activisme vandaag: Google inmages

Krachtlijnen van het activisme vandaag (‘Keynote speech’ voor een nachtconferentie over verzet)

Filosoof en activist Lieven De Cauter geeft vandaag een 'key note speech' op een heuse 'Nachtconferentie over verzet' in de Stadsschouwburg van Amsterdam, georganiseerd door De Groene Amsterdammer e.a. Hier alvast de tekst...

donderdag 26 januari 2017 17:28

Zij die beweren dat de nieuwe generatie niet meer op straat komt, hebben een kort geheugen. Zij vergeten een van de belangrijkste constellaties voor een reflectie over activisme vandaag: het jaar 2011, het jaar van de contestant volgens Times Magazine. Denk aan de indignado’s en Occupy Wall Street, … Aangevuurd, vreemd genoeg, door de Arabische lente, Tahrir Square in Egypte. Ik weet nog goed, Everywhere Tahrir Square! was dat jaar mijn slogan. Dat was een tweede golf van de antikapitalistische protesten die begonnen in Seattle in 1997, en uitmondden in een brede andersglobaliseringsbeweging met de befaamde clashes in Genua en elders, maar ook in het World Social Forum, met zijn hoogdagen in Porto Alegre (het WSF bestaat nog altijd, maar heeft sterk aan belang ingeboet)… Wat dan weer een vervolg was op de protesten van mei 68… Dus, er is wel degelijk protest, ook hier. Ook de protestacties tegen TTIP en CETA, de handelsverdragen met respectievelijk Amerika en Canada, moeten gezien worden als opvolgers van het andersglobaliseringsprotest. Het andersglobaliseringsprotest komt, zoals Negri en Hardt aantonen, in golven. Het is deel van het beeld dat de mainstreammedia ophangen van de wereld dat ons doet denken dat het protest veel meer iets van vroeger is.

We moeten dus leren om naar de geschiedenis van de protestbewegingen te kijken als golven. En dat brengt perspectief, dat leert ons dat er continuïteit is onder de ogenschijnlijke nederlagen of mislukkingen, we moeten ook overwinningen leren zien. Maar er is ook slecht nieuws: er zijn ook rechts-populistische golven (de jaren dertig en zo), en wat we nu meemaken is een springtij van rechtspopulisme: Trump, Le Pen, Wilders, Orban, etc.

Wat te doen? Dat is de vraag is: hoe kunnen we ons verzetten? Ik tracht een aantal krachtlijnen, vormen en methodes op te lijsten van het activisme van vandaag:

(1) De herontdekking van de commons is een van de meest hoopgevende gebeurtenissen van deze tijd. Het is tijd niet zozeer voor verzet maar voor transitie, ‘praktijken van vergemeenschappelijking’ (practices of commoning), waarmee we de ongelofelijke uitdagingen waar we voor staan – klimaatsverandering, superdiversiteit, migratie – kunnen aanpakken, misschien niet oplossen, maar wel beantwoorden. We moeten de wereld leren zien vanuit het oogpunt van de commons: zowel de lokale als de globale, zowel de particuliere, een stadstuin of een lokaal electriciteitsnetwerk op zonnepanelen, als de universele, zoals de oceanen, de lucht maar ook taal, zowel de natuur als de digitale commons.  De herontdekking van de commons is de utopie die we nodig hebben. Zelforganisatie en de zorg om het gemeengoed tegen de privatisering van alles en tegenover de zich terugtrekkende staat. Open source, Peer2Peer, repair cafés, stadstuinieren, etc. Ook de terugkeer van de commons verloopt in golven, leert ons historica Tine De Moor (Er was een golf aan het begin van de 16 de eeuw, verbonden met de naam Morus, en ook een golf in de negentiende – het mutualisme van de arbeidersbeweging). Belangrijk om dat te zien. De herontdekking van de commons is telkens een antwoord op een golf van enclosures, aan het begin van de 16 eeuw was dat de omheining van schapenweiden, nu is dat: de privatisering van alles, van kennis, van zaaigoed, van openbare diensten, van al het openbare en het gemeengoed. De verdediging van het gemeengoed, zowel de biosfeer als culturele gemeengoed en het maken van commons (open source ect.) is een van de belangrijkste strijdpunten van deze tijd. (Ik heb dat al vaak gezegd, maar we moeten daar blijven op hameren:)

(2) Zelforganiserende, wereldwijde burgerprotesten en -bewegingen zijn een novum. Ze zijn deel van de digitale globalisering. Men hoeft niet te geloven in de revolutionaire kracht van de menigte, de multitude van Negri and Hardt, om in te zien dat het internet, of ruimer de netwerkmaatschappij, geleid heeft tot het ontstaan van nieuwe organisatievormen van burgerbewegingen. Zelforganisatie in horizontale netwerken is wel degelijk een novum in de geschiedenis van het activisme, zou ik denken, hoewel ook daar in golven denken wellicht de boodschap is. De vakbonden, de suffragettes probeerden natuurlijk ook netwerken te maken, maar waren toch vooral ‘kringen’ (gebaseerd op nabijheid, de fabriek of de kennissenkring van de vrouwen), en meestal hiërarchisch. Hoe groot dat verschil is, zou een aparte behandeling vergen, het is een heel stuk mediatheorie, geschiedschrijving of sociologie van sociale bewegingen… Gaat het om een kwalitatieve sprong? Wellicht wel. Je kan wereldwijd communiceren, er is voor het eerst globaal activisme. De grootste betoging aller tijden, de betoging tegen de illegale invasie van Irak, op 15 februari 2003 (het zou een feestdag moeten worden), bracht wereldwijd 30 miljoen mensen op de been, dat kon alleen via internet en de nieuwe sociale media georganiseerd worden (toen vooral nog gewoon e-mail, geloof ik). De snelheid waarmee bijvoorbeeld de vrouwenmarsen tegen Trump (en voor vrouwenrechten) wereldwijd georganiseerd zijn, waren volstrekt ondenkbaar voor het internet en de sociale media. Op 3 maand tijd, op voorzet van een grootmoeder uit Hawaï op facebook, als ik de kranten mag geloven. Viraal gaande acties. Virale actienetwerken zijn de toekomst.

(3) De nieuwe burgerbewegingen zijn: democratie in actie. Burgerbewegingen als politiek van de brede ‘radicale democratie’, à la Mouffe. Rancière zegt dat democratie de regeringsvorm is van deze die niet horen te regeren (those not entitled to rule). Dus is ze ook altijd onaf, de inclusie nooit totaal, na de vrouwen moeten nu ook nog de minderheden bij de democratie betrokken, en de democratie moet ook altijd opnieuw bevochten en afgedwongen. Burgerbewegingen en stadsactivisten spelen hier een belangrijke rol. Neem bijvoorbeeld het Oosterweeldossier: de actiegroepen St®aten Generaal en Ademloos hebben met veel kennis van zaken, de plannen voor de gigantische Lange Wapper-brug naar de prullenmand verwezen en nu ook het Oosterweeltracé met succes aangevochten voor de Raad van State – een patstelling die misschien tot dialoog en een betere oplossing leidt (de ring sluiten verder weg van de stad).

(4) Dat brengt ons op het belang van de steden: stadsactivisme in al zijn vormen is een van de spannende fenomenen van deze tijd:  van squats over guerilla knitting, tijdelijke bezettingen en protesten allerhande, feestelijke interventies op moeilijke plaatsen tot stadstuinieren… Steden zijn nieuwe ankerpunten voor collectieve (sociale en politieke) identiteit en burgerschap en hebben daarom een nieuwe betekenis voor activisten. Stedelijke bewegingen zijn lokaal, maar er zijn ook netwerken van steden, Mayors against Climate change… Het zou ons te ver leiden hier op in te gaan, ik verwijs hier graag door naar het werk van Eric Corijn en Benjamin Barber, maar men kan ook denken aan het werk van Henk Oosterling en zijn Rotterdam Vakmanstad, waarin onderwijs en ecologische vorming kinderen en jongeren naast tot vaklui ook tot wereldburgers moet maken.

 (5) De meeste nieuwe burgerbewegingen zijn geweldloos maar: burgerlijke ongehoorzaamheid loont. Burgerlijke ongehoorzaamheid is wel degelijk een vorm van verzet (en niet alleen van  inzet), die ook vandaag de dag nog zeer valabel is. Het loont omdat het een feit creëert, meer dan 100 opiniestukken. Als voorbeeld geef ik de zogenaamde ‘Aardappeloorlog’. Barbara Van Dyck wordt begin juni 2011 ontslagen aan de Leuvense universiteit omdat ze de symbolische vernietiging van een ggo-testveld, met genetische gemodificeerde aardappelen in Wetteren (op 28 mei 2011), verdedigde. Samen met elf van haar medestanders van de Field Liberation Movement, staat ze vervolgens ook terecht voor niets minder dan bendevorming (georganiseerde misdaad, dat kan tellen als kwalificatie). Ze wordt (door een nieuwe rector) terug aangenomen op de Leuvense universiteit. De 11 worden veroordeeld voor geweld en vernietiging van eigendommen maar niet voor bendevorming. Resultaten: voor eeuwig en een dag staan heel wat zaken tegelijk op de kaart: de belangenvermenging tussen universiteiten en multinationals en de privatisering van kennis, de neoliberalisering van de universiteit (wat resulteerde in het Slow Science Manifesto), en last but not least, het publieke bewustzijn over de gevaren van ggo’s. De les is voor mij klaar en duidelijk: burgerlijke ongehoorzaamheid loont!

(6)Boycot is een valabele vorm van geweldloze politieke actie, of eerder: een geweldloze straf, een strijdmiddel, een geweldloos drukkingsmiddel (in principe). Voorbeeld is hier de BDS-beweging (Boycot, Investment & Santons) tegen de bezettingspolitiek en de systematische mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden van Israël; en vooral BACBI: De Belgian Academic and Cultural Boycot of Israel. De eerste campagne vond plaats in mei 2015 toen het Gentse kunstencentrum Campo wilde deelnemen aan het Israel Festival in Jeruzalem met een stuk van theatermaker Miet Warlop. Na een open brief en reacties van een aantal personaliteiten beslisten Warlop en Campo uiteindelijk om zich uit het Israel Festival terug te trekken. De tweede campagne was in mei 2016: in een open brief aan de rector van de Gentse universiteit protesteren een vijftigtal professoren tegen de samenwerking van UGent met Technion – Israel Institute of Technology en met Israel Aerospace Industies (IAI). Technion – Israel Institute of Technology is meer dan welke andere universitaire instelling ook vervlochten met Israëls militair-industriële complex. Het staat vooraan inzake innovatieve militaire spitstechnologie. Israel Aerospace Industries (IAI), dat in handen is van de overheid en één van Israëls grote wapenbedrijven, heeft een hecht partnership met Technion. Het produceert wapens op maat voor het leger. Daartoe behoort de productie van militaire drones. Een derde campagne van BACBI verzet zich tegen de samenwerkingsproject Law Train van de Federale verheidsdienst Justitie en de KU Leuven met de Israëlische politie en de Israëlische universiteit Bar Ilan. Het onderzoeksproject betreft ondervragingstechnieken van gearresteerden, heeft een totaalwaarde van ruim 5 miljoen euro en wordt gefinancierd via het Horizon 2020-fonds van de Europese Unie. Behalve België is ook Spanje en Portugal hierbij betrokken. Dit laatste land heeft zich intussen teruggetrokken. Een dertigtal academici van de Leuvense universiteit schreven in september 2016 een open brief aan  hun rector Rik Torfs. BACBI is ook medeondertekenaar van een petitie gericht aan de FOD Justitie en de KU Leuven. Ook BDS is een wereldwijde beweging, die lokaal handelt maar een effect wil hebben in het Midden-Oosten.

(7) De verdediging van de vrije meningsuiting en de rechtstaat is en blijft de meest urgente taak tegenover de uitzonderingstoestanden onder de oorlog tegen de terreur. Sinds nine-eleven werd het activisme systematisch gecriminaliseerd. Opiniestukken, polemieken in de pers, spelen een heel belangrijke rol in deze zaken, vaak rechtszaken. Zowel in de aardappeloorlog zijn er tientallen opiniestukken en polemieken gevoerd (waarin ondergetekende betrokken was) en ook over , zeer recent, het ontslag van Abou Jajah. Dyab Abou Jahjah, die na zijn perikelen bij de Bezige Bij (sommige auteurs van de Bij wilden niet dat een boek van hem zou gepubliceerd worden) onlangs ontslagen werd als columnist bij De Standaard omdat hij de aanslag op Israëlische soldaten met een vrachtwagen (een truck) een daad van verzet had genoemd. ‘By any means necessary. #FreePalestine’ had hij getweet, en dan daarop: ‘geweld tegen soldaten van een illegale bezetting is verzet onder internationaal recht’. Zijn ‘By any means necessary’ werd beschouwd als een oproep tot geweld, maar het was in feite een citaat uit het internationaal recht. ‘De bandbreedte van de vrije meningsuiting’ is heel smal als het over Israël gaat (zie daarover mijn gelijknamige stuk op De-Wereld-Morgen-website). De zaal splitst zich gegarandeerd als een kolkende Rode Zee in tweeën, als we hier zouden op ingaan. Maar of men het met hem eens is of niet: zijn recht op vrije meningsuiting moet verdedigd worden. Ook als het over Israël gaat. In Frankrijk is het oproepen tot Boycot nu al strafbaar wegens antisemitisme, en dat in het land van Voltaire, onvoorstelbaar. Het recht op vrije meningsuiting is het recht op een verkeerde mening. Zoals gezegd: ook en vooral de verdediging van de vrijheid van meningsuiting is een eeuwige taak, de kerntaak van de publieke intellectueel, zeker in deze tijden van anti-terreur maatregelen waarbij de rechtstaat zich verdedigt door de rechtstaat af te schaffen, of toch in te perken.

(8) De ‘professionalisering’ van het activisme lijkt me een heel belangrijke transformatie of ontwikkeling in de hedendaagse methodologie van burgeractivisme en sociale bewegingen. Het gaat om heuse transdisciplinaire coalities tussen zeer verschillende groepen en individuen, wat veel leerprocessen en kennis uitwisseling oplevert (ook hier werpt de internet/netwerkmaatschappij haar vruchten af, geloof ik). Men kan denken aan de aardappeloorlog waar professoren, menswetenschappers, bio-ingenieurs, bioboeren, politici, verontruste burgers, ngo’s als Greenpeace, en politici (van Groen!)  elkaar vinden, elkaar steunen en versterken en van elkaar leren. (De Belgische wetenschapsfilosofe Isabelle Stengers, die betrokken was bij zowel de aardappeloorlog als het Slow Science Manifesto, spreekt in haar geschriften bijna bezwerend, van ‘samen leren denken en handelen’, ‘samen oefenen in de kunst van het oppassen’). Een schitterend voorbeeld van dergelijke professionalisering en van die transdisciplinaire coalities blijft De Lange Wapper of het zogenaamde Oosterweeldossier. Stadsactivisten die een gigantisch bouwproject met daarachter een machinerie van staat, stad en grootkapitaal, allemaal ‘beslist beleid’, tot stilstand brengen via petities, referenda, manifestaties, uitgewerkte alternatieve tracés, klachten bij de Raad van State, etc., op de knieën dwingen. Dat wil zeggen dat er reclamemensen, architecten, urbanisten, burgers, juristen, samenwerken en elkaar en de beweging versterken.

Ringland is er de voorlopige bekroning van, al kan het zijn dat het tot een patstelling komt zodat er niets gebeurd. De uitkomst, het ultieme effect van burgerprotest, van activisme is altijd onzeker en overwinningen kunnen pyrrusoverwinningen blijken, of tijdelijke overwinningen, maar vaak is er op lange termijn meer invloed dan je zou denken, vaak is er onzichtbaar in de bedding van de (lokale) geschiedenis een steen verlegd.

De bewustwording, ja ook het theoretisch doorwerken van die temporaliteiten, de trage doorwerking van vaak kortstondige acties, is deel wellicht de ‘professionalisering’ van de burgerbewegingen. We moeten (en dat is een taak voor geëngageerde academici of activistische academici) ook overwinningen leren zien, en indirecte invloeden, de zachte doorwerking zien van gebeurtenissen, zoals de aardappeloorlog, zoals de andersglobaliseringsbeweging, zoals de indignado’s, die doorwerkten in Podemos en Syriza en in zekere zin ook in Hart boven Hard.

(9) Klein verzet’ en groot verzet moeten idealiter coalities aangaan. We moeten ook ‘klein verzet’ op zich ernstig nemen. Als voorbeeld geef ik Parckfarm: een Brussels volkspark in een oude spoorwegsleuf, een postindustrieel stukje romantisch stadslandschap, met volksmoestuintjes voor de buurt, een kippenren, een bijenkorf, een droogtoilet, een grote gemeenschappelijke tafel vol eetbare kruiden en de serre, als pleisterplek voor allerlei groepen die bezig zijn met buurt(en jeugd)werking en bio-voedsel en korte ketens. Parckfarm: een soort van commons onder de auspiciën van de de BIM, het Brussels Instituut voor Milieu, maar gerund door buutbewoners en vrijwilligers, waar allerlei mooie dingen gebeuren, die goed zijn voor de buurt en goed voor het milieu, en wel het ene via het andere, en omgekeerd, dat is toch fraai… het zal de wereld niet redden, maar het is toch een heel concrete stap hier en nu, vandaar dat ik het nogal optimistisch een ‘concrete utopie’ heb gedoopt (dat was de titel van mijn stuk erover: ‘Parckfarm als concrete utopie’). De les die ik eruit trok was deze: een concrete utopie kan mensen samenbrengen en micro- en macropolitiek verbinden, superdiversiteit en ecologie, de twee grote uitdagingen van de eenentwintigste eeuw. Dit soort micropolitiek werkt ‘glokaal’. Think global act local, blijft de boodschap. Men zou het ook een ‘glokale’ utopie kunnen noemen. Een tweede les uit Parckfarm, voor mij persoonlijk: het is de taak van de intellectueel ruchtbaarheid te geven aan deze fragiele initiatieven, dat discursief te ondersteunen door erover te reflecteren als een fellow traveller. Ik denk dat dit ook een belangrijke bijdrage is (al is het misschien een flauw excuus voor mijn gebrek aan groene vingers en mijn frisse weerzin voor alles wat praktisch is). Op het gevaar af met die ruchtbaarheid en aandacht de gentrificatie in de hand te werken (zie mijn beschouwingen over stadsactivisme elders). Maar Parckfarm is zich op allerlei manieren aan het uitzaaien in de stad… Pool is cool is een soort vervolg: een verplaatsbaar zwembad in de zomer om via kinderen uit achtergestelde buurten alle mensen uit die buurt samen te brengen en een onderbenutte plek weer aura te geven… Dit soort uitzaaiingen, dit soort temporele doorwerkingen moeten we zien en ja zelfs onderzoeken (dat doe ik al jaren met studenten, er worden nu bij ons, op het departement architectuur, al doctoraten geschreven over stadsactvisme en stedelijke burgerbewegingen).

We moeten blijven werken aan een coalitie van het klein verzet en het groot verzet of het echte politieke activisme van de grote burgerbewegingen. ‘Klein Verzet’ in de kieren van het kapitalisme en grote bewegingen zoals de Climate March (, de Klimmaatzaak of De rozekattenmutsen, die het tij kunnen keren… Mouffe noemt dit soort coalitie de ‘equivalences des luttes’, de equivalentie van de strijdperken: Hart boven Hard probeert bijvoorbeeld de protesten van de cultuurwereld en de zorgwereld en het bibliotheekwezen en van de vakbonden, transversaal, maatschappijbreed te bundelen. Het is een prachtige beweging die ongezien is in de lage landen en zowat alle actoren van het middenveld samenbrengt tegen de besparingspolitiek en de hardvochtige politiek… een unicum, die zich nog steeds verbreedt…. Ringland, een beweging die pleit voor de overkapping van de Antwerpse ring, is ook zo’n brede coalitie van urbanisten, sociaal werkers, activistische organisaties zoals Straten Generaal en Ademloos en vooral ook: een grote menigte. Als zij iets doen brengen ze 20.000 mensen op de been.

Allemaal goed en wel, hoor ik u denken, maar wat te doen tegen Wilders? Wat te doen tegen de golf van antiglobaliseringsprotest van het rechtse populisme, dat zowel Amerika als Europa in zijn greep heeft? Ik weet het niet. Ik weet het wel. De recente Rozemutsenmarsen wijzen de weg: de equivalenties tussen vrouwenrechten, black lifes matter, allerlei zaken en issues kwamen samen, een brede beweging. We moeten blijven proberen: de wereldwijde manifestatie van de vrouwen, een dag na de inauguratie van Trump, heeft toch indruk gemaakt. Wie weet kan Trump de krachten van zij die streven naar rechtvaardigheid, mensenrechten (en dus voor vrouwenrechten en minderheden) en ook zij die begaan zijn met de planeet, etc., verenigen. We moeten de coalities en de equivalenties blijven uitbreiden: zoals in het begrip climate justice: rechtvaardigheid en ecologie en mensenrechten koppelen. Hart boven Hard maar dan wereldwijd. Wie weet ontstaat uit de rozekattemutsenmars een wereldwijde beweging van zelforganiserende burgers onder het banier van de commons. Wie weet.

(10) ‘Structureel Activisme’ of ‘activistische lobbying’ is wellicht een noodzaak. Als ik uit het vorige de conclusies trek (en krachtlijn over professionalisering en over coalitie  samenleg), kom ik tot die bijna verbijsterende vaststelling… Activisme is belangrijk maar heeft, hoe dan ook, een bescheiden en vaak traag impact, zeker op globale problemen. De politiek in de enge zin blijft ontzettend belangrijk, reformisme van structuren zal via de politiek, via partijen, staten en onderhandelingen moeten verlopen. De transitie of de catastrofe? Dat zal uiteindelijk politiek worden beslecht. Structureel ingrijpen in het kapitalisme, bijvoorbeeld door het te verplichten over te schakelen naar een zero-emissie economie is dringend. We kunnen niet eerst het kapitalisme afschaffen (als daar al eensgezindheid zou over bestaan, quod non) en dan de planeet redden, we kunnen alleen hopen dat er genoeg politieke wil is om het kapitalisme te dwingen, door burgeractivisme die echte politiek wordt. De ngo’s die mee aan tafel zaten in de klimaatconferentie in Parijs hebben dat goed begrepen, zijn doen aan wat ik zou durven noemen ‘structureel activisme’.

Vanuit zuiver politiek oogpunt  bevat misschien alleen de lijn die loopt van Sanders over Corbyn naar Podemos en Syriza tot Hart boven Hard, de vage politieke contouren van een echt politiek alternatief, …maar het structureel activisme is voorlopig een veel zekerder optie. Met banken aan tafel gaan zitten om ze te overtuigen zich uit investeringen in fossiele brandstoffen terug te trekken. Dat is wat we ook en vooral nodig hebben, hoe dan ook. Dat is een gevolg van de transdisciplinariteit de professionalisering van het activisme en van het aangaan van coalities en het zoeken naar equivalenties, in de hoop werkelijk, structureel iets gedaan te krijgen. De besluiten van de klimaatconferentie in Parijs zijn in die zin toch, met alle twijfels en onzekerheden, een lichtpuntje. Sommigen noemen dit structureel activisme ‘resistance from within’. Misschien is dat het ook en vooral dat verzet dat we vandaag nodig hebben. Sommigen noemen dit structureel activisme ‘resistance from within’. Misschien is dat het ook en vooral dat verzet dat we vandaag nodig hebben.

(Besluit?) Het doel van alle activisme blijft vandaag de dag duidelijk: de verdediging van de commons (zowel de lokale als de globale, zowel de particuliere als de universele,  zowel de natuurlijkte als de digitale) en de rechten van de commoners (de grondrechten, de mensenrechten, de sociale en ecologische rechtvaardigheid). In elke activistische actie, in elke ‘praktijk van vergemeenschappelijking’ zit een utopische vonk. Het wereldsysteem zoals het nu functioneert (en vooral ook niet functioneert) is onhoudbaar, zowel op ecologisch als op sociaal vlak. We moeten hoe dan ook iets doen. Niets doen is geen optie. Mijn slagzin blijft: ‘pessimisme in de theorie, optimisme in de praktijk’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!