Wang Bings Bitter Money: De andere beelden van Courtisane

Courtisane, editie 16: een tegendraads filmfestival in Gent

Van 29 maart tot 2 april loopt de 16de editie van Courtisane festival, een tegendraads en avontuurlijk filmfestival in Gent. Geen promotiegebeuren dat naadloos past in de marketing van commerciële speelfilms maar een ontmoetingsplaats waar filmliefhebbers met een open geest geprikkeld worden door uitdagende films en performances. Net wat we nodig hebben in het huidige klimaat van angst, discriminatie en chaos.

maandag 20 maart 2017 16:17

Courtisane filmfestival wil “cinema herinneren aan de belofte waar ze ooit voor stond: ons een plaats geven in de wereld.” Een ambitie die vertaald had kunnen worden in een thematisch filmfestival dat vanuit een primaire stimulus-respons opvatting streeft naar bewustmaking op het vlak van pakweg racisme, migratie, multiculturaliteit, globalisme, ecologie,.. Maar Courtisane is consequent tegendraads en stimuleert eerder kritische reflectie en een filosofisch bezig zijn met het medium film. Dit is géén filmfestival waar je alles op een schoteltje aangeleverd krijgt, maar wel een dat je verbeelding en zin voor visueel avontuur prikkelt.

Op zoek naar een verhaal

Getuige het werk van de zwarte professor, kunstenaar en filmmaker Kevin Jerome Everson (° 1965) van wie de kortfilm Ears, Nose And Throat (2016) en de documentaire Tonsler Park (2017) vertoond worden. Opgegroeid in de Amerikaanse Mid-West met Godzilla en Blaxploitation films is deze universiteitsprofessor fotograaf, beeldhouwer, installatie artiest en filmmaker. Maar hij is vooral iemand die gedreven door verwondering en nieuwsgierigheid onze verbeelding wil stimuleren.

Everson ziet zichzelf als een ‘straatfotograaf’, iemand die het liefst met zijn camera rondloopt om het leven vast te leggen en om mensen te portretteren. “Het is altijd de backstory die me interesseert,” aldus Everson, “ik kijk door de zoeker en voeg een verhaal toe.” Hoe dat gebeurt werd al duidelijk in The Island of Saint Matthews (2013) waar de reactie van zijn tante op een vraag naar oude familiefoto’s (“we lost them in the flood“) de trigger was om op poëtische wijze te peilen naar de directe en indirecte overblijfselen van de overstroming van de Tombigbee rivier in Columbus, Mississippi tijdens de seventies.

Met de kortfilm Ears, Nose And Throat speelt Everson dan weer in op de spanning tussen wat getoond wordt (het medische oog-, neus- en keelonderzoek dat een zwarte vrouw ondergaat) en het vertelde verhaal (de getuigenis van Shadeena Brooks over iets dat niet getoond wordt). Resultaat is een sterke documentaire die een interessant verhaal op een interessante wijze vertelt. Minimalistisch (in monochroom zwart-wit, zonder veel actie, dramatisch uitgepuurd) maar krachtig en intens. Tegelijk afstandelijk en emotioneel.

Waarbij de kijker niet enkel het verhaal ondergaat maar het ook mee invult. Dat gebeurt nog nadrukkelijker in Tonsler Park, een documentaire waarin Everson de Afro-Amerikaanse medewerkers in een verkiezingsbureau in Virginia op 8 november 2016, de dag waarop Donald Trump verkozen werd, in beeld brengt. We observeren gedrag – van het opvangen van de kiezers tot het opvouwen van de Amerikaanse vlag aan het einde van de dag – en trachten in de psyche van zowel de medewerkers als de veelal uit beeld blijvende kiezers te dringen. Tegelijk hypnotische en prikkelende cinema. Geen filmische achtbaanrit maar een verrijkende filmervaring.

Een filmische trip

Dat geldt ook voor de beklijvende documentaire Ku Qian (Bitter Money, 2016) van Wang Bing (° 967), de gevierde Chinese regisseur van West of the Tracks, The Ditch en Till Madness do us part. Wang Bing zit met de camera dicht op de huid van drie jongeren die hij letterlijk volgt bij hun reis (van het platteland) naar en hun verblijf in de grootstad. Hun droom het te maken in de Chinese prestatiemaatschappij verdampt echter en ze blijven gedesillusioneerd achter. En passant wordt ook de textielindustrie gefileerd maar Wang Bang blinkt vooral uit in het portretteren van mensen. Daarvoor trekt hij zoals steeds tijd uit.

Tijd die teruggedraaid wordt wanneer we Herbert Danska’s baanbrekende concertfilm Right On! (1970) bekijken. In ‘The Books of my Life’ schreef Henry Miller dat “volgens de Franse filosoof Jules de Gaultier ‘la vraie nostalgie doit toujours être productrice et créer une nouvelle chose qui soit meilleure‘, echte nostalgie slaat niet op het verleden of op wat onherroepelijk verloren is maar refereert naar ‘moments lived to the fullest’, naar het doen herleven van de intensiteit van de ervaring.”

Het legendarische optreden van de Last Poets (de groep Afro-Amerikaanse dichters en muzikanten die eind jaren zestig actief waren als mensenrechten activisten en met hun naam verwezen naar een gedicht van de Zuid-Afrikaanse revolutionaire poëet Keorapetse Kgositsile die geloofde een van de laatste dichters te zijn voor de wapens zouden overnemen in de strijd) dat Danska filmt op de daken en straten van New York is in de gerestaureerde versie van Right On! zo aanstekelijk energiek dat zowel de hiphoprevolutie en de burgerrechtenbeweging brandend actueel blijven aanvoelen.

Interactief experiment

Veel experimenteler maar niet minder boeiend is Foyer van de Zwitsers-Tunesische kunstenaar Ismaïl Bahri (° 1978). Een intrigerend visueel kiekeboe-spelletje. De filmmaker trekt met zijn camera in Tunis de straat op om …een wit blad te filmen. Waarbij de wind bepaalt of en wanneer we iets meer zien dan dat blad. Ondertussen ontspint er zich een dialoog tussen de regisseur en passanten. “Wat is de boodschap? Ik zie het niet” oppert een zelfverklaard cinefiel. “Ik denk niet dat er een boodschap is,” reageert de cineast, “je moet als filmer vertrouwen hebben in de wind, die bepaalt wat je wel of niet ziet.”

Maar ook: “Het kan ook andere dingen uitdrukken, toeval, de natuur, de lotsbestemming, het brengt ons bij al die dingen die wij niet controleren maar die ons wel controleert,” want “de wind doet de montage.” Langzaam duiken ook de grote thema’s op. Zo komt terrorisme in beeld wanneer achterdochtige politiemannen (“wij zijn altijd ongerust”), die vrezen dat het politiekantoor in beeld komt, de cineast interpelleren. Terwijl de kunstenaar met zijn multiculturele roots (“hij is Tunesiër maar hij heeft de mentaliteit van een buitenlander” klinkt het) een outsider blijft. “We kunnen zien dat je Frans bent want de Fransen zijn de kampioenen van blankheid,” krijgt hij te horen, “hier heeft de zon ons verbrand, miserie verbrand ons, drugs hebben ons verbrand, de gevangenis heeft ons gebrand, zelfs de lucht heeft ons gebrand.”

De interactie met passanten, getuigen van beeldopnamen die zelf niet in beeld komen, maakt van Foyer meer dan een vormexperiment. Hun nieuwsgierigheid prikkelt de onze. “Het scherm wordt een Foyer, waar verschillende projecties elkaar ontmoeten, maar ook een plaats van divergentie binnen deze tijdelijke gemeenschap van voorbijgangers en toeschouwers” schrijven de organisatoren in hun introductie van een festival dat ze toepasselijk de ondertitel ‘notes on cinema‘ meegeven. Waaraan ze een vraag koppelen: “Kan cinema beschouwd worden als een ontmoetingsruimte die aanleiding geeft tot het delen van verschillende uiteenlopende ervaringen?”

 Ontmoetingsruimte vol beelden en ideeën

Courtisane is alleszins een ontmoetingsruimte voor filmliefhebbers en cineasten, een ruimte waarin avontuurlijk werk te ontdekken valt. Zoals het Argentijnse El Augo del Humano van Eduardo Williams (over verbinding maken in het digitale tijdperk), de feministische films Neon Queen en Antigone’s Cut van Jean Matthee, het oeuvre van het Japanse filmcollectief Ogawa Pro (inspiratiebron voor de festivalposter) en het werk van de door Jean-Marie Straub ooit “belangrijkste filmmaker in Duitsland sinds de oorlog” genoemde ‘Artist in Focus’ Peter Nestler (° 1937).

Verder staat er ook een gesprek met filosoof en auteur van ‘De fabel van de cinema’ en ‘De geëmancipeerde toeschouwer’ Jacques Rancière (° 1940) op het programma. Rancière zal praten over de relatie tussen cinema, fictie en politiek. Interessant, want van hem is de gevleugelde uitspraak dat “kritische kunst een kunst is gericht op het ontwikkelen van een nieuwe perceptie van de wereld; een kunst die zich inzet voor de transformatie van die wereld. In dit schijnbaar eenvoudig schema komen drie processen samen: vooreerst de creatie van een zintuiglijke vorm van ‘vreemdheid’, ten tweede, de ontwikkeling van een bewustzijn omtrent die vreemdheid en ten derde mobilisatie van individuen als gevolg van dat bewustzijn.” Het belooft dus boeiend te worden in Gent zo net voor de paasvakantie.

Courtisane Filmfestival loopt van 29 maart tot en met 2 april 2017 op verschillende locaties in Gent (Minard Schouwburg, Sphinx Cinema, KASKcinema & Paddenhoek), info: www.courtisane.be

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!