Opinie -

Van Trump tot Van Rooy: is neutraal zijn nog een optie?

Kunnen journalisten, opiniemakers en intellectuelen nog neutraal zijn in deze Trumpiaanse tijden?

donderdag 26 januari 2017 16:25

In Nederland is ophef ontstaan na de passage van Wim Van Rooy in het Amsterdamse cultuurhuis De Balie. Van Rooy zat er samen met Paul Cliteur in een debat, naar aanleiding van de publicatie van een bundeling essays over de islam.

Wat Van Rooy precies zei? Dat de oplossing voor het ‘moslimprobleem’ lag in ‘discriminatie’. Van Rooy stelde dat er een onderscheid zou moeten gemaakt worden tussen enerzijds het jodendom en het christendom en anderzijds de islam. Dat ‘onderscheid’ moet zich dan concreet vertalen in, onder meer, het opheffen van religieuze vrijheden voor moslims, aldus Van Rooy. Koran? Verbieden! Moskeeën? Sluiten!

Wat Van Rooy letterlijk zei kan je in dit filmpje zien:

Ook in België zorgde Van Rooy onlangs voor nogal wat deining. In een door Joël De Ceulaer afgenomen interview beweerde Van Rooy dat we eigenlijk met moslims zouden moeten omgaan zoals de Amerikanen met Japanners omgingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In kampen steken dus.

Wat Van Rooy in De Balie verkondigde had hij dus al eerder verteld, het is geen uitschuiver. Die man weet wat hij zegt, en wat hij zegt en wenst is duidelijk: de totale verwijdering van moslims uit de publieke ruimte en uit de samenleving. Dat is het laatste station voor het eindstation dat Endlösung heet.

Waarom wordt zo’n man dan in godsnaam aan het woord gelaten? Vrije meningsuiting, zingen De Ceulaer en De Balie in koor. Bij aanvang van het interview met Van Rooy schreef De Ceulaer: “Maar we beginnen het gesprek met grote eensgezindheid: lang leve het debat”.

In een reactie van De Balie lezen we: “Wij geloven dat de vrije uitwisseling van ideeën één van de belangrijkste methoden is om een inclusieve samenleving te behouden. Dat kan alleen als burgers met elkaar praten. Hoe lijnrecht ze soms ook tegenover elkaar staan.”

Zowel De Balie als De Ceulaer verschuilen zich achter een drogredenering. Vrijheid van meningsuiting is één ding, iemand een platform geven een ander. Je kan perfect de vrijheid van meningsuiting verdedigen en tegelijk verdedigen dat je iemand geen platform geeft. Iedere programmator of journalist maakt keuzes in wie hij of zij al dan niet aan het woord laat, dat is evident en onvermijdelijk.

Het maken van die keuze betekent niet dat men afbreuk doet aan de vrijheid van meningsuiting. Moest dat wel zo zijn dan zouden programmatoren en journalisten zich iedere dag bezondigen aan het inperken van de vrijheid van meningsuiting.

Stellen dat je iemand aan het woord laat omdat de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel draagt, is dus geen argument. Als je de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel draagt, waarom worden dan geen negationisten aan het woord gelaten, mensen die er heilig van overtuigd zijn dat we bespied worden door UFO’s of vinden dat pedofilie moet gelegaliseerd worden?

Eenvoudig antwoord: omdat dit soort standpunten dwaas, onzinnig of moreel verwerpelijk zijn. Uiteraard. Maar blijkbaar vinden we het bijzonder moeilijk om het racisme van een Van Rooy als zodanig te benoemen. Oproepen om moslims uit de samenleving te verwijderen, worden blijkbaar beschouwd als een respectabele mening waarover kan en moet gedebatteerd worden.

Verlichting

Het zegt iets over het klimaat waarin we zijn terechtgekomen. Onder het mom van vrije meningsuiting hebben we de rode loper uitgerold voor de goorste vormen van haat. Een groot deel van de intellectuelen en opiniemakers in Vlaanderen en Nederland hebben daar vrolijk aan meegedaan. Het is het hedendaagse verraad van de klerken.

De mensen rond Van Rooy zijn misschien wel het beste voorbeeld van dat verraad. In het interview met De Morgen klopt Van Rooy zich op de borst dat Etienne Vermeersch hem als eerste lezer inschakelt wanneer hij iets schrijft over de islam. Vermeersch leverde gewillig een quote ter promotie van het laatste boek van Van Rooy. En ook Mia Doornaert, Benno Barnard, Paul Cliteur, Jean-Marie Dedecker en Geert Van Istendael smeten met graagte een bloempje richting Van Rooy. Van Istendael had het zelfs over een links boek: “Ik vind dit een links boek in de betekenis die links voor mij heeft: verlichtend, emancipatorisch, afrekenend met obscurantisme en dogmatisme.”

Actief oproepen tot kampen, inperken van vrijheden en discriminatie. Dat heet dus verlichtend en emancipatorisch te zijn vandaag. Orwell draait zich voor de vijfhonderdvierenvijftigste keer om in zijn graf.

Weg met de rechters!

Maar het zijn niet alleen intellectuelen (hoewel, ja, intellectuelen) en journalisten die Van Rooy loven. In zekere zin worden de pleidooien van Van Rooy ook versterkt en gedragen door wat een partij als de N-VA dag in dag uit verkondigt.

Wie het het betoog van Van Rooy aandachtig beluistert merkt gauw dat er bepaalde argumenten terugkomen die ook Theo Francken, De Wever en mindere N-VA goden  met graagte in de mond nemen. Van Rooy stelde bijvoorbeeld meermaals dat internationale verdragen helaas tussen droom en daad instaan. Ook De Wever en Francken gaan graag tekeer tegen internationale wetten en regelgevingen. En, als het moet horen daar uithalen naar wereldvreemde rechters bij.

Nog opvallend, tijdens het debat in De Balie viel Van Rooy duidelijk terug op het werk van jurist en N-VA bestuurslid Matthias Storme. Volgens Storme is de meest fundamentele vrijheid, de vrijheid om te discrimineren. Wat Storme bedoelt is dat we in ons dagelijks leven voortdurend discrimineren, in de zin dat we voortdurend onderscheidingen en keuzes maken.

Juist natuurlijk, maar wat Storme in werkelijkheid doet is het begrip discriminatie oprekken zodanig dat wat we in dagdagelijkse zin onder discriminatie verstaan ook acceptabel wordt. Het is sofisterij van de betere soort. En het is ook die sofisterij waarvan Van Rooy zich bediende tijdens het debat in De Balie, zij het op een minder gesofisticeerde manier. “Discriminatie”, suggereerde Van Rooy als oplossing voor ‘het moslimprobleem’, om er meteen daarna aan toe te voegen: “maar wij discrimineren allemaal, voortdurend”.

Neutraliteit?

Steeds duidelijker dringt zich aan opiniemakers, intellectuelen en journalisten een keuze op. Hoelang gaan we nog blijvend toekijken op het sluipende fascisme? Willen we ons blijven verschuilen achter holle begrippen en frasen als “vrijheid van meningsuiting”, “leve het debat” of “Verlichting”?

Kunnen we even afdalen naar de realiteit? Er worden luide en duidelijke oproepen gedaan om fundamentele rechten opzij te schuiven, bevolkingsgroepen uit de samenleving te verwijderen. Letterlijk. Het blijft niet beperkt tot oproepen. De rechterlijke macht wordt geviseerd en de uitvoerende macht verheerlijkt. Mensen verliezen hun jobs omwille van de meningen die ze hebben. Gisteren nog, werd een voorstel gelanceerd om de mening van radicale moslims strafbaar te stellen en presenteerde Theo Francken een wetsvoorstel waarin staat dat vreemdelingen het land kunnen worden uitgestuurd als ze nog maar verdacht worden van een misdrijf.

Media en onafhankelijke journalisten worden geïntimideerd door regeringsleden. De politieke correctheid is reeds jaren geleden van kamp gewisseld en krijgt ronduit dictatoriale trekken. Kijk maar wat Trump de voorbije dagen allemaal op de agenda zette. Wie denkt dat het allemaal wel zal meevallen, leeft in een parallel universum.

Neutraal zijn is geen optie meer.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!