Opinie -

Hoe politiek gereduceerd wordt tot provocatie

Dit stuk gaat niet over Unia. Eigenlijk gaat het ook niet over Zuhal Demir of Liesbeth Homans. En wel hierom.

maandag 27 februari 2017 12:29

Een kleine voorspelling: over een maand is iedereen het recentste relletje over Unia vergeten. Er zal niet meer over geschreven worden, er zal niet meer over gepraat worden. Hoe ik dat weet? Wel, omdat het altijd zo gaat. Doe even de test: kan u de laatste vijf relletjes opnoemen die uitgelokt werden door uitspraken van N-VA’ers?

Wel, zo relatief is het dus.

Hiermee zeg ik niet dat uitspraken zoals die van Unia niet schadelijk zijn. Dat zijn ze zeker. Ze scheppen een sfeer die ongelijkheid en racisme onrechtstreeks legitimeert en wakkeren de haat aan tegenover al wie dag in dag uit strijdt tegen discriminatie en racisme. Het zijn uitspraken die op een negatieve en destructieve wijze polariseren en het is moeilijk om hier niet op te reageren en dit zomaar te laten passeren. Zeker als je weet dat de uitspraken van Homans en Demir pertinent onwaar zijn.

En toch. Toch kan ik me moeilijk van de indruk ontdoen dat al wie nu kritisch en stevig reageert deel uitmaakt van een scenario dat volledig geschreven werd door de N-VA. Iedereen die de afgelopen jaren de actualiteit wat volgde, weet hoe dat scenario ineen steekt.

Er worden enkele provocerende uitspraken gedaan door N-VA-politicus X, journalisten maken er nieuws van, op dat nieuws reageert een legertje opiniemakers en commentatoren, het nieuws en de commentaarstukken circuleren op sociale media alwaar ze verder het debat aanvuren, waardoor de kwestie dan opgepikt wordt door debatprogramma’s als Terzake of De Afspraak. Mits nog wat extra provocerende uitspraken kan dit scenario gedurende één week een paar keer herhaald worden.

Je zou het ‘provopolitiek’ kunnen noemen, een vorm van politiek die niet gebaseerd is op beleid, zelfs niet op feiten. Het enige wat telt is het effect van de provocatie.

Dat effect laat zich opmeten in termen van mediadominantie, kijk- en leescijfers, likes, comments, shares, tweets en retweets. Eén keer politiek louter daarop gericht is, doen waarheid en onwaarheid er niet meer zoveel toe. Juist of fout, waar of onwaar, oprecht of gespeeld en soortgelijke categorieën zijn volledig ondergeschikt aan het effect van de provocatie. En als onwaarheden provoceren, net omdat ze duidelijk onwaar zijn, zullen ze ook ingezet worden in het provopolitieke theater. Enter post-truth politics.




Uiteraard heeft N-VA niet het patent op provopolitiek. Het is een internationaal fenomeen. Trump is natuurlijk het meest uitgelezen voorbeeld, maar Wilders of Le Pen evenzeer. En in zekere zin is provopolitiek de enige vorm van politiek die Filip De Winter bedrijft.

Provopolitiek kan je niet begrijpen als een louter politiek fenomeen. Het is een vorm van politiek die ontstaat op het snijpunt tussen commerciële media, doorgedreven electoralisme en de dominantie van sociale media.

Provopolitiek doorziet de mechanismen van de commerciële en sociale media, radicaliseert die mechanismen en buigt ze om in haar eigen voordeel. Het ensceneert de conflicten waar commerciële media en hun consumenten op verlekkerd zijn en buit die conflicten uit.

Er worden straffe, controversiële standpunten ingenomen, die niet noodzakelijk gemeend of zelfs realiseerbaar zijn, maar wel een maximum aan media-effect sorteren in de vorm van applaus, woede, verontwaardiging of angst. Dat zorgt voor ongeziene media-exposure en een beheersing van het debat voor minstens enkele dagen.

Dit is een win-win voor zowel commerciële media als de politici die haar bespelen. Het type politici dat in zo’n context op de voorgrond treedt zijn de Theo Franckens en Donald Trumps van deze wereld.

Wie dacht dat sociale media de redding zou betekenen, of nog steeds kan betekenen vergist zich. Sociale media zijn evengoed commerciële media, maar van een ander type. In plaats van lezers en kijkers wordt de productie van data nagejaagd en daardoor zijn sociale media aan dezelfde mechanismen onderhevig als klassieke commerciële media.

Je kan zelfs beweren dat die mechanismen nog sterker aanwezig zijn bij sociale media. Het gaat om de meeste likes, shares, retweets, views of comments en niet om de intrinsieke kwaliteit van wat gepost wordt. Het gaat om de creatie van zoveel mogelijk data. En het is de content die de meest primaire emoties opwekt die ook het meest succesvol is op dat vlak. En welke content is dat? Juist, provocerende content. Politici hebben dankzij Twitter en Facebook hun eigen nieuwskanalen die permanent actief zijn. Hoe provocerender de tweets of updates, hoe meer interactie en hoe sneller er een doorstroom is van sociale media naar traditionele media.

Ik maak me geen illusies. Ook deze analyse maakt natuurlijk integraal deel uit van de provopolitiek omdat het uiteindelijk nog altijd een reactie is op een provocatie. Ergens is dat logisch en onvermijdelijk. Van zodra je je in het publieke debat begeeft, kan je niet buiten de destructieve kracht van provopolitiek omdat het publieke debat nu eenmaal tot provopolitiek herleid is.

Hoe we daaruit geraken? Misschien is de combinatie van lef en zelfreflectie wel één van de sleutels: niet langer ingaan op iedere provocatie, politiek opnieuw trachten te voeren buiten de greep van electoralisme en commerciële media.

Daarom gaat dit stuk niet over Unia. Of toch bijna niet.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!