Opinie, Nieuws, Economie, Politiek, België -

“Politiek doet bitter weinig voor jonge schoolverlaters”

“De werkloosheid bij jongeren vermindert”: die boodschap hebben we in de voorbije maanden geregeld voor de kiezen gekregen. Het bewijs dat de hervormingen van de federale en Vlaamse regeringen vruchten afwerpen? In werkelijkheid zien we vooral een verschuiving in de statistieken van de jongerenwerkloosheid en maatregelen die eerder technisch geschoolden viseren. Deze regeringen houden blijkbaar niet zo van jongeren, en vooral niet van schoolverlaters uit het beroepsonderwijs en het technisch onderwijs.

maandag 27 februari 2017 10:42

In november 2016 waren er afgerond 44.000 werkzoekende jongeren in Vlaanderen: 20 procent van de jongeren zat zonder werk. Een cijfer uit de statistiek, maar naast de werkzaamheidsgraad is dit toch een heel interessante indicator. 1 op 5 jongeren in Vlaanderen is dus ‘beschikbaar voor de arbeidsmarkt’. In 2008 was nog 82 procent van de afgestudeerde jongeren aan het werk, in 2014 was dat cijfer teruggelopen tot 74 procent. De tewerkstelling bij jongeren is dus eerder dalend, en niet stijgend.

Toch lijken de statistieken aan te geven dat de werkloosheid bij jongeren vermindert. Maar dat is vooral oogverblinding: de duur van de inschakelingsuitkering werd beperkt en er is ook beslist dat je een diploma moet hebben om in aanmerking te kunnen komen voor zo’n uitkering. Die ingrepen hebben uiteraard hun gevolgen voor het aantal geregistreerde jonge werkzoekenden bij de VDAB.

Statistische verschuiving

De groep jonge werkzoekenden krimpt wel, maar jongeren verdwijnen uit één categorie om weer elders op te duiken. Bijvoorbeeld bij de vrij ingeschreven werkzoekenden of in de restgroep van de ‘niet werkende werkzoekenden’. In de restgroep vind je onder meer de werkzoekenden ten laste van het OCMW en jongeren die deeltijds leren en geen baan hebben. Algemene conclusie: als sommige cijfers zakken, is dat voor een groot deel te verklaren door de statistische verschuiving binnen de jonge werkzoekenden.

Laten we vooral niet vergeten dat er ook jongeren zijn die geen opleiding volgen, niet aan het werk zijn en zelfs niet geregistreerd staan bij de VDAB. Voor 2015 werd bijvoorbeeld geschat dat 12,2 procent van de jongeren tussen 15 en 24 jaar geen opleiding volgde en niet aan het werk was in België. Alleen voor het Vlaamse landsdeel praat je dan over 69.500 jongeren onder de 25 jaar.

Met cijfers en statistieken kan iedereen alle kanten uit natuurlijk. Maar het staat vast dat diverse besparingsmaatregelen, zowel federale als Vlaamse, sinds 2010 een domper zetten op de tewerkstellingsperspectieven van jongeren. Die maatregelen treffen vooral jongeren die via een hobbelig parcours de overgang van ‘school’ naar ‘werk’ maken. De bewindslieden blijken altijd opnieuw een bepaalde groep van jongeren over het hoofd te zien. Vooral technisch geschoolden uit het beroepsonderwijs en het technisch onderwijs, die al voor hun 21ste op de arbeidsmarkt komen, worden vergeten door onze beleidsmakers.

Inschakelingsuitkering

Sinds 1 januari 2012 is de wachttijd voor jonge schoolverlaters verlengd en beperkt in de tijd. De regering-Michel deed er een schepje bovenop door het recht op een inschakelingsuitkering te limiteren tot 25 jaar (in plaats van 30 jaar) en door een diplomaplicht voor de -21 jarigen in te voeren. Dankzij acties aan het adres van federaal minister van Werk Kris Peeters krijgen jonge ‘werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt’ een verlenging van hun uitkering. Acties en overleg met de Vlaamse minister van Onderwijs, Hilde Crevits, leverden op dat diverse getuigschriften werden gelijkgesteld om toch recht te kunnen hebben op een inschakelingsuitkering. Een positief resultaat voor méér dan 3.000 leerlingen. In 2015 waren er zo’n 13.300 jonge werkzoekenden onder de 25 die geen recht hadden op een inschakelingsuitkering of die waren uitgesloten van dit recht.

De regering-Michel deed veel stof opwaaien met haar beslissing om de pensioenleeftijd te verhogen. Daarnaast maakte ze het mogelijk om gedurende drie jaar studiejaren af te kopen. De pensioenleeftijd optrekken heeft op korte en middellange termijn natuurlijk wel gevolgen voor de kansen van jonge schoolverlaters op de arbeidsmarkt. Jongeren zullen ook het langst worden geconfronteerd met deze maatregel. Tenzij er ook wordt ingezet op een goede balans tussen werk en privé die langer werken mogelijk maakt.

Als je de pensioenmaatregelen bekijkt, blijkt dat leerlingen uit het beroepsonderwijs met een vervolgopleiding na hun 18de niet de kans krijgen om studiejaren af te kopen. Scholieren die al ‘opzalmen’ worden met één pennentrek bestraft en krijgen minder rechten dan studenten uit het hoger onderwijs. Een regelrechte discriminatie op basis van opleiding. Opzalmen is hét woord uit de hervorming van het secundair onderwijs waarmee de Vlaamse regering wil aantonen dat leerlingen het watervalsysteem kunnen tegengaan.

Sinds 1 oktober 2016 zijn de toelaatbaarheidsvoorwaarden voor tijdelijke werkloosheid heringevoerd. Dat wil zeggen dat een startende werknemer of uitzendkracht geen of minder snel toegang heeft tot het stelsel van economische werkloosheid. Zo iemand valt terug op een lagere inschakelingsuitkering. Met deze maatregel staan de jonge technisch geschoolde werknemers nog maar eens in de rij om een verlaagde uitkering te krijgen bij tijdelijke werkloosheid in de onderneming.

Lagere lonen

De federale regering wil ook de jeugdlonen herinvoeren in het kader van de ‘startersbanen voor jongeren’. In het wetsvoorstel van de regering worden de bruto minimumlonen met 6, 12 of 18 procent verlaagd voor jonge werknemers van respectievelijk 20, 19 of 18 jaar. Het verlies van nettoloon als gevolg van de maatregel zou worden gecompenseerd door een premie voor de jonge werknemer, maar de vraag is of die premie er zal komen wanneer de impact op de begroting hiervan bekend wordt. In een flexibele beginloopbaan voor jonge werknemers moeten we eerder de loonkostensubsidies koppelen aan de kwaliteit van de arbeidscontracten. En niet kiezen voor een platte verlaging van de brutolonen voor jonge werknemers.

Het staat vast dat we meer aandacht moeten hebben voor deze groep schoolverlaters, ook als ACV. In september 2016 zette de Vlaamse regering proefprojecten duaal leren op om de uitstroom van jongeren zonder diploma aan te pakken. De overheid wil van dit stelsel leren en werken een volwaardige keuze voor jongeren maken, met de steun van de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Zo zou de voortdurende daling van het aantal plaatsen in het stelsel leren en werken een halt moeten worden toegeroepen. Het aantal leerlingen met een werkplek zakte van bijna 6.400 in 2008 tot iets minder dan 5.500 in 2014. Terwijl het totaal aantal leerlingen gestaag bleef toenemen in het stelsel: van bijna 10.800 in 2008 tot 11.800 in 2014. In de ondernemingen zal het creëren en omkaderen van werkplekken de komende jaren cruciaal worden.

Een tewerkstellingsbeleid voor jonge schoolverlaters mag er niet op neerkomen dat jongeren om het even welk werk tegen om het even welk loon moeten aanvaarden. Bijzondere aandacht moet er zijn voor onze schoolverlaters uit het beroepsonderwijs en het technisch onderwijs. Even belangrijk is het inzetten op opleiding tijdens het werk, op kwaliteitsvolle jobs en op het idee dat tewerkstelling toegang geeft tot pensioenrechten, vakantierechten, werkloosheid enzovoort. Steeds meer schoolverlaters zijn genoodzaakt om hun eerste stappen op de arbeidsmarkt te zetten via tijdelijke jobs, terwijl ze natuurlijk veel liever vast werk vinden. Momenteel gaat het om zo’n 25 procent van de schoolverlaters. En waarom zouden we niet méér in plaats van minder loon betalen aan jongeren in kwetsbare jobs?

Auteur: Tom Vrijens

Dit verhaal verscheen in het vakbondsblad Ons Recht van februari 2017. Ons Recht is het ledenblad van de vakbond LBC-NVK, onderdeel van het ACV. Ontdek meer over de LBC-NVK op www.lbc-nvk.be en via www.facebook.com/vakbondlbcnvk 

take down
the paywall
steun ons nu!