebrand in wat een ‘opruimactie’ wordt genoemd die al een half jaar duurt. Verkrachtingen, martelingen en moorden op grote schaal door de Myanmarese veiligheidstroepen zijn er dagelijkse kost.

Aung San Suu Kyi 

Myanmar genoot een wereldwijde golf van goede wil en ongeziene buitenlandse hulp sinds Aung San Suu Kyi en haar partij, de Nationale Liga voor Democratie, aan de macht kwamen in 2015. Sancties tegen haar en haar partij werden opgeheven na het einde van 50 jaar militaire dictatuur, maar deze wittebroodsweken zijn nu voorbij.

In het binnenland begint de bevolking te morren over de slabakkende economische en politieke hervormingen. Internationaal krijgt Suu Kyi kritiek over dit militaire ingrijpen. Er hangen beschuldigingen van genocide in de lucht, een serieuze blaam voor een politieke leider die in 1991 nog de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

Volgens de VN werden mogelijk misdaden tegen de mensheid gepleegd. Op 24 maart 2017 beslisten de VN dus om een onderzoekscommissie naar Myanmar te sturen. Aung San Suu Kyi moet nu ofwel het machtige leger op de zenuwen werken, ofwel tegen de kritiek van de bezorgde internationale gemeenschap ingaan.

Economische ontwikkeling

In Myanmar heeft het burgerlijk bestuur nog steeds geen zeggenschap over het leger. Militairen opereren vrij zonder inmenging van regering of parlement. Dat maakt elke controle moeilijk. Myanmar heeft echter buitenlandse investeerders nodig voor de beloofde economische ontwikkeling.

Het geweld in de deelstaat Rakhine schrikt vooral westerse bedrijven af die geen imagoschade willen oplopen. Zaken doen is in Myanmar is moeilijk zonder het leger, dat na 50 jaar dictatuur een conglomeraat aan bedrijven bezit en nog steeds de binnenlandse economie domineert.

Het leger heeft de laatste jaren veel toegevingen gedaan in ruil voor economische ontwikkeling, een commercieel voordeel voor het lucratieve zakenimperium. De boodschap die de militairen nu geven met hun strafexpeditie in Rakhine is echter dat ze hun bevoordeelde positie zullen verdedigen met alle middelen die ze hebben.

Weggejaagd uit Myanmar, niet welkom in Bangladesh

Ondertussen gaat het geweld door. Het afgelopen half jaar zijn 100.000 Rohingya uit Rakhine weggevlucht, waarvan 70.000 naar Bangladesh. Volgens een schatting van de VN huisvest Bangladesh tussen de 300.000 en de 500.000 Rohingya-vluchtelingen, het gevolg van decennia religieus geweld in Rakhine. Bangladesh was echter nooit vragende partij om deze medemoslims op te vangen. De regering raadt de eigen bevolking af om hulp te geven aan Rohingya. De vrees om nog meer Rohingya aan te trekken, zit er diep in.

Het gevolg is dat de Rohingya in Bangladesh eindigen in troosteloze kampen zonder voorzieningen of voedsel. Het leven is er hard. Sommige gezinnen eten maar één keer per dag. In het vluchtelingenkamp van Balukhali staan 2000 hutten, er zijn geen ziekenhuizen of scholen. De toiletten werden nog maar pas geïnstalleerd. Naar schatting 2000 vluchtelingen stierven door ondervoeding, malaria en diarree en er wordt gevreesd voor een cholera-epidemie.

Kale rots

De vluchtelingen zijn niet in de stemming voor een snelle terugkeer. De ellende en ontbering is nog altijd beter dan het geweld in Myanmar. In Bangladesh lijden ze in vrede. De regering van Bangadesh heeft daarom een nieuwe ‘oplossing’ voor het vluchtelingenprobleem bedacht. Ze wil tienduizenden Rohingya onderbrengen op het afgelegen eiland Thengar Char in de Golf van Bengalen.

Dit eiland is in feite niet meer dan een kale rots. Het ligt ongeveer 62 kilometer in zee maar maakt samen met het naburige (en wel bewoonde) eiland Hatiya deel uit van het grondgebied van Bangladesh. Thengar Char omvat 30 vierkante kilometer rotsen die grotendeels onbewoonbaar zijn. Tijdens het regenseizoen is het eiland van juni tot september bijna volledig overstroomd. Hulporganisaties waarschuwen daarom voor een nieuwe golf wanhopige vluchtelingen in gammele bootjes.

Bangladesh pushes on with Rohingya island plan

Rohingya refugees in Bangladesh face relocation to island

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!